LinksSitemapContact
U bent hier:

Rita Vrancken zag haar kinderwens in vervulling gaan: ‘Zonder de Kankertelefoon was Klaas er niet’

Lymfoedeem: tijdig ingrijpen
Lymfoedeem is de wetenschappelijke naam voor een vochtophoping die ontstaat doordat de afvoer van lymfvocht belemmerd is. Rita Vrancken heeft lymfoedeem aan haar been, maar de meest voorkomende vorm is de gezwollen arm na een borstkankeroperatie. Tijdens die ingreep worden meestal ook de lymfklieren in de oksel weggenomen, omdat dit de eerste plaats is waar uitzaaiingen voorkomen. En dat belemmert de afvoer van lymfvocht uit de arm. Lymfoedeem is in de meeste gevallen goed te behandelen, op voorwaarde dat al bij de minste zwelling wordt ingegrepen.
Het eerste stadium van lymfoedeem is een waterige vochtophoping die vrij makkelijk gedraineerd kan worden met de juiste kinesitherapie. In het tweede stadium zuigt het armweefsel het vocht op, zoals een spons. Het oedeem voelt wat harder aan, de kinesitherapie is al complexer. In het laatste stadium is het oedeem weefsel geworden en voelt het heel hard aan. Een operatie is dan de enige oplossing.
Rita Vrancken gebruikt een pressotherapietoestel voor het draineren van het lymfvocht uit haar been. Af en toe gaat ze nog bij de kinesitherapeut langs voor een manuele lymfdrainage. Zelfbehandeling is zeker niet voor iedereen met lymfoedeem de beste oplossing, soms is het zelfs af te raden. Overleg met uw behandelende geneesheer is absoluut noodzakelijk.
Met dank aan prof. Pierre Lievens, UZ Brussel

Kankertelefoon
Voor advies, een babbel, informatie: bel 078/150.151, elke werkdag van 9 tot 12 en van 13 tot 17 uur. Of e-mail: kankerlijn@tegenkanker.be.

Schrijf ons!
Stuur uw reactie op artikels uit Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.

Rita Vrancken. Foto Karl Bruninx In het allereerste nummer van Leven van januari 1999 getuigde Rita Vrancken (44) over de steun die ze kreeg van de Kankertelefoon na haar behandeling voor huidkanker. We gingen haar naar aanleiding van de 10de verjaardag van Leven weer opzoeken, en zagen dat het haar goed gaat.
Rita: ‘De Kankertelefoon heeft veel betekend voor mij. Ik heb er de informatie gekregen die ik zocht, op mijn tempo. Maar vooral, de steun van de Kankertelefoon heeft Koen en mij over de streep getrokken om via in-vitrofertilisatie toch een eigen kind te krijgen.’

Tekst: Bart Van Moerkerke, uit Leven 41, januari 2009

Rita was een jonge vrouw goed op weg om carrière te maken in de commerciële sector. Een agressieve huidkanker brak haar loopbaan af. Ze overleefde de ziekte maar hield er een ernstig letsel aan over, lymfoedeem aan haar rechterbeen (zie kader). De behandeling neemt dagelijks twee tot drie uur in beslag. ‘Een jaar nadat in mijn hals en aan mijn been kwaadaardige melanomen waren verwijderd, herviel ik. Bij de nieuwe operatie werden de lymfklieren en lymfbanen van mijn rechterbeen weggenomen. Gedurende de dag stapelt zich daardoor vocht op in het been. Ik heb een apparaat dat het vocht vanaf mijn voet omhoogduwt waarna het via onderhuidse secundaire lymfbaantjes wordt afgevoerd. Dat duurt dagelijks twee tot drie uur, afhankelijk van wat ik die dag doe. Onlangs hebben we het huis behangen en geverfd. Na twee uur werken, moest ik een half uur aan het apparaat. Het lymfvocht laten staan is geen optie, want dan word ik volkomen immobiel. Het gebeurt dat ik eens over de schreef ga en mijn been zelf niet meer goed krijg. Dan moet ik naar de kinesist.’

Een bijkomend probleem is dat Rita het apparaat onmogelijk overal mee naar toe kan nemen, het is te groot en de elektronica is te gevoelig. Dat beperkt sterk haar doen en laten. ‘Ik heb ermee leren leven. Hoewel, soms heb ik het er nog zeer lastig mee. Enkele weken geleden waren we aan zee, het was prachtig weer. Onze zoon Klaas ging het strand op. Ik kon niet meer mee, hoe graag ik het ook wilde. En om 19 uur moesten we naar huis om mijn been te behandelen. Dat was zo frustrerend, ik was echt kwaad op mezelf. Lang duurt die boosheid nooit want ik besef dat dit maar een kleine prijs is voor mijn leven en voor het grote geluk dat Klaas me brengt.’

Simply the best
Klaas was acht maanden oud toen Rita Vrancken getuigde in het eerste nummer van Leven. Intussen zit hij in het vijfde leerjaar. In de woonkamer staan overal foto’s van hem. ‘Al toen ik een klein meisje was, wou ik mama worden’, zegt Rita. ‘Door de kanker waren we verplicht onze kinderwens uit te stellen. En nadat ik hervallen was, had ik maar een lage overlevingskans. In die omstandigheden was het niet verantwoord aan een kind te denken. Dat vond ik eigenlijk nog veel erger dan de ziekte zelf.’

Naarmate de kans kleiner werd dat Rita nog eens zou hervallen, begon ze meer aan een kind te denken. Maar omdat ze niet langs natuurlijke weg zwanger kon worden, was invitrofertilisatie of bevruchting in een proefbuis de enige mogelijkheid. Daarvoor moest ze een hormonenbehandeling ondergaan en de specialisten waren het niet eens over de mogelijke gevolgen daarvan. ‘De professor die me had geopereerd, wou er zich niet over uitspreken. Andere specialisten vreesden dat de hormonenbehandeling de kans op hervallen zou vergroten. Koen en ik hebben er twee jaar over nagedacht maar we geraakten er niet uit. Toen heb ik de Kankertelefoon gebeld. Ik werd doorgeschakeld met een jonge arts die mijn vraag heel ernstig heeft genomen. Toevallig was er kort daarna een congres over huidkanker en die arts heeft het probleem daar aangekaart. Na afloop belde hij me terug met goed nieuws: strikt medisch gezien kon in-vitrofertilisatie. Ik heb onmiddellijk contact opgenomen met het ziekenhuis om de hormonenbehandeling zo snel mogelijk op te starten. En, ongelofelijk maar waar, het is van de eerste keer gelukt. Klaas is het beste dat me ooit overkomen is.’

Het recht om niet te weten
Het was niet de eerste keer dat Rita contact opnam met de Kankertelefoon. Ook nadat de huidkanker uitgezaaid bleek te zijn, was de lijn een belangrijke bron van informatie. ‘Toen ik herviel, heb ik een cursus oncologie voor huisartsen op de kop getikt. Natuurlijk begreep ik niet alles wat daarin stond. Had ik een vraag, dan belde ik naar de Kankertelefoon. Zo kon ik op eigen tempo, wanneer ik het wilde, ontdekken wat er met me aan de hand was en hoe groot mijn overlevingskansen waren. De professor die me opereerde, heeft me nooit willen zeggen welke prognose ik had. Ik ben hem daar zeer dankbaar voor. Had hij me alles in één keer in het gezicht gegooid, dan had ik het niet overleefd. Daar was ik emotioneel aan kapot gegaan. Naar de Kankertelefoon belde ik wanneer ik er behoefte aan had, ik stelde zelf de vragen, ik haakte in wanneer ik het wilde. Zo kreeg ik niet meer informatie dan ik emotioneel aankon. Ik had vragen waarvan ik dacht: die wil ik nog eens stellen maar nu nog niet want het antwoord zou me totaal uit evenwicht brengen. Ik ben het niet eens met mensen die zeggen dat de patiënt alles móet weten. Onlangs overleed de vader van een vriendin, die man wilde niet weten wat er met hem aan de hand was. Wel, laat dat dan zo! Net zoals er niet één manier is om te leven, is er niet één manier om te sterven. Die man is vredig en in alle rust gestorven.’

Meer dan een patiënt
Voor haar emotionele problemen vond Rita steun bij de Kankertelefoon en bij haar psychiater. Met haar man en de mensen in haar naaste omgeving praatte ze daar liever niet over. ‘Ik besef dat dit vreemd kan klinken maar ik wilde de mensen rondom mij geen deelgenoot maken van al mijn zorgen. Als kankerpatiënt zet je op vele vlakken een stap terug. Fysiek heb je het moeilijk, je werk kan je niet meer doen, je bent onverzekerbaar waardoor je de plannen voor je droomhuis moet laten varen. Daarom wilde ik in mijn persoonlijke relaties niet ook nog eens achteruitstappen. Ik wilde niet herleid worden tot een patiënt. Ik wilde de vrouw zijn van Koen, de dochter van mijn ouders, de vrolijke zus van mijn oudere zus, zoals vroeger. Ik ging met mijn zorgen naar de psychiater om mijn bestaande relaties te beschermen. Ik ben nog altijd heel blij dat ik het zo heb aangepakt.’

Naar het verhalenoverzicht