LinksSitemapContact
U bent hier:

Thuisonderwijs: brug tussen schoolleven en ziekbed

Vincent Vanheel is 16 en zit in het derde jaar middelbaar van het college van Heusden-Zolder. Zowat anderhalf jaar is hij niet naar school geweest. Hij wilde wel, maar hij mocht niet. Vincent had een kwaadaardige tumor en de dokters waren bang dat hij op school infecties zou oplopen. Dus kreeg hij thuis les.

Tekst: An Van de Velde, in Leven 11, juli 2001

Zolang kinderen in het ziekenhuis behandeld worden, kunnen ze meestal in de ziekenhuisschool terecht. Maar wie voorgoed of tussen de behandelingen door naar huis mag, kan vaak niet onmiddellijk terug naar school. Chemotherapie vermindert immers de weerstand, waardoor het risico op infecties toeneemt. En aangezien de behandeling vaak maanden in beslag neemt, kan de leerachterstand flink oplopen.

Vincent was pas 14 jaar toen hij eind juni 1999 te horen kreeg dat hij botkanker had. Kort daarna kreeg hij een inwendige prothese zijn knie werd vervangen samen met een stuk scheen- en dijbeen. Daarna volgde chemotherapie van juli tot november. Vincent reageerde goed op de behandeling, maar hij was nog te zwak om weer naar school te gaan. Dus kwamen zijn leerkrachten bij hem thuis.

Niet alleen blokken
Om zeker te zijn dat Vincent kon blijven volgen, begonnen de lessen meteen toen hij terug was uit het ziekenhuis. En dat lukte. Thuis kreeg hij les van zijn vertrouwde leerkrachten. Een vijftal in totaal, want ieder gaf zijn vak.
Klastitularis Elly Vaes: "In principe kreeg Vincent dezelfde leerstof als zijn klasgenoten, zodat hij, als hij naar school kwam, weer in dezelfde klas terechtkon. Vooral de hoofdvakken kwamen aan bod: Nederlands, Frans, Engels, wiskunde en economie. En we probeerden allemaal één keer in de week te gaan. Behalve als Vincent naar het ziekenhuis moest voor chemo, want dan was hij een week te ziek voor les."

Bedoeling van thuisonderwijs is in de eerste plaats bij te blijven, zodat de achterstand niet te groot wordt. Toch gaat het niet alleen om leerstof. Thuisonderwijs kan zieke kinderen ook meer hoop geven, het laat ze voelen dat ze erbij blijven horen. Rita Lens, coördinator eerste graad van het college, zorgde voor de praktische organisatie: "Wat doe je thuis de hele dag, als al je vrienden op school zitten? Voor Vincent was les krijgen een beetje "erbij horen". Hij kreeg wat zijn vrienden kregen: lessen, huiswerk én toets. Na de les begon hij meestal meteen aan zijn huiswerk. En een toets vond hij fijn. Want dat hoorde bij het schoolgaan. Op die leeftijd besteed je sowieso de helft van de tijd aan de school. Heel je leefwereld speelt zich daar af. Van 's morgens tot 's avonds zit je op de schoolbanken, dan moet je nog studeren, huiswerk maken,. Als dat plots wegvalt, wat blijft er dan nog over?"

Contact met de klas
De school vormt een belangrijk deel van het sociale leven van kinderen en jongeren. Het is ideaal dat de oude, vertrouwde leerkrachten aan huis les komen geven. Zij zorgen er niet alleen voor dat de leerstof bijgewerkt wordt, tegelijk onderhouden ze ook het contact met de klasgenoten. In de klas kunnen die leerkrachten op hun beurt vertellen hoe het met de zieke klasgenoot gaat. Elly Vaes: "Je vertelt een geslaagde grap die iemand in de klas vertelde, of hoe iemand van z"n stoel viel,. De school had Vincent ook een computer ter beschikking gesteld, zo kon er naar hartelust gemaild worden. En Vincents beste vriend Kali ging zowat elke dag op bezoek, hij hield notities bij en vertelde Vincent wat er zoal op school gebeurde. In de klas vertelde hij dan honderduit: Vincent dit, Vincent dat,. Zo bleef de stoel van Vincent warm."
Een leerkracht heeft meestal niet echt geleerd om les te geven aan zieke kinderen. Het kan emotioneel wel eens belastend zijn.
Elly Vaes: "Ik kan me niet voorstellen dat je zoiets niet doet. Niet dat je het soms niet moeilijk hebt, want je bent er wél mee bezig. Vincent had wel eens een mindere dag. Maar ik heb er zeker nooit tegenop gezien. Je zet dat van je af, je probeert de ziekte wat te negeren. En je doet het gewoon. Dat hoort er bij. Wat maakt dat ene uurtje extra op een week?"

Terug naar school
Van november 1999 tot maart 2000 volgde Vincent thuis les. Eind maart kreeg hij weer slecht nieuws. De dokters hadden uitzaaiingen opgemerkt op de longen, een nieuwe ingreep bleek nodig. Eerst aan de rechterlong, een paar maanden later volgde de linkerlong. En weer thuisonderwijs, tussen de operaties door: van september tot eind oktober en van november tot eind december. Na de kerstvakantie kon Vincent eindelijk weer gewoon naar school. In het derde jaar zit hij inmiddels, en hij heeft géén jaar moeten overdoen. Rita Lens: "Vincent komt graag naar school. Als je hem thuis zag, was hij nogal gesloten. Hier zie je hem lachen, plezier maken."
Elly Vaes: "Kali en Vincent, die zijn onafscheidelijk. En ook de andere leerlingen gaan heel gemoedelijk met Vincents ziekte om. Ze weten allemaal wel wat er aan de hand is, maar van medelijden is zeker geen sprake. Vincent wordt niet anders behandeld dan andere leerlingen. Alsof hij nooit weg is geweest."

 

Wetgeving schiet tekort

De Vlaamse Liga tegen Kanker pleit al sinds 1994 voor een wettelijke regeling van het thuisonderwijs voor langdurig zieke kinderen. Kinderen hebben immers niet alleen leerplicht, ze hebben ook recht op onderwijs. En dat geldt niet alleen voor kankerpatiënten, maar voor alle langdurig zieke kinderen.

Sinds 25 februari 1997 is er zo'n wettelijke regeling voor het basisonderwijs: scholen zijn verplicht om thuisonderwijs te organiseren nadat een leerling 21 dagen afwezig is geweest. Ouders kunnen hiervoor terecht bij de schooldirectie. Voor het kleuter- en secundair onderwijs bestaat zo'n regeling nog helemaal niet. De VLK organiseert daarom samen met de kinderkankercentra en de ziekenhuisscholen onderwijs aan huis. De leerkrachten krijgen een minieme vergoeding, die de VLK betaalt en achteraf recupereert via subsidies van het ministerie van Onderwijs. In het voorbeeld van Vincent Vanheel doen de leerkrachten een enorme inspanning, maar eigenlijk kan het niet dat je afhankelijk bent van de goodwill van de leerkrachten. Het fundamenteel recht op onderwijs is zo niet altijd gewaarborgd.

Minister van Onderwijs Marleen Vanderpoorten is op de hoogte van het probleem. Haar woordvoerder vertelde dat de minister ernaar streeft om het recht op onderwijs van langdurig zieke kinderen zo goed mogelijk te realiseren: "Ook in het secundair onderwijs zou een systeem van onderwijs aan huis zeker nuttig zijn. Alleen is dat praktisch moeilijker te realiseren door één leerkracht, gezien de verschillende vakken, studierichtingen en onderwijsvormen. In het technisch en beroepsonderwijs (TSO en BSO) bijvoorbeeld zit je met heel wat uren praktijk, die je sowieso al niet kan vervangen. Dat maakt alles veel gecompliceerder. Maar er wordt aan gewerkt."

Chris Heremans, hoofd sociale dienst van de VLK, reageert: "Het zou allemaal wel wat sneller mogen gaan: we vragen nu al sinds 1994 een regeling. En het is inderdaad moeilijker om thuisonderwijs te organiseren in TSO en BSO, maar het kán wel. Wij zorgen er al jaren voor dat die leerlingen ook praktijklessen krijgen. En dat lukt, ze slagen voor hun examens en kunnen gewoon naar het volgende jaar overgaan. Als dit allemaal geregeld kan worden op vrijwillige basis, moet de overheid dat toch ook kunnen."

Naar het verhalenoverzicht