LinksSitemapContact
U bent hier:

Thomas Wyers (10), moedig voetballertje met leukemie

Kom op tegen Kanker steunt kinderen met kanker

Het kinderkamp waar Thomas aan deelnam, is een jaarlijks initiatief van de Vlaamse Liga tegen Kanker, dat gefinancierd wordt met geld uit de campagne Kom op tegen Kanker. Daarnaast gaat van de opbrengst van de laatste Kom op-campagne (9.211.917,73 euro) 1 miljoen euro naar andere kinderprojecten, zoals de thuisbegeleiding voor kinderen met kanker en de website www.simonodil.com.

Thomas Wyers. Foto Ivo Hendrikx Thomas Wyers was een energieke, levenslustige jongen van bijna negen en dol op voetbal, toen hij in april 2003 onderuit werd gehaald door kanker. Vandaag gaat het al veel beter met hem.

Tekst: Carla Rosseels, uit Leven 25, januari 2005

'Ik was al een tijdje sneller moe', vertelt Thomas, 'en ik voelde mij bekaf als ik thuis de trap op liep. Toen ik me tijdens een voetbalmatch vrijwillig door de trainer liet vervangen, omdat ik slappe benen had en weinig adem kreeg, maakte mijn mama zich echt ongerust. Ze nam me meteen mee naar de kinderarts. De volgende dag kwam ik terecht in het Universitair Ziekenhuis van Leuven.' Bij Thomas werd acute lymfatische leukemie vastgesteld, kanker van de witte bloedcellen. Terwijl zijn ouders de diagnose vernamen, zat Thomas in de wachtkamer. 'Ik was niet echt bang', zegt Thomas. 'Toen mijn mama en mijn papa me wenend vertelden dat ik een hele dag in het ziekenhuis zou moeten blijven, dacht ik nog: Wat hebben die nu? Zo wenen voor één dagje ziekenhuis! Pas toen we 's avonds thuis onze koffers begonnen te pakken, begreep ik dat we voor langere tijd in het ziekenhuis bleven logeren en toen schrok ik wel even.'

Moeilijk zonder vriendjes

Thomas zou meteen drie weken in het ziekenhuis verblijven. Zijn mama Nadine stopte met werken en bleef bij Thomas in het ziekenhuis overnachten. Thomas kreeg chemotherapie. 'Elke chemo had een ander effect', vertelt Thomas. 'Van de ene behandeling viel mijn haar uit, van een andere kreeg ik aften en gezwollen lippen en van nog een andere verslapten mijn spieren, zodat ik een tijdje in een rolstoel terechtkwam. De gele chemo was het ergst, want daar was ik vier dagen misselijk van, zodat ik de hele tijd moest overgeven. Ook mijn smaak veranderde voortdurend: soms lustte ik geen kaas, dan wilde ik weer alleen maar boterhammen met kaas, soms lustte ik wel worst en dan weer niet.'

Gaandeweg verbleef Thomas vaker thuis en reisde hij zo veel mogelijk heen en weer om chemotherapie te krijgen. Maandenlang kon hij niet naar school. In Leuven ging hij naar de ziekenhuisschool en thuis kreeg hij een paar keer per week thuisonderwijs. 'Eerst was ik blij dat ik een tijdje niet naar school hoefde', vertelt Thomas, 'maar al snel begon ik mijn vriendjes erg te missen. Sommigen wilden me graag bezoeken, maar door de kans op infecties mocht dat niet altijd. Anderen wilden niet komen, omdat ze bang waren dat leukemie besmettelijk was.' Op een keer ging Thomas toch even naar school. Er werd toen een musical opgevoerd waar hij, mocht hij niet ziek geworden zijn, ook een rol in had gekregen. Vooraf ging hij even langs in zijn klas. 'Ik had heel erg uitgekeken naar dat bezoekje', vertelt Thomas. 'Want ik wou dat alles weer even gewoon was en dat ik mijn ziekte eventjes kon vergeten. Maar toen ik op school verscheen, kwam iedereen meteen rond mij staan en stelden ze honderd en een vragen. Dat was niet leuk, want ik wilde die dag zelf liever niet aan kanker denken.'

Troost in de speelzaal

In het ziekenhuis leerde Thomas Sergen kennen. Een jongen van dezelfde leeftijd die net als hij uit Limburg komt, van voetbal houdt en aan net dezelfde kanker lijdt. 'Met Sergen had hij een bijzondere band', vertelt Thomas' moeder. 'Die twee verstonden elkaar zonder woorden. Een blik volstond. Ook nu zijn ze nog steeds vrienden.' 'Met Sergen trok ik altijd naar de speelzaal', vertelt Thomas. 'Daar konden we ons amuseren en vonden we altijd troost. In de speelkamer was er een computer en een play-station, een pingpongtafel en twee kasten vol spelletjes. Die kamer was verboden terrein voor de verpleegkundigen en de ouders. Sergen en ik speelden soms samen op onze gameboy of we dansten lachend op de gang met het infuus aan onze arm.'

Moed op vakantiekamp

Met Sergen ging Thomas in de zomer van 2003 en 2004 ook mee op vakantiekamp met de Vlaamse Liga tegen Kanker. 'Ik kon niet meer met de jeugdbeweging op kamp en een voetbal- of sportkamp ging ook niet', zegt Thomas. 'Dus toen ik een brief kreeg met een uitnodiging voor het kamp van de VLK, vroeg ik mijn mama meteen om mij in te schrijven. Dat kamp was geweldig. Alles was er leuk: de spelletjes die we er deden, de monitoren, de vriendjes.' De mama van Thomas knikt: 'Toen de jongens vertrokken, waren ze uitgeput. Ze waren het ziek-zijn en de behandelingen meer dan beu. Toen we ze na een week in Leuven gingen ophalen, stapten ze breeduit lachend van de bus. Het leken wel andere kinderen. Ze hadden opnieuw energie en moed gevonden om verder te vechten.' Dat deden ze en met succes. Zowel Thomas als Sergen zijn ondertussen leukemievrij maar hun onderhoudsbehandeling duurt nog tot in de zomer van 2005 en pas in 2008 kunnen ze helemaal genezen worden verklaard.
'Ik ga terug naar school', vertelt Thomas. 'Iedereen doet daar trouwens opnieuw gewoon. Om alle vragen te beantwoorden, heb ik een spreekbeurt gegeven met materiaal uit het ziekenhuis om aan iedereen te tonen. Ik speel ook opnieuw voetbal. Soms kan ik al eens een hele wedstrijd op het veld blijven, maar meestal lukt dat nog niet.' Thomas is ondertussen tien. Toen hij nog goed ziek was en zijn negende verjaardag vierde, besloot hij zelf om geen cadeautjes maar centjes te vragen. Cadeautjes had hij in het ziekenhuis al genoeg gekregen, dus schonk hij zijn verjaardagsgeld aan de speelkamer van het ziekenhuis, om er nieuw materiaal mee te kopen. 'Dat deed ik omdat ik het daar altijd zo fijn vond', vertelt Thomas.
Thomas' mama Nadine organiseerde onlangs een actie Met Thomas tegen kanker. Het werd een drukke actiedag met wandel-, fiets- en motortochten, optredens en kinderanimatie, waar 1800 mensen naar toe kwamen en die meer dan 18.000 euro opbracht. Dat geld wordt aan Kom op tegen Kanker geschonken om te besteden aan de vakantiekampen. Mama Nadine: 'Dat maakt me erg blij, want ik heb zelf gezien hoeveel deugd kankerpatiëntjes aan zo n kamp beleven. 'Ook Thomas glundert als hij vertelt over de actiedag: 'Ik mocht mee op de motor en het ging heel erg hard. Ik heb appels verkocht en cadeautjes uitgedeeld aan de kinderen én ik heb meegezongen met de Ketnetband.' Ook voor hem is het geld van de actie goed besteed, want Thomas kijkt al vol ongeduld uit naar het volgende vakantiekamp.

Naar het verhalenoverzicht