LinksSitemapContact
U bent hier:

Voetbaltrainer Hugo Broos over het verlies van broer en moeder

Palliatieve zorg
Op een groeiend aantal plaatsen in Vlaanderen is het mogelijk gespecialiseerde hulp te krijgen als een patiënt zich in de eindfase van zijn leven bevindt. Palliatieve zorg is er voor iedereen, thuis, in het ziekenhuis of in het rusthuis.
Meer info en adressen op deze website of bij de Vlaamse Kankertelefoon op 078/150.151 (elke werkdag van 9 tot 17 uur).

Schrijf ons!
Stuur uw reactie op artikels uit Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.

Hugo Broos. Foto Eric de Mildt In de directe omgeving van gerenommeerd voetbaltrainer Hugo Broos heeft kanker twee lelijke tackles gepleegd: eerst broer, daarna moeder van het levensveld gemaaid. Achter de heldere oogopslag van Hugo sluimert verdriet in uitgesteld relais, maar hij blikt vooruit: 'Aan de dood denk ik niet.'

Tekst: Marc Peirs, uit Leven 40, oktober 2008

'Die laatste dag van moeder… een maandag in februari. Ik stond net klaar om te gaan fietsen. Mijn zus belde: "Kom hierheen, naar het ziekenhuis, naar moeder". Ik: "Is het zo erg?" Zij: "Ja. Kom nu". Onmiddellijk vlamde ik naar het ziekenhuis. Ik vond moeder kortademig, nauwelijks in staat om te praten. Ze voelde druk op haar borstkas; er werd een scan genomen. Een duo cardiologen kwam. Een minuut later komt één van hen naar buiten: "Jullie moeder is zonet gestorven". Zo snel kan het gaan. Knip. Voorbij, dat leven.'
'Mijn frank viel pas later. Terwijl mijn zus en ik aan haar ziekbed zaten, zei moeder om de haverklap "Moeten jullie nog niet weg?". Ze wou niet sterven terwijl wij erbij waren. Dus toen ze even alleen was met de cardiologen, liet ze zich gaan, ging ze weg. Niemand had verwacht dat ze die dag zou doodgaan. Moeder was er wel slecht aan toe, maar stérven? Neen.'

Energieke stem

'Een jaar eerder was ze nog een kwieke, levenlustige vrouw. 86 was ze. En ze woonde op haar eentje. Deed de was en de plas. Ze kreeg problemen met de stoelgang. De dokters waarschuwden haar dat ze op tijd en stond op controle moest. Maar ze liet dat na, omdat ze geen échte last ervoer. Dan viel de diagnose: darmkanker met uitzaaiingen. In juni 2007 was dat. Ze kreeg chemopillen voorgeschreven. Met een prima resultaat: ze at en dronk weer alles wat ze wou, ze was weer mijn moeder van vroeger, ze had haar knallende, energieke stem terug. Had ik haar aan de telefoon, dan zei ik: "Jà, moeder, ik hoor het, het gaat goed, want ik moet de telefoonhoorn een meter van mijn oor houden" (lacht).
'In februari dit jaar bleek dat sommige uitzaaiiingen groter waren geworden. De dokter besloot een extra dosis chemo te geven, via een infuus. Ik vind het jammer dat mijn zus en ik daarvan niet op de hoogte werden gebracht, want ik had zéker om meer uitleg gevraagd over het hoe en waarom. Twee weken later is moeder opgenomen in het ziekenhuis. En nog een week later was ze dood. Enerzijds ben ik blij dat moeder een lange doodsstrijd bespaard is gebleven. Anderzijds: het ging plots allemaal zo snel dat ik geen afscheid heb kunnen nemen. Ik moet eerlijk toegeven dat ik niet zo’n prater ben, niet zo’n emotioneel mens. Maar moeder is eigenijk gestorven zonder dat ik het goed en wel besefte. Ik had het toch liever… (stokt even) …. ànders gehad.'

Verschrikkelijke jaren

'Ook van mijn broer heb ik niet echt afscheid genomen. Maar de omstandigheden waren heel anders. Ik was op traingskamp in Spanje met Moeskroen, de club die ik toen trainde, in 2000. Mijn schoonzus belde me: "Met Patrick gaat het niet goed. Kom". Ik heb vanuit Spanje meteen het vliegtuig naar huis genomen. De hele tijd aan boord heb je maar één wens: dat Patrick nog leeft als je aankomt. Dat was zo. Maar hij was in comateuze toestand. Ik ben de hele nacht in het ziekenhuis bij mijn broer gebleven. Een onrustige nacht. Twee dagen later is hij gestorven.'
'Hersentumor. Amper 37. Patrick werd geopereerd aan de tumor terwijl zijn vrouw in het ziekenhuis lag te bevallen van hun tweede kindje. Toen dat ukje twee jaar was, is Patrick gestorven. Zijn andere zoontje was toen vier. Verschrikkelijke jaren voor mijn schoonzus, en voor Patrick zelf natuurlijk. Ik? Ik was in die tijd druk bezig als trainer. Ambitieus, een carrière uitbouwen, hard werk, vaak in het buitenland… Ik heb niet echt met mijn broer gepraat, van man tot man, van broer tot broer. Mijn vrouw heeft die taak van me overgenomen. Een lunch, een goed gesprek. Zij deed dat. Nu heb ik daar vaak spijt van, dat ik niet méér tijd in mijn broer kon investeren. Nu denk ik soms van potverdorie. Maar ik zei het al, ik ben niet zo’n emotioneel mens. Voor ik mijn emoties blootgeef...'

Vijf minuten huilen

'Hoewel, er komen deuken in dat pantser. Weet je, ik heb mijn vader verloren toen ik 16 was. Hartinfarct, en overleden in de ambulance onderweg naar het ziekenhuis. De daaropvolgende dagen ging ik elke dag na schooltijd per fiets naar vader kijken op zijn sterfbed. Ik hield me kranig. Maar tijdens de begrafenis van vader zag ik mijn beste vriend. Toen ben ik onbedaarlijk beginnen huilen. Ook toen moeder stierf: op het moment zelf hou ik mijn emoties onder controle, maar tijdens de begrafenis stort ik in. Even toch. Vijf minuten huilen. Dat lucht op. Dan is alles eruit.'
'Mijn carrière is grotendeels gemaakt, nu. Nu merk ik dat er tijd vrijkomt om te denken aan vroeger. Hou ouder ik word, hoe vaker er herinneringen aan Patrick, moeder en vader binnendringen. Ik ben er 56. Zes jaar ouder dan mijn vader ooit was. Ik heb twee dochters en een zoon en drie kleinkinderen – iets wat mijn vader nooit heeft meegemaakt. Of mijn broer: die ziet niet hoe de jongste van zijn twee zoontjes als twee druppels water op hem lijkt. Beetje dromerig, geen jongensachtige kapoen, een denkertje… Ik zie mijn broer. In zijn zoontje.'

Gescheiden werelden

'Toen Patrick stierf, op een vrijdag, kon ik onmogelijk in het weekend de match van Moeskroen bijwonen als trainer. Dat lukte niet. Toen moeder stierf, heb ik in de weekendmatch wél Genk gecoacht. Datzelfde weekend ben ik trouwens ontslagen als trainer. En de dinsdag daaropvolgend werd moeder begraven. Is dat hard? Was het bestuur menselijker geweest om me pas enkele dagen later mijn ontslagbrief te geven? Ach, weet je, ik hield en hou die twee werelden liefst gescheiden, privé en professioneel. Het voetbal is zeker een harde biotoop. En misschien neem ik dat pantser iets te vaak mee in mijn hele leven. Tja. De aard van het beestje zeker? Ik toon mijn gevoelens heel zelden, tenzij aan een beperkt aantal mensen.'
'Vader, moeder, broer… Er is heel veel dood rondom me geweest tot nu toe. En toch. Ik leef niet als een angsthaas; ben nooit overbezorgd geweest voor mijn kinderen en koester geen vrees voor mijn kleinkinderen. De dood? Hoe raar het ook mag klinken: ik ben daar niet mee bezig. Ik weet dat ik een goed leven heb. De dood mag daar nu vér van wegblijven (lacht).'

Naar het verhalenoverzicht