LinksSitemapContact
U bent hier:

Wannes Van de Velde. Matroos met onbekende bestemming

Wannes Van de Velde. Foto Ivo Hendrikx "Een vechter ben ik niet, nooit geweest. Ik stapte de boot op, en ik zag wel waar de vaart heen leidde - naar het einde? Of naar een nieuw begin?" Zanger, schrijver en volbloed Antwerpenaar Wannes Van de Velde kreeg leukemie, liet zich vollopen met "aanvaarding en vertrouwen" en danste een flamenco met de dood.

Tekst: Marc Peirs, uit Leven 16, oktober 2002

"Podiummensen zijn altijd structureel vermoeid, weet je. We leven vaak 's avonds en optreden gaat als een veelvraat tekeer tegen je reserves. Maar behalve moe, voelde ik me ongemakkelijk. Ik kampte met een gejaagde en onregelmatige hartslag, met slaapstoornissen ook. Dan weet je: er zit iets fout. Chronische lymfatische leukemie, luidde de diagnose. Dat was december 2000. Meteen zeiden de dokters: 'We gaan je genezen'. Die hele ziekte was een enorme ervaring."

"Als jongeman was ik me al scherp bewust van de eindigheid en de kwetsbaarheid van de mens. Een eenvoudige ziekte kan ons verminken, onderuit halen, doden. De dood ligt altijd op de loer. Dat besef draag ik al heel lang mee. Wanneer die kans op sterven in één klap bijzonder reëel werd, heb ik dat vrij makkelijk kunnen aanvaarden en verwerken. Ik voelde geen angst, geen rebellie, geen boosheid. Ik zag de ziekte niet als een kwaadaardige invasie van buitenaf. Wél als een wezenlijk onderdeel uit mijn diepste kern - ze komt letterlijk uit mijn merg hé (lacht). Ik heb me meteen overgegeven. Me laten meedrijven; het voelde alsof ik op een schip stapte waarvan de bestemming me onbekend was: op weg naar het einde? Of naar een nieuw begin? We varen weg... We zien wel waarheen de reis ons brengt."

"Ik ben religieus maar niet gelovig. Ik bedoel: een god hoeft voor mij niet. Voor mij is de mens de kern van alle kansen en mogelijkheden van tederheid, creativiteit, affectie, ontroering. Het religieuze aspect in dat humanisme ligt volgens mij verankerd in de binding met anderen, de ontdekkingstocht in de geest en het onderzoek naar het mysterie dat dit leven is. In die zin heb ik dankzij de ziekte die religieuze gevoeligheid uitgediept. Als de dood zo nabij is, wordt het mysterie bevattelijker. Niet dat ik het mysterie ontrafelde of de zin van het leven plots begreep hoor, dat niet. Ik denk trouwens dat het leven op zich geen zin hééft. Die geef je er zélf aan. Als een soort wraak op dat zinloze bestaan (lacht)... Soit, dat heb ik in elk geval gedaan met die ziekte: er een zin aan gegeven, er iets mee aangevangen. De ziekte vertaald in creativiteit."

"Want tijdens de ziekte heb ik een constante aanwezigheid gevoeld van de creatieve impuls, van de stoutmoedigheid die de creatieve mens uitdaagt om een tip van de sluier van het mysterie op te lichten. Voor mij verliep die tocht langs het schrijven. Al jarenlang ben ik met schrijven bezig, maar al die tijd gebeurde dat in de rand van mijn andere activiteiten: als ik eens enkele dagen vrij had tussen lesgeven en optreden door. Door de ziekte is dat radicaal veranderd. Plots kreeg ik een zee van tijd in de schoot geworpen. In dagboeknotities heb ik de hele tijd afgetast hoe ik over mijn ziekte nadacht, maar ook hoe ik als rasechte stadsmens op een mogelijk ándere manier naar mijn vertrouwde omgeving ging kijken."

"Al mijn hele leven lang heb ik dat in me, dat beschouwende karakter. Ik herinner me dat ik als kleuter al een kijkertje was. Dus niéuw is het niet... maar ik vind wel dat de ziekte me geholpen heeft om nieuwe bewustzijnslagen aan te boren en nieuwe meanders in mijn denken te bevaren. Welke dat precies zijn en hoe ik als artiest veranderd ben? Ik moet je teleurstellen: anderhalf jaar na de ziekte, weet ik het zelf nog niet perfect te beschrijven. Ik wil er geen nonsens over vertellen. Alleen weet ik dat de veranderingen zich situeren op het domein van de intuïtie en de manier van kijken. Ik voel dat ik me nog meer dan vroeger kan vastpinnen op momenten, op de beschrijving van kleine dingen. Een hernieuwing van mijn belangstelling, gecombineerd met een verscherping van de focus. Zo kan ik uren lang op een plein zitten om te kijken hoe de lichten van cafés en restaurants aan gloed winnen naarmate de dag in de avond verglijdt. Dát moment, dat wil ik vatten."

"Therapeutisch schrijven? Zo zou ik het niet noemen. Ik schreef al voor ik ziek werd. Neen, de echte therapie was de chemo (lacht). Zeven behandelingen heb ik gekregen. Na de laatste is mijn haar uitgevallen. Nadien kreeg ik deze mooie donkere krulletjes (graait in zijn kroezelkopje en lacht). Ik heb met verbazing en vol bewondering gekeken hoe de medische wetenschap mijn ziekte heeft aangepakt, hoe professioneel de artsen en het verplegend personeel te werk gaan. Vertrouwen is waarschijnlijk een sleutelwoord. Ik heb van meet af aan in vertrouwen gedacht dat de ziekte tot een nieuw begin kan leiden en meteen heb ik de aanpak van de dokters in vertrouwen aanvaard. Heel even was ik droevig, toen ik dacht aan de mensen die ik bij mijn sterven zou achterlaten. Maar al snel bleek dat ik de ziekte zou overleven. Rondom mij waren van bij het begin mensen met een ongelooflijke inzet: mijn vrouw, mijn arts, het verplegende personeel. Hun bekwaamheid en positieve uitstraling waren enorm. De ziekte heeft me eigenlijk meer positieve dan beangstigende ervaringen bijgebracht."

"Je bent en blijft natuurlijk een kwetsbare mens. Ik zeg niet: angst, verdriet, pijn; daar sta ik allemaal boven, ik ben geen boeddhist hé (lacht). Dus als je dan beter wordt, is dat een fantastisch gevoel. Een herademing, noem ik het. Als mens, als Wannes, ben ik dezelfde gebleven denk ik. Misschien ben ik wat kieskeuriger in hoe ik mijn tijd doorbreng. Ik weet beter dan ooit tevoren dat mijn tijd eindig is en dat elke dag een geschenk is. In mijn creativiteit en mijn waarneming van de realiteit heeft de ziekte me meer diepgang gebracht, me laten afdalen in de humuslagen van het bewustzijn. Ik denk wel dat al die kleine, sensitieve veranderingen blijvend zijn - zo oneindig lang ga ik trouwens niet meer leven hé, neem nu nog dertig jaar (lacht uitbundig). Tussen haakjes: ik heb me in járen niet zo goed gevoeld als nu."

Naar het verhalenoverzicht