Sterven is een kunst. Edward de Maesschalck over de laatste twee levensjaren van zijn vrouw, Fryda
Meer lezen
- 'Sterven is een kunst' van Edward de Maesschalk is uitgegeven bij Davidsfonds/Leuven
Tekst: Kathleen Vereecken, uit Leven 3, juli 1999
"Bestaat er geen boek over een kankerpatiënt die gewoon doodgaat?", vroeg Fryda zich tijdens één van haar laatste levensjaren luidop af. Het zou de aanzet worden tot "Sterven is een kunst", het boek van haar man, Edward de Maesschalck. Opdat Fryda"s verhaal een steun zou zijn voor lotgenoten. Opdat haar lijden zin zou hebben.
Edward de Maesschalck: "Iemand die weet dat hij zal sterven is meestal zeer bang. Niet zodanig voor de dood zelf, maar voor het sterven. Die angst overschaduwt alles. Je kan het vergelijken met een terdoodveroordeelde die zijn executie afwacht. Wel, terugblikkend op de ziekte en de dood van Fryda, kan ik zeggen: het overlijden zelf was het minst moeilijke moment. Het was heel mooi en sereen, net een film. Ik lag naast haar en hield haar vast. Ze opende haar ogen en leek zo intens gelukkig met alles rondom haar. En toen ging ze dood. Je kan het je niet mooier wensen. Had ze dat maar vooraf geweten, denk ik soms. Toen ik me gelukkig prees dat ik op dat moment bij haar was, zei de verpleegster: "Dat is geen toeval. Een stervende wacht op het goede moment om dood te gaan." Ik wil hoop geven aan wie weet dat hij niet lang meer zal leven: geen hoop op leven, maar hoop op mooi sterven."
Sterven in een paradijsje
Mooi sterven heeft veel te maken met de omgeving. Niet alleen met de mensen - die zijn zeer belangrijk - maar ook met de ruimte. Tijdens Fryda"s laatste levensmaanden werd alles rondom haar - van de slaapkamer tot het toilet - herschapen in een warm, mooi, liefdevol nest.
Edward de Maesschalck: "Iemand die sterft moet je zoveel mogelijk omringen met mooie dingen. Een klein paradijsje moet het worden, want dat maakt de aftakeling zoveel draaglijker. Wie terminaal ziek is vermagert sterk, voelt zich niet lekker, heeft pijn. Stop zo iemand in een kale, ongezellige ruimte die dat troosteloze nog eens benadrukt, en hij voelt zich nog stukken slechter. Fryda"s kamer werd dus een ruimte met alleen maar mooie dingen, in de kleuren waar ze het meest van hield. Ook ons toilet moest eraan geloven. Dat lijkt misschien een beetje vreemd, maar iemand die uren op zijn knieën doorbrengt en ziek met zijn hoofd boven die wc-pot hangt, die ziét niks anders dan die vieze kalkaanslag van jaren, die tegeltjes die niet meer mooi zijn. Door alles zoveel mogelijk in te richten volgens de wensen van de stervende, geef je de ongeschreven boodschap dat je hem niet opgeeft. Dat hij nog steeds de moeite waard is. Fryda was ook heel sterk met haar voorkomen begaan. Tot op het laatst bleef ze mooie kleren kopen, maakte ze zich op. Zij ging ervan uit dat wie stopt met zich te verzorgen, wie zichzelf niet meer de moeite waard vindt, zich gewonnen geeft. Zo iemand is al dood."
Het scenario voor haar eigen begrafenis
Naarmate Fryda haar einde voelde naderen, nam ze steeds meer het scenario en de regie van haar eigen begrafenis in handen. Alvast één voordeel van een aangekondigde dood, maar tegelijk een beetje akelig voor de mensen in haar naaste omgeving.
Edward de Maesschalck: "Dat had inderdaad iets macabers, maar ik was nu eenmaal samen met haar in dat bootje gestapt. "Hoe hou je het uit?", vroegen ze me meer dan eens. Ach, weet je, een mens kan zoveel meer aan dan hij denkt. Alleen praten over "na de dood", dat ging niet. Dat was te vaag, te onzeker. Op een mooie manier afscheid nemen van het leven was veel belangrijker, en daar hoorde die begrafenis bij. Ik heb goed gevoeld dat vrouwen doorgaans op een veel vanzelfsprekender manier met de dood en met stervende mensen omgaan dan mannen. Mannen staan er zo schutterig en onwennig bij, terwijl dat voor vrouwen heel natuurlijk lijkt. Ik heb veel geleerd van Fryda. Vroeger was ik het prototype van de mannelijke denker. Mensen observeren was mij vreemd. Maar door het voornemen een boek te schrijven over Fryda, moést ik leren observeren. Het moest háár verhaal worden, niet het mijne. Ik vind het een zeer groot voorrecht dat ik haar op die manier door en door heb leren kennen."
De zin van het leven
Fryda stierf op 11 januari 1995. Haar afscheid was rond, dat van haar man en kinderen nog lang niet. Een moeilijke weg van vallen en opstaan, tot de mooie, gezonde vrouw van weleer opnieuw haar plaats zou krijgen in het geheugen van wie van haar hield.
Edward de Maesschalck: "In het begin zag ik alleen maar het beeld van een zieke, stervende Fryda voor mij. Die laatste momenten stonden echt in mijn geheugen gebrand, en schermden alle vroegere herinneringen af. Ik kon zelfs niet dromen van haar. Pas anderhalf jaar na haar dood, zag ik haar in een droom. Vanaf dat moment kon ik weer aan de mooie dingen van vroeger denken. Een rouwproces verloopt in kringen. Het eerste jaar na haar dood was er alleen maar plaats voor verdriet, voor het herbeleven van het afgelopen jaar. Vanaf 11 januari 1996 begon er een tweede kring, die al een beetje verder van mij af stond. Beetje bij beetje voelde ik mijn verdriet verzachten. Elke plek waar we ooit samen geweest waren, moest "ontwapend" worden. Elke eerste keer dat ik op zo"n plek kwam, werd ik overmand door verdriet. En daarna ging het weer een beetje beter. Maar het is een leugen te zeggen dat verdriet ooit helemaal weggaat. Het blijft, een leven lang.
Wie met de dood geconfronteerd wordt, stelt zich de vraag: wat is de zin van alles geweest? Wat is de zin van het leven? Ik kan daar maar één antwoord op geven: liefde. Ga maar na: alle liedjes gaan erover. Dat is geen toeval, hoor. Het is het enige wat echt telt. Geld verdienen, carrière maken. het zijn allemaal maar middelen. Maar wie écht van iemand gehouden heeft, dié zijn leven heeft zin gehad."






