Zwanger na kanker. An Souffriau (29): 'Ik wilde vooruit, en kinderen krijgen hoorde daarbij'
'Zwanger worden kan wat langer duren', verwittigde de oncologe toen An Souffriau (29) sprak over haar verlangen naar kinderen. An kreeg chemo- en radiotherapie voor de ziekte van Hodgkin. Voor de start wist ze niet dat die behandeling haar kinderwens in de war kon sturen.Tekst: Els Put, uit Leven 21, januari 2004
'Ik wou zeker kinderen. Meer dan één kind, dacht ik vroeger als tiener, want zelf was ik enig kind. In mijn humanioraklas leerde ik Kris kennen en na mijn studie en een jaartje werk gingen we samenwonen. Weer een jaar later had ik gezwollen klieren in mijn hals. Ik nam eerst enkele antibioticakuren maar ze bleven terugkomen en ik moest naar een plaatselijk ziekenhuis voor enkele onderzoeken. Resultaten kreeg ik er niet te horen. Ik stapte naar een universitair ziekenhuis in de hoop wat meer uitleg te krijgen. Daar werd een biopsie genomen. Maar er werd niets verdachts gevonden, en ik dacht er verder niet meer aan. Enkele maanden later had ik weer een dikke klier in mijn hals en moest ik opnieuw een biopsie laten nemen. "Het is Hodgkin", zei de oncoloog, "en blijf maar meteen hier. We starten direct met chemotherapie." Ik wist eerst niet goed wat hij zei, het drong niet tot me door dat de ziekte van Hodgkin kanker was. Het woord "direct" trof me. Ik moest dan wel heel erg ziek zijn, ook al sprak de arts over een goede prognose en zei hij dat de ziekte "te behandelen" was. Dat was alle informatie die ik kreeg. Ik liep de gang op waar mijn moeder wachtte. Ik moest haar vertellen dat ik ziek was en meteen in het ziekenhuis bleef voor een eerste infuus. Een moeilijke boodschap.'
'Een andere arts nam de behandeling over. Met haar had ik een opener en makkelijker contact. "Blijf zeker je pil nemen", zei ze me. "Je mag nu in geen geval zwanger worden, want de medicatie kan je kind beschadigen. En laat later ook nooit een CT-scan nemen als je denkt dat je in verwachting bent." Ik vertelde haar dat we het volgende jaar wilden trouwen. "Dat zal wel lukken", antwoordde ze. Haar reactie gaf me vertrouwen en ik voelde me opgelucht omdat ik met haar kon praten. Met de eerste arts lukte dat niet. Hij vertelde me niets, ook niet dat de kankerbehandeling een invloed kon hebben op zwanger worden en zwanger zijn. Maar vooral had hij me meer tijd moeten geven om die zware diagnose te verwerken. Hij had niet meteen dezelfde dag met de therapie mogen starten. Eén dag ertussen was al heel anders geweest.'
'Ik leerde al snel dat ik geen plannen meer kon maken. Je leven staat stil als je kanker hebt. Na de chemotherapie kreeg ik nog een maand elke dag bestraling in mijn hals. Vanaf de eerste dag van de behandeling was ik moe, een vermoeidheid die nog maanden bleef. Nu voel ik me goed en heb ik weer energie. Soms ben ik best wel moe, maar na vier dagen werken op kantoor en een baby om voor te zorgen, mag dat, hé.'
'Volgend jaar trouwen we', beslisten we na de therapie. We begonnen meteen met de voorbereidingen. Onze trouwdag werd een prachtige dag na een moeilijke periode. Maanden later volgde ik een herbronningsweek voor kankerpatiënten. De meeste lotgenoten daar waren heel wat ouder dan ik en keken terug op hun leven. Daardoor besefte ik dat ik nog heel veel voor me had, dat ik niet in het verleden wilde blijven hangen. Dat ik vooruit wilde. En kinderen krijgen hoorde daarbij. Ook al twijfelde ik. Mocht ik wel kinderen krijgen? Wat als ik herviel? Overleed? Kon ik Kris alleen achterlaten met kinderen om voor te zorgen? Of wou ik vijf jaar wachten zodat ik al wat zekerder kon zijn dat ik niet herviel? Maar dan was ik al dertig jaar. Dan werd zwanger worden misschien nog moeilijker. Kris maakte er geen probleem van: "Een risico kan je niet uitsluiten. Bij andere koppels kan ook iemand ziek worden, of een ongeluk krijgen. Dat kan je niet berekenen. Laten we ervoor gaan." Ik sprak er met de oncologe over tijdens een volgende controle. "Doe maar", moedigde zij me aan. "Je behandeling is nu langer dan een jaar geleden. De chemotherapie en de bestraling zijn niet meer gevaarlijk voor je kind. Alleen kan het wat langer duren voor je in verwachting bent," verwittigde ze me.
'"Neen, ik kom niet", vertelde ik de dienst waar ik een jaar later onder de scanner moest voor controle. "Ik heb mijn regels nog niet. Ik mag niet van mijn arts." Ze waren daar niet blij dat ik op het allerlaatste moment afbelde. Ik dacht wel: het is vals alarm. Het zit in mijn hoofd omdat ik onder de scanner moet. Want voor elke controle ben ik toch wat meer gespannen, bang om wat de uitslag zal zijn. Je zal zien, morgen heb ik mijn maandstonden. Kris wou niet wachten tot de dag nadien. Diezelfde avond nog zijn we naar de huisarts gestapt voor een zwangerschapstest. "Proficiat, je bent zwanger" kreeg ik te horen. Zalig! Ik had me er niet op gefixeerd omdat ik wist dat het wat langer kon duren. Daardoor voelde ik me toch nog verrast. De eerste maanden was ik misselijk en moe, maar dat hoort erbij, niet? Ik heb heel erg genoten van die tijd. En op 7 december 2002 werd Jonas geboren, een fantastisch klein kereltje! Ja, hij heeft zijn eerste verjaardag gevierd.'
'Enkele maanden geleden moest ik weer onder de scanner. Door de zwangerschap en de bevalling was dat ondertussen meer dan twee jaar geleden, ik was dus wel wat ongerust. Maar alles is goed en mijn vijf jaar zijn bijna om. Pas volgend jaar moet ik weer onder de scanner. Maar wie weet ben ik tegen dan opnieuw zwanger en moet ik die afspraak weer afzeggen& !'
Dokter Van den Broecke over kinderen krijgen na kanker: 'Een team van artsen informeert'
'Informatie is cruciaal', vertelt dokter Rudy Van den Broecke. Hij is gynaecoloog-oncoloog in het Universitair Ziekenhuis in Gent. 'Kinderen, jonge vrouwen en mannen hebben voor de start van hun kankerbehandeling informatie nodig over de invloed van die behandeling op hun vruchtbaarheid.'
'Meestal valt zwanger worden best mee. Een grote groep patiënten heeft na een kankerbehandeling geen problemen om kinderen te krijgen. Bij een andere groep heeft de behandeling wel een invloed. Soms zijn patiënten minder vruchtbaar of gaan ze vervroegd in menopauze. En chemotherapie kan een ongeboren kind beschadigen. Daarom moeten vrouwen tijdens hun chemokuur anticonceptie nemen om te verhinderen dat ze zwanger worden. Dat geldt ook voor partners van mannen in therapie. Na het einde van de behandeling verdwijnen cytostatica snel uit het lichaam zodat een zwangerschap - strikt wetenschappelijk gezien - na enkele weken al kan. Maar de meeste oncologen adviseren een wachttijd. Het is in ieder geval belangrijk dat vrouwen met hun arts praten over hun prognose, en ook over het risico op herval.'
Wachttijd
'Of chemotherapie later vruchtbaarheidsproblemen veroorzaakt, is afhankelijk van het gebruikte product en van de dosis. Zo weten we bijvoorbeeld dat bepaalde medicijnen giftig zijn voor eicelletjes in aanleg. Daarom zal de oncoloog bij jonge vrouwen afwegen welk geneesmiddel hij wil gebruiken, als hij al een keuze heeft natuurlijk. Daarnaast weten we dat hoe jonger een meisje of vrouw is tijdens haar behandeling, hoe groter haar voorraad eicellen nadien nog zal zijn en hoe groter haar kans is op een latere zwangerschap.'
'Radiotherapie op bekken en buik kan ook een verminderde tot een volledige onvruchtbaarheid bij vrouwen en mannen veroorzaken, afhankelijk van de totale dosis, de grootte van het stralingsveld en de leeftijd van de patiënt. Hoge dosissen zijn schadelijker dan frequentere kleinere dosissen. Radiotherapie op andere delen van het lichaam is veel minder gevaarlijk. Radiotherapie op het bekken kan ook het slijmvlies van de baarmoeder of eileiders beschadigen, waardoor vrouwen na radiotherapie iets makkelijker miskramen of te vroeg geboren baby's krijgen. Wanneer radiotherapie bij jonge mensen toch nodig is, schermt de radiotherapeut de eierstokken of de teelballen af tijdens de bestraling. De gynaecoloog of de chirurg kan de eierstokken ook via een kijkoperatie in de buik buiten het bestralingsveld brengen; een kleine ingreep die de kans op een latere zwangerschap sterk verhoogt.'
Vruchtbaarheidsbehandeling
'Bij mannen kunnen makkelijk zaadcellen ingevroren worden als garantie voor later vaderschap. Het invriezen van eicellen om ze later te gebruiken in een vruchtbaarheidsbehandeling lukt niet goed, maar onderzoek brengt voor vrouwen nieuwe mogelijkheden aan. Op dit moment nemen we bij jonge patiënten met een goede prognose en die nog geen kinderen hebben, eierstokweefsel weg voor de start van de kankerbehandeling. Dat vriezen we in om het nadien terug in het lichaam van de patiënte te plaatsen. Deze techniek is nog in een erg experimenteel stadium. Bij dierproeven geeft dit al een heel goed resultaat, maar bij mensen is nog niet goed bekend hoelang het teruggeplaatste weefsel blijft functioneren. Maar we hopen met deze techniek vrouwen in de toekomst te kunnen helpen.'
'Lukt zwanger worden na een kankerbehandeling niet meteen, dan gaan we eerst op zoek naar de oorzaak en trachten we die te behandelen, bijvoorbeeld met een ingreep bij een beschadiging van het baarmoederslijmvlies of de eileiders. Wanneer dat niet kan, kijken we of we via een inseminatie of een proefbuisbehandeling het koppel kunnen helpen. Belangrijk is dat een team van artsen, zoals de oncoloog en de fertiliteitsarts, de patiënten en hun partners uitgebreid inlichten over de prognose van de ziekte en over hun kans op een zwangerschap voor ze een beslissing tot een vruchtbaarheidsbehandeling nemen. De arts informeert maar dringt geen beslissing op, die neemt de patiënt zelf.'
Naar het verhalenoverzicht





