Tuur Van Wallendael over zijn darmkanker. Fluiten in het donker
Meer info
'De realiteit is: dat er kanker in mijn lijf heeft gewoekerd, dat ik me slecht voel, dat ik chemotherapie onderga. Met die realiteit moet ik het stellen. Voorlopig.' Flegmatiek en bijwijlen onderkoeld praat de Antwerpse SP.A-schepen Tuur Van Wallendael over de darmkanker die zijn warme zomer beheerste. Soms duikt onder de ratio emotie op: ''s Nachts, wakker, starend naar het plafond, lig je heel alleen met je gedachten.'Tekst: Marc Peirs, uit Leven 21, januari 2004
'De diagnose is heel toevallig gesteld. Ik heb al jaren last van een chronische darmontsteking. In de jaren '70 ben ik er enkele keren voor opgenomen. Later kreeg ik nu en dan een opstoot, maar langzamerhand ebde de kracht van de ziekte weg. De jongste jaren leek ze zo goed als uitgedoofd. Elk jaar ga ik één keer op controle. Dit jaar was dat in mei. De internist zag en zei het meteen: "Er zit een kwaadaardige tumor. En die moet eruit."'
'Wie lijdt aan een chronische darmontsteking, heeft een groter risico op darmkanker. Dat is een medisch feit. Ik wist dat. Maar God, een mens weet zovéél. Die wetenschap dringt niet echt tot het volle bewustzijn door. Toen de diagnose viel, dacht ik: ja, de kanker hangt samen met die darmziekte. Maar toch: horen dat je kanker hebt - Het blijft een bijzonder onaangename verrassing hoor. Dan meteen de volgende stap: wat nu?'
'Anderhalve maand later, begin juli, ging ik het ziekenhuis binnen voor de operatie. De diagnose werd almaar erger. Eerst was er een kleine tumor vastgesteld. Dan bleken er ook vernauwingen te zijn aan mijn dikke darm. Nog wat later bleek dat een stuk van mijn darm door de chronische ziekte eigenlijk niet meer functioneerde en kon fungeren als een broeihaard voor nieuwe tumoren; dus dat stuk moest ook best worden weggehaald. Aan het eind van de rit is een veel zwaardere operatie uitgevoerd dan oorspronkelijk was gedacht. En dat was nog lang niet alles.'
'De dokters en het verplegend personeel hebben me prima ingelicht en met sterke argumenten verteld welke behandeling de beste is en welke risico's eraan verbonden zijn. Zo wist ik dat er na de operatie een week lang de kans bestond dat mijn nieuw aangemaakte darm zou gaan lekken. Helaas is dat inderdaad gebeurd. Ik moest dus opnieuw onder het mes. Dat was natuurlijk uiterst vervelend. Maar je hebt niet eens de kans om boos of droevig te zijn, want de pijn is zo groot dat je maar één ding wil: zo snel mogelijk verlost zijn van de ellende.'
'Tussen beide operaties zat een week tijd. Ik heb die dagen verbeten. Ik dacht werkelijk niet verder dan de volgende minuut, en hoe ik de pijn in die lange minuut zou doorstaan. Ook voor mijn familie waren die dagen loodzwaar. Veel meer dan ikzelf, hebben mijn vrouw, mijn broer en anderen die me met liefde en zorg omringden, die week bewust meegemaakt. Voor hen was het een slopende tijd.'
'Natuurlijk besef je dat kanker een ernstige zaak is en dat er snel moet worden ingegrepen.
Ik verwijt de artsen dus niets, integendeel, ik ben dankbaar. Maar ik ging het ziekenhuis binnen zo kwiek als een visje -ik had immers geen làst van de kanker- en ik ben er behoorlijk mottig uitgekomen. Ik heb een stoma: een gevolg van de tweede operatie. Mocht het van bij de eerste ingreep gelukt zijn, dan had ik er geen nodig. Pech. De stoma blijft tot na mijn chemotherapie die loopt tot eind januari, begin februari. Het is een kuur van twaalf keer chemo; eens om de veertien dagen. Dat komt neer op een behandeling van zes maanden.'
'Volgens de dokter krijg ik een milde chemococktail en ik geloof dat ze gelijk heeft, want ik heb er weinig last van. Alleen de dag van de behandeling zelf is vervelend. Ik krijg eerst een voorbereidend infuus. Daarna spuit men de cocktail in. In een oogwenk krijg ik het warm en benauwd. Ik ben moe en kan me niet concentreren. Ik krijg een bakje om de hals en van daar uit, via een katheter op mijn schouder, druppelt de rest van de dosis mijn lichaam binnen. Alles samen duurt dat 48 uur. Die chemokuur is preventief, om te beletten dat de kanker zou terugkomen. Er is geen uitzaaiing van de kanker geconstateerd, noch op de scan, noch in mijn bloed. Hopen dat het zo blijft: na de chemokuur begint een kritische periode van een paar jaar.'
'Ik ben bang natuurlijk. In het hospitaal zie ik mensen die tijdens die kritische periode op controlebezoek komen. In spanning zitten ze te wachten op de uitslag. Ik stel me voor dat ik daar de komende jaren ook zo zit: tussen angst en hoop. Ik heb mensen ontmoet die zeven of acht jaar geleden darmkanker hebben gehad en er nu vrij van zijn. Dat is een hoopgevend signaal. Maar kan je je vastgrijpen aan voorbeelden? De dokter zegt me dat ik negentig procent kans heb op genezing. Maar het is die overblijvende tien procent die me zorgen baart (glimlacht).'
'Pessimist of optimist? Ik bekijk de kwestie puur feitelijk: we zien wel. Ik zeg dat met een zekere gelatenheid maar met een grote realiteitszin: we gaan letterlijk zien wat er zal gebeuren. Ik snap wel als mensen de moed erin houden door een gevecht aan te gaan met de ziekte en zichzelf vooruit te schreeuwen, maar dat is niet mijn houding. Ik hoef geen strijdtrompetten om me heen. De realiteit is dat er kanker in mijn lijf heeft gewoekerd, dat ik me slecht voel en dat ik chemo onderga. Met die realiteit moet ik het stellen. Voorlopig.'
'Ik doe mijn job als politicus graag, maar ik ben toch van plan mijn werk niet langer die enorme plaats in mijn leven te geven die het tot nu toe innam. Meer tijd maken voor familie en vrienden, dat is mijn ambitie. Ik wil intiemer en intenser leven. Vroeger barstte ik van de plannen, nu wéét ik niet meer of ik al mijn plannen zal kunnen realiseren. Maar ik weet wel dat ik verdieping wil. Dat heb ik beslist toen ik lag na te denken in die lange, lange uren waarin ik niks anders kon dan dat: nadenken. Je leven tegen het licht houden.'
'Politiek en journalistiek, mijn oude liefde, staan bekend als werelden waarin mensen niet direct extreem hartelijk met elkaar omgaan (lacht), dat klopt. Toch heb ik over de partijgrenzen heen steun ervaren: Robert Voorhamme van SP.A en Erwin Pairon van Agalev hebben me vervangen in de maanden dat ik buiten strijd was. Collega's, tot en met Filip Dewinter (Vlaams Blok), kwamen me aanbieden te helpen waar nodig. Ook uit de journalistiek blijf ik kameraadschap ervaren van ouwe vrienden zoals Gui Polspoel, Siegfried Bracke of Bavo Claes. Dat doet goed'.
'Soms heb ik troost nodig, ja. Gelovige mensen vinden steun in hun religieuze overtuiging, maar dat is voor mij niet weggelegd. Praten met mensen die de ziekte hebben doorgemaakt? Ja, je kan daar wel iets uit leren. Maar toch ook niet zovéél. Het blijft toch zoeken naar jouw eigen, zeer individuele manier om ermee om te gaan. 's Nachts, als je naar het plafond staart en de slaap niet vatten kan, dan ligt je daar à la limite toch heel alleen met je gedachten.'
Naar het verhalenoverzicht





