LinksSitemapContact
U bent hier:

Onderzoek naar betere behandeling van kinderkanker

Meer lezen

Project: onderzoek naar betere behandeling van kinderkanker

Krijgt: 1.025.000 euro (uit de pot van 1.609.000 euro voor kinderen met kanker)

'Dit onderzoek is alleen maar mogelijk dankzij Kom op tegen Kanker'

Tekst: Bart Van Moerkerke, uit Kom op!, februari 2011

Eén op de vijf kinderen met kanker sterft. Om betere resultaten te halen, blijft Kom op tegen Kanker het klinisch-therapeutisch onderzoek aan onze universiteiten steunen. Dat onderzoek helpt ook de ongewenste gevolgen van een behandeling te verminderen.

Jaarlijks krijgen ongeveer 300 kinderen in België kanker. Hun overlevingskansen zijn de voorbije decennia gestaag toegenomen. Nu geneest ongeveer tachtig procent definitief. 'Maar dat betekent dat nog altijd één op de vijf kinderen met kanker overlijdt’, zegt professor Yves Benoit, hoofd van de kinderkankerafdeling van het UZ Gent. ‘We moeten inspanningen blijven doen om dat cijfer te verlagen. En we moeten er ook voor zorgen dat de kinderen die genezen geen andere kwalen krijgen als gevolg van de behandeling. Ze moeten gezonde volwassenen worden. Op dat vlak kunnen we nog vooruitgang boeken. Meer kinderen genezen en ervoor zorgen dat ze genezen zonder schadelijke gevolgen, daarvoor is klinisch-therapeutisch onderzoek absoluut noodzakelijk.'

Wat is klinisch-therapeutisch onderzoek precies?

'Er zijn drie grote vormen van onderzoek. Eerst heb je het fundamenteel onderzoek. Dat probeert te achterhalen waarom een cel verandert in een kankercel, hoe die cel een aanval inzet op haar omgeving, hoe ze zich verspreidt in het lichaam. Een tweede vorm is het translationeel onderzoek dat de verbinding legt tussen wat door fundamenteel onderzoek in het laboratorium gevonden wordt en de behandeling van de patiënt. Het klinisch-therapeutisch onderzoek ten slotte richt zich in hoofdzaak op de vernieuwing in de behandelingen. Nieuwe geneesmiddelen zullen via klinisch onderzoek op de markt worden gebracht. Dat gebeurt vooral door de farmaceutische firma’s.'

Waarin verschilt hun onderzoek van dat aan de universiteiten?

' Het is logisch dat de farmaceutische firma’s in hun zoektocht naar nieuwe geneesmiddelen de klemtoon leggen op veel voorkomende vormen van kanker, zoals borstkanker bij vrouwen of prostaatkanker bij mannen. Dat is voor hen een interessant domein en bovendien helpen deze geneesmiddelen het grootste aantal patiënten. Bij kinderkanker gaat het, gelukkig maar, om relatief weinig patiënten. Ze maken slechts 0,5 procent van het totale aantal kankerpatiënten uit; en dan zijn er nog eens twintig verschillende vormen van kinderkanker. Dat maakt het niet interessant voor de farmaceutische industrie om daar fors in te investeren. Maar die kinderen moeten natuurlijk wel geholpen worden. En dan komen we terecht bij het klinisch-therapeutisch academisch onderzoek, de klinische trials die aan de universiteiten worden gevoerd.'

Wat houden die klinische trials in?

'Het vertrekpunt is altijd de standaardbehandeling voor een bepaalde vorm van kanker. Daaraan gaan we dan een klein beetje sleutelen. Een groep kinderen krijgt de standaardbehandeling met een kleine aanpassing. En dan vergelijken we die resultaten met de resultaten die we met de standaardbehandeling boeken. Op die manier proberen we telkens stapjes vooruit te zetten.'

Kan je op die manier de resultaten echt verbeteren?

'Ja, de cijfers liegen niet. De meest voorkomende vorm van kanker bij kinderen, acute lymfoblastenleukemie is daar een goed voorbeeld van. Tussen 1965 en 1970 was de genezingskans minder dan vijf procent, nu is ze meer dan tachtig procent. Het opvallende is dat alle geneesmiddelen die we nu gebruiken ook al in 1965 werden ingezet om acute lymfoblastenleukemie te behandelen. Alleen gebruikten we de geneesmiddelen toen niet goed. De overlevingskansen blijven stijgen, al is de vooruitgang niet meer zo spectaculair als vroeger. We slagen er ook in om kinderen te laten genezen met minder blijvende schade. En we zoeken voortdurend naar manieren om de therapielast voor de kinderen te verlichten.'

Hoe belangrijk is de steun van Kom op tegen Kanker?

'Heel belangrijk. De interesse van de farmaceutische industrie is niet groot en de overheid investeert vooral in fundamenteel onderzoek. Onze klinische trials zijn momenteel alleen maar mogelijk dankzij de middelen van Kom op tegen Kanker. We kunnen dit werk niet meer, zoals vroeger, na onze uren doen. Europa heeft, zeer terecht, regels opgelegd over hoe dit onderzoek moet gebeuren zodat het kwalitatief hoogstaand is. Er moeten aan elke universiteit mensen voltijds professioneel mee bezig zijn. Ze moeten elk kind dat in een onderzoek is opgenomen, van dichtbij opvolgen. Ze moeten de gegevens verzamelen, die samenbrengen met de data van de andere Europese universiteiten en de resultaten analyseren. Dat is allemaal veel werk dat veel geld kost.'