LinksSitemapContact
U bent hier:

Vermoeidheid: meest voorkomende nevenwerking bij kankerbehandeling

Meer info

Dat je je ellendig kunt voelen als je kanker hebt, daarover verwondert niemand zich. Voor de misselijkheid, haaruitval en andere nevenwerkingen van de behandeling kan je doorgaans op heel wat begrip rekenen. Eén klacht bleef echter jarenlang onderschat: vermoeidheid.

Tekst: Kathleen Vereecken, uit Leven 14, april 2002

Veel kankerpatiënten zijn moe en niet zomaar een beetje. Ze voelen zich uitgeput en hebben vaak zo weinig energie dat ze moeite hebben met de dagelijkse activiteiten. Waar die vermoeidheid precies vandaan komt, is moeilijk te zeggen. Men vermoedt dat bepaalde types kanker sneller vermoeidheid veroorzaken dan andere. Longkanker bijvoorbeeld kan kortademigheid meebrengen, wat vermoeidheid natuurlijk in de hand werkt. Een patiënt die voor zijn operatie in een minder goede algemene conditie verkeert, zal sneller vermoeid zijn erna. Door chemotherapie lijden patiënten vaak aan bloedarmoede - wat opnieuw vermoeidheid kan veroorzaken. Ook de bestraling, zeker op het einde van de kuur, kan voor vermoeidheid zorgen. Een verstoorde nachtrust, angstgevoelens of een depressie vreten ten slotte ook veel (mentale) energie. Begeleiding, relaxatieoefeningen, tijdelijke speciale medicatie... kunnen patiënten helpen.

Ermee leren leven?
Gerrit Ponnet, hoofdverpleegkundige oncologie in het AZ VU Brussel, beaamt dat vermoeidheid bij kankerpatiënten jarenlang zwaar onderschat en vaak niet erkend werd: "Uit onderzoeken uit de jaren 1980 blijkt dat er wel uitgebreid navraag gedaan werd naar misselijkheid, braken en haaruitval als bijverschijnselen van chemotherapie, maar over vermoeidheid werd in alle talen gezwegen. Nochtans gebeurde het heel vaak dat patiënten klaagden over zware vermoeidheid. Een terechte klacht, waarop het antwoord vaak was: 'Ach, dat is een normaal gevolg van de behandeling, je moet ermee leren leven'. Gelukkig is het tij aan het keren. Uit recente studies blijkt dat 78% van de kankerpatiënten zich tijdens de ziekte en de behandeling vermoeid voelt. Vermoeidheid is zelfs de meest voorkomende nevenwerking bij de behandeling van kanker."

Overweldigende respons
Enkele jaren geleden werd in België een werkgroep opgericht over die vermoeidheid (de "Workgroup against Cancer Fatigue"). De werkgroep ontwikkelde een aantal initiatieven om patiënten, artsen en andere hulpverleners te helpen deze vermoeidheid beter te begrijpen en zo het dagelijkse leven van kankerpatiënten en hun familie te verbeteren. Eén van die initiatieven zijn informatiesessies over vermoeidheid voor patiënten en hun familieleden. De sessies lopen ondertussen een tweetal jaar, en vinden in Vlaanderen plaats in 30 ziekenhuizen. De coördinatie is in handen van de Vlaamse Liga tegen Kanker; ze worden gegeven door oncologisch verpleegkundigen. Gerrit Ponnet is een van de bezielers van de informatiesessies over vermoeidheid: "De nadruk ligt op het praktische. De hele cursus draait om wat de patiënt en zijn familie kunnen doen om de vermoeidheid zoveel mogelijk in te dijken. We geven tips om het dagelijks leven minder uitputtend te maken. Zo is het bijvoorbeeld heel belangrijk dat patiënten leren een haalbare dagplanning op te stellen, waarin voldoende rustpauzes ingelast worden. Deelnemers krijgen ook volop de gelegenheid om vragen te stellen. Dé vraag die steevast terugkomt, is: 'Hoe lang zal ik nog last hebben van vermoeidheid na mijn behandeling?' En dat is zeer moeilijk te zeggen: het verschilt heel sterk van persoon tot persoon en hangt ook af van de behandeling."
Gerrit Ponnet: "De respons was van bij het begin overweldigend. Voor een infoavond in West-Vlaanderen hadden we gerekend op 50 tot 60 geïnteresseerden, maar er kwamen wel 120 mensen op af! De nood aan degelijke informatie over vermoeidheid is duidelijk enorm."

Rusten zodra je lichaam het vraagt
Ruim twintig jaar geleden kreeg Annemarie Jocqué (59) baarmoederkanker, tien jaar later borstkanker, en twee jaar geleden nóg een keer borstkanker. Bestraling en chemotherapie hebben hun tol geëist: van vermoeidheid weet zij intussen alles. Het eerste probleem dat zij daarbij moest overwinnen was. zichzelf.
Annemarie Jocqué: "Al van bij mijn eerste behandeling kampte ik met zware vermoeidheid, maar ik wilde het niet toegeven. 'Werken, doorbijten, niet flauw doen', zei ik tegen mezelf. Toen hoorde je ook nog niks over vermoeidheid bij kanker, dus probeerde ik - hoe moeilijk het ook was   zo gewoon mogelijk voort te doen. Pas toen ik voor de derde keer kanker kreeg, erkende de medische wereld dat die vermoeidheid een veel voorkomend verschijnsel is."
"Ik heb mij natuurlijk meteen ingeschreven voor zo'n infosessie. Met het opmaken van een dagplanning hield ik me al langer bezig: 's morgens rustig opstaan, in alle kalmte ontbijten, opschrijven wat ik allemaal moet doen die dag: een douche nemen want dat is minder vermoeiend dan een bad, een badjas aantrekken zodat ik geen energie verspil door me af te drogen. En wat niet lukt, is voor de dag erna. Wat op die infosessie gezegd wordt, is maar al te waar: rustpauzes inbouwen is van zeer groot belang. Je wacht er beter niet mee tot je echt doodmoe bent: rust zodra je lichaam te kennen geeft dat het nodig is. De eerste twee keren dat ik kanker kreeg, ben ik telkens weer volledig hersteld, en verdween ook de vermoeidheid. Maar sinds de derde keer is het een beetje moeilijker. Mijn krachten zijn nooit helemaal teruggekomen. Ik moet nog steeds vaak rusten. Maar zolang ik elke dag iéts kan doen, voel ik me goed in mijn vel. De arbeidsmoraal zit er nog altijd in, ja hoor, maar ik heb het allemaal veel beter leren doseren. En de infosessie is daarbij een grote hulp gebleken."

Naar het verhalenoverzicht