LinksSitemapContact
U bent hier:

Woord vooraf Phara de Aguirre. Steun hen, mail hen, koester hen

Meer lezen

 
Schrijf ons!
Stuur uw reactie op artikels uit Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.

Phara de Aguirre schreef deze tekst als ambassadrice van de Dag tegen Kanker op 17 september 2009. Meer lezen over de Dag tegen Kanker, en zelf berichtjes sturen: kijk op www.dagtegenkanker.be.

Uit Leven 44, oktober 2009

Juni 2009, de laatste schooldag. Terwijl mijn jongste zoon afscheid neemt van zijn fantastische meester en mijn jongste dochter fier kan zijn op haar punten, rijd ik richting ziekenhuis. Slecht getimed deze keer, die zesmaandelijkse controle. Ik had vanmiddag liever aan de schoolpoort gestaan om de meester te bedanken.

Juni 2006, ik herinner me alsof het gisteren was. Hoe groter de emoties, hoe beter mijn geheugen. Op donderdag de huisarts, op dinsdag de mammografie, op vrijdag het verdict, ‘borstkanker, mevrouw en uw borst moet weg’. Drie jaar geleden keek ik in elke decolleté die voorbijliep. Nu pronk ik weer met de mijne want de zon schijnt.

De eerste bekende die ik tegenkom, is de man van een lotgenote met wie ik na mijn behandeling het revalidatieprogramma gevolgd heb. Zij is nog steeds aan het revalideren, de chemo heeft haar hart geen deugd gedaan. Hij wacht op haar in de gang, zoals hij ook wachtte toen wij onze oefeningen deden. Hij vertelt me dat ze veel te hard blijft werken, dat ze niet wil dat hij haar werk overneemt, dat ze zelfs zijn werk doet als hij even weg moet. Hij wil haar sparen, zij wil hem sparen. Als dat geen liefde is.

De wachtkamer van de mammo zit zoals gewoonlijk goed vol. Nieuwkomers met de schrik in hun ogen, routiniers met iets minder schrik. Wie wel, wie niet, zie je ogen denken. Wie loopt straks op wolkjes buiten en wie zal de grond onder zijn voeten voelen wegzinken? Ik trek me terug in een hoek van de wachtkamer maar voor ik goed en wel de eerste regels van de krant gelezen heb, hoor ik mijn naam. ‘Mevrouw de Aguirre’. De ogen kijken mijn richting uit, sommige bezorgd. ’t Is maar voor een controle, wil ik roepen.

’t Is niet omdat we met velen zijn dat we ’t alleen kunnen.

Mijn linkerborst moet de pletwals in, in drie standjes. Mijn rechterborst is vrijgesteld, die is namaak. Die moet op de echo wachten. Terug in de wachtkamer hoor ik twee vrouwen praten. De ene spreekt de andere moed in, de andere heeft de moed niet om te antwoorden. Ik herken het gevoel.

De dokter komt me halen voor de echo. Links, rechts, alles oké, de zon begint nog feller te schijnen. De halfjaarlijkse schrik is op slag verdwenen. Weer een horde genomen. Ik stuur mijn harde kern van lotgenotes een sms-bericht: ‘Jaarlijkse keuring achter de rug, geen gaatjes’.

Met die harde kern praat ik nog vaak over wat voorbij is en wat overblijft. We verstaan elkaar, we kennen de kwalen, we sleuren mekaar door moeilijke dagen.

Drie jaar staat er nu op mijn palmares, de magische vijf komt in zicht, ook al besef ik dat vijf jaar niet de laatste horde zal zijn. Ik zal mijn leven lang meer gecontroleerd worden dan wie het niet heeft meegemaakt. Maar ik zie het als een voordeel, ze zullen er snel bij zijn.

Intussen geniet ik van ’t leven als nooit tevoren, maar nooit zal ik vergeten hoe kanker een klop op je kop is, een slag in je maag, een schop onder je kont. Ik zag het ook gebeuren bij de vele anderen die ik de voorbije jaren ontmoet heb. Waar men gaat langs Vlaamse wegen, komt men mensen met kanker tegen. Steun hen, mail hen, koester hen, ook al praat het soms moeilijk of voelt het alsof de deur op slot zit. ’t Is niet omdat we met velen zijn dat we ’t alleen kunnen.

Naar het verhalenoverzicht