LinksSitemapContact
U bent hier:

Onderzoek naar agressieve kinderkanker

Meer lezenJasmien Hoebeeck (foto: Pol Leemans) In België worden ongeveer 250 tot 300 kinde­ren per jaar door kanker getroffen. Daar zijn 20 tot 25 gevallen van neuroblastoom bij, een zeldzame en vaak dodelijke kinderkanker. Het Centrum voor Medische Genetica van het UZ Gent onderzocht de oorzaak van de ziekte. Met steun van de Stichting Emmanuel van der Schueren kon Jasmien Hoebeeck zich voor haar doctoraatsonderzoek concentreren op de stu­die van de neuroblastoomcellen.

De promotor van haar onderzoek was professor Frank Speleman. Hij beschrijft de ziekte als een tumor van het zich ontwikkelend zenuwstelsel: ‘Op een zenuwknoop, bijvoorbeeld in de buik, ontwikkelt zich een kwaadaardig kankergezwel. Via bloed- en lymfevaten verspreiden de kankercellen zich vervolgens in het lichaam. De kanker komt hoofdzakelijk voor bij baby's en jonge kinderen. Het is een zeldzame maar helaas ook zeer agressieve vorm van kinderkanker. Het is de belangrijkste doodsoorzaak door kanker in de leeftijdsgroep van een tot vier jaar. Veertig procent van de kinderen die aan neuroblastoom lijdt, sterft uiteindelijke aan de ziekte. De prognose voor deze patiëntjes is de laatste decennia ook maar weinig verbeterd. Dit in tegenstelling tot acute leukemie, die nu in meer dan 75% van de gevallen wel geneesbaar is.'

Hoe wordt neuroblastoom normaal behandeld?
Professor Frank Speleman: ‘De patiëntjes worden op basis van bepaalde kenmerken ingedeeld in risicogroepen en krijgen dan een aangepaste behande­ling op basis van die groepsindeling. Indien de tumor gelokaliseerd is, wordt hij operatief verwijderd. In sommige gevallen gaat daar chemotherapie aan vooraf. Als er uitzaaiingen zijn en het kind ouder dan een jaar is, wordt er eerst intensief chemotherapie toegediend en dan volgt chirurgie, stamceltransplantatie, radiotherapie en vitamine-A-therapie. Hoewel klinische ervaring aantoont dat de huidige indeling in risicogroepen werkt, vertonen kinderen binnen eenzelfde groep soms toch een heel ander ziekteverloop. Dat stelt de dokters voor een dilemma: hoe alle genezingskansen benutten zonder het risico te lopen onnodige behandelingen toe te dienen? Een behandeling heeft bijwerkingen en ver­mijden we beter als ze niet nodig is. Chemotherapie tast behalve kankercellen ook gezonde cellen aan. Daardoor kunnen tijdelijk bijwerkingen optreden zoals vermoeidheid, misselijkheid en braken, verminderde eetlust, tijdelijk haarverlies, ontstoken mond, verhoogde kans op infecties, ... Maar er zijn ook nadelige langetermijneffecten, zoals een verhoogd risico op kanker op latere leeftijd, infertiliteit, ge­hoorstoornissen, hart- en nierschade.'

Het Centrum voor Medische Genetica is het referentiecentrum voor het onderzoek naar neuroblastomen in België. Wat houdt dit in?
‘Dit betekent dat we van elk Belgisch kind met een neuroblastoom een stukje tumor bijhouden, als de ouders van het kind hun goedkeuring geven. In elk Europees land is er een gelijkaardig referentiecentrum. De Europese referentiecentra wisselen onderling stalen uit waarop ze onderzoek doen.'

Wat proberen jullie te bereiken met dat onderzoek?
‘Meer dan de helft van de kinderen met een agressief neuroblastoom hervalt ondanks de zware behandeling. We moeten alle kansen grijpen om het ziekteverloop beter te kunnen voorspellen en nieuwe behandelingsmethodes te ontwikkelen zodat we meer kinderen kunnen genezen.'

Jasmien Hoebeeck kreeg in 2005-2006 een beurs Emmanuel van der Schueren. Wat heeft zij precies onderzocht?
‘Ze heeft samen met andere vorsers onderzocht wat er fout loopt in de genen. In de lettercode van het DNA kunnen er klassieke fouten optreden waardoor kankeronderdrukkende genen worden uitgeschakeld of kankerbevorde­rende genen worden geactiveerd. Daarnaast kan de lettercode als het ware ‘bedekt' worden, waardoor deze niet meer gelezen kan worden. Ook hierdoor kunnen tumoronderdrukkende genen uitgeschakeld worden. Het onderzoekswerk van Jasmien Hoebeeck heeft aangetoond dat de ‘epigenetische' veranderingen (veranderingen door invloeden van buiten de cel, red.) in het DNA van de kankercel verschillen tussen tumoren met een gunstig verloop en die met een fatale afloop. Het aflezen van de verschillen kan ons toelaten om op een accuratere wijze die kinderen te identificeren die misschien geen intensieve behandeling nodig hebben. We kunnen die zo'n behandeling dan besparen. Tegelijk opent de ‘epigenetische handtekening' perspectieven om kinderen met een zeer ongunstige prognose te selecteren voor eventuele nieuwe ex­perimentele behandelingen.'

Waarop spitst het onderzoek in Gent zich momenteel toe?
‘We beschikken in Gent nu over ongeveer 500 stalen. We onderzoeken de genetische kenmerken van elk staal en testen er de ‘epigenetische handtekening' op. De voorbije twee jaar zijn we vooral bezig geweest met contacten leggen, stalen verzamelen en de techniek optimaliseren. Intussen zijn we aanbeland in de testfase. We testen hoe goed het meetinstrument werkt en of we het nog kunnen verfijnen. Daarna volgt een evaluatieperiode van een aantal jaren. Wordt die met succes afgerond, dan zal het meetinstrument opgenomen worden in de Europese richtlijnen voor de behandeling van neuroblastoom. Deze richtlijnen schrijven voor in welke gevallen de dokters welke be­handelingsmethodes moeten volgen.'

Hoe belangrijk is de steun van de Stichting Emmanuel van der Schueren voor jullie team?
‘We zijn zeer blij met de bijdrage van de Stichting Emmanuel van der Schueren, want het is moeilijk om financiering voor dit soort onderzoek te vinden. We buigen ons over een zeer zeldzame vorm van kanker en de indruk kan ontstaan dat andere onderzoeken maatschap­pelijk relevanter zijn. Maar het tegendeel is waar. Inzichten in de biologische processen die kinderkan­ker veroorzaken, dragen ook bij tot het begrijpen van sommige vormen van kanker bij volwassenen. Kinderkanker is bovendien na verkeersongevallen de tweede doodsoorzaak bij kinderen. We mogen dit anno 2009 niet aanvaarden.'

Tekst: Frederika Hostens, foto: Fotostudio Leemans, uit Erfenissen tegen Kanker, voorjaar 2009

Ander wetenschappelijk onderzoek