LinksSitemapContact
U bent hier:

Prostaatkanker

Wat is prostaatkanker?

De prostaat is een klier van het mannelijk voortplantingsstelsel, die onder de blaas en vóór het rectum ligt (het rectum – ook wel endeldarm genoemd – is het laatste deel van de dikke darm, dat eindigt in de anus). De prostaat is bij jonge mannen ongeveer zo groot als een walnoot en ze omgeeft een deel van de urinebuis.
Prostaatkanker is een ziekte waarbij zich kwaadaardige cellen vormen in het weefsel van de prostaat. Een kwaadaardige prostaattumor groeit over het algemeen erg traag en veroorzaakt in een vroeg stadium meestal nauwelijks klachten. Prostaatkankercellen kunnen zich verspreiden via het lymfestelsel of via het bloed en zo uitzaaiingen vormen, bijvoorbeeld in de lymfeklieren en het bot.
Bij oudere mannen kan de prostaat ook goedaardig vergroot zijn en al dan niet klachten geven. Deze goedaardige vergroting van de prostaat (benigne prostaathyperplasie) is geen prostaatkanker.
De Stichting Kankerregister registreerde in 2011 in België 9.036 nieuwe gevallen van prostaatkanker. Prostaatkanker is daarmee in België de meest voorkomende kanker bij mannen. Het is een typische ouderdomsziekte: de gemiddelde leeftijd bij de diagnose is 69 jaar.

Onderzoeken?

De volgende klachten of symptomen kunnen wijzen op prostaatkanker: verminderde of onderbroken urinestraal, vaak moeten plassen, moeilijk plassen, pijn of branderig gevoel bij het plassen of de ejaculatie, bloed in de urine of het zaad... Deze symptomen zijn echter bijna nooit specifiek voor kanker (moeilijk plassen is bijvoorbeeld vaker het gevolg van een goedaardige vergroting van de prostaat). Prostaatkanker veroorzaakt bovendien dikwijls nauwelijks klachten, ook niet in de gevorderde stadia.

Om prostaatkanker op te sporen, kunnen de volgende onderzoeken gebeuren. Een rectaal onderzoek (ook rectaal toucher genoemd) is het aftasten van de prostaat via de anus. Zo kan de arts voelen of de prostaat verhard is of vergroot, wat mogelijk kan wijzen op kanker.
Ook een PSA-test kan soms een aanwijzing geven voor de aanwezigheid van een kwaadaardig prostaatgezwel. PSA of prostaatspecifiek antigen is een stof die met een eenvoudige test opgespoord kan worden in het bloed. Een te hoog PSA-gehalte in het bloed kán een aanwijzing zijn voor prostaatkanker. Een stijging van de PSA-waarde kan echter ook wijzen op andere, onschuldigere prostaatkwalen zoals een goedaardige prostaatvergroting of een ontsteking. Daarom is verder onderzoek noodzakelijk bij een verhoogde PSA-waarde.

Als er mogelijk sprake is van kanker, zal een weefselonderzoek gebeuren door middel van een prostaatbiopsie. Daarbij worden, meestal onder plaatselijke verdoving en meestal via het rectum, met een naald verschillende stukjes weefsel (biopten) uit de prostaat verwijderd om te onderzoeken in het laboratorium op de aanwezigheid van kwaadaardige cellen.

Om de biopsie nauwkeuriger uit te voeren, wordt de prostaat het best in beeld gebracht met een transrectale echografie of een andere beeldvormingstechniek. Een echografie maakt gebruik van geluidsgolven om de organen op een beeldscherm zichtbaar te maken.
Als de diagnose prostaatkanker gesteld is, willen de artsen weten in welk stadium de ziekte zich bevindt. Dat helpt hen mee de behandeling te bepalen. De onderzoeken die hiervoor kunnen gebeuren, zijn:

  • een CT-scan of computertomografie van de buik of het bekken: zeer gedetailleerde röntgenfoto's
  • een botscan of isotopenscan: onderzoek na inspuiting met een licht radioactieve stof om te zien of er uitzaaiingen in het bot zijn
  • een MR-scan of MRI (magnetic resonance imaging): een scan waarbij een magnetisch veld wordt opgewekt waarmee beelden van het inwendige van het lichaam gemaakt worden

Stadia
Aan de hand van de hierboven beschreven onderzoeken kan de arts het stadium van de ziekte vaststellen: dat is de mate waarin de ziekte zich in het lichaam heeft uitgebreid. De arts houdt hierbij rekening met de grootte van de tumor, de agressiviteit van de tumor, de eventuele doorgroei van de tumor in het omringende weefsel en de aanwezigheid van uitzaaiingen in de lymfeklieren en/of organen elders in het lichaam.
Voor prostaatkanker onderscheiden we vier tumorstadia. Ze worden aangeduid met de letter T gevolgd door een cijfer van 1 (beginstadium) tot en met 4 (vergevorderd stadium).

  • Stadium T1: een tumor die niet wordt opgemerkt bij een rectaal onderzoek of beeldvormingsonderzoek (echografie of MRI).
  • Stadium T2: een tumor voelbaar bij een rectaal onderzoek (voelt als een harde knobbel) of zichtbaar op beeldvormingsonderzoek en beperkt tot de prostaat.
  • Stadium T3: een kanker die zich uitbreidt tot buiten het prostaatkapsel en/of doorgroeit tot in de zaadblaasjes maar niet naar andere omliggende organen.
  • Stadium T4: een kanker die zich heeft uitgezaaid naar de organen in de omgeving van de prostaat (blaas, endeldarm, enz.).

Behandeling?

De behandeling van prostaatkanker wordt besproken en gepland in een overleg waarbij specialisten van verschillende disciplines betrokken zijn. De behandelende arts-specialist houdt voor de keuze van het type behandeling en de omvang ervan vooral rekening met de uitgebreidheid van de tumor en de algemene conditie en leeftijd van de patiënt. Als de ziekte beperkt is gebleven tot de prostaat en niet is uitgezaaid, zal de specialist wellicht een curatieve (genezende) behandeling voorstellen. Een curatieve behandeling is gericht op de genezing van de patiënt. Bij een uitgezaaide prostaatkanker zal een behandeling voorgesteld worden die de ziekte remt en/of klachten vermindert.
De meest toegepaste behandelingen van prostaatkanker zijn op dit moment een operatie (chirurgie), bestraling (radiotherapie) en hormonale therapie. Een genezende behandeling kan bestaan uit een operatie en/of bestraling, al dan niet gecombineerd met een hormonale behandeling. Hormonale therapie op zich (zonder andere behandeling) kan de tumor wel verkleinen of trager doen groeien, maar geneest de kanker niet. In bepaalde gevallen is oplettend afwachten hoe de kanker evolueert eveneens een mogelijkheid. Chemotherapie, de behandeling met geneesmiddelen die kankercellen vernietigen of hun groei remmen, wordt bij prostaatkanker met uitzaaiingen eventueel toegepast, maar de resultaten zijn uiteenlopend.
Soms zijn er verschillende behandelingen mogelijk. Aarzel in dat geval niet uw arts uitvoerig vragen te stellen over de voor- en nadelen van de verschillende keuzemogelijkheden.

Chirurgie

Chirurgie wordt meestal gebruikt als men veronderstelt dat de kanker niet is uitgezaaid.
Bij een operatie wordt de prostaat volledig weggenomen. In medische termen heet deze ingreep een radicale prostatectomie.

Complicaties
Radicale prostatectomie is technisch een delicate operatie, die nogal wat vaardigheid vergt van de chirurg. De belangrijkste complicaties zijn erectiestoornissen (impotentie) en urineverlies (incontinentie).
Aan weerszijden van de prostaat lopen zenuwen die essentieel zijn om een erectie te krijgen. De tumor bevindt zich meestal dicht in de buurt van deze zenuwen. Afhankelijk van de grootte van de tumor kan de chirurg meestal inschatten of hij één of beide zenuwen kan sparen. Bij jonge patiënten die aan beide zijden zenuwsparend geopereerd worden, zal de meerderheid van de mannen de potentie na een aantal maanden herwinnen. Worden de zenuwen aan beide zijden verwijderd, dan is de patiënt meteen na de operatie impotent en is de kans op blijvende impotentie groot. Er bestaat ook een kans op urineverlies na de ingreep. Het risico op deze problemen neemt toe naarmate de patiënt ouder is. Het is belangrijk te beseffen dat er voor deze complicaties oplossingen zijn met vaak een bevredigend effect.

Radiotherapie

Radiotherapie kan als genezende behandeling worden gebruikt om een beperkte tumor te behandelen. Als de ziekte verder gevorderd is, kan radiotherapie gebruikt worden om de tumor te verkleinen en om symptomen te verlichten, zoals plas- of stoelgangproblemen of pijn als gevolg van uitzaaiingen in de botten.
Radiotherapie is een behandeling met ioniserende stralen die kankercelgroei probeert te stoppen of vertragen. De stralenbundel wordt precies gericht op de plaats van de tumor of de plaats waar de tumor zich bevond. Bij een prostaattumor kan uitwendig (= externe bestraling) of inwendig (= brachytherapie) bestraald worden.

Uitwendige bestraling
Bij uitwendige (externe) bestraling wordt bestraald vanuit een machine buiten het lichaam. De duur van de bestralingskuur, de intensiteit en het bestralingsschema (het aantal bestralingen) kunnen variëren. Meestal wordt de patiënt gedurende enkele weken dagelijks een paar minuten bestraald. De bestraling op zich is pijnloos en er is meestal geen ziekenhuisopname nodig.
Om het bestralingsgebied zo klein mogelijk te houden, is het van belang dat de positie van de prostaat tijdens alle bestralingen gecontroleerd kan worden. Daarom worden er soms een viertal goudmarkers in de prostaat gebracht. Deze staafjes van ongeveer 4 mm lang en met een doorsnede van 1 mm zijn op de controlefoto’s goed te zien. Het gebruik van goudmarkers verkleint de kans op bestraling van de blaas en het rectum.

Complicaties
De radiotherapeut-oncoloog zal ervoor zorgen dat de toegediende dosis en het bestraalde volume zodanig worden berekend dat er zo weinig mogelijk schade wordt berokkend aan gezonde weefsels en organen. Toch heeft bestraling van de prostaat ook invloed op de gezonde cellen in het bestraalde gebied. Tijdens en nog even na de behandeling komen (tijdelijke) blaasklachten, slijm bij de stoelgang of pijn bij de ontlasting voor. Ook vermoeidheid is een vaak voorkomende bijwerking van radiotherapie. In de loop van de jaren na de behandeling kunnen mannen door bestraling ook impotent worden. Dit kan soms verholpen worden met medicijnen.

Inwendige bestraling
Bij inwendige bestraling, ook brachytherapie genoemd, wordt materiaal dat straling produceert, rechtstreeks ingebracht in de prostaat. Die radioactieve ‘zaadjes’ geven daar een hoge dosis straling af. Deze techniek is op zich ingrijpender dan uitwendige bestraling aangezien de ingreep onder verdoving plaatsheeft (soms algemene verdoving, soms lokaal). Inwendige bestraling wordt enkel toegepast bij kleine tumoren in een vroeg stadium. De prostaat zelf mag ook niet te groot zijn en patiënten mogen voor de procedure geen plasklachten hebben.

Complicaties
Mannen die inwendig bestraald werden, kunnen wel eens plasklachten krijgen doordat de urinebuis een hoge dosis bestraling krijgt met zwelling en ontsteking tot gevolg. Sommige patiënten krijgen na verloop van tijd ook potentiestoornissen.

Hormoontherapie

Hormonale therapie kan worden gebruikt in de volgende gevallen:

  • als aanvulling op een bestralingsbehandeling of een operatie bij mannen met een verhoogd risico op herval
  • als eerste behandeling bij patiënten die geen operatie of bestraling kunnen ondergaan (omdat ze bijvoorbeeld andere ernstige gezondheidsproblemen hebben) of die niet genezen kunnen worden met een operatie of bestraling omdat de kanker uitgezaaid is
  • als een eerste behandeling (operatie of bestraling) niet succesvol was of als de kanker terugkomt

De bedoeling van hormoontherapie is om de werking van het mannelijke hormoon (testosteron), dat prostaatkanker kan helpen groeien, te verminderen. Dat kan door het testosteron weg te nemen of door de werking ervan te blokkeren. Hormoontherapie wordt gegeven in de vorm van inspuitingen of in pilvorm. Het kan de tumor verkleinen of trager doen groeien, maar geneest de kanker niet.

Bijwerkingen
De nevenwerkingen zijn afhankelijk van het soort hormoonbehandeling. Zijn mogelijk: een verminderd libido (zin in seks), impotentie, algemene moeheid, plotse warmteopwellingen, een kleine gewichtstoename, het opzwellen van de borsten en pijnlijke tepels.

Oplettend afwachten

Een arts kan in bepaalde gevallen adviseren om af te wachten en zorgvuldig te controleren hoe de kanker evolueert. Deze optie (ook active monitoring of actieve opvolging genoemd) wordt soms aanbevolen bij kleine, weinig agressieve tumoren, voornamelijk bij oudere mannen (boven de 70) met mogelijk andere gezondheidsproblemen.
Soms kiezen mannen voor deze optie omdat de mogelijke nevenwerkingen van een behandeling, zoals impotentie, voor hen niet opwegen tegen de voordelen van die behandeling. De arts zal in deze gevallen geregelde controles adviseren (met een klinisch onderzoek, PSA-onderzoek en eventueel nieuwe transrectale biopsies), om na te gaan wanneer een eventuele behandeling noodzakelijk wordt.

Na de behandeling?

Kans op genezing

De kans op genezing hangt bij prostaatkanker van veel dingen af: van de uitgebreidheid van de ziekte bij diagnose, de agressiviteit van de tumor, de leeftijd van de patiënt, de grootte van de tumor, of er al dan niet uitzaaiingen zijn, van het effect van de behandeling enz.
Bij kanker wordt vaak gesproken in termen van vijfjaarsoverleving, dit is het gemiddelde percentage patiënten dat vijf jaar na de diagnose nog leeft. Bij een niet-uitgezaaide prostaatkanker die curatief (genezend) behandeld wordt, is de vijfjaarsoverleving uitstekend en bereikt deze bijna 100%. Als er uitzaaiingen zijn op afstand, wordt de vijfjaarsoverleving gereduceerd tot 58%.
Algemeen geldt dat hoe kleiner de tumor is en hoe vroeger hij ontdekt wordt, hoe beter de geneeskansen zijn. Hou er rekening mee dat elke situatie uniek is en dat overlevingscijfers alleen een globaal beeld geven. Niemand kan voorspellen wat er in uw geval precies zal gebeuren. Praat erover met uw arts: hij of zij kent uw situatie het best.

Nazorg

Leven met een ernstige ziekte als kanker is een hele beproeving. Behalve de fysieke ongemakken die de medische behandeling met zich meebrengt, worden de meeste kankerpatiënten geconfronteerd met allerlei zorgen, angsten en onzekerheden.
Als de therapie met succes is afgerond, vragen patiënten zich af wat er nog meer gedaan kan worden. Als het met de therapie niet gelukt is de kanker uit te schakelen, is het de vraag hoe de symptomen zo goed mogelijk bestreden kunnen worden en wie daarbij kan helpen. Hulp bij de praktische én bij de emotionele aspecten van de ziekte zijn vaak welkom. Nazorg is in beide situaties erg belangrijk. Het begrip ‘nazorg’ houdt dan ook veel in: medische begeleiding, oncorevalidatie (onder begeleiding bewegen en sporten om de fysieke conditie weer op te bouwen), psychische en sociale opvang en zo nodig palliatieve zorg.
Deel van de nazorg is ook een geregelde medische controle (rectaal onderzoek en PSA-onderzoek), vooral met de bedoeling een mogelijk herval zo snel mogelijk op te sporen en te behandelen.

Vragen?

Uw arts

Praat met uw behandelend arts over mogelijke symptomen, bijwerkingen of fysieke, psychologische of emotionele problemen. Hij of zij kent uw ziekte en het verloop immers het best.

Andere hulpverleners in het ziekenhuis/de thuiszorg

Alle kankerafdelingen beschikken over gespecialiseerde zorgverleners die u kunnen helpen met praktische en emotionele problemen: verpleegkundigen, psychologen, sociaal werkers, diëtisten, logopedisten, kinesitherapeuten enz. Vraag naar hen in het ziekenhuis of bij uw thuiszorgorganisatie.

VLK-ziekenhuisvrijwilligers

In een 40-tal ziekenhuizen en campussen in Vlaanderen en Brussel heeft de Vlaamse Liga tegen Kanker (VLK) goed opgeleide vrijwilligers. Zij verzekeren een permanentie op bepaalde afdelingen van het ziekenhuis. Die vrijwilligers nemen de tijd om naar u te luisteren, met u te praten, u te helpen zoeken naar geschikte informatie, uw problemen te signaleren aan de zorgverleners enz. Vraag ernaar op de afdeling waar u behandeld wordt of raadpleeg de agenda van uw regio.

Lotgenoten

Veel mensen voelen zich enorm gesteund door lotgenoten. Hoe vindt u iemand die hetzelfde heeft meegemaakt?

Kankerlijn

Bel de Kankerlijn, of stel uw vraag op www.kankerlijn.beVoor een anoniem luisterend oor, deskundig advies of een bemoedigend gesprek: bel de Kankerlijn, 0800/35.445, elke werkdag van 9 tot 12 uur en van 13 tot 17 uur. Stel uw vraag op www.kankerlijn.be of stuur een e-mail naar kankerlijn@tegenkanker.be. O.a. voor informatie over financiële hulp en andere sociale voorzieningen, thuiszorg, palliatieve zorg, pruikenwinkels enz.

 

Kankermeldpunt

KankermeldpuntMeld uw probleem: bent u tevreden over de medische zorg, de begeleiding en ondersteuning? Of kan het beter? Aarzel niet en signaleer het aan het Kankermeldpunt: bel elke werkdag van 9 tot 12 uur of via de website www.kankermeldpunt.be. Alles gebeurt in volledige anonimiteit. Het Kankermeldpunt kan geen individuele problemen oplossen. De VLK wil wel terugkerende problemen detecteren en voor oplossingen pleiten die de situatie van (ex-)kankerpatiënten structureel verbeteren.

Meer informatie?

Over prostaatkanker

Over kanker

Activiteiten

Infosessies (over uw kanker, over nevenwerkingen, vermoeidheid...), workshops, lezingen, ontmoetingsdagen...: ze staan per regio in de agenda.

Patiënten vertellen

Naar boven

Deze tekst is gerealiseerd in samenwerking met de Belgische Vereniging voor Radiotherapie-Oncologie / Belgische Vereniging voor Medische Oncologie
Met dank aan dr. Alain Bols, prof. dr. Karin Haustermans, dr. Johan Van Dyck en prof. dr. Hendrik Van Poppel
Bronnen: www.cancer.gov, www.cancer.org, www.kanker.nl, www.kankerregister.org
Laatst gewijzigd op: 11 september 2014