Voetballer Walter Baseggio. De wedstrijd die hij moet winnen
Schrijf ons!Stuur uw reactie op artikels uit Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.
De belangrijkste wedstrijd van Walter Baseggio speelt zich niet af op de grasmat maar in zijn eigen lichaam, tegen schildklierkanker. De voetballer treedt zijn vijand vol vertrouwen tegemoet, met open vizier en een flinke portie levenslust. Hij is aan de winnende hand maar de strijd is nog niet gestreden.Tekst: Bart Van Moerkerke, foto: Belga/Virginie Lefour, uit Leven 45, januari 2010
Een vrijdagmiddag in oktober, de catacomben van het stadion van voetbalclub Excelsior Moeskroen. De kleedkamerdeur zwaait open en een breed glimlachende Walter Baseggio stapt naar buiten. De Belg met Italiaanse roots ziet er pico bello uit in zijn trainingsjack, haar perfect gemodelleerd met gel, beginnend ringbaardje. Het liefst zou de vroegere middenvelder van Anderlecht en de Rode Duivels morgenavond om 20 uur het groene gras oplopen om zijn huidige ploeg Moeskroen naar de drie punten te leiden. Maar de mannen die het morgen zullen moeten doen, zijn nog volop aan het trainen. Walter Baseggio werkt nog aan zijn basisconditie nadat kanker aan de schildklier hem ruim twee maanden op non-actief zette.
Dat er iets aan de hand was, werd eind juni ontdekt tijdens de traditionele medische controle bij het begin van het voetbalseizoen. ‘Mijn bloedwaarden waren niet normaal en de dokter voelde een zwelling aan mijn keel. Een echografie bevestigde dat daar iets zat. Er werd wat vocht en celmateriaal uit het knobbeltje gehaald, en na analyse bleek een operatie onvermijdelijk. Op 10 juli werd mijn schildklier volledig weggehaald. Onderzoek van het gezwel toonde aan dat het om een kwaadaardig gezwel ging, dat gelukkig nog niet uitgezaaid was.’
U heeft in zekere zin geluk gehad.
‘Absoluut. Ik had echt nog niets gevoeld. Was ik geen profvoetballer geweest, dan had ik wellicht pas over enkele maanden of zelfs jaren een dokter opgezocht.’
Wat was uw reactie op de diagnose kanker?
‘Ik was in de dagen voor de operatie al voorbereid op slecht nieuws. Het woord kanker boezemt natuurlijk nog altijd veel angst in. Ik ben zeer positief ingesteld maar ook ik heb me in het begin wel eens afgevraagd: waarom ik? Maar er zijn zoveel mensen die kanker hebben en ertegen moeten vechten. Dat is het leven. Ik besef wel dat het des te zwaarder is voor mensen die alles van nature door een negatieve bril bekijken.’
Heeft u gevreesd voor uw carrière, voor uw leven zelfs?
‘Mijn carrière was zeker niet mijn belangrijkste zorg. Ik voetbal doodgraag maar ik ben 31 jaar. Over vijf, zes jaar zit mijn carrière er sowieso op. Ik wilde weer gezond worden, dat was vanaf de diagnose mijn doel. Ik heb op geen enkel moment gedacht dat ik het niet zou halen. Je moet strijden, altijd, en je moet altijd positief zijn. Het heeft geen zin de armen te laten zakken. Alleen al voor mijn vrouw en mijn dochtertje wil ik er vol voor gaan.’
Welke behandeling kreeg u?
‘Bij de operatie werd mijn schildklier volledig weggenomen. Na vijf weken rust volgde een behandeling met een hoge dosis radioactief jodium om de nog achtergebleven restjes schildklierweefsel te vernietigen. Omdat ik daarna geen rechtstreeks contact mocht hebben met anderen, verbleef ik gedurende vijf dagen in quarantaine in het ziekenhuis (zie ook over de behandeling van schildklierkanker hieronder, nvdr). Alleen de dokters en het verplegend personeel kwamen af en toe eens enkele seconden in de kamer binnen, voor de rest zag ik niemand. Dat waren zeer zware dagen.’
Neemt u nu nog geneesmiddelen?
‘Ik moet mijn hele leven schildklierhormoon innemen om de werking van de schildklier te compenseren. Het bepalen van de juiste dosis is niet zo vanzelfsprekend. Ik moet regelmatig op doktersbezoek voor een bloedafname waarna dan de dosis wordt aangepast tot ze helemaal juist zit.’
Wat hebben de operatie en de behandeling gedaan met uw lichaam?
‘Dat valt eigenlijk best mee. Nadat mijn schildklier was weggenomen, kwam ik wel in razendsnel tempo bij. Tijdens mijn quarantaine was ik meer dan twee kilogram aangekomen zonder dat ik veel had gegeten. Sinds ik schildklierhormoon neem, is dat vervelende neveneffect verdwenen. Voor het overige heb ik weinig problemen, ook niet met vermoeidheid. De dokters hadden me gezegd dat het vier tot zes maanden kon duren vooraleer ik weer aan voetballen toe kwam. Na twee maanden stilzitten, begon ik me al flink te vervelen. Ik wilde terug het veld op. Sinds 18 september ben ik aan het trainen.’
Kreeg u veel steun van collega’s en mensen uit de voetbalwereld?
‘Moeskroen heeft me perfect begeleid, veel ploegmaats en ex-ploegmaats belden me op. Wat me veel deugd deed, waren de steunbetuigingen van de Anderlecht-supporters. Al die steun heeft me echt geholpen. Nu heb ik soms de indruk dat anderen nog meer met mijn ziekte bezig zijn dan ikzelf. Op straat word ik er nog vaak over aangesproken, ook mijn ploegmaats vragen me nog dikwijls hoe het met me gaat. Als ze me bezig zien, begrijpen ze niet dat ik kanker heb. Ik ben dezelfde persoon als vroeger: ik wil lachen, plezier maken, me amuseren.’
Het duurde lang, tot eind augustus, voor uw ziekte de media haalde. Heeft u het slechte nieuws bewust voor uzelf gehouden?
‘Neen, iedereen wist dat ik een operatie aan de schildklier moest ondergaan, ook de journalisten. In de weken tussen de operatie en de behandeling met radioactief jodium heb ik me wel op de achtergrond gehouden, ik wilde zoveel mogelijk rust. Maar ik had of heb helemaal geen probleem om over mijn ziekte te spreken.’
Hoe liggen uw kansen op definitieve genezing?
‘Er zijn nog enkele vlekjes te zien in mijn keel maar de dokters verzekeren me dat dit normaal is. Mijn bloedwaarden zijn in orde, het ziet er voorlopig goed uit. Maar het is nog veel te vroeg om te zeggen dat ik genezen ben. Pas over enkele maanden weet ik meer.’
De behandeling van schildklierkanker
Dokter Annick Van den Bruel van het AZ Sint-Jan Brugge is endocrinologe, specialiste in klieren die hormonen afscheiden. De schildklier is er daar één van. ‘Eenvoudig gezegd regelt schildklierhormoon het energiegebruik van het lichaam. Eén van de gevolgen van een tekort aan schildklierhormoon is het opstapelen van gewicht en vocht. Dat verklaart waarom Walter Baseggio bijkwam toen zijn schildklier was verwijderd en hij nog geen schildklierhormoon toegediend kreeg.’
Ongeveer 95 procent van de schildklierzwellingen zijn goedaardig, slechts een kleine minderheid is kwaadaardig. De meeste schildklierkankers groeien langzaam, bij een tijdige diagnose is de kans op genezing zeer groot. Hoe wordt een kwaadaardige schildkliertumor behandeld? Dokter Van den Bruel: ‘De schildklier en de kanker worden eerst operatief zo volledig mogelijk weggenomen. Dikwijls blijven nog minuscule deeltjes schildklierweefsel zitten. Om te begrijpen hoe we die vernietigen, moet ik eerst vertellen dat een schildklier jodium opneemt om schildklierhormoon te kunnen produceren. Ook het overgrote deel van de kwaadaardige schildkliergezwellen behoudt die eigenschap om jodium op te nemen. En die eigenschap gebruiken we bij de nabehandeling. We vernietigen eventuele schildklierrestjes door ze te bestralen met een hoge dosis radioactief jodium. De vlekjes waarover Walter Baseggio spreekt, zijn wellicht plekjes waar het radioactief jodium zijn werk heeft gedaan. Dat is een situatie zoals we die meestal zien bij dergelijke behandelingen.’
De bestraling met radioactief jodium gebeurt van binnenuit, na inname van een capsule via de mond. Daardoor is de bestralingsconcentratie in de kankercellen hoog, terwijl het omliggende gezonde weefsel maar weinig straling krijgt. ‘Patiënten die bestraald zijn met een hoge dosis radioactief jodium moeten drie tot zeven dagen in quarantaine blijven omdat de straling schadelijk kan zijn voor personen in hun omgeving,’ zegt dokter Annick Van den Bruel. ‘Ze verblijven dan in een speciale verpleegkamer. Een fysicus meet met een stralingsmeter de activiteit in de patiënt. Pas als die voldoende is gedaald, mag hij of zij naar huis.’






