LinksSitemapContact
U bent hier:

Patrik Vankrunkelsven over het verlies van zijn geliefde Katelijne

Hij is burgemeester van Laakdal, vader van vier zoontjes, huisarts en kopstuk van VU-ID21, de woeligste krabbenmand in de politiek. Veel tijd om te rouwen om zijn overleden Katelijne heeft Patrik Vankrunkelsven dus niet. Hij heeft wel spijt om de verloren tijd die hij niet met haar doorbracht.

Tekst: Marc Peirs, uit Leven 11, juli 2001

"Maagpijn. Braken. Vermoeidheid. Katelijne had het allemaal, meteen na de geboorte van ons jongste kindje, Brecht, op tweede kerstdag 1997. 'Och, de misselijkheid van de zwangerschap', dachten we. Dáchten we. Geen haar op mijn hoofd dacht aan kanker. Katelijne was ook zo absurd jong, 38 pas."

"Die misselijkheid blééf. We namen contact met een gastro-enteroloog. Niks ernstigs te merken. En dan een echografie. En een gastroscopie. Het enige wat te zien was, uiteindelijk, was een onduidelijk letsel aan de maag. Niks om je zware zorgen over te maken. Al die onderzoeken namen verschillende weken in beslag. Correcte onderzoeken, correct uitgevoerd. Maar de juiste diagnose was niet gesteld. Hoe kon het ook? Het bloedonderzoek liet niéts vermoeden. We hadden een vals gevoel van veiligheid. Van paniek was zeker geen sprake. Maar de klachten bleven, het braken ook, en Katelijne 'voelde een gezwel aan de maag'. Een operatie drong zich op."

"Het pijnlijkste moment uit mijn leven: ik stond mee aan de operatietafel, ik hoorde de chirurg meteen zeggen: 'Ik heb slecht nieuws'. Het gezwel bleek een kwaadaardige tumor. Uiterst agressief, met zichtbare uitzaaiingen rondom. Een doodvonnis."

"Je speculeert je gek: 'Zou een snellere diagnose iets hebben veranderd? Konden we méér doen?'. Maar neen. De kanker was zo agressief en vergevorderd dat een snellere diagnose geen verschil had gemaakt. Toch vind ik het geen goeie zaak dat ik echtgenoot én huisarts van Katelijne was. Het is moeilijk uit te leggen, maar ik probeer: kijk, als arts van een 'gewone' patiënt reageer je systematisch, planmatig. Méér dan wanneer je een geliefde of een naast familielid behandelt. In dat geval kan je je gewoon niet voorstellen dat er iets echt ernstigs aan de hand zou zijn. Je kan moeilijk een goeie dokter zijn voor je naaste familie."

"Ik heb het haar zelf verteld, dezelfde dag nog, toen ze wakker werd na de operatie. We hebben samen geweend. Maar ik vind het nog altijd goed dat we er samen konden over praten. Zo'n mededeling door iemand anders laten vertellen? Neen. Of enkele dagen wachten? Neen. Ik zou het niet kunnen verbergen. Trouwens, hoe zou ik eerst kunnen zeggen 'Het gezwel is weggehaald' en een week later plots over chemotherapie beginnen? Absurd."

"De behandelende arts had van meet af aan chemotherapie weinig zinvol genoemd. De kans op genezing was enorm klein, hooguit 2 procent. Voor Katelijne was het zonneklaar: 'Ha, dus er bestáát een kans! Dan gaan we ervoor.' Ook ik klampte me vast aan die kans, wou ze met beide handen grijpen."

"De chemotherapie startte vrij snel na de operatie. De kanker had zich in nauwelijks enkele weken tijd verspreid tot in de longen. Katelijne kreeg ook radiotherapie. De resultaten waren ronduit spectaculair. De letsels verdwenen als sneeuw voor de zon, echt waar. Katelijne voelde zich ook beter, sterker. Ook al wisten we uit de literatuur dat sommige mensen bij het begin van de chemotherapie een uitstekend resultaat boeken en later een terugval ondergaan, toch grepen we ons vast aan die vooruitgang."

"Katelijne leek helemaal op te fleuren. Ik was in die periode (voorjaar 1998, nvdr) betrokken bij de onderhandelingen over de politiehervorming en ik legde de laatste hand aan mijn doctoraatsscriptie. Een drukke tijd. Ik hád meer tijd kunnen doorbrengen met Katelijne in die laatste maanden van haar leven, maar omdat het zo goed leek te gaan hadden we absoluut niet het idee dat ze dicht bij het einde stond. Ik heb veel meer spijt over de talrijke werkavonden in de zeven jaar voordien. Hoe ik het land af hotste voor politieke samenkomsten, of al die avonden die mijn doctoraat afsnoepte van ons samenzijn. Ik heb er schuldgevoelens over. En voel spijt om de verloren tijd."

"In juni 1998 kwam de omslag. De periode van het wereldkampioenschap voetbal, herinner je je nog? We keken naar de match België-Nederland. Maar Katelijne kreeg zo'n hoofdpijn dat ze moest gaan liggen. 's Anderendaags gingen we naar het ziekenhuis en onder de scanner bleek dat ze een 'hersenbloeding' had. En verder onderzoek bracht de verschrikkelijke waarheid: de tumor was opnieuw aan het groeien."

"We hadden vakantie aan zee. Slecht weer was het, op één dag na: Katelijnes verjaardag. Enkele dagen later keken we samen naar de WK-finale. Katelijne voelde zich niet denderend, nam een slaappilletje en reageerde vrij verward. De daaropvolgende ochtend had ze moeite met spreken. Haar polsslag was razendsnel. Ik wist niet wat er aan de hand was en bracht haar naar Leuven, naar het ziekenhuis. Ik dacht: 'Met een bloedtransfusie is het ergste wel voorbij'. Maar de artsen zagen het heel somber in. Dat het erop leek dat we het moesten opgeven, zo lieten ze verstaan. Ik zat in tweestrijd: eventjes terug naar zee, zoals ik aan de kinderen had beloofd, ofwel bij Katelijne blijven? Gelukkig besloot ik in het ziekenhuis te overnachten. Nu en dan werd ze even wakker en konden we wat praten. Tegen de ochtend aan ging het slechter en slechter. Ik vroeg de artsen om te stoppen met ultieme onderzoeken. Om ons rust te gunnen. Zo is Katelijne gestorven."

"Mijn politieke standpunten in ethische dossiers zijn niet veranderd door haar dood. Ik was en ben voorstander van euthanasie. Maar in Katelijnes geval was dat nooit een optie. Tot op het einde wou ze léven. Bij de kinderen zijn. Hun communie meemaken. Hen leren fietsen. De laatste avond heeft ze me op het hart gedrukt om de kinderen samen te houden. Soms is het lastig om alleenstaande vader te zijn voor vier jonge zonen, maar ik wil dat niet dramatiseren. Na een echtscheiding zitten sommige mensen met een vergelijkbaar probleem, nee? Ik kan onmogelijk de affectie geven van een moeder, maar voor de kinderen ben ik nu de enige zekerheid. Voor de twee jongsten is moeke alleen bekend uit de verhalen. En zelfs voor de oudsten is Katelijnes dood 'lang geleden'. Voor een kind is 2,5 jaar een eeuwigheid."

"Waar ik wel ben veranderd, is spiritueel. Voor de dood van Katelijne was ik niet gelovig in de klassieke zin van het woord, maar ik liet wel ruimte voor het bestaan van een hogere macht. Of tenminste, ik liet het antwoord op die vraag open. Bij de dood van Katelijne is het antwoord gekomen: néén. Voor mij is het bestaan van 'de goede god' nu een totale onmogelijkheid. Mijn gevoel voor rechtvaardigheid is zodanig geschokt dat ik niet kan geloven."

Naar het verhalenoverzicht