Ondernemer Willy Naessens plukt de dag na twee keer kanker
Non-Hodgkinlymfomen kort
Een non-Hodgkinlymfoom is een kanker die begint in het lymfestelsel, wat een belangrijke rol speelt in de afweer tegen ziektes. Het lymfestelsel bestaat uit lymfeweefsel, lymfeklieren en lymfevaten en zit overal in het lichaam (bijv. in de milt, het beenmerg, de slijmvliezen& ). De meest toegepaste behandelingen van non-Hodgkinlymfomen zijn op dit moment een behandeling met medicijnen (chemotherapie en immunotherapie) of bestraling (radiotherapie). Slechts in bepaalde gevallen wordt chemotherapie aan een heel hoge dosis gegeven, waardoor het hele afweersysteem afgebroken wordt en de patiënt wegens infectiegevaar mogelijk in de steriele kamer moet zoals Willy Naessens beschrijft.
Het Vlaams Kankerregistratienetwerk registreerde in 2000 in Vlaanderen 927 nieuwe gevallen van non-Hodgkin. Non-Hodgkinlymfomen komen vooral voor bij mensen van boven de 50 jaar.
In veertig jaar van noest zwoegen groeide Willy Naessens (65) van eenvoudige kippenhouder-veevoederverkoper in het landelijke Wortegem-Petegem tot topondernemer met een internationaal imperium van 16 bedrijven en 1.000 werknemers. Maar de voorbije twaalf jaar werd Naessens tot twee keer toe in zijn vaart gestuit door kanker. De taaie vechter overleefde, en veranderde: Zelfs mijn dochter zegt het: Pa, wat ben jij anders dan voor je ziekte. Milder, zachter. Ik geniét.
Tekst: Marc Peirs, uit Leven26, april 2005
'Ik hou er niet van terug te kijken. Kauwen op slechte ervaringen, dat is akelig. De toekomst, dat is waar het om gaat. Maar ik weet nog heel goed hoe de kanker in mijn leven binnentrad tien jaar geleden. Ik merkte dat eten me niet meer smaakte. Mijn dochter Veerle stuurde me naar de dokter. Hij vond een gezwel, groot als een mandarijn, aan mijn slokdarm gehecht. De diagnose volgde prompt: non-Hodgkinlymfoom, een kanker van het lymfestelsel. Vijfenvijftig was ik. En na jaren van keihard werken moest ik plots alle aandacht aan de ziekte geven.
Twee weken later werd ik geopereerd. Met succes. Ik bleef drie weken in het ziekenhuis, daarna volgde chemotherapie. Elke maand moest ik één dag naar de chemo. Telkens was ik twee, drie dagen volledig van de plank. Braken, me zo zwak voelen dat ik nauwelijks uit bed kon. Dan twee weken recupereren, en hup, daar stond de nieuwe chemosessie al gepland. Hard was dat, maar ik wist: dit moét. Ik had volgens de dokter amper 50 procent kans om te overleven. Die behandeling was mijn enige troefkaart om het te halen.
Vier jaar later vind ik een knobbeltje in de liesstreek. Meteen werd een biopsie uitgevoerd en bleek dat de kanker terug was opgedoken. Dat kwam aan als een geweldige schok. Ik was vreselijk droevig en weemoedig. De prognose was nu nog slechter: 30 procent kans om het te halen. Maar er was nauwelijks tijd om te rouwen, want de dokters beslisten de grove middelen in de strijd te gooien. Ik ging voor drie weken in quarantaine in het ziekenhuis en al die tijd, dag en nacht, werd chemo toegediend. Er staken zeven buisjes en draden in mijn lichaam. Ik hoorde de medicijnen in me binnensijpelen: druppel na druppel na druppel& Ik kon niet eten, niet drinken, niet lezen, geen tv-kijken. Op die 21 dagen ben ik 21 kilogram afgevallen.
Als je daar ligt, in het ziekenhuis, alleen, slapeloos, s nachts, wat er dan niet allemaal door je hoofd speelt. Wat heb je eigenlijk gedáán met je leven? Gewerkt en geld verdiend. En wat heb je er nu aan? Niets. Niéts. Ik besliste dat ik, als ik het haalde, meer zou gaan genieten. Onthaasten. Indertijd zag ik nauwelijks hoe mijn kinderen opgroeiden. Plots stonden ze daar, groot geworden. Ik had het gemist - ik was aan het werken, werken en nog eens werken. Ik had te snel geleefd.
Dat is nu helemaal anders. Ik zie mijn kleinkinderen opgroeien. Ik geniet van elke dag, van elk detail in de natuur, van ontmoetingen met mensen van alle slag. In Kluisbergen, waar ik woon, ga ik minstens één keer per week naar de dorpskroeg. Ik sla een praatje met Jan en alleman en ik geniet daarvan. Ik ben oplettender geworden voor het geluk van anderen; probeer mensen op te beuren en, waar ik kan, financieel en moreel te steunen. Wanneer ik zie dat mensen moed putten uit mijn genezing, dan ben ik blij. Zelfs mijn dochter zegt het: Pa, wat ben jij veranderd sinds je ziekte. Ze heeft gelijk. Ik ben milder, zachter, ik relativeer veel meer.
Thuis volgde een moeizame revalidatie. In het begin kon ik niks. Wanneer ik naar het toilet wou, moest ik met de handen langs de muren glijden om steun te hebben. Wat later kon ik al eens een tochtje doen met de auto. Of een korte wandeling. Ik ging voor het eerst in mijn leven een hobby beoefenen: paarden mennen met de koets. Dat is nu een ware passie. Elk weekend en vaak ook op een doordeweekse dag trekken we er op uit. De paarden, de natuur; ik ben er dol op.
Terugkeren in het bedrijf, dat was een héérlijk moment. Dan ben je écht terug. Wel wist ik al lang van tevoren dat tijdens mijn afwezigheid alles prima was verlopen. De medewerkers, mijn zoon en schoonzoon, mijn algemeen directeur en de directeuren van de verschillende bedrijven hadden de zaak draaiende gehouden als een geoliede machine. Op mijn ziekbed werd ik perfect op de hoogte gehouden en zo kon ik de grote beslissingen blijven nemen. Maar het dagelijkse bestuur kon ik met een gerust hart overlaten aan mijn medewerkers. Ik ben hen daar nog altijd dankbaar voor. Het échte kapitaal van een bedrijf, dat zijn de mensen die er werken. Ik was daar al altijd van overtuigd en tijdens mijn ziekte zag ik het levende bewijs van die stelling.
Dat gaf zo n groot vertrouwen dat ik me uit het dagelijkse bestuur heb teruggetrokken. Ik sta nog in voor de planning op lange termijn, de financiële controle, de aanwerving van topmedewerkers en de public relations. Dat is nog altijd een job van 8 tot 10 uur per dag (lacht), maar het is niet lastig: het is werken zonder stress, met veel sociale contacten. Ik wil niet gaan niksen: rust roest, luidt de spreuk, en ze is correct. Het is gezonder om bezig te blijven.
Wie ziek is, heeft nood aan iets om zich vast te klampen. Je werk, je familie, kunst& Voor mij was ook mijn geloof een grote steun. Ik heb veel gebeden dat was in de zwartste momenten het enige wat ik kon (glimlacht). Uit dankbaarheid dat ik het heb overleefd, heb ik een kerk laten bouwen in Frankrijk. Daar vieren we elk jaar een dankmis.
Ben ik nu genezen? Als je kanker hebt, kán je dan met zekerheid genezen ? Enkele jaren geleden zagen de artsen plots een donker vlekje in mijn keel. Meteen werd gedacht: daar is de kanker weer. Ik kreeg een lichte behandeling om de vlek weg te werken. Was het kanker? Ik denk van niet, maar wegens mijn verleden namen we best geen enkel risico. De schrik blijft. Maar ik wil niet denken aan wat voorbij is. Ik ben 65 en ik kijk blij uit naar alles wat komen gaat.






