LinksSitemapContact
U bent hier:

Professor Marc Peeters over uitgezaaide slokdarmkanker

Schrijf ons!
Stuur uw reactie op artikels uit Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.

Meer lezen
Rob Adriaensen heeft uitgezaaide slokdarmkanker

Prof. Marc Peeters (foto: An Nelissen) 'Bij uitgezaaide slokdarmkanker is de kans op een langdurige overleving met enkel chemotherpie relatief klein.' Zo verduidelijkt professor Marc Peeters, digestief oncoloog aan het Antwerpse UZ.

Tekst: An Van de Velde, foto: An Nelissen, uit Leven 48, oktober 2010

'Uiteraard komt het voor, dat bewijst het verhaal van Rob. Maar het blijft wel uitzonderlijk. Cijfers wil ik daar niet op plakken. Elke patiënt is een individu op zichzelf, geen statistisch gegeven. Natuurlijk moet je patiënten inlichten over hun situatie en de strategie van behandeling. En zodra er nieuwe gegevens opduiken, herevalueren en opnieuw een inschatting maken over de impact op de prognose, zonder daar een cijfer op te plakken. Ik waag me niet aan voorspellingen. Er zijn altijd mensen die het beter of minder goed doen dan verwacht.'

'Bij slokdarmkanker met uitzaaiingen is chemotherapie de eerste behandeling', bevestigt professor Marc Peeters. 'Opereren is hier niet aan de orde. Zeker als je weet dat de prognose meestal wordt bepaald door de uitzaaiingen en niet door de primaire tumor. Een slokdarmoperatie is geen kleine ingreep. Ja, dan is het logisch dat je de patiënt die zware operatie wil besparen. Dus proberen we op een andere manier de ziekte onder controle te brengen. In eerste instantie met chemotherapie. Als de primaire tumor zelf klachten veroorzaakt, kan het zijn dat we bijvoorbeeld met radiotherapie die klachten proberen te verlichten.'

'Hoe verder het ziekteproces vordert, hoe groter de impact op de algemene toestand. Op termijn kan het lichaam uitgeput geraken. Uiteraard speelt de chemotherapie daar ook een rol. Maar niet de behandeling op zich maakt dat een patiënt het na verloop van tijd misschien niet meer aan kan. Weerstand van de tumorcellen is meestal het grootste probleem. Natuurlijk kunnen we daar wel wat mee spelen: dosissen aanpassen, andere medicatie proberen, nieuwe combinaties... Maar er zijn niet oneindig veel combinaties mogelijk. Dan is het aftoetsen met de patiënt. Wat kan er nog gebeuren? Hoe verder je gaat, hoe experimenteler de behandeling kan worden. Op een gegeven moment zijn we uitgeput, en is er helaas geen therapie meer mogelijk.'

Naar het verhalenoverzicht