Radiologe Sofie De Vuysere: als de dokter zelf patiënt wordt
Meer lezen
-
Sofie De Vuysere schreef ook een boek over haar ziekteproces: Borstkanker; mijn ervaringen als arts en borstkankerpatiënte, Lannoo, 2004.
- Andere boeken over kanker
Een jonge vrouw in spannende jeans en T-shirt en met een bos weelderig krulhaar opent de deur. Is dit misschien de jongere zus van Sofie De Vuysere? Ze lacht erom: 'Ben je verward door mijn haren? Deels aangeplakt, hoor, maar wel precies zoals mijn echte haar nu is. Mensen vragen me soms of ik een verjongings- in plaats van een chemokuur achter de rug heb'. Sofie De Vuysere (33), radiologe in het Imeldaziekenhuis van Bonheiden, vertelt over hoe ze als arts met haar borstkanker omging.
Tekst: Ria Goris, uit Leven 24, oktober 2004
'Ik heb het altijd belangrijk gevonden er goed uit te zien, maar dat heeft twee kanten: voor mijn zelfbeeld was het goed, maar voor mijn omgeving soms verwarrend. Ik had met mijn collega´s op radiologie de afspraak dat ik de eerste week na de chemo niet zou werken, daarna twee weken wel. Mensen begrepen niet altijd hoe dat kon: de ene week ziek, de andere week gewoon aan het werk, fietsen of tennissen& De omgeving denkt snel: ze heeft kanker, dus is ze per definitie ziek. Neen, kanker maakt mensen niet noodzakelijk ziek, het is voornamelijk de behandeling die mensen tijdelijk ziek maakt door alle neveneffecten. Ik wilde mijn gewone ritme thuis en op het werk zoveel mogelijk voortzetten. Onze samenleving is te weinig flexibel voor zieke mensen. Ik besef dat ik veel geluk heb dat ik een goed werkschema kon regelen met mijn collega´s. Het zou voor iedereen mogelijk moeten zijn'.
Lezen over kanker
'Toen ik het knobbeltje in mijn borst voelde, was mijn eerste reactie ontkenning. Ik heb gewacht tot een bevriende collega terug van vakantie was om het te onderzoeken. Toen de diagnose viel, stortte mijn wereld in. Mijn vriend en ik hebben in mekaars armen staan wenen op de parking van het ziekenhuis. Ik dacht dat ik dood zou gaan, dacht aan mijn twee kinderen die nog zo klein waren& Toen mijn oncoloog, een collega van de "borstgroep" binnen ons ziekenhuis, chemotherapie voorschreef, voelde dit als een bijkomende klap in mijn gezicht. Als arts kende ik natuurlijk de neveneffecten van die behandeling. Na die eerste, felle emoties ben ik alles gaan lezen wat ik vanuit mijn eigen medische kennis nog niet wist over borstkanker. Ik zocht ook naar wat me allemaal kon ondersteunen bij mijn herstel: paardenmelk bijvoorbeeld, en voedingssupplementen. Het gaf me ook een gevoel van controle, van zelf actief mijn gezondheid mee in de hand te nemen'.
'In de beginperiode van de behandeling waren het vooral de fysieke veranderingen waar ik moeite mee had. Ik vond mijn haaruitval een zwaar offer voor de behandeling. Ik droeg lange tijd een haarstuk dat naar mijn natuurlijke kapsel gemaakt was en liet mij na de eerste dagen van misselijkheid altijd verwennen door een schoonheidsspecialiste. Mijn haaruitval was ook voor mijn vriend confronterend. Gelukkig konden we er samen om lachen. Hij trof me eens wenend aan in de badkamer. Hij pakte mijn haarstukje en zette het op zijn hoofd. Dat was zo´n gek zicht, dat te kleine ding op zijn hoofd, dat we allebei in de lach schoten. Humor helpt relativeren en de barrière tussen mensen met kanker en hun omgeving doorbreken.´
Confronterend
´Natuurlijk had ik als arts het grote voordeel dat ik op gelijk niveau kon overleggen met mijn behandelende artsen, over een borstsparende operatie of borstamputatie bijvoorbeeld. Een makkelijke patiënte ben ik zeker niet geweest in het begin. Gelukkig kreeg ik steun bij mijn voornemen mijn werk voort te zetten. Na de eerste, misselijke dagen die op de chemo volgden, nam ik de draad gewoon weer op. Soms deed ik me daarbij wel flinker voor dan ik me voelde, ook thuis, waardoor ik na verloop van tijd de weerslag voelde. Mijn omgeving stond dan soms versteld wanneer ik in tranen uitbarstte: het liep toch allemaal zo goed?
Arts zijn was soms ook een nadeel. Ik ken de statistieken en de overlevingskansen. Ik wist in welke gevaarcategorie mijn tumor zat. Als radiologe krijg ik dagelijks te maken met mensen met een uitgezaaide borstkanker. Heel confronterend was dat in het begin. Bij zulke onderzoeken vroeg ik mij meteen af hoe groot de tumor geweest zou zijn. Ik vermande me dan en zei tegen mezelf: ´Neen, Sofie, ga dat nu niet opzoeken´. Na verloop van tijd is dat weer makkelijker geworden. Tijd lost veel op. Ik weet dat de behandeling die ik mee gekozen heb, borstamputatie gevolgd door chemo en bestraling, voor mij de beste kansen geeft om uitzaaiingen te voorkomen. Dat neemt niet weg dat wanneer ik een dipdag heb, de angst soms terugkeert. Dan ga ik sporten of doe iets leuks met vrienden. Het leven is te kostbaar om het te verdoen met kniezen'.
´Ik ben nu nog meer dan vroeger betrokken bij de ziekte van mijn patiënten. Ik weet hoe groot de klap is om de diagnose kanker te krijgen. Ik krijg vrouwen op de afdeling die mijn boek gelezen hebben en me vragen: "Na hoeveel weken kon je weer tennissen?" of "Waar kan je je haren laten namaken?" Ik praat met mijn patiënten enkel over mijn eigen ervaring als ik denk dat het kan helpen. Onlangs besprak ik de slechte uitslag van een echo met een vrouw met rood doorlopen ogen en een heel bezorgde partner. De vrouw was in paniek en meende dat haar leven minstens een heel jaar stil zou liggen. Ik heb tegen die vrouw gezegd: "Een jaar geleden heb ik ook borstkanker gehad, en kijk eens hoe ik er nu uitzie". Het hielp haar weer perspectief te zien. Er zou veel meer patiëntenbegeleiding moeten zijn in onze ziekenhuizen. Mensen kunnen heel erg ongerust worden over iets, dat heb ik zelf ervaren. In het ziekenhuis waar ik werk zijn er wel vrijwilligers en sociaal verpleegkundigen die mensen bijstaan. Zij kunnen helpen bij de emotionele opvang maar niet altijd op het vlak van medische raad of informatie.'
Niet kankeren
'Of ik nu anders leef? Gezond eten en sporten deed ik vroeger ook al, maar in mijn houding ben ik zeker veranderd. Lastige zaken domineren mijn leven niet meer. Ik relativeer meer en zal ook sneller praten over wat me stoort. Vrienden en collega´s zeggen dat ik directer geworden ben. Ofwel heb je een probleem en los je het op, ofwel zwijg je. Geen gezever. Laatst schrok ik ervan dat ik tegen iemand eruit flapte: "Over zulke zaken moet je tegen mij niet komen kankeren!" Ik wilde me excuseren omdat ik het nogal ruw vond, maar die ander zei: "Je hebt gelijk". Vroeger bestond mijn leven meer uit werken, zorgen, studeren. Als er tijd over was, ging ik sporten. Nu heb ik veel meer aandacht voor de leuke dingen van het leven: sporten, plezier maken met vrienden en familie, gewoon genieten van elke dag. Ik wil omgaan met mensen die ook positief in het leven staan, niet met mensen die van een mug een olifant maken. Ik had een lastige ochtend vandaag. Daar wil ik niet over kniezen. Zo dadelijk trek ik mijn loopschoenen aan en ga ik joggen.'
Naar het verhalenoverzicht





