Voedingsproblemen tijdens de behandeling. Diëtiste Wiebke Van Gorp: 'Eet vooral waar je zin in hebt'
Bekijk hier de pdf van het artikel 'Voedings-problemen tijdens de behandeling'
Meer lezen
Schrijf ons!
Stuur uw reactie op artikels uit Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.
Voeding is een belangrijk onderdeel in de zorg voor mensen met kanker. Wiebke Van Gorp, die als oncodiëtiste in het AZ Sint-Dimpna in Geel mensen met kanker begeleidt, geeft tekst en uitleg en praktische tips bij tien veel voorkomende problemen.
Tekst: An Van de Velde, foto Wiebke Van Gorp: Ivo Hendrikx, uit Leven 50, april 2011
Wat houdt goede voeding tijdens een kankerbehandeling in?
Wiebke Van Gorp: 'Belangrijk is dat mensen genoeg voedingsstoffen binnenkrijgen om de dag door te komen en sterker te staan voor de therapie die ze nodig hebben. Evenwichtige voeding met voldoende groenten en fruit en voedingsvezels blijft belangrijk, maar de klassieke principes van gezonde voeding verdwijnen even op de achtergrond. Wat telt is dat je genoeg calorieën binnenkrijgt om de strijd tegen kanker aan te gaan.'
'Forceer niets, eten mag vooral geen obsessie worden. Eet zoveel mogelijk waar je zin in hebt. Zelfs dát is niet altijd evident. Na een chemotherapie bijvoorbeeld kan je behoorlijk misselijk zijn. Veel mensen grijpen dan naar licht verteerbare kost, zoals een yoghurtje of toast met bouillon. Maar als er íets is waar je op dat moment zin in hebt, zoals steak met frieten, probeer het dan gewoon.'
Veel kankerpatiënten vermageren. Wat doen zij het best?
Wiebke Van Gorp: 'Als je vermagert als je kanker hebt, is dat een teken dat de ziekte of de behandeling meer energie vraagt. Of misschien ben je minder gaan eten. Dan kan het nodig zijn om de calorieën op te voeren. Meestal overlopen we samen de voedingsgewoonten en voeren dan kleine aanpassingen door. Vetten en suikers kan je gemakkelijk verhogen. Meer boter smeren bijvoorbeeld of echte boter gebruiken in plaats van minarine. Ik geef tips, maar verplicht mensen niet. Als je zwarte koffie drinkt, is het niet evident om plots melk en suiker toe te voegen.'
Waarom kan je het best veel drinken?
Wiebke Van Gorp: 'Chemotherapie blijft in het lichaam circuleren. Veel drinken na een behandeling kan helpen om de afvalstoffen sneller af te voeren. Wat drink je dan het best? Water, zou je denken, maar niet altijd. Eén van mijn eerste tips als mensen slecht eten en fel vermageren, is suikerrijke drankjes nemen. Het verschil tussen anderhalve liter water, koffie of thee en anderhalve liter frisdrank of fruitsap is op het eind van de dag 600 calorieën. Voor sommige mensen al behoorlijk wat. Zeker wanneer vaste voeding moeilijk is, bijvoorbeeld bij tumoren in de mond of de keel.'
Mag je alcohol drinken tijdens de behandeling?
Wiebke Van Gorp: 'Alcohol is een toxische stof en kan interfereren bij een behandeling. Daarom wordt het zoveel mogelijk afgeraden, maar niet absoluut verboden. Af en toe een glaasje mag, maar maak er geen gewoonte van.'
Is een dieet zinvol tegen kanker?
Wiebke Van Gorp: 'Sommige kankerpatiënten volgen een specifiek dieet, zoals het Moerman- of het Driesdieet, met veel volkorenproducten, groenten en fruit, weinig suikers en vetten, min of meer vegetarisch en geen geraffineerde producten. Kenmerkend zijn grote hoeveelheden rauwkost. Dat geeft een enorme verzadiging, maar bijna geen calorieën, en die heb je als patiënt wél nodig. Er kruipt ook nogal wat energie in de bereiding én de verwerking in het lichaam. Je moet behoorlijk kauwen en ook de vertering duurt langer. Als iemand zich daar goed bij voelt, zal ik dat niet afraden. Laat je sowieso begeleiden, hier en daar bijsturen door een diëtiste, bijvoorbeeld om verder vermageren te voorkomen.'
Zijn voedingssuplementen aangewezen tijdens de behandeling?
Wiebke Van Gorp: 'Probeer zoveel mogelijk vitaminen en mineralen uit je voeding te halen. Zo worden ze ook beter opgenomen in het lichaam dan in tabletvorm. Natuurlijk zijn er specifieke behoeften. Soms kunnen supplementen nuttig zijn, maar voorzichtigheid blijft geboden want ze kunnen interfereren met de behandeling. Overleg in ieder geval met je oncoloog vóór je supplementen neemt.'
Nog een laatste tip?
Wiebke Van Gorp: 'Praat erover. Dat geldt eigenlijk voor alles. Je komt regelmatig in het ziekenhuis en elke keer hoor je: "Hoe gaat het?" Een standaardvraag, ja. Maar je hoeft geen standaardantwoord te geven. Dat is hét moment waarop je kan doorgeven – via de verpleging – wat er misloopt. Vertel dat je bijvoorbeeld verschrikkelijk misselijk geweest bent na de chemotherapie, of dat je last hebt van constipatie. Kaart problemen aan en blijf er niet mee zitten. Eenvoudige maatregelen kunnen vaak de klachten helpen te verminderen.'
10 x advies. Als eten moeilijk is
1. Gebrekkige eetlust
- Probeer zo veel mogelijk te drinken, bij voorkeur dranken die calorieën bevatten zoals melk(dranken), vruchtensappen, frisdranken .
- Probeer kleine maaltijden te eten, verspreid over de dag.
- Drink niet vlak voor of tijdens de maaltijd.
- Een korte wandeling voor het eten wekt de eetlust op. Of drink een aperitief of een kopje bouillon, een half uurtje vóór de maaltijd. Ook een appel wekt bij sommige mensen de honger op.
- Dwing jezelf niet om te eten als het echt niet gaat.
- Het kan zijn dat u ‘s nachts honger krijgt. Gebruik die momenten om iets te eten of te drinken: kant-en-klare hapjes, blokjes kaas of salami, uw favoriete snack.
2. Smaak- en geurveranderingen
Wat u vroeger lekker vond, kan plots weerzin opwekken.
- Koude maaltijden worden vaak beter verdragen dan warme gerechten. Vervang de warme maaltijd door een broodmaaltijd, bijvoorbeeld met een slaatje en fruit als tussendoortje.
- Friszure voedingsmiddelen en dranken geven een fris gevoel in de mond. Neem bijvoorbeeld vers fruit zoals ananas.
- Vermijd producten met sterke smaken en geuren. Neutrale voeding zoals pasta en rijst veroorzaken meestal minder tegenzin. Experimenteer met nieuwe smaken en bereidingen. Nieuwigheden vallen misschien wel in de smaak.
- Drink voldoende om een vieze smaak in de mond te voorkomen of weg te werken.
- Zorg dat de bereiding geen extra struikelblok vormt. Want als het daar al tegenstaat, komt er van eten meestal niks meer in huis. Soms kan het helpen als iemand anders het eten bereidt.
3. Misselijkheid en braken
- Eventueel kan de arts aangepaste medicatie voorschrijven tegen misselijkheid.
- Drink voldoende om eventuele vochttekorten aan te vullen.
- Neem bij voorkeur kleine maaltijden, verspreid over de dag. Soms is misselijkheid erger op een lege maag, vandaar het nut van tussendoortjes.
- Dwing jezelf niet als u echt geen zin heeft. Eet op een moment dat u weer voedsel verdraagt, desnoods ’s avonds of ‘s nachts.
- Vermijd geuren die misselijkheid kunnen uitlokken, zoals bepaalde kruiden, voedingswaren, parfum, bloemengeuren.
- Zuigen op een ijsblokje kan helpen om een aanval van misselijkheid tegen te gaan.
4. Vermoeidheid
- Laat anderen eten maken. Eten op zich kost al genoeg energie.
- Zorg dat u altijd iets in huis heeft voor de dagen dat het minder gaat: kant-en-klare maaltijden, diepvriesporties die u kookt op momenten dat u zich fitter voelt.
- Vraag u af wát eten zo vermoeiend maakt. Op rauwe groenten moet u flink kauwen. Met een wortelpuree eet u groenten én aardappelen op een makkelijkere manier.
- Er zijn zoveel mensen die vragen of ze iets kunnen doen. Ga daar op in. Vraag aan vrienden of familie om bijvoorbeeld een extra portie te koken. Zo wordt u thuis ook niet geconfronteerd met geuren die u misschien misselijk maken.
5. Gewichtsverlies
- Eet vooral waar u zin in heeft, ook als dat koekjes of snoep zijn.
- Gebruik geen magere of lightproducten. Smeer royaal boter of margarine en smelt een extra klontje boter op groenten of aardappelen.
- Kies calorierijke drankjes zoals fruitsap en frisdrank. Voeg extra suiker toe aan drankjes en gerechten.
- Neem tussendoortjes zoals pudding, koekjes, blokjes kaas of salami.
- Probeer rauwe groenten en fruit te beperken, ze geven snel een verzadigd gevoel en leveren weinig calorieën.
- Probeer geen maaltijden over te slaan. Neem frequent kleinere porties , vijf tot zes keer per dag.
6. Diarree
- Drink minimaal twee liter per dag om het vochtverlies weer aan te vullen. Gebruik bij voorkeur niet-koolzuurhoudende dranken.
- Zorg voor voldoende zout, omdat u bij diarree veel zout kan verliezen. Voeg hier en daar extra zout toe, drink in de loop van de dag bouillon of zoutrijke waters, zoals Vichy of Appolinaris.
- Vermijd specerijen en sterk gekruide voedingsmiddelen.
- Vermijd suikerrijke en vetrijke maaltijden omdat ze de darmbeweging stimuleren.
- Opgelet ook met rauwe groenten, onrijp fruit en donkere broodsoorten omdat ze de klachten kunnen verergeren. Ga voor lichtbruin brood, appelsap, een geraspte appel of een geplette banaan.
- In ernstige gevallen kan de dokter medicatie voorschrijven.
7. Constipatie
- Gebruik vooral vezelrijke voedingsmiddelen: bruin brood, graanproducten, vers of gedroogd fruit, vruchtenmoes, groenten, aardappelen, (volkoren)pasta en (volkoren)rijst.
- Drink regelmatig én voldoende: anderhalve tot twee liter per dag, anders hebben extra vezels weinig zin en kan constipatie zelfs nog toenemen.
- Lichaamsbeweging is bevorderlijk voor de stoelgang, ga bijvoorbeeld even wandelen of fietsen.
- Misschien kan een glas vers fruitsap of een kiwi op de nuchtere maag helpen.
8. Droge mond
Een droge mond krijgt u wanneer de speekselproductie afneemt, bijvoorbeeld na bestraling van de speekselklieren.
- Sommige mensen krijgen brood niet weggeslikt. Smeer voldoende en kies smeuïg beleg zoals choco, smeerkaas of paté. Vervang brood eventueel door broodpap, ontbijtgranen met melk, pudding of yoghurt, of doop het in melk of koffie.
- Drink regelmatig in de loop van de dag en zuig op ijslolly’s of ijsblokjes.
- Stimuleer de speekselproductie door muntjes of snoepjes te gebruiken. Liefst niet te zoet, want dat geeft een plakkerig gevoel.
- Eventueel kan de dokter kunstmatig speeksel voorschrijven.
9. Pijnlijke mond en slijmvliesontsteking
- Vermijd irriterende voedingsstoffen zoals scherpe kruiden, zure spijzen en koolzuurhoudende dranken. Ook sinaasappel en pompelmoes kunnen prikkelend zijn. Melk, ijs en yoghurt worden meestal wel goed verdragen.
- Laat warme dranken afkoelen tot kamertemperatuur. IJs en koude dranken kunnen verlichting bieden omdat ze verdovend werken.
- Pas op met harde producten zoals broodkorstjes, toast, noten en stukjes hard fruit. Kies voor zachte en smeuïge alternatieven: sandwiches, brood zonder korsten, puree, zachte groenten.
- Pijn kunt u verzachten door op een ijsblokje te zuigen.
10. Kauw- en slikproblemen
- Zachte voeding is het minst pijnlijk. Brood zonder korst met een smeerbaar beleg. Ook dikvloeibare voedingsmiddelen gaan vaak goed: pudding, pap, chocolademousse...
- Kies voor gebonden crèmesoepen en kook groenten goed gaar.
- Snij of mix de warme maaltijd fijn. Voeg saus toe om het wat smeuïger te maken, waardoor slikken doorgaans gemakkelijker wordt. Room kan eventueel de smaak wat verzachten en dienst doen als glijmiddel.
- Vettere vleessoorten zijn meestal zachter, bijvoorbeeld gehakt, worst, kip, gekookte of gestoomde vis. Neem bij de warme maaltijd appelmoes of saus om het slikken te vergemakkelijken.







