Sociaal isolement door kanker: vrienden voor altijd?
Schrijf ons!
Stuur uw reactie op artikels uit het tijdschrift Leven naar de brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer van Leven.
Echte vrienden zijn goud waard; in goede en kwade dagen, in ziekte en gezondheid. Ze zijn een steun en toeverlaat, ook als het een periode minder gaat. Helaas, een ziekte als kanker kan vriendschap zwaar op de proef stellen. Els Elaut getuigt.
Tekst: An Van de Velde, uit Leven 27, juli 2005
Het verhaal van Els Elaut (52) begint eind 2002, toen ze te horen kreeg dat ze borstkanker had. De behandeling liet niet op zich wachten: eerst chemotherapie, en daarna werd een borst geamputeerd. De operatie verliep goed, en Els herstelde snel.
Els Elaut: 'Natuurlijk schrik je wel. Je krijgt een schok. Daar sta je, tussen leven en dood. En het is niet niks: ze ontnemen je iets - een ziekte als kanker laat littekens na. Maar je slaat je daar door, zo goed en zo kwaad als je kan. Ik heb mij daar vrij goed over gezet. Ik wilde die bladzijde omdraaien, verder met mijn leven. Al ben ik wel veranderd.'
Tijdens de periode van ziekte en behandeling - én daarna - kan je elke steun goed gebruiken. Els heeft een begrijpende man en twee volwassen dochters. Ze steunden haar door dik en dun. Maar om de draad weer op te pakken, rekende Els toch ook op haar vrienden. En die lieten het een beetje afweten. In het begin kwam er nog wel een bloemetje of een telefoontje, maar dat verwaterde snel.
Els Elaut: 'Er zijn vrienden, met wie we toch al jaren een goede band hadden, die ik nooit meer heb gehoord of gezien. Daar heb ik het moeilijk mee. Alsof je een besmettelijke ziekte hebt. Ik hoef geen tien mensen rondom mij, gewoon een paar goede vrienden. Die heb je nodig. Want het is geen griepje, maar kanker, een levensbedreigende ziekte. Je vecht. En hoe meer mensen een helpende hand uitsteken, hoe gemakkelijker je eruit geraakt.'
'Uiteindelijk bel je zelf: "Het is al lang geleden, ja, we moeten nog eens afspreken. We bellen nog." En dan hoor je niks meer. "Vrienden komen en gaan", zeggen mijn dochters. Ik zie dat anders. Je hebt iets opgebouwd in de loop der jaren. Je weet dingen over elkaar, persoonlijke dingen. Je praat niet alleen over het weer, je legt al eens je ziel bloot. Dat is vriendschap. Als het dan een periode minder gaat, hoop je dat je op die vrienden kan rekenen. Niet om aan zelfbeklag te doen, maar gewoon, om alles achter je te kunnen laten en verder te gaan met je leven. Zoals vroeger, toen stond mijn agenda vol: een etentje hier, een etentje daar, een uitstapje samen, even bijpraten bij een kop koffie. Dat mis ik wel. Uiteindelijk begin je te twijfelen aan jezelf. Je verliest je zelfvertrouwen. Je weet niet meer hoe je je moet gedragen, wat je kan zeggen en wat niet. Waarom? Ik weet het niet. Ik kom er niet uit. Ik heb er al veel over nagedacht, veel gelezen. Soms voel ik me triest, vaak boos en bedrogen. In rouw. Ook dat verlies moet ik verwerken.'
Toch blijft Els niet bij de pakken zitten. Ze wil vooral vooruit.
Els Elaut: 'Ik wil erover praten want ook andere patiënten kennen dit probleem. En bij gelegenheid pik ik het op met mijn vrienden. Maar ik wil niet blijven piekeren. Ik lach graag, ik maak nog graag plezier. Ik maak lange wandelingen, ga kilometers fietsen. We trekken door heel Vlaanderen, mijn man en ik. Dat is ook een uitlaatklep. En ik heb mijn kleinkinderen: twee jongens, 3 jaar en 14 maanden, die maken veel goed.'
Sociaal verpleegkundige Erika Brandt: 'De lat ligt hoog'
Vrienden die niet meer langskomen, niet meer opbellen, niet meer vragen hoe het gaat. Het komt wel vaker voor dat mensen door een ziekte als kanker sociaal geïsoleerd geraken. Dat zegt ook Erika Brandt, sociaal verpleegkundige in het AZ Sint-Blasius in Dendermonde: 'In de beginfase, tijdens de opname in het ziekenhuis, komen mensen vaak op bezoek, maar niet iedereen houdt het vol. De behandeling duurt ook vaak lang, veel mensen zijn gauw een jaar bezig. Na een tijdje haken heel wat mensen af. En dat is jammer. Als patiënt ben je sowieso al wat geïsoleerd. Je zit thuis, je kan een tijd niet meer gaan werken, op vakantie. Je moet veel dingen laten.'
Juist in een periode dat je dat sociaal contact het hardst nodig hebt, laten mensen het afweten. Vrienden en buren gaan je plots anders benaderen, het contact soms mijden.
Erika Brandt: 'Mensen vormen zich een beeld over iemand met kanker. En vaak weten ze niet hoe ze daarmee kunnen omgaan of wat ze moeten zeggen. Misschien uit angst over het feit dat het hen ook kan overkomen? Of misschien beseffen mensen niet hoe groot die nood wel is. Het is, denk ik, ook een beetje eigen aan onze maatschappij. De lat ligt hoog. Er wordt verwacht dat je presteert, op het werk en thuis. We leven allemaal ons eigen leven. En we vergeten wel eens dat mensen het soms moeilijk hebben om nog mee te kunnen.'
Toenadering zoeken
Als de behandeling erop zit, verwacht de buitenwereld vaak dat je snel weer de oude zult zijn, dat je weer normaal kan functioneren. Dat is niet altijd zo.
Erika Brandt: 'Dat klopt. Je ziet er weer goed uit, of beter. En automatisch wordt er verondersteld dat je ook beter bent. Maar mensen kunnen nog moe zijn, bezig met verwerken. Juist dan heb je toch wel dat sociaal contact, die vrienden nodig, om de draad weer op te pikken. Het is echt belangrijk dat je als vriend of als buur blijft komen, aandacht blijft schenken. Vraag wat je kan doen, of je ergens mee kan helpen, zonder te betuttelen. Medelijden is het laatste dat zieke mensen vragen.'
En het gaat daarbij niet alleen om praktische hulp. Mensen hebben vooral ook nood aan heel gewone dingen: een etentje bij vrienden, even bijpraten,.
Erika Brandt: 'Aan vrienden en andere mensen zou ik zeggen: nodig hen eens uit. Misschien bedanken ze, zeggen ze "Neen, vandaag voel ik mij te moe". Plannen is sowieso moeilijk, dat moet echt van dag tot dag. Maar dat wil niet zeggen dat je het niet meer hoeft te vragen. Misschien gaat het de volgende keer wel. Als patiënt kan je ook zelf meer toenadering trachten te zoeken. Probeer mensen die contact zoeken daar van in het begin in te bevestigen. Zeg dat je het apprecieert dat ze er zijn, dat ze eens opbellen of langskomen. Ook al weten ze niet goed wat te zeggen en vinden ze niet de juiste woorden. Natuurlijk zullen er altijd mensen zijn die afhaken. Spreek hen daarover aan. Vraag waarom ze het moeilijk hebben en praat het samen uit.'
Onverwacht
En uiteraard laten vrienden het niet allemaal afweten. Mensen staan er vaak ook van versteld wie hun echte vrienden zijn.
Erika Brandt: 'Soms komt de steun uit onverwachte hoek: een collega waar je het niet van verwacht, een buur waar je weinig contact mee hebt. Mensen die plots wel een kaartje sturen of opbellen om te vragen hoe het gaat. Veel patiënten vinden ook steun bij lotgenoten. Niet zelden houden mensen daar echt vrienden aan over.'






