Topruiter Francis De Baerdemaeker. Hoge hordes, diep geloof
Een zwaar verkeersongeval, lymfeklierkanker, leukemie en een gebarsten gezin: het leven heeft topruiter Francis De Baerdemaeker tot nu toe wel héle hoge hordes opgelegd. Toch waagt en wint Francis telkens de sprong. "Dáár vind ik troost en kracht", zegt hij, wijzend op de bedevaartskerk van Scherpenheuvel waarvan de spits zichtbaar is vanuit Francis' woonkamer. Op de Paralympics van Sydney (de Olympische Spelen voor andersvaliden) veroverde de ruiter zilver; in de kunst van het overleven verdient hij zonder twijfel goud.Tekst: Marc Peirs, uit Leven 19, juli 2003
"Het gebeurde in 1981. Ik was een prille twintiger. Tijdens een motorrit knalde een auto tegen me aan. Mijn rechterbeen was van heup tot voet verhakkeld. Verschillende dokters wilden mijn been amputeren, maar telkens zei ik 'nooit'. En kijk: ik heb mijn been nog altijd. Ik stap een beetje hinkend, maar ik wandel, ik fiets, ik rij cols op met de mountainbike. Ik trap met één been. Paardrijden, dat is mijn grootste plezier. Drie jaar na het ongeval ben ik er weer mee begonnen. Een doorbijter? Jij noemt me zo."
"Ik zie die mogelijkheden veel meer als nieuwe kansen die God me schenkt. Meteen na het ongeval had ik een bijnadoodervaring. Ik cirkelde als het ware boven de scène; ik zag mijn lichaam op het asfalt liggen, de kapotte motorfiets, de drukte van hulpverleners. Ik zag hoe vader, die enkele jaren voordien was overleden, God smeekte om me te laten leven. Het mocht. Páts - ik was terug in mijn lichaam. Ik kreeg een nieuwe kans. Die ervaring heeft me kracht en vertrouwen gegeven. Ik was gewapend tegen wat later komen zou."
"Een bolletje, een knikker groot, in de liesstreek, dat was het eerste teken. Ik dacht: 'Vervelend, een liesbreuk. Wanneer ik eens wat tijd heb, dan laat ik dat opereren'. Ik was geen spatje ongerust. Als ruiter is zo'n liesbreuk een vrij veel voorkomend sportletsel. Maar na de operatie werd het gezwelletje onderzocht en bleek dat het kwaadaardig was. Het was 1993, een vrijdagavond, laat. En de dokter vertelde me het verdict: Hodgkin-lymfoom. De behandeling viel me erg zwaar. Chemo kreeg ik niet, maar wel 36 sessies bestraling in drie maanden tijd. Een uur na de allereerste bestraling was ik al ziek. Misselijk, braken, slap als een vod. Maar de behandeling werkte goed. Drie jaar later werd ik vrijgesteld van verdere controle. Genezen!"
"Tot 2000. Ik had pijn in de voet. Jicht - dacht ik. Net had ik het bericht gekregen dat ik geselecteerd was om ons land te vertegenwoordigen op de Paralympics in Sydney. Maar die pijnlijke voet maakte het paardrijden onmogelijk. Een bloedonderzoek bij de sportdokter bracht klaarheid: leukemie. Stel je voor. De ene dag ben je euforisch omdat je mee mag naar de Spelen, even later hoor je dat je leukemie hebt. Maar deelnemen aan de Spelen was voor mij topprioriteit. Ik kreeg daarom van de dokter een zeer sterk medicijn om de ziekte tijdelijk onder bedwang te houden. Na de wedstrijd zou de eigenlijke behandeling starten. Ik had me jaren voorbereid en geconcentreerd op die wedstrijd. Nu kreeg hij een nog grotere betekenis: 'Misschien is dit de laatste wedstrijd die je ooit rijdt', zei ik tot mezelf."
"Ik heb hulp gevraagd aan hierboven en tot ieders verrassing, de mijne incluis, behaalde ik de zilveren medaille. Nooit eerder had een Belgische ruiter dat gepresteerd. De prestatie stak me een hart onder de riem. Ik dacht:'Straks, thuis, sta je voor de belangrijkste wedstrijd van je leven: de strijd om te overleven. En daarin is zelfs zilver niet genoeg. Je moét goud halen.'"
"Op 1 november kwam ik terug uit Sydney, op 7 november was de eerste chemotherapie gepland. Weer begon de hel. Braken, braken, braken. Mijn levenskwaliteit was nul. In overleg met mijn dokter ben ik overgeschakeld op een ander geneesmiddel in pilvorm. Meteen waren die nare bijwerkingen verdwenen. En het geneesmiddel blijkt nog prima te werken ook. Ik moet het wel levenslang innemen. Ook moet ik om de zes weken op controlebezoek en om de zes maanden moet ik een beenmergpunctie ondergaan. Wegens de bestralingen tegen Hodgkin indertijd, kan die beenmergpunctie enkel in mijn borstbeen plaatsvinden. Een bijzonder pijnlijke plek."
"Ik ben trots op mijn palmares. Op het Europees Kampioenschap vorig jaar werd ik tiende. Dit jaar rij ik wedstrijden in Kroatië en Rusland. Alleen al in de militarystijl van paardrijden heb ik tot nu toe 24 overwinningen behaald. Weet je, in de wereld van de topsport is 'gezondheid' natuurlijk een extreem belangrijk goed. Veel ruiters uit het 'reguliere' circuit gaven me vriendschap en respect. Hartverwarmend. Zij wéten wat het betekent om je tot het uiterste in te zetten om een Olympische medaille te halen of een andere wedstrijd te winnen. Maar van enkele betrokkenen in Paralympics-kringen kreeg ik nare reacties. Sommige sporters sneerden dat 'een kankerpatiënt toch niet meer mee hoeft naar Sydney', of ze schoven de schuld voor hun mindere prestaties af op mijn aanwezigheid die 'demotiverend' zou werken, of ze geloofden niet dat ik kanker heb 'want een kankerpatiënt moet toch in bed liggen'. Dat steekt. Ik heb er behoorlijk de smoor in. De Paralympics in Athene volgend jaar? Zonder mij, dankjewel. Ik doe niet mee."
"Ook thuis was het psychologisch zwaar om met mijn kanker om te gaan. Voor mijn vrouw was mijn ziekte een taboe. Nooit een woord van steun, nooit een aanmoediging. Dat het thuis niet botert, dat is erger dan tien kankers bij elkaar. Begin dit jaar is de bom gebarsten. Mijn vrouw, ik moet nu zeggen: ex-, heeft het echtelijke huis verlaten. Samen met de twee kinderen. Ik mis de kinderen verschrikkelijk. Ze zijn weg. Wég. En het huis is stil."
"Mijn geloof houdt me op de been. Eerst het ongeval, dan Hodgkin, dan leukemie; ik heb het toch telkens overleefd. Ik zie dat zo: God geeft me telkens een nieuwe kans om alles weer beter te maken. En kijk, na mijn ongeval en kanker kan ik wandelen, fietsen, paardrijden. En na de breuk in mijn gezin, mag ik een nieuwe relatie beginnen; ik heb mijn Rita mogen ontmoeten. Zoveel moois! Ja, God geeft mij altijd weer een nieuwe kans."
"Weet je wie me ook altijd bijstaat? De paarden. Zelfs in de donkerste uren kon ik altijd goed met de dieren omgaan. Ook zij kunnen zich blij of triest tonen, door te hinniken, of hun hoofd of oren te draaien. Toen ik me doodmisselijk voelde, bij de eerste reeks bestralingen, werd ook mijn lievelingspaard na enkele dagen ziek. Dat dier treurde mee met zijn baasje. Fenomenaal. Dan dacht ik: 'Waarom is zo'n contact mogelijk met paarden en niet met mensen?' Tja. Waarom?"






