LinksSitemapContact
U bent hier:

Wetenschappelijk onderzoek. Marc Mareel: 'We willen kanker begrijpen en bedwingen'

Van het lab tot het ziekenhuis

Nieuwe behandelingsmethoden, nieuwe geneesmiddelen, nieuwe operatietechnieken. Elke vooruitgang in de strijd tegen kanker is het resultaat van jarenlang keihard werken. Hoe wetenschappers in het laboratorium komen tot een product dat beschikbaar en bruikbaar is voor kankerpatiënten, is op zijn zachtst gezegd een ingewikkelde zaak. Eerste stap is kanker begrijpen: hoe ontstaat de ziekte, hoe evolueert ze enz. Tweede stap is proberen in te grijpen: als je weet wát er misgaat, kan je proberen een middel te vinden dat die misstap corrigeert. Kijken of het middel wel doet wat ervan verwacht wordt, en of het wel in grote hoeveelheden kan worden geproduceerd, is de derde fase. In vierde instantie wordt het middel dan getest: eerst op weefsels in het lab, dan op dieren (meestal muizen) en in allerlaatste instantie op mensen (onderzoek bij mensen noemt men klinische studies). Heel dit ontwikkelingsproces van een nieuw middel mag hier dan wel in enkele regels zijn samengebracht, in de praktijk is dit een zoektocht van jaren. Tussen het maken van een nieuw middel en het op de markt brengen voor patiënten, ligt zelfs gemiddeld 13 jaar! Omdat Leven ook regelmatig bericht over het kankeronderzoek, wordt hier een artikel gewijd aan fundamenteel onderzoek, de basis van alle wetenschappelijk onderzoek.

VLK steunt kankeronderzoek

Ook de Vlaamse Liga tegen Kanker steunt het wetenschappelijk kankeronderzoek, via de Stichting Emmanuel van der Schueren. Dankzij een toelage van de VLK kan de Stichting elk jaar een aantal studiebeurzen toekennen aan jonge wetenschappers die zeer gespecialiseerd kankeronderzoek verrichten, maar geen beroep hebben kunnen doen op een beurs van de overheid. De Stichting werd genoemd naar de Leuvense hoogleraar radiotherapie Emmanuel van der Schueren, die in 1998 zelf aan kanker overleed.

"We willen kanker begrijpen en behandelen zoals we andere belangrijke ziekten begrijpen en behandelen. We willen de ziekte meester zijn. Daar zijn we tot nu toe niet in geslaagd, tot onze grote frustratie." Professor Marc Mareel (Universiteit Gent) praat over de problemen, de successen en de recente inzichten van het fundamenteel kankeronderzoek.

Tekst: Bart Van Moerkerke, uit Leven 11, juli 2001

Wat is het verschil tussen fundamenteel en toegepast onderzoek?
Professor Mareel: "Eenvoudig uitgedrukt zou je kunnen zeggen dat je bij fundamenteel onderzoek niet weet waarnaar je op zoek bent, terwijl je dat bij toegepast onderzoek wel precies weet. Toegepast onderzoek draait altijd rond een heel praktische vraag, fundamenteel onderzoek niet."
"Ik kan het onderscheid tussen beide misschien nog het best verduidelijken aan de hand van een voorbeeld. President Kennedy beloofde de Amerikanen indertijd dat hij ervoor zou zorgen dat er binnen de tien jaar een landgenoot op de maan stond, op voorwaarde dat er genoeg geld voor uitgetrokken werd. Dat gebeurde en het doel werd bereikt. Nixon lanceerde in de jaren 1970 een campagne met als grondgedachte: als we de komende tien jaar evenveel geld investeren in de strijd tegen kanker als in de race naar de maan dan is over tien jaar die ziekte overwonnen. Er is toen grote vooruitgang geboekt, maar kanker overwinnen, dat is niet gelukt, en waarom niet? Bij het maanprogramma was het doel duidelijk en de te volgen weg was gekend. Het was toegepast onderzoek. In de strijd tegen kanker was de doelstelling wel duidelijk maar de weg en de middelen om er te raken waren onbekend. Het ging om fundamenteel onderzoek."

Betekent dat dat fundamenteel onderzoek geen direct resultaat op het terrein oplevert?
Professor Mareel: "Fundamenteel onderzoek spitst zich toe op de onderliggende mechanismen, op de fundamentele problemen. Hoe werkt een kankercel? Waarin verschilt ze van een gewone cel? Hoe groeit ze? Hoe zaait ze uit? Natuurlijk hoopt elke onderzoeker dat zijn werk een toepassing zal krijgen in een nieuw geneesmiddel of een nieuwe behandeling maar hij heeft geen direct toepasbaar doel voor ogen. Fundamenteel onderzoek laat zich niet onmiddellijk vertalen naar het ziekenhuis."
"Toch levert het resultaten op. Het inzicht bijvoorbeeld in de manier waarop niertumoren lokaal spreiden, heeft geleid tot een verandering van de chirurgische techniek. Het gevolg is dat de resultaten met 60 tot 90% verbeterd zijn. Het inzicht in de manier waarop de ziekte van Hodgkin uitzaait, heeft als resultaat dat er nog weinig mensen sterven aan Hodgkin."

Welke pistes volgt het fundamenteel kankeronderzoek nu?
Prof. Mareel: "Ik zou er twee lijnen willen uitpikken: de signaaltransductie en de gentherapie. Beginnen we met de eerste. Cellen, zowel gewone cellen als kankercellen, praten met elkaar. Ze zenden en ontvangen signalen. Een signaal wordt aan de oppervlakte van de cel opgevangen door een soort antenne. Zo kan een cel bijvoorbeeld één keer per dag een signaal ontvangen dat zegt dat ze zich moet delen - wat bijvoorbeeld nodig is om oude of beschadigde cellen te vervangen. Een kankercel evenwel kan een kleine mutatie (wijziging in een gen) ondergaan hebben waardoor er een continu signaal wordt opgevangen en waardoor ze "vergeet" te stoppen met delen. Hierdoor gaat de cel ongeremd groeien en ontstaat er een tumor. Rond dat soort mechanismen, de zogenaamde signaaltransductie of het fout lopen van de communicatie tussen normale en kankercellen, wordt momenteel heel wat fundamenteel onderzoek verricht."
"Een tweede piste is die van de gentherapie. We zijn het er allemaal over eens dat kanker een ziekte is van onze genen. We kennen al heel wat stoornissen aan onze genen (we weten bijvoorbeeld welke genen een darmtumor of borstkanker kunnen veroorzaken). Iets doen aan gestoorde genen is evenwel niet zo vanzelfsprekend. In het laboratorium lukt dat wel. Voor een kankercel die bijvoorbeeld een gen tekort heeft, maken we een stukje gen na, we stoppen dat in de cel en het probleem is opgelost. Bij de mens lukt het niet om de eenvoudige reden dat we de kankercel niet vinden. Stel dat we een manier zouden vinden om ons nagemaakt stukje gen specifiek naar die kankercel te sturen, dan zetten we weer een flinke stap vooruit om de genetische afwijking in de kankercel te herstellen. Maar dat is één stukje van de puzzel dat voorlopig nog ontbreekt."

En u kan niet met zekerheid zeggen of u dat stukje zal vinden en zo ja, wanneer dat dan zal gebeuren.
Professor Mareel: "Dat is inderdaad kijken in een glazen bol. Bij fundamenteel onderzoek weet je nooit wat het resultaat zal zijn en of je die resultaten zal kunnen toepassen in het ziekenhuis. Ik geef een voorbeeld. Het fundamentele inzicht dat tumoren bloedvaten aantrekken om te groeien, is al een kwarteeuw oud. Sinds kort hebben we een aantal middelen die de groei van bloedvaten afremmen. Eén ervan is het vroegere Softenon. Het was bedoeld als kalmerend middel, maar werd uit de handel genomen toen bleek dat het bij zwangere vrouwen zware afwijkingen bij de foetus veroorzaakte. Fundamenteel onderzoek toonde aan dat een remming van de bloedvaten hiervan de oorzaak was. Toen dat bekend werd, kwam het middel in aanmerking voor de behandeling van kanker (uiteraard niet bij zwangere vrouwen). Zo zie je op een bepaald ogenblik de stukjes van de puzzel in elkaar vallen en kan je weer een stapje vooruit zetten."

Op wondermiddelen hoeven we dus niet te rekenen?
Professor Mareel: "Voor alle hoeraberichten in de media heb ik geen goed woord over. Ze geven valse hoop, mensen reizen naar de andere kant van de wereld voor een of andere experimentele behandeling waarvan nog niet zeker is of ze effect heeft... Ze houden er geen rekening mee dat hét wondermiddel tegen kanker niet bestaat. De strijd tegen de ziekte is wel een zaak van lángzame vooruitgang. En wat dat betreft, ben ik zeker niet pessimistisch. Als ik het enthousiasme zie van onderzoekers, en ik koppel dat aan de technologische vooruitgang, dan ben ik hoopvol gestemd."

Naar het verhalenoverzicht