LinksSitemapContact
U bent hier:

Showbizzlegende Tony Corsari: man alleen tegen darmkanker

Schrijf ons!

Stuur uw reactie op artikels uit Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.

Met hits als Waarom zijn de bananen krom? of Het minirokje baande Tony Corsari zich een weg naar het collectieve Vlaamse volksgeheugen. Als conferencier-gastheer in de pioniersjaren van de televisie was hij een mega-BV lang voor die term gelanceerd werd. Nu, op zijn 82ste, is Tony Corsari verleden tijd en vecht zijn echte ego André Parengh sinds dit voorjaar tegen darmkanker: ‘Ik kijk het allemaal stoïcijns aan’.

Tekst: Marc Peirs, foto: Eric de Mildt, uit Leven 44, oktober 2009

‘Ik heb te lang gewacht voor ik naar de dokter ging. Al een jaar lang had ik abnormale stoelgang. Soms met wat bloed erbij. Maar ik dacht dat het zo ook wel weer over zou gaan. Ik heb al zoveel ongemakken gehad die met het verstrijken van de tijd vanzelf weggaan. Maar deze keer dus mooi niet.’

‘Mijn vriendin lachte me uit: “Bangerik! Je durft niet naar de dokter toe!”. Ik repliceerde: “Ga jij, dan ik ook!”. Ze had al een tijdlang last van haar rug. Dus toen zij zich liet opereren, tja, dan moest ik mijn belofte wel houden. Een gastroscopie bracht uitsluitsel. “Het is dát”, zei de dokter. En ik (koeltjes): “Kanker?”. De dokter: “Ja, darmkanker.”‘

‘Van toen af aan heb ik het hele proces stoïcijns aangekeken. Schuldgevoel omdat ik zo laat op doktersvisite was gegaan, heb ik hoegenaamd niet. Ik ben 82. Ik heb mijn leven gehad. Er kome wat moet komen.’

‘Twee kwaadaardige gezwellen had ik: een klein links, een ernstig rechts. “En ik zie ook nog kleinigheidjes op de lever”, zei de arts. Later werden die “kleinigheidjes” plots “heel ernstig” genoemd: “Uitzaaiingen”.’

‘Twee weken later moest ik onder het mes. Ik kom aan, in het ziekenhuis, met mijn valiesje, keurig, zoals afgesproken, op maandag. “Neem uw tijd”, zei de verpleegster, “we opereren u pas vrijdag.” Bon, ik leg me op bed en begin te lezen (lacht zuinig). Waarom ik vier dagen vroeger moest komen, weet ik niet. Voor onderzoeken en misschien om mijn darmen te reinigen? Ik kreeg ontzettend veel zout water te drinken (lacht). Komt vrijdag. Ik was me grondig, trek braafjes mijn operatiekleedje aan. En dan: wachten. Uren gaan voorbij. In de late namiddag komt de mededeling: niet vandaag. Dan word je wel even lastig (lacht). Maar de dag erna, zaterdag, was ik de eerste in de rij.’

Ik rij naar Leuven, moet daar een tijdje op bed liggen wachten, en dan komt hij: de Kerstboom, zoals ik hem noem. Een statief met zes zakjes vloeistof.
‘De operatie verliep vlot. Ook bij het ontwaken had ik geen centje last. Men waarschuwde me dat het pijnlijk zou zijn om voor het eerst weer naar het toilet te moeten: “Je zal op je tanden moeten bijten. De tranen biggelen je over de wangen”. Bij mij was het niet zo. Het eerste toiletbezoek kostte inspanning, dat wel, maar pijn? Nee. Ik ben niet de moedigste van de bende, maar had ik vooraf geweten dat het allemaal zo pijnloos zou verlopen, dan was ik wellicht eerder naar de dokter toe gestapt (lacht).’

‘Doodsgedachten? Nee, niet over gepiekerd. Dik twintig jaar geleden heb ik een hartinfarct gekregen. Dán heb ik doodsangst uitgestaan. Je ogen gaan dicht en 24 uur lang is het kantje boord of je het haalt of niet. In die 24 uur heb ik mijn leven de revue zien passeren. Wat heb ik goed gedaan, wat had beter gekund… Die evaluatie heb ik toén al gemaakt. Ook de erfenis is al lang geregeld. Wat ik bezat, heb ik verdeeld onder zij die het waard zijn. Alles was dus al in orde voor ik de operatie onderging.’

‘Drie weken heb ik in het ziekenhuis gelegen. Na enkele dagen zaten er plots twee reporters van Dag Allemaal aan mijn ziekbed. Ze hadden een onnozel bloemetje bij van anderhalve euro, als vermomming (lacht). Ik zei dat ik geen interview wou geven, we kletsten wat, en de volgende week stond het breed uitgesmeerd over 3 à 4 pagina’s in Dag Allemaal. De kranten hebben dat ook gezien. Die brachten dan ook artikelen. Het ene al beter dan het andere (lacht).’

‘Al die aandacht wou ik niet. Bezoek had ik evenmin nodig. Als ik ziek ben, ben ik graag alleen ziek en wil ik alleen genezen. Mijn vriendin, ja, die is me twee keer komen bezoeken. Mijn zus kwam ook. Maar telkens voor een minuut of tien. Vroeger, in mijn hoogdagen als conferencier en zanger, heb ik méér dan genoeg mensen rond me gehad. Ook in die tijd was ik best wel een solitair persoon. Na een zaalshow bleef ik nooit na voor een glas bier met de organisatoren. Nooit. Ik zat liever in de auto, alleen, op weg terug naar huis, in Brussel. Trouwens, ik heb mijn hele carrière gecombineerd met een job bij het OCMW van Brussel. Ik moest vroeg uit de veren!’
Doodsgedachten? Nee, niet over gepiekerd. Dik twintig jaar geleden heb ik een hartinfarct gekregen. Dán heb ik doodsangst uitgestaan.
‘Voor de uitzaaiingen op mijn lever volg ik een chemokuur in Leuven. Ik rij naar Leuven, moet daar een tijdje op bed liggen wachten, en dan komt hij: de Kerstboom, zoals ik hem noem. Een statief met zes zakjes vloeistof. Gedurende enkele uren druppelt dat allemaal in mij; dan krijg ik een infuus (een kleine pomp waarlangs waar de chemotherapie gedurende 46 uur verder loopt, nvdr), mag naar huis, en de volgende dag komt een thuisverpleegster het infuus loskoppelen. Zo moet ik zes sessies volgen. Zijn de uitzaaiingen dan nog niet weg, dan volgen er meer chemosessies.’

‘Ik heb er gelukkig weinig last van. Het vervelendste effect is de “laattijdige diarree”, die heel plots opkomt. Ook voel ik me makkelijker vermoeid. Zolang ik met u praat, zal ik niet in slaap vallen, maar wanneer ik een biografie van 600 bladzijden van Hitler lees, dan kan ik wel even indommelen. En al helemaal na een lekkere maaltijd met een glas wijn erbij (lacht). Maar welke 82-jarige zou dan niét indommelen?’

‘Als alleenstaande man leef ik heel goed. Elke vrijdag koop ik een stel bereide maaltijden in Delhaize: makkelijk en snel. Minstens drie keer per week ga ik op restaurant. Ik mag àlles eten en drinken (wijst op het glas van de betere Sancerre die hij ons uitschonk). Gewicht verliezen, dat was volgens de dokter absoluut not done. En kijk, sinds de operatie ben ik een kilogram bijgekomen (lacht).’

‘Mijn vriendin zie ik voor een babbel of een restaurantbezoek. Samenwonen hoeft voor mij niet. Heb ik behoefte aan gezelschap, dan ga ik naar de Grote Markt hier in Tienen, waar ik geboren ben, en sla ik een praatje met een stel vrienden dat ik daar ontmoet. ‘s Avonds lees ik of kijk ik televisie. Ik weiger “professioneel” tv te kijken, hoewel ik natuurlijk goeie presentatoren zie, maar evengoed presentatoren die het van den hond doen (lacht). Ik leef niet in het verleden. Je zal in mijn flat geen enkele foto of affiche van Tony Corsari vinden. Melancholie is aan mij niet besteed.’

Naar het verhalenoverzicht