Radio- en tv-presentatrice Roos van Acker verloor haar vader aan kanker: 'Papa zit op mijn schouder'
Meer lezen
- Over de ziekte van Kahler of multipel myeloom of bestel de brochure bij de VLK: 02/227.69.69.
Schrijf ons!
Stuur uw reactie op artikels uit Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.
Veel te jong en veel te bruusk heeft bloedkanker de vader van radio- en tv-presentatrice Roos Van Acker uit het leven gerukt. Maar in hart en geest van de dochter blijft de vader bestaan: 'Ik voer vaak lange gesprekken met papa. Luidop, in de auto. Hij rijdt mee'. Tekst: Marc Peirs, foto: Dieter Telemans, uit Leven 50, april 2011
'Begin januari 2010 viel de diagnose. Nog tien jaar, zoveel tijd gaven de artsen papa nog. Maar die levensverwachting werd pijlsnel bijgesteld. Helaas naar omlaag. Nog vijf jaar. Twéé jaar. Enkele maanden. In juni zijn we nog samen naar de stembus getrokken – mijn vader slecht ter been, maar grappend tegen al wie we ontmoetten. Niet eens een maand later was hij dood.'
'Bloedkanker. De ziekte van Kahler, om precies te zijn. Ik had er nog nooit van gehoord. Het is een kanker waarbij je blijkbaar te veel eiwitten aanmaakt, die blijven rond je organen hangen, die vallen één na één uit en zo maak je jezelf stuk. En soms dus met een agressief verloop: papa had zo’n agressieve kanker, amper zes maanden heeft het geduurd.'
'Hij kreeg het ene ongemak na het andere. Opgezwollen voeten. Hersenvliesontsteking. Diarree. Falende nieren. Finaal moest hij naar het ziekenhuis, zelfs op intensieve zorgen. Dagelijks kreeg hij nierdialyse. Die laatste ochtend presenteerde ik op Studio Brussel. Ik kreeg telefoon: “Kom meteen naar Brugge, naar het ziekenhuis!”. Papa had tijdens de dialyse aan hartaanval gekregen. Terwijl hij naar mij aan het luisteren was. Kort daarna kreeg hij een tweede aanval. Ze hebben hem niet meer behandeld, toen. Dat was papa’s expliciete wens. Hij was altijd een bezig, sportief manneke. Karate, sport, hard werken. Als het lichaam niet meer wil, dan wou hij niet meer verder. Zo had hij het gewild. En zo had hij het gezegd.'
Met zijn dood kreeg ik plots meer ruimte. Maar ik vind ze niet altijd even fijn. Ik moet er nog aan wennen. Ik zoek.'Hij had zo graag thuis willen sterven. Hij werd schijnbaar net een tikje beter. Mocht de intensieve verlaten, en naar een gewone kamer trekken. En kijk, de dag erna is hij gestorven. Amper 60 was hij. Hij had kort daarvoor zijn droom gerealiseerd: een tweede zaak als tandtechnicus openen. Dat filiaal kwam in Nederland, in IJzendijke. Keihard heeft hij eraan gewerkt. En net toen hij aan pensioen kon denken, kwam het einde. Nu en dan rij ik er nog voorbij, in IJzendijke. De naam Van Acker staat er nog steeds op (glimlacht). Een vriend van papa heeft de zaak overgenomen maar de naam blijft behouden.'
'Als je van huis weggaat, wordt de liefde voor je ouders dieper. Elke zondag kwamen we sowieso al samen: mama en papa, mijn zus Griet met haar gezin, ik. En dan kokerellen, bijpraten, filosoferen. De laatste maanden hebben we hele mooie, lange gesprekken gevoerd. Ik wou hem nog zoveel vragen. Echt goed doorgronden wat hem in het leven dreef.'
'Hij was een kind van gescheiden ouders. In het Eeklo van toen was dat een voldoende reden om met de vinger te worden gewezen. Dat heeft er bij papa ferm ingehakt. Zijn hele leven lang wou hij zich blijven bewijzen. Zich sterk houden, tot op het eind. Kwamen zijn vrienden aan zijn ziekenhuisbed, dan zei hij “Mannen, binnenkort drinken we weer samen een trappist!”. Terwijl ik wist, iederéén wist: papa, dat moment komt nooit meer. Je haalt het niet.'
'Papa was dikwijls een vrolijke frans. Nam hij bijvoorbeeld de telefoon op: “Hallo? Met het grootste licht van België” (lacht). Maar we praatten ook ernstig. Hij volgde mijn loopbaan op de voet. Had ik gevloekt op de televisie, dan maakte hij er een opmerking over. Hij was onuitgesproken trots. Ik zag het aan de lichtjes in zijn ogen. God, ik zou hem zo graag nog hebben verteld dat ik Goeie Vrijdag presenteerde, op Eén. De VRT! Voor hem was dat het summum. Nog beter dan VT4 (lacht).'
Lees ik een scène waarin een vrouw door haar vader naar het huwelijksaltaar wordt geleid, dan kan ik uren snotteren.'Een heerlijk huwelijk ook, mijn ouders. Hij heeft maar één grote liefde gekend en dat is mama.Tot op het eind zaten ze aan elkaar te frunniken, elkaar koosnaampjes te geven. Misschien ligt mijn lat voor een relatie daarom zo hoog dat ik nog steeds niet de man van mijn leven heb ontmoet? Ik worstel daarmee. Ik ben een verstandige, onafhankelijke vrouw, maar soms wil ik onder de vleugels van een man kruipen: ben ik dan op zoek naar een nieuwe papa, of wat? De dood van papa was een schop onder de kont: wat doe je, wie ben je? Met zijn dood kreeg ik plots meer ruimte. Maar ik vind ze niet altijd even fijn. Ik moet er nog aan wennen. Ik zoek.'
'In zijn laatste levensmaanden had ik een toernee met Triggerfinger en met Klaas Delrue van Yevgueni. Die reeks heette ‘Afscheid’. Papa heeft het eerste en het laatste optreden meegemaakt. Dat laatste optreden zong ik voor hem, nam ik afscheid van hem. De hele tijd nam ik hem in de ogen. Heftig was dat. Maar ik heb niet gehuild. Toen toch niet.'
'Nu komen de huilbuien wel. Lees ik een scène waarin een vrouw door haar vader naar het huwelijksaltaar wordt geleid, dan kan ik uren snotteren (glimlacht). Gek hé? Tot voor kort wou ik me sterk houden. Voor mama. Voor Griet. Griet kan makkelijker haar gevoelens luchten. De mooiste dag in het laatste halfjaar van papa was toen we samen buiten in de zon Pasen vierden. Griet had papa vast en huilde. En Vlinder, het achtjarig dochtertje van Griet, wou op haar beurt Griet troosten. Dat was erg pakkend.'
'Zijn dood heeft ons nog dichter bij elkaar gebracht. Mama neem ik nu en dan mee op reis. Mama heeft thuis een tafeltje waarop ze elke week een nieuw voorwerp plaatst dat haar herinnert aan papa. Ze stuurt ons ook vaak oude foto’s door. Griet en ik proberen haar te overhalen om haar schilderwerk weer op te nemen. Ze is heel getalenteerd. Mijn zus en ik zien dat het begint te kriebelen (lacht).'
'In het begin was ik bang hem te vergeten. Hoe hij eruit zag, hoe hij klonk. Maar de herinnering is ijzersterk. Hij zit op mijn schouder. In de auto voer ik lange gesprekken met papa. Luidop. Ik ken hem goed – ik weet hoe hij zou reageren wanneer ik hem om raad vraag. Maar ik zou enorm graag nog eens écht met hem praten.'






