Sylvia Kristel. Struisvogel met kippenhals
Schrijf ons!
Stuur uw reactie op dit artikel uit het tijdschrift Leven naar de brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer van Leven.
'Ik keek de dokter aan en zei: 'Wat? In zo'n prachtig lichaam zo'n kwaaie ziekte?'' Sylvia Kristel lacht, vol relativering en zelfspot. Een confrontatie met keelkanker heeft de vitaliteit van de actrice-artieste niet aangetast: onder het patina van de doorleefde prima donna huist een soms verlegen vrouw die zelfs in kanker een voordeel vindt: 'Kon ik eindelijk kleren dragen voor magere mensen!'Tekst: Marc Peirs, uit Leven 22, april 2004
'Ik heb erom gevraagd. Als je rookt en drinkt, heb je een grotere kans om kanker te krijgen in de keel, of de longen, of de slokdarm& Tel daar bij dat ik een tijdlang een bijzonder hectisch bestaan leidde. Ik was van België, waar ik gelukkig was, naar Amsterdam verhuisd, waar ik van voor af aan moest beginnen en mijn weg zoeken: contacten leggen, galeriehouders overtuigen mijn schilderwerk tentoon te stellen, als freelance actrice aan de bak proberen komen. Heel stressy allemaal. Het is me wel gelukt, maar kennelijk ten koste van mijn gezondheid.'
'De diagnose? Dat is een beetje raar gegaan. Ik wist veel eerder dan mijn huisarts dat er wat fout zat. Ik voelde me niet lekker in mijn vel. Maar de huisarts bleef aarzelen om me naar een specialist door te verwijzen. In de zomer van 2002 was ik dan met mijn vriend op Malta. Ik besloot om dáár foto's te laten maken en gaf die bij terugkeer in Amsterdam aan mijn huisarts. Dan ging alles razendsnel: ik werd meteen doorverwezen naar een ziekenhuis dat in kanker is gespecialiseerd. Diezelfde dag! Ik vroeg nog: "Bent u wel zeker dat het knobbeltje niet gewoon een verdwaalde doperwt is of zo?" (lacht) Nee dus: keelkanker.'
'Ik kon kiezen tussen een behandeling met bestraling of een combinatie van radio en chemo. Die tweede optie gaf me volgens de dokters 86 procent kans op genezing. Dus ik dacht: "Niet aarzelen, meid". Het is wel een ingrijpende behandeling en daarom kiezen de meeste mensen toch voor bestraling alleen. Ik kreeg hele goeie voorlichting, maar nogal angstaanjagend: de artsen vertelden bijvoorbeeld dat ik kans had op bloedende wonden in mijn hals. Behoorlijk akelig allemaal. Maar alles is prima verlopen, zoals je ziet. Kijk, ik heb alleen een beetje minder strakke huid in mijn hals: een kippennekje (lacht).'
'Die zeven weken van behandeling zijn zeer snel opgeschoten. Ik was altijd de vrolijkste op de kankerafdeling. Ik mocht ook altijd diezelfde dag weer naar huis toe, tot de dokter in mijn bloed iets naars vond dat een behoorlijke nierfunctie in de weg zou staan. Daarom ben ik bij mijn laatste chemokuur een week in het ziekenhuis gebleven. Dat was niet echt vervelend: ik had mijn eigen kamertje met een mooi uitzicht.'
'Ik ben dol op lekker eten. Zo lang ik kon, heb ik vast voedsel gegeten. Maar een week voor het einde van de behandeling, kon ik niks meer doorslikken. Ik moest capituleren en overschakelen op astronautenvoeding. Nu, dat is toch beter dan door een buisje in je neus gevoed te worden. En dat astronautenvoedsel, je hebt daar ook verschillende smaakjes in: aardbei, vanille... Ik heb er nog altijd een voorraadje van liggen. Voor wanneer ik geen zin heb om te kokkerellen (lacht).'
'Wat je als vrouw ook hebt, is dat je meteen naar je menopauze overgaat als je chemo krijgt. Maar voor een vrouw van mijn leeftijd is dat geen klacht. Ik was natuurlijk bang om schoonheid te verliezen door de ziekte, zeker omdat de dokters me zulke griezelverhalen hadden verteld over mogelijke bijwerkingen van de behandeling. Maar dat valt mee, toch? Ik verloor ook haar, maar dat is intussen teruggegroeid. Als het stevig waaide, kon je een kalende plek zien, maar anders: niks. En het was zomer, dus het waaide al niet zo hard (lacht). Ik was ook enorm mager geworden, maar ook dat was eigenlijk niet erg: kon ik eindelijk allerlei kleren dragen voor magere mensen. Slank gesneden in de taille, dat soort spulletjes. Maar het is nu ook niet zo leuk dat je vraagt aan je dokter "Doe me maar een chemo, want ik wil afslanken" (lacht).'
'Ook ging ik meer luisteren naar de dokter. Zo ben ik na Nieuwjaar 2003 gestopt met roken. Ja, tijdens de behandeling ben ik de hele tijd blijven doorroken. Slecht hé, ik weet het. Ik dacht altijd van 'Dat zal wel niet zo'n vaart lopen', maar de dokters toonden me uitentreure aan hoe slecht het wel is, zeker in combinatie met een glas bier of wijn. Als ik moest kiezen tussen stoppen met roken en stoppen met drinken, dan geef ik de sigaret eraan. Een drankje wil en kan ik niet laten. De dokter zegt me zelfs dat drie glazen per dag goed voor me zijn. Nu ben ik aan mijn tweede toe, niet? Oei, en de dag is nog lang (lacht).'
'Sinds de ziekte ben ik geneigd wat sneller mijn geduld te verliezen. Ik ben kieskeuriger geworden. Ik ga niet meer opdraven als me gevraagd wordt iets gratis te doen, want dat soort voorstellen krijg ik onzeglijk vaak hoor. Ik voel: ik heb meer baat bij een dagje rust dan bij een project dat niks opbrengt. Ik werk nu aan een tekenfilm, en daarnaast blijf ik schilderen. Voor het overige probeer ik zoveel mogelijk uit mijn agenda te schrappen. Interviews bijvoorbeeld, al maak ik voor dit blad een uitzondering. Vroeger waren interviews het liefste wat ik deed. Nu vind ik ze vaak te vermoeiend.'
'Mijn vriend, mijn zusje en andere mensen uit mijn directe omgeving hebben me enorm goed verzorgd en gesteund. Dat was pure luxe. Nu praten ze niet meer over mijn ziekte en ze vragen er ook niet langer naar. Het hoofdstuk is afgesloten. Maar goed ook. Ik denk dat alleen mensen die het zelf hebben meegemaakt, goed snappen waar het hem echt om gaat. Voor alle anderen is kanker hoe dan ook een raadsel. Die ziekte is zo verdraaid ongrijpbaar.'
'Het eind van mijn behandeling viel in de derde week van september 2002, net voor mijn vijftigste verjaardag. Een mooi cadeau was het. Maar geen verrassing: de dokters waren zo zo zeker van hun stuk dat ook ik nooit heb getwijfeld aan de goeie afloop. Nu ja, 'afloop', dat woord is relatief: ik moet om de drie maanden naar het ziekenhuis voor een controlebezoek. Pas na vijf jaar zonder slecht nieuws word je helemaal gezond verklaard. Ik twijfel niet; ik ben vol vertrouwen. Kop omhoog! Is dat struisvogelpolitiek, om niet te willen denken aan een slechte wending? Sommige mensen kunnen dat zo noemen. Willen ze dan liever dat ik zieligjes in een hoekje zit? Dat is niet mijn aard. Jij, samen met je dokters, in een veldslag tegen de kanker: zo zag ik mijn behandeling. Die ziekte is een levensbedreigend iets. Je hebt niet de tijd noch de kans om wat rond te lummelen. Je moet er meteen tegenaan. Een mens kan soms wat slordig zijn in levenskeuzes of in relaties, maar niet in de strijd tegen kanker.'




