LinksSitemapContact
U bent hier:

Patiëntenrechten. Twee stemmen over de tweede mening

Een feilloze diagnose en een correcte behandeling zijn voor elke kankerpatiënt de ankerpunten bij uitstek in de vaak lange en moeizame strijd tegen de ziekte. Wie zijn arts "Het is kanker" hoort uitspreken, wil zekerheid. Elke zweem van twijfel is op zo"n moment uit den boze. Daarom kan het nuttig zijn, zowel voor de arts als voor de patiënt, om een tweede mening over de behandeling te vragen. Kán nuttig zijn, want of je nu al dan niet een tweede specialist raadpleegt, hangt van zoveel factoren af. Twee bevoorrechte waarnemers laten hun licht schijnen over nut en ethiek van de "tweede mening".

Tekst: Marc Peirs, uit Leven 6, april 2000

Jurist-geneesheer Etienne De Groot: "Als de patiënt een tweede mening wil, moét de arts daarop ingaan"

Etienne De Groot heeft een kwarteeuw ervaring als arts en sinds eind vorig jaar is hij benoemd tot rechter bij het Arbitragehof. De ethiek van de tweede mening pendelt voor hem tussen keuzevrijheid, collegialiteit en deontologie: "Cruciaal is dat de patiënt geen kostbare tijd verliest".

"De tweede mening kan zowel medisch als psychologisch nuttig zijn. Heel wat artsen suggereren zélf om een tweede mening te vragen. De deontologie (dit is de leer die een arts zegt wat zijn plichten zijn, nvdr) zegt dat de arts zijn persoonlijke bevoegdheden en kennis correct moet inschatten. Als hij oordeelt dat de mening van een meer bevoegde collega nodig of nuttig is, kan hij best bij die collega aankloppen. En als de patiënt zélf om een tweede mening vraagt, dan moét de arts daar op ingaan. Of de arts daar altijd gelukkig mee is, is een andere zaak: het is immers menselijk dat hij zich in zijn beroepseer aangetast voelt. Maar het is al even menselijk dat een patiënt die voor zo"n forse diagnose komt te staan, behoefte heeft aan een tweede mening. Al was het maar om pyschologische redenen, om zéker te zijn. Trouwens, het is ook voor de arts goed om op die vraag in te gaan. Een hechte vertrouwensband tussen arts en patiënt is van het grootste belang: je mag je patiënt in geen geval de indruk geven dat je hem per se wil houden, bijvoorbeeld om economische redenen. Hetzelfde geldt voor de tweede geraadpleegde collega. Hij mag de patiënt niet bij zich houden, tenzij er medisch-technisch goeie redenen zijn om de behandelingswijze van de eerste collega af te wijzen. Komt de arts tot eenzelfde diagnose als de eerste collega en is de voorgestelde therapie in orde, dan is het maar fair om de patiënt opnieuw toe te vertrouwen aan de zorg van de eerste collega. Als de patiënt toch bij de tweede arts in behandeling gaat, dan is het niet meer dan logisch dat die arts contact opneemt met zijn eerste collega om over de patiënt te overleggen en om het medische dossier doorgespeeld te krijgen."

Dat is het scenario in de beste der werelden. Gaat het er ook zo aan toe in de échte wereld?
"Vaak wel hoor. De overstap van huisarts naar specialist verloopt zeer vlot; pas op het specialistenniveau gebeurt het wel eens dat het overleg stokt. Als de patiënt wordt doorverwezen naar een ziekenhuis waarmee de behandelende arts al langer contact heeft, dan merken we weinig problemen. Maar als een arts patiënten doorverwijst naar een ziekenhuis waarmee hij geen persoonlijk contact heeft, dan kan het gebeuren dat die bewuste patiënt in de mist verdwijnt."

Wat impliceert dat die tweede arts het dossier niét opvraagt en van voren af aan begint?
"Dat zou best kunnen. Maar ook als een dossier wél wordt overgemaakt, is het mogelijk dat het tweede ziekenhuis nieuwe onderzoeken laat doen, omdat de arts bijvoorbeeld de röntgenfoto"s onvoldoende vindt. Misschien is dat terecht, misschien is dat gewoon om de medische consumptie in dat ziekenhuis op te drijven. De hamvraag is: zijn de nieuwe onderzoeken in het belang van de patiënt? In sommige gevallen wel: als de aard en het stadium van de ziekte onduidelijk zijn op basis van het eerste onderzoek, kan je het risico op een foute eerste diagnose nooit uitsluiten. En vaak is het ook niet meteen duidelijk welke behandeling de béste zou zijn. Maar ik hoor toch dat de meeste artsen een kopie van het dossier overmaken aan de tweede collega. Zo kan het aantal bijkomende onderzoeken tot een minimum worden beperkt. Anders wordt het onderzoek een soort processie van Echternach die schadelijk is voor de patiënt."

Kan je als patiënt eisen dat het dossier aan de nieuwe arts wordt bezorgd?
"Moreel en deontologisch gezien heeft de patiënt recht op de overdracht van het dossier aan de nieuwe behandelende arts, zelfs als de patiënt de erelonen nog niet heeft betaald. Die deontologische regel is juridisch niet afdwingbaar. Maar mocht de behandelende arts dwarsliggen en weigeren om het dossier over te brengen, dan denk ik dat een telefoontje naar de Orde van Geneesheren de collega snel tot betere gedachten brengt. Ik benadruk: dat is wel een zeer uitzonderlijke toestand. Als de arts een patiënt ziet vertrekken naar een collega, dan betekent dat hoe dan ook dat het vertrouwen een beetje zoek is en dan zal de arts veeleer blij zijn dat hij van dat dossier af is."

In principe kan een patiënt twee, drie, vier, vijf keer een diagnose laten stellen. De arts kan de patiënt niet tegenhouden.
"Inderdaad. Maar dat "medisch shoppen" is voor de patiënt geen goeie zaak. Hij verliest kostbare tijd, terwijl het bij een snel groeiende kanker van belang is om de therapie niet te lang uit te stellen. Daarom is het voor de arts belangrijk om overtuigend over te komen, om de patiënt duidelijk te maken wát er moet gebeuren en hoe snél het moet gebeuren. De arts moet de patiënt waarschuwen dat talmen bijzonder nadelig kan zijn."

De mutualiteit blijft ook die tweede, derde, vierde. reeks onderzoeken terugbetalen. Moet de arts ingrijpen en de patiënt vertellen dat een zoveelste mening geen enkele andere zin heeft dan de gemeenschap op kosten te jagen?
"De keuzevrijheid van de patiënt is een cruciaal recht. Maar het valt moeilijk te verdedigen dat hij van het ene ziekenhuis naar het andere trekt, zich overal laat onderzoeken en zo de gemeenschap op zotte kosten jaagt. De arts mag en moet dat zeggen, maar ik betwijfel of iemand die een zware diagnose te verwerken krijgt, erg vatbaar is voor dat financiële argument. Het is belangrijker erop te wijzen dat al die onderzoeken kostbare tijd van de patiënt opslokken."

 

Oncoloog Jan Vermorken: "Openheid tegenover arts allerbelangrijkste"

Professor Jan Vermorken is vanuit Nederland in het Universitair Ziekenhuis van Antwerpen beland. De praktijk in Nederland en België verschilt sterk, maar de gouden regel blijft altijd en overal: "Als de artsen collegiaal met elkaar omgaan en de patiënt een goeie vertrouwensrelatie heeft met zijn arts, dan stelt de "tweede mening" geen enkel probleem."

In Nederland bespreekt een team van kankerspecialisten elke patiënt. Indien nodig of wenselijk kan de patiënt dan, bijvoorbeeld voor een tweede mening, worden doorverwezen. Bij ons daarentegen trekt de patiënt zelf naar de specialist voor een tweede mening?
"Precies. De keuze van de specialist of het ziekenhuis waar de patiënt de tweede mening gaat vragen, gebeurt meestal op een heel spontane basis: de patiënt hoort via via dat deze of gene specialist een goede reputatie heeft, of de patiënt heeft een familielid in dit of dat ziekenhuis werken. De patiënt trekt zelf op zoek naar een tweede mening. Dat is soms heel verstandig, maar ik merk jammer genoeg dat patiënten zich onzeker voelen om hun specialist te vertellen dat ze zo"n tweede mening zouden waarderen. En zodoende komen ze bij de tweede arts aan zonder het dossier met hun medische voorgeschiedenis. Terwijl je als arts pas verstandig tewerk kan gaan als je dat hele dossier wél kent. Je moet immers vertrekken van de bekende gegevens. Wat is er precies ondernomen om tot welke diagnose te komen? Wat zijn de aanbevelingen voor behandeling en op basis waarvan zijn ze geformuleerd?

U raadt soms aan om een tweede mening te vragen?
"Het zou goed zijn als elke patiënt de kwestie van een "tweede mening" in alle openheid met zijn arts bespreekt. Die arts moet daar niet moeilijk over doen. Je moet je patiënt de zekerheid geven dat hij welkom blijft, ook nadat hij elders een tweede advies heeft ingewonnen. Ik zeg soms aan een patiënt: "Ja, in uw geval zou ik net dezelfde behoefte voelen". Het lijkt me dan ook maar fatsoenlijk dat de arts een kopie van het dossier bezorgt aan de tweede aangesproken collega.
Tegelijkertijd moet de patiënt wel beseffen dat de oncologen vandaag overal goed op de hoogte zijn van alle mogelijke evoluties in hun vakgebied. Dankzij het enorme aanbod aan nascholing en bijscholing, symposia, communicatietechnologie en gespecialiseerde media is de uitwisseling van gegevens prima, zowel tussen Europeanen onderling, als tussen Europa en Amerika. De kennis en kunde van de oncologisch geschoolde medici zou dus in principe goed moeten zijn. Toch kan je de patiënt niet altijd garanderen dat jouw voorstel voor de behandeling het beste is. Er zijn verschillende wegen die naar Rome leiden en het is niet altijd zo dat de ene mening beter is dan de andere.
Dit is het cruciale punt in de deontologie van de arts: de tweede aangesproken collega moet zich terdege bewust zijn van zijn verantwoordelijkheid. Het is makkelijk om de patiënt te vertellen "Wij zouden een andere behandeling suggereren", net omdát er vaak zoveel evenwaardige mogelijkheden zijn. Dat is een goedkope manier om patiënten te werven. Dat hoor je als arts niet te doen. Pas als de tweede arts manifeste medische fouten opmerkt, of wanneer hij er zeker van is dat zijn behandeling betere resultaten zal opleveren, pas dan mag hij de patiënt overnemen. Zo niet is het je plicht om het beleid van de eerste collega te steunen en dat ook aan de patiënt te zeggen."

Gebeurt het vaak dat artsen patiënten "afsnoepen" van hun collega"s?
"Ik werk hier bijna drie jaar en ik heb dat gelukkig nog niet veel meegemaakt. Maar áls het gebeurt, is het raadzaam dat er overleg plaatsvindt tussen de beide collega"s en dat het duidelijk wordt waarom er voor een andere behandeling wordt gekozen. Maar zodra het vertrouwen geschonden is, valt er nog weinig te lijmen. Ik heb zelf ooit een patiënte over de vloer gekregen die van een collega-specialist kwam. De vrouw in kwestie had in het buitenland een specialist opgezocht voor een tweede mening. Die buitenlandse collega bestond het om te zeggen: "Mevrouw, u wordt op een volstrekt verouderde manier behandeld". De patiënte verloor alle vertrouwen in haar arts, komt bij mij langs, en ik benadruk dat ze wel degelijk op een correcte manier wordt behandeld. Toch is de patiënte niét naar haar eerste arts teruggekeerd. Enkel en alleen omdat die buitenlandse collega haar vertrouwen ten onrechte had ondermijnd. (verontwaardigd) Wie wordt daar beter van? Dat ene gesprek weegt toch niet op tegen de jarenlange band tussen patiënt en dokter?"

Zoals in de liefde: de ene ontmoeting met de Witte Ridder of de Mooie Prinses weegt niet op tegen de diepe band met de geliefde van jaren ver.
"(lacht) Misschien kan je het daarmee vergelijken, ja. Veel hangt af van de vraag of de patiënt het gevoel heeft dat hij open kaart kan spelen met zijn dokter. Als arts moet je beseffen dat de patiënt vandaag mondiger is dan ooit, dat hij zelf meedenkt en met suggesties komt. In een goeie relatie moet die openheid mogelijk zijn. Is dat niet het geval of voel je je als patiënt bij de tweede arts beter, dan moet je, in die moeilijke fase van het leven waarin je tegen een zware ziekte vecht, inderdaad gáán."

Wat doet u als patiënten een tweede advies willen over alternatieve behandelingen?
Ik heb er geen moeite mee dat patiënten ook daarover advies inwinnen. Op voorwaarde dat ze beseffen dat zo"n behandeling nooit een alternatief kan zijn voor een de traditionele behandelingen: het kan enkel aanvullend zijn."

U spitst de kwestie van de "tweede mening" toe op de behandelingswijze. Kan het dat zelfs de basisdiagnose tot een meningsverschil leidt?
"Dat is echt héél uitzonderlijk hoor, dat de ene arts de diagnose "kanker" zou stellen en een collega dat zou betwisten. De diagnose "kanker" wordt in wezen gesteld door de microscoop, op basis van een stukje weefsel dat het gezwel laat zien. Veel ruimte voor twijfel blijft er dan niet over."

Naar het verhalenoverzicht