LinksSitemapContact
U bent hier:

Oost-Vlaams provinciegouverneur André Denys: Flandrien in duel met longvlieskanker

Longvlieskanker
Longvlieskanker of maligne mesothelioom is een zeldzame vorm van longkanker (in 2006 kregen in ons land 242 mensen mesothelioom). De kanker wordt veroorzaakt door de inademing van asbest, vaak 20 tot 40 jaar tevoren. Slechts een minderheid van de patiënten wordt geopereerd.
Longvlieskanker wordt als een beroepsziekte aangezien. Al wie longvlieskanker krijgt (werknemers, zelfstandigen, werklozen...) heeft recht op een schadevergoeding van het Asbestfonds (02/226.63.16, www.fmp-fbz.fgov.be).

Schrijf ons!
Stuur uw reactie op artikels uit Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer. 

André Denys (foto: Dieter Telemans) Als een rasechte Flandrien vecht André Denys deze dagen een episch duel uit met de venijnige stille moordenaar longvlieskanker. Met open vizier en een emotioneel strijdershart gaat de Oost-Vlaamse provinciegouverneur rechtop in de pedalen in wat zonder twijfel zijn moeilijkste rit bergop ooit is: 'Ik zet 100 procent in op de kansen die er zijn.'

Tekst: Marc Peirs, foto: Dieter Telemans, uit Leven 52, oktober 2011

'Longvlieskanker is een stille moordenaar. De ziekte was al 40 jaar latent aanwezig. In die tijd had ik een looierij. We kochten tweedehandsmachines die ik zelf hielp demonteren in fabrieksgebouwen waar zonder twijfel asbest aanwezig was, in eternitdaken bijvoorbeeld. Vast ligt daar de kiem van mijn ziekte. Maar dat bedenk je natuurlijk pas achteraf. Je voelt er niks van.'

'Pas een jaar geleden kreeg ik een eerste signaal dat er iets niet pluis was. Bij mijn deelname aan een fietsrit voor Kom op tegen Kanker had ik last van stekende rugpijn. Mogelijk het eerste scheurtje tussen longvlies en long. Maar de pijn trok weg, en in augustus 2010 beklom ik gezwind de Mont Ventoux. Een maand later echter zag ik mijn hartslag tijdens een fietstochtje enorm galopperen. De cardioloog maakte een foto en die toonde een klaplong maar ook nog iets anders: de tumor.'

'De aarde schoof onder mijn voeten weg. Ik leefde gezond, ben een sportieve man, een fietser, iemand boordevol ambities en plannen voor na mijn gouverneurschap eind januari 2013. En in één klap wordt dat bord uitgeveegd en staat er in koeien van letters geschreven: "Kans op overlijden: zeer groot." (slikt krop in de keel weg) De eerste keer in mijn leven dat ik met doodsangst werd geconfronteerd. Wrok of woede voelde ik niet, onpeilbare ontgoocheling wel. Ik kon de kanker geen plaats geven.'

'De dokters waren niet eensluidend in hun advies: ofwel de long helemaal weg laten halen, ofwel een longbesparende chemobehandeling. Ik heb dan zelf de knoop doorgehakt. De long, de linkerlong, moest weg. Eerst waren er twee operaties nodig voor de klaplong. Dan een chemokuur waarvan ik gelukkig amper bijwerkingen ondervond; de eerste week was ik wel een beetje wankel, maar de twee daaropvolgende weken verteerde ik goed. Geen haaruitval, geen misselijk gevoel. En daarna volgden twee operaties om de long en het longvlies weg te nemen. De radicale aanpak, jawel. Ik voelde me sportief sterk genoeg om te weten dat ik ook met één long zou kunnen leven. Een geschenk van mijn vele uren op de fiets. De fiets heeft me gered.'

'De fiets, en mijn vrouw. Haar zorg en steun zijn onbeschrijflijk. Van bij de eerste diagnose staat ze steeds aan mijn zijde bij de dokter en bij elke behandeling. "We strijden samen en samen slaan we ons hier door", zei ze, van meet af aan. (ontroerd:) Zij heeft het slechte nieuws ook aan de kinderen verteld. Dat weekend zijn ze gekomen, allemaal, ook de 9 kleinkinderen, van 2 tot 12. De jongste weet enkel dat "opa ziek is", de anderen beseffen het verhaal ten volle. Een vreselijk weekend.'

'Ook van politici van allerlei ideologie kreeg ik steun. En van gewone burgers al evenzeer, dat is overweldigend. Ontelbare mails en telegrammen. Ik heb ze allemaal geprint en ik hou ze bij in twee grote kartonnen dozen die ik mijn "magic boxes" noem. Ik koester elk van die brieven als een warme herinnering. Weet je trouwens dat vijf mensen die me steun betuigden intussen zelf het slachtoffer zijn van kanker? In amper enkele maanden tijd. Dat toont eens te meer aan hoe vreselijk alomtegenwoordig kanker is.'

'Persoonlijke bezoeken hou ik af. Hoe aardig een bezoek ook bedoeld is, ik kan het niet aan om elke keer weer het relaas van mijn ziekte te doen. Zelfs goeie vrienden heb ik sinds de diagnose nog niet gezien, enkel gebeld. Praten over mijn ziekte valt me nog steeds zwaar. Ik wil er niet te koop mee lopen, maar ik wil me ook niet verstoppen. Dat is een delicaat evenwicht.'

'Het werk weer opnemen was telkens een drempel overschrijden: de eerste keer de werknemers van de provincie terug zien, de eerste keer een provincieraad bijwonen, deelnemen aan een vergadering, dan een vergadering voorzitten, een persconferentie geven... Stap voor stap. In die zin is werken integraal onderdeel van mijn therapie. Mentale kracht, ook dat put ik er uit. Me nuttig weten. Weer actief zijn. Mijn revalidatieschema afwerken: een mix van yoga, uithoudingsoefeningen en krachttraining. Het gaat vooruit. Dat is meetbaar, dat voel je. Ik fiets ook weer, korte ritten. Dat doet deugd.'

'Het zijn zulke kleine dingen waar ik nu meer dan vroeger voluit van geniet. Voorheen was ik waarschijnlijk té gedreven. Holde ik mezelf voorbij. Nu waardeer ik elk moment van genot. Een gesprek met mijn vrouw, een ritje met de fiets... Die zaken waardeer ik meer dan ooit en ik zal er blijvend van genieten. Ik ben te ver heen geweest om dat ooit weer als vanzelfsprekend te aanvaarden.'

'Voor mensen in ziekte en problemen heb ik meer begrip gekweekt. Vroeger was ik aarzelend, zelfs weigerachtig, om een ziekenhuis binnen te stappen. Zelfs voor goede vrienden heb ik nagelaten hen in het ziekenhuis te bezoeken. Nu leef ik met elke vezel mee. Bijvoorbeeld de lotgenoten waarmee ik de revalidatie aanpak: krijgt één van hen een goeie prognose na een controle, dan ben ik samen met hem blij; is de uitslag slecht, dan zijn we samen triest. Meer dan ooit voel ik me verbonden met mensen in problemen.'

'Om de drie maanden moet ik op controlebezoek. De dagen voordien? Gruwelijke stress. Angst, ook. Meestal is de kanker slechts latent aanwezig. Als een schaduw op de achtergrond. Ik geloof in de kracht van positieve energie. En ik ga voor de volle 100 procent voor alle kansen die de behandeling biedt.'

Naar het verhalenoverzicht