LinksSitemapContact
U bent hier:

Vroegopsporing

1. Waarom is het opsporen van baarmoederhalskanker in een vroeg stadium belangrijk?
2. Hoe kan baarmoederhalskanker opgespoord worden?
3. Hoe wordt een uitstrijkje afgenomen?
4. Voor wie is het uitstrijkje bedoeld?
5. Waar kan ik een uitstrijkje laten nemen?
6. Hoe regelmatig moet ik een uitstrijkje laten nemen?
7. Praktische tips als u een uitstrijkje laat nemen
8. Hoe en wanneer verneem ik het resultaat van het uitstrijkje?
9. Wanneer laat ik géén uitstrijkje (meer) nemen?
10. Bij welke symptomen moet ik naar de dokter?
11. Wat gebeurt er als het uitstrijkje afwijkend is?
12. Wat gebeurt er als er afwijkingen worden ontdekt?
13. Zijn er ook nadelen verbonden aan het laten nemen van een uitstrijkje?
14. Hoeveel kost een uitstrijkje?
15. Organiseert de overheid een bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker?

1. Waarom is het opsporen van baarmoederhalskanker in een vroeg stadium belangrijk?

Het wordt algemeen aangenomen dat hoe vroeger kanker ontdekt wordt, hoe beter de vooruitzichten zijn. Baarmoederhalskanker is een van de weinige soorten kanker die op een vrij eenvoudige manier en in een (zeer) vroeg stadium ontdekt kunnen worden. Baarmoederhalskanker heeft immers een aantal voorstadia. Tussen het allereerste begin en het uiteindelijke ontstaan van baarmoederhalskanker kan wel 10 tot 15 jaar liggen.
De voorstadia van baarmoederhalskanker zijn normaal goed en eenvoudig (onder plaatselijke verdoving) te behandelen.
Meer over het ontstaan van baarmoederhalskanker

2. Hoe kan baarmoederhalskanker opgespoord worden?

Baarmoederhalscellen die langdurig door HPV besmet zijn, kunnen gaan veranderen. Ze zien er dan anders uit dan normale baarmoederhalscellen. Het zijn die abnormale baarmoederhalscellen die met een baarmoederhalsuitstrijkje, of kortweg uitstrijkje, kunnen worden opgespoord.
Nieuw is dat men tegenwoordig ook kan nakijken of u een HPV-besmetting hebt. De HPV-test wordt gedaan op het uitstrijkje dat is afgenomen. U hoeft dus geen extra onderzoeken te ondergaan. Het voordeel van zo'n test is dat als blijkt dat u niet besmet bent met HPV, u langer kunt wachten voordat u een volgend uitstrijkje laat nemen. In plaats van 3 jaar, kan u bijvoorbeeld 5 tot zelfs 8 jaar wachten.

Naar boven

3. Hoe wordt een uitstrijkje afgenomen?

Het onderzoek zelf neemt meestal niet meer dan enkele minuten in beslag. U wordt gevraagd met opgetrokken benen op de onderzoeksbank te gaan liggen. Uw voeten steunen op deze bank of op speciale beensteunen. Om de baarmoedermond goed zichtbaar te maken, is het nodig dat de vagina wat verder wordt geopend. Dat gebeurt met een metalen of plastic instrument, het speculum.
De arts brengt het instrument in gesloten vorm voorzichtig in en opent het dan langzaam. De baarmoedermond wordt nu goed zichtbaar, zodat de arts een uitstrijkje kan nemen van cellen in het overgangsgebied van de baarmoedermond naar de baarmoederhals.
De arts ‘strijkt' met een borsteltje wat slijm met cellen van de baarmoedermond, vandaar de naam ‘uitstrijkje'. De afgestreken celletjes worden onderzocht in een laboratorium.
Het laten maken van een uitstrijkje is normaal pijnloos. Sommige vrouwen vinden het wel onaangenaam.

Naar boven

4. Voor wie is het uitstrijkje bedoeld?

Vrouwen tussen 25 en 64 jaar zouden om de 3 jaar een uitstrijkje moeten laten nemen.
Een groot deel van de Belgische vrouwen uit deze doelgroep (40 op de 100 vrouwen!) laat helaas nooit een uitstrijkje nemen. Daardoor lopen ze een groter risico om baarmoederhalskanker te ontwikkelen. Door regelmatig een uitstrijkje te laten nemen, kan baarmoederhalskanker in een vroeg stadium worden ontdekt, of zelfs in een stadium, waarbij van kanker zelf nog geen sprake is (voorstadium).

Naar boven

5. Waar kan ik een uitstrijkje laten nemen?

U kan zowel bij de huisarts als bij de gynaecoloog een uitstrijkje laten nemen.

Naar boven

6. Hoe regelmatig moet ik een uitstrijkje laten nemen?

Vrouwen uit de doelgroep
laten het best om de 3 jaar een uitstrijkje nemen. In geval van een afwijkend uitstrijkje, zal u vaker een uitstrijkje moeten laten nemen.
Veel vrouwen laten jaarlijks een uitstrijkje nemen, veelal op vraag van hun arts, ook al is het uitstrijkje telkens normaal. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt echter dat dit absoluut niet nodig is. In het Nederlandse en Finse bevolkingsonderzoek worden vrouwen zelfs maar om de 5 jaar opgeroepen voor een uitstrijkje. Deze landen hebben in Europa de laagste cijfers voor nieuwe gevallen van baarmoederhalskanker.

Naar boven

7. Praktische tips wanneer u een uitstrijkje laat nemen

Als u van plan bent om een uitstrijkje te laten maken, dan houdt u het best rekening met volgende zaken:

  • U laat het best een uitstrijkje nemen bij een dokter bij wie u zich op uw gemak voelt. Het staat u bijvoorbeeld vrij om naar een vrouwelijke arts te vragen omwille van religieuze of andere redenen.
  • Het onderzoek gaat makkelijker als uw blaas leeg is en wanneer u uw buik ontspant. U gaat dus het best nog even naar het toilet vlak vóór het onderzoek.
  • Vermijd binnen de 48 uur voor het onderzoek seksuele betrekkingen. Vermijd ook vaginale douches en gebruik geen tampons, zaaddodende crèmes, vaginale zeep enz. Al die factoren kunnen het onderzoeksresultaat vertekenen.
  • Mocht u makkelijk pijn hebben bij geslachtsgemeenschap of hebt u toch pijn of ongemak ervaren bij een vorig onderzoek, dan kunt u dit bij het onderzoek ter sprake brengen. De arts kan in dat geval een kleiner speculum gebruiken.
  • U kunt na het uitstrijkje wat bloedverlies hebben. U hoeft zich daarover geen zorgen te maken.

Naar boven

8. Hoe en wanneer verneem ik het resultaat van het uitstrijkje?

De arts stuurt het uitstrijkje naar een laboratorium. Daar worden de cellen van de baarmoederhals onder een microscoop bekeken.
Na een dag of veertien krijgt de arts het resultaat. Veel artsen nemen alleen contact op met de vrouw indien het uitstrijkje afwijkende cellen vertoont of indien het uitstrijkje niet goed beoordeeld kan worden. Dat laatste is soms het geval als er te weinig cellen, of niet de juiste cellen in het afgestreken slijm zitten. Een nieuw uitstrijkje kan ook nodig zijn indien er wat bloed in het uitstrijkje zat. Laat daarom geen uitstrijkje nemen als u ongesteld bent.
Is het uitstrijkje afwijkend, dan is soms bijkomend onderzoek nodig.

Naar boven

9. Wanneer laat ik géén uitstrijkje (meer) nemen?

  • U laat geen uitstrijkje nemen op het moment dat u ongesteld bent. Het uitstrijkje kan dan immers minder goed worden beoordeeld.
  • Ook als u zwanger bent of net bent bevallen of borstvoeding geeft, wacht u tot een zestal maanden na de bevalling. Tijdens de zwangerschap ondergaat de baarmoederhals immers een aantal veranderingen.
  • Een vaginale infectie, bloed- of slijmverlies moeten eerst worden behandeld voordat een uitstrijkje kan worden genomen.
  • Als uw baarmoeder en baarmoederhals zijn verwijderd, is het niet meer nodig om een uitstrijkje te laten nemen. Mocht u een uitnodiging ontvangen voor een uitstrijkje (via de provincie bijvoorbeeld), neem dan contact op met de organisatie die de uitnodiging heeft verstuurd. Dan krijgt u in het vervolg geen uitnodiging meer.

Naar boven

10. Bij welke symptomen moet ik naar de dokter?

Vrouwen tussen 25 en 64 jaar wordt aangeraden om de 3 jaar een uitstrijkje te laten nemen. De uitslag van het uitstrijkje is echter een momentopname. Een goede uitslag is geen garantie dat alles in orde blijft totdat u opnieuw een uitstrijkje laat maken. Ga daarom zeker naar uw huisarts of gynaecoloog als u tussendoor last zou krijgen van:

  • hinderlijke afscheiding uit de vagina
  • bloedverlies tijdens of vlak na de geslachtsgemeenschap
  • bloedverlies buiten de menstruatie
  • bloedverlies als u een jaar of langer niet meer ongesteld bent geweest

Soms is het bloedverlies niet meer dan een paar bruine veegjes.

Naar boven

11. Wat gebeurt er als het uitstrijkje afwijkend is?

Zijn er in het uitstrijkje kleine afwijkende cellen gevonden, dan is er zeker geen reden tot paniek. De arts zal na een aantal maanden opnieuw een uitstrijkje maken. De kans is groot dat bij het volgende uitstrijkje geen afwijkende cellen meer worden gevonden. Het afweersysteem van het lichaam heeft de cellen dan zelf opgeruimd. Dat kan wel één tot anderhalf jaar duren.
Blijft het uitstrijkje afwijkend, of gaat het om matige tot ernstige afwijkingen, dan is verder onderzoek nodig. Dat gebeurt door middel van een colposcopie bij de gynaecoloog. Bij dit onderzoek wordt er met een vergrootglas naar de baarmoederhals gekeken. Afwijkingen kunnen zo goed gezien worden. Eventueel wordt er een stukje weefsel of biopsie genomen. Meestal zijn de resultaten van de biopsie binnen de twee weken bekend. Op basis van die resultaten zal de arts beslissen wat er verder moet gebeuren.

Naar boven

12. Wat gebeurt er als er afwijkingen worden ontdekt?

Bij hoogafwijkende letsels (erg afwijkende cellen) is de behandeling gebaseerd op het verwijderen van het letsel onder plaatselijke verdoving. Een andere term die artsen voor deze erg afwijkende cellen gebruiken is HSIL of carcinoma in situ. Carcinoma in situ betekent plaatselijke kanker, een kanker die nog niet is doorgedrongen naar de omliggende weefsels. De ingreep zelf duurt maximaal 15 minuten en u kunt kort na de ingreep naar huis gaan.

Naar boven

13. Zijn er ook nadelen verbonden aan het laten nemen van een uitstrijkje?

Met het uitstrijkje worden vooral voorstadia van baarmoederhalskanker opgespoord. Dit is nog geen kanker. Door een voorstadium te behandelen, wordt voorkomen dat baarmoederhalskanker ontstaat. Dat is een belangrijk voordeel aan het regelmatig laten nemen van een uitstrijkje. Door een uitstrijkje om de 3 jaar kan ook baarmoederhalskanker zelf in een vroeg stadium worden ontdekt. Men gaat ervan uit dat daardoor de kans groter is dat de behandeling succes heeft. Meestal is de behandeling ook minder zwaar. Toch zijn er ook een aantal nadelen die u in overweging dient te nemen voor u beslist om een uitstrijkje te laten maken:

  • Soms zou een voorstadium zonder behandeling vanzelf over zijn gegaan. In dat geval was de behandeling dus eigenlijk niet nodig en bent u ongerust geweest voor niets.
  • Het maken van het uitstrijkje en het wachten op het resultaat kan spannend zijn en u angstig en ongerust maken.
  • Wordt een afwijking gevonden in het uitstrijkje, dan is het nog altijd niet zeker of u baarmoederhalskanker of een voorstadium heeft. U zult bijkomend onderzoek moeten ondergaan, dat u angstig en ongerust kan maken.
  • Een klassiek uitstrijkje mist af en toe ook afwijkingen. Daarom wordt aanbevolen om de 3 jaar een uitstrijkje te laten maken. Door hier ook een goede HPV-test aan toe te voegen, zal het uitstrijkje minder afwijkingen missen. Bovendien kan de tijd tussen uitstrijkjes dan worden verhoogd naar 5 of zelfs 8 jaar.

Naar boven

14. Hoeveel kost een uitstrijkje?

Het laten maken van een uitstrijkje is (voorlopig nog) niet gratis in België. De raadpleging en het uitstrijkje worden terugbetaald, maar u moet wel nog het remgeld betalen.
Behalve de raadpleging zelf betaalt u ongeveer 4,50 euro extra voor het uitstrijkje. Daarvan betaalt u zelf nog ongeveer 1,10 euro. Mensen met een verhoogde tegemoetkoming krijgen het volledige bedrag van het uitstrijkje terugbetaald.
Hoeveel u daarnaast voor de raadpleging zelf betaalt en terugkrijgt, is afhankelijk van de arts waarbij u op consultatie gaat (huisarts of gynaecoloog, geaccrediteerd of niet). Daarnaast moet u achteraf ook nog het remgeld betalen voor de kosten van het laboratorium.
Sinds 1 juli 2009 wordt maar één strijkje om de 2 jaar meer terugbetaald. Bijkomende uitstrijkjes worden alleen nog terugbetaald als er bij het eerste onderzoek afwijkingen worden vastgesteld. Dit moet voorkomen dat vrouwen vaker dan nodig een uitstrijkje laten nemen.

Naar boven

15. Organiseert de overheid een bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker?

In verschillende Europese landen, waaronder bijvoorbeeld Nederland, loopt een bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. Vrouwen die tot een welbepaalde leeftijdscategorie behoren, worden er regelmatig opgeroepen om gratis een uitstrijkje te laten maken. In België zijn de gewesten (het Vlaamse, het Waalse en het Brusselse Gewest) bevoegd voor het organiseren van bevolkingsonderzoek. Voorlopig is er nog geen veralgemeend Vlaams bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. Dat is er bijvoorbeeld wel voor borstkanker. Nochtans raadt Europa zijn lidstaten aan om ook voor baarmoederhalskanker een bevolkingsonderzoek op te zetten. De meeste provinciebesturen organiseren individueel acties. Die gaan van het informeren van vrouwen tot het uitnodigen voor een uitstrijkje en het registreren van de deelname hiervoor. Dat uitstrijkje is wel niet gratis. De Vlaamse overheid ondersteunt de initiatieven van de provincies. De Vlaamse overheid laat momenteel onderzoeken hoe de vroege opsporing van baarmoederhalskanker kwaliteitsvoller en op een meer georganiseerde manier kan verlopen. De overheid heeft de intentie om een model van bevolkingsonderzoek voor te leggen aan de Vlaamse werkgroep bevolkingsonderzoek, een groep experts die de Vlaamse minister adviseert over bevolkingsonderzoeken.

Naar boven