LinksSitemapContact
U bent hier:

Rob Adriaensen heeft uitgezaaide slokdarmkanker

Schrijf ons!
Stuur uw reactie op artikels uit Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.

Meer lezen
Professor Marc Peeters over uitgezaaide slokdarmkanker

Rob Adriaensen (foto: Pol Leemans) Rob Adriaensen is al tweeënhalf jaar in behandeling voor slokdarmkanker. 'Van de ene op de andere dag kom je terecht in andere wereld', aldus Rob. 'Maar zolang ik geen "vervaldatum" krijg, leef ik voort.'

Tekst: An Van de Velde, foto: Pol Leemans, uit Leven 48, oktober 2010

'Ik voelde me al een tijdje moe', steekt Rob (62) van wal. 'Niks abnormaals, dacht ik, met mijn drukke agenda. Later kreeg ik last van keelpijn. Antibiotica leken niet te helpen. Mijn huisarts heeft me dan doorverwezen naar het ziekenhuis voor een gastroscopie. Een zware maagontsteking of erger, volgens de dokter daar. Verder onderzoek bracht een tumor aan het licht op de overgang van de slokdarm naar de maag, en uitzaaiingen in de lever. De oncoloog was meteen duidelijk. Opereren kon niet. Mijn enige optie was chemotherapie. Slecht nieuws, ja. Natuurlijk komt dat aan. Ik zie mezelf nog buitenstappen uit het ziekenhuis. Je kijkt naar de mensen rondom: de anderen. Voor hen gaat het leven door. Oei, dacht ik, ik zit aan de verkeerde kant. Kanker, daar stopt het. Hoe ga ik dát in godsnaam aan mijn vrouw en kinderen vertellen? Zo zag ik het. Op dat moment kan je niet inschatten wat volgt.'

Voor altijd

Een week na de diagnose, tussen Kerstmis en Nieuwjaar, ging Rob van start met chemotherapie. De behandeling sloeg aan. Na anderhalf jaar waren geen uitzaaiingen in zijn lever meer te zien op scans.
Rob: 'In mijn geval moeten ze blijven behandelen, voor de rest van mijn leven. Al bij al voel ik mij goed. Natuurlijk heb ik mindere dagen. Vooral de week na de chemo ben ik misselijk, krijg ik last van keelpijn en griepklachten. Een vieze smaak ook, alsof ik constant zeewater in mijn mond heb. Dus eet ik meer zoet om het zout te neutraliseren. Zeker mijn haar verliezen vond ik erg. Confronterend. Mensen kenden mij met mijn weelderige haardos. Om mijn hoofd te beschermen draag ik een muts of een hoed, en in de zomer moet ik uit de zon blijven.'

Bezig blijven

Voor zijn ziekte was Rob een geëngageerde en harde werker bij 11.11.11, de koepelorganisatie van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging, waar hij mee het beleid uitstippelde. Dat wilde hij ook blijven doen. Op doktersadvies nam hij toch gas terug.
Rob: 'Het eerste jaar ging ik nog geregeld naar 11.11.11 en bleef ik thuis als vrijwilliger aan de slag: wat meewerken aan een startdag voor de campagne, meedenken over een komend congres. Na een tijdje merkte ik dat het moeilijker werd om op nationaal vlak te blijven meewerken en ben ik ermee gestopt. Maar ik blijf bezig op lokaal vlak: ontwikkelingssamenwerking, vluchtelingen,... Dingen die me aan het hart liggen. Allles in mijn tempo. Ik kan absoluut niet meer werken zoals vroeger. Stress en deadlines zijn er te veel aan. Maar ik wil wél zinvol bezig blijven. Dat houdt mij ook fysiek gezond.'

Vaste klant

Intussen krijgt Rob al ruim 2,5 jaar non-stop chemotherapie. Aanvankelijk om de veertien dagen, sinds vorig jaar elke drie weken. Voorlopig zonder veel complicaties, vindt hij zelf. Een enkele keer moest hij midden in de nacht naar spoedgevallen met darmklachten, of is de chemo uitgesteld wegens te weinig witte bloedcellen.
Rob: 'Om de drie weken krijg ik mijn dosis. Ik zie het niet als een opgave, neen. Niet dat ik met plezier naar het ziekenhuis ga - al word ik daar als een prins verzorgd - maar die ochtend sta ik fluks op, neem mijn krant en nog wat boeken mee... Ik lééf op chemotherapie! Een andere optie heb ik niet. Het is niet niks. Dat begin ik meer en meer te voelen. Maar dat neem je erbij, samen met de andere ongemakken. Ik krijg ontstekingen in mijn mond, mijn tanden beginnen los te staan. Mijn vingers zijn minder gevoelig, dus ik stoot al eens iets om. Ik heb tintelingen in mijn voeten, alsof ik op kussentjes loop. Soms heb ik 's morgens geen energie om op te staan en blijf ik tot 's middags in bed. Je moet je grenzen aanvaarden en luisteren naar je lichaam. Vooral de week na de chemo blijft lastig. Daar regel ik mijn leven ook naar. Als mensen mij zien, ben ik meestal goed.'

Zonder datum

'Kanker is sowieso een lelijk woord', gaat Rob verder. 'Mijn eerste vrouw is zestien jaar geleden gestorven aan een zeldzame vorm van darmkanker. Dokters konden voor haar niks meer doen. Ze kreeg nog maximum een jaar. Van de ene dag op de andere is ze gestopt met werken. Ze heeft haar tijd gebruikt om afscheid te nemen, dingen af te ronden. Voor mij ligt dat anders. Ik heb geen "vervaldatum" gekregen, in feite ben ik chronisch ziek. Niemand heeft het over een prognose. Mijn kanker is niet te genezen, volgens de dokters. Ze houden de ziekte onder controle. Nieuwe uitzaaiingen in mijn buik zijn gelukkig weer kleiner geworden. Dus voorlopig gaat het goed. Maar ik maak mezelf niets wijs. Op een gegeven moment kan mijn lichaam het misschien niet meer aan. De dokter heeft mij al verwittigd: ooit komt de dag dat de chemo misschien niet meer werkt, en dan kan het snel gaan. Natuurlijk weet ik dat. Maar ik focus vooral op vandaag. Ik ken mensen die al vele jaren leven met kanker. Daar trek ik mij aan op. Uiteindelijk is het leven voor iedereen een risico, elke dag opnieuw. Kanker maakt het natuurlijk wel nog wat riskanter.'

Zinvol leven

Ondanks alles blijft Rob uitermate positief. Hij wil vooral zinnig blijven omgaan met zijn leven ook al weet hij niet hoe de ziekte verder zal evolueren. Vorige zomer is hij - na 11 jaar samenleven - getrouwd met Rita. Een teken dat ze er samen in blijven geloven.
Rob: 'Volgens mijn vrouw ben ik meer bezig met de dood. Misschien wel ja, vooral dan met de grote levensvragen, de zin van het bestaan. Dat heeft me altijd geboeid, maar vroeger nam ik daar minder tijd voor omdat ik werd opgeslorpt door mijn werk. Waarom zijn we hier? Welke zin geef je aan het leven? Fascinerend toch! Je wordt op de wereld gezet zonder dat je daar om vraagt. Maak er iets van. Zo simpel is het, denk ik. Maakt de dood mij bang? Ja, ik denk dat iedereen wel een beetje bang is voor de dood. Zeker mensen die graag leven. Je kan ook gewoon 'nieuwsgierig' zijn. Want is het dan echt gedaan? Maar ik heb geduld. Laat mij nog maar een aantal jaren in het ongewisse.'

Niet te snel

'Mensen roetsjen en scheuren maar door,' weet Rob, 'ik vroeger ook. In die zin leef ik wel bewuster. Onlangs zijn Rita en ik voor de vierde keer grootouders geworden. Van die momenten genieten we intens. Onze twee zonen wonen met hun gezin in de buurt en op zaterdag eten we samen. Onze band is er door mijn ziekte nog sterker op geworden. Is het leven mooier? Neen, want je hebt beperkingen. Dat is het moeilijkste. Niet meer kunnen zoals vroeger. Ik heb door mijn werk in ontwikkelingssamenwerking altijd mogen meewerken aan een wat rechtvaardiger wereld. Een werk van lange adem. Je moet blijven timmeren aan de weg, én er blijven in geloven. Zolang mijn vervaldatum niet overschreden is, blijf ik ervoor gaan.'


Naar het verhalenoverzicht