LinksSitemapContact
U bent hier:

Wielerploegdirecteur Patrick Lefevere. Ontsnapt voor de finale meet

"Het woord 'kanker' is nooit gevallen. Maar de tumor kon elk moment uitzaaien. Dan was ik een vogel voor de kat." Directeur Patrick Lefevere van de wielerploeg QuickStep-Davitamon liep met een tikkende tijdbom in zijn buik. Een operatie van zeven uur lang bracht bevrijding: de kanker werd geklopt in de spurt voor Lefeveres leven.

Tekst: Marc Peirs, uit Leven 20, oktober 2003

"Het is goed om een echtgenote te hebben die af en toe zeurt. Zo heeft mijn vrouw me ertoe aangezet me te laten onderzoeken. Haar alertheid kwam niet uit de lucht vallen. We beleefden eind jaren 1990 een vreselijke tijd. In april 1998 stierf een schoonzus aan borstkanker. Drie jaar lang had ze gevochten als een leeuw. Niet eens een jaar later verloren we opnieuw een schoonzus, dit keer in een accident met de auto. Dan sla je al sneller alarm als je lichaam signalen uitzendt. Dat overkwam me in april 2000. Bij de aankomst van Parijs-Roubaix werd ik onwel. Het bleek een waarschuwingssignaal tegen een teveel aan stress. Voor mijn echtgenote reden genoeg om erop aan te dringen me te laten onderzoeken in het ziekenhuis van Roeselare. De dokters concentreerden zich aanvankelijk op mijn hart. Daar bleek alles in orde. Maar bij een uitgebreide gastroscopie kwam de kwaal aan het licht. Ik zag mijn dokter bleekjes wegtrekken. Hij zei: 'Ik heb slecht nieuws: ik zie een tumor en het is ernstig.'"

"Het woord 'kanker' is nooit uitgesproken. Maar de tumor was groot - drie bij vijf centimeter -, grillig gevormd en kon zich op elk moment uitzaaien. De tumor zat in de Papil van Vater, dat is een vitaal kruispunt in je buik tussen je darmen, galblaas en pancreas. Brak de tumor uit in het kanaal naar de pancreas, dan kreeg ik pancreatitis (ontsteking van de alvleesklier, nvdr) en had ik één kans op drie om te sterven. Barstte hij open, dan zou ik geel worden en zouden de artsen denken dat ik geelzucht had. Voor ze zouden vinden wat er werkelijk aan de hand was, zou ik al een vogel voor de kat zijn geweest. Kortom, het was de hoogste tijd om in te grijpen."

"In Roeselare stelden de artsen me voor een tweede opinie te zoeken. Maar al na enkele dagen draaide ik dol door een bombardement met meningen en goeie raad... Ik keerde terug naar Roeselare, en vroeg wat de artsen me aanraadden: 'Ga naar Leuven', zeiden ze. De specialist daar bevestigde meteen dat de tumor wég moest. Een race tegen de tijd."

"Zeven uur heeft de operatie geduurd. De twaalfvingerige darm moest weg, een stuk van de galblaas, een deel van de pancreas...En dan moeten de kanaaltjes naar die organen worden hersteld. Je hele buik moet open, al die organen gaan eruit, omdat je pancreas zo moeilijk bereikbaar is. De dokter had me voordien perfect uitgelegd wat er te gebeuren stond. Ik wou dat allemaal weten. Je zou kunnen denken: 'Vertel het me liever achteraf'....maar in mijn geval wás er misschien geen achteraf."

"Tussen diagnose en operatie lag hooguit anderhalve maand. Op 6 november werd ik geopereerd. Op 5 november 's avonds reed ik naar het ziekenhuis om dáár de nacht door te brengen. Ik wou absoluut de ochtendfiles vermijden. Toen ik afscheid nam van mijn vrouw en twee kinderen, had ik het even te kwaad. Ik zag dat iedereen probeerde het kopje rechtop te houden. Pakkend. Voordien had mijn omgeving veel meer gepanikeerd dan ikzelf. Ik ben van nature een optimist, en ik geloof dat positief denken je kracht geeft. Meer nog, dat het een overlevingsreflex is. Meteen na de operatie voelde ik die kracht terugkeren. Ik wist: ik háál het."

"Na de operatie heb ik meer dan twintig dagen niet gegeten. Alleen via sondes kreeg ik voeding binnen. Na die periode kon ik nog amper rechtop staan. Voor de operatie woog ik 98 kilogram, wat te veel was (lacht). Nadien: 86. Min twaalf op drie weken tijd!"

"De dokters hadden me gewaarschuwd dat ik voortaan veel sneller vermoeid zou zijn. Ik merk daar weinig van (lacht). Ik ben verbazend snel gerecupereerd. De zomer na mijn operatie heb ik weer meegereden in de Tourkaravaan; elke dag om half zeven uit de veren en pas rond middernacht in bed. Wel let ik goed op mijn voeding. Vet is uit den boze. En het is verbazingwekkend hoevéél vet een mens binnenkrijgt: een croissant, een boterkoek, een snoepje... Of fondue: ik was daar dol op, ik probeerde na mijn operatie het vet van het vlees te dippen met keukenpapier (lacht) maar dat is nogal omslachtig. Nee, dan beter vis of spaghetti. Ook met alcohol let ik goed op. Vroeger, bij het diner tijdens de Tour of bij een zakenlunch, nam ik aperitief, witte en rode wijn, een whisky toe. Nu drink ik alleen nog een glas rode wijn. Ook lekker (lacht) . Weet je, ik heb nooit het idee dat ik allerlei lekkers moet missen. Geen glas whisky kunnen drinken? Nou en? Wat stelt dat voor in vergelijking met het besef dat je dood kon zijn?"

"Ploegdirecteur zijn is een hectische job. Er is nauwelijks tijd voor vakantie. Als je dan in het ziekenhuis ligt, en je kijkt onder je deken en je ziet de sondes met paarse sappen die je lijf verlaten, dan denk je: 'Wat voor zin heeft mijn job? Als ik hieruit kom, áls, dan stop ik meteen met werken.' Maar je hebt je geëngageerd voor zo'n ploeg. Je hebt meer dan vijftig mensen in de ogen gekeken en gezegd: 'Jou werf ik aan. Jij maakt deel uit van mijn team.' Vijftig gezinnen hangen voor hun broodwinning van je ploeg af. Je draagt die verantwoordelijkheid. En dan ga je er weer voor."

"Trouwens, een mens vergeet snel. Zelfs het litteken op mijn buik merk ik nog nauwelijks op. Mocht de buitenwereld me niet aan mijn ziekte herinneren, dan zou ik er niet meer aan denken. Nu nog vragen mensen me 'Hoe gaat het?', en ik zie ze denken: 'Niet goed, waarschijnlijk...' Fout. Ze staren zich blind op het feit dat ik zoveel ben afgevallen. Zelf heb ik daar alleen maar voordeel bij. De trap oplopen of over een brug fietsen, dat gaat behoorlijk wat vlotter met twaalf kilogram minder (lacht) . Ik ben door een hel gegaan, maar ik besef: ik heb de lotto gewonnen."

"Tourwinnaar Lance Armstrong heeft enkele jaren geleden teelbalkanker overwonnen. Ik heb nog geen woord met Lance gewisseld over kanker. Ik vind ook niet dat wij lotgenoten zijn. Hij kreeg chemo, bestraling, de ene operatie na de andere... Als je zijn boek leest, Dwars door de pijngrens, tjonge, dán weet je wat lijden is. Ik ben daaraan ontsnapt. Nipt, maar toch: ontsnapt."

Naar het verhalenoverzicht