LinksSitemapContact
U bent hier:

Borstkanker

Wat is borstkanker?

Borstkanker is een kwaadaardig gezwel in de borst. Als het gezwel niet wordt verwijderd of bestraald, zullen de kankercellen steeds verder doordringen in het gezonde borstweefsel. De kans bestaat ook dat kankercellen zich verspreiden, onder andere via het lymfestelsel. Dat lymfestelsel speelt een belangrijke rol bij de productie van afweerstoffen tegen ziekteverwekkers. Het bestaat uit lymfevaten en lymfeklieren of lymfeknopen. De meeste lymfevaten in de borst leiden naar lymfeklieren in de oksel. Als borstkankercellen de lymfeklieren onder de arm bereiken, kunnen ze verder groeien en zich van daaruit verder uitzaaien. Ook via het bloed kunnen kankercellen zich verspreiden.

De Stichting Kankerregister registreerde in 2011 in België 10.565 nieuwe gevallen van borstkanker. Borstkanker is daarmee de meest voorkomende kanker bij vrouwen. Ook mannen kunnen borstkanker krijgen. Het risico op borstkanker is voor een vrouw echter ongeveer 100 keer groter dan voor een man.

Onderzoeken?

Als een vrouw iets abnormaals voelt of ziet aan haar borst, als de arts een knobbeltje ontdekt of als er bij het bevolkingsonderzoek naar borstkanker afwijkingen worden vastgesteld, zal verder onderzoek wellicht nodig zijn. De arts kan dan een diagnostische mammografie laten uitvoeren (röntgenfoto van de borst), al dan niet gecombineerd met een echografie (onderzoek met geluidsgolven).
Als er op de mammografie een afwijking wordt vastgesteld, kan er een punctie volgen (opzuigen van cellen met een lange, dunne naald) en/of een naaldbiopsie. Bij een naaldbiopsie wordt na plaatselijke verdoving met een dikkere naald een stukje weefsel uit het te onderzoeken gebied genomen en nadien onderzocht in het laboratorium. Aan de hand daarvan kan worden vastgesteld of het gevonden letsel goed- of kwaadaardig is.
Als de diagnose borstkanker valt, kunnen nog andere onderzoeken volgen om te zien of er mogelijk uitzaaiingen zijn elders in het lichaam:

  • een echografie van de oksel: als er afwijkingen worden vastgesteld, worden met een fijne naald cellen uit de klier afgenomen voor onderzoek onder de microscoop
  • een CT-scan of computertomografie: zeer gedetailleerde röntgenfoto's van het lichaam
  • een MR-scan of MRI (magnetic resonance imaging): een scan waarbij een magnetisch veld wordt opgewekt waarmee beelden van het inwendige van het lichaam gemaakt worden
  • een botscan of isotopenscan: onderzoek na inspuiting met een licht radioactieve stof om te zien of er uitzaaiingen in het bot zijn
  • een echografie van de lever
  • een radiografie van borstkas en de wervelkolom


Stadia
Aan de hand van de hierboven beschreven onderzoeken kan de arts het stadium van de ziekte vaststellen: dat is de mate waarin de ziekte zich in het lichaam heeft uitgebreid.
Voor borstkanker onderscheiden we vier stadia. Ze worden aangeduid met Romeinse cijfers van I (beginstadium) tot en met IV (vergevorderd stadium).

Behandeling?

De behandeling van borstkanker wordt besproken en gepland in een multidisciplinair overleg waarbij artsen van verschillende specialismen betrokken zijn. Voor de behandelingskeuze houden de artsen rekening met de grootte van de tumor, de eventuele doorgroei van de tumor in het omringende weefsel, de eventuele aanwezigheid van uitzaaiingen in de lymfeklieren en/of organen elders in het lichaam, met de biologische kenmerken van de tumor en de algemene conditie en leeftijd van de patiënt.
De meest voorkomende behandelingen van borstkanker zijn een operatie (chirurgie), bestraling (radiotherapie), een behandeling met medicijnen (chemotherapie), hormoontherapie of doelgerichte therapie. Het behandelend artsenteam zal meestal een combinatie van deze verschillende methoden adviseren, afhankelijk van de aard en locatie van de tumor, de uitgebreidheid, de algemene conditie en de leeftijd van de patiënt.
Soms zijn er meerdere behandelingsopties mogelijk. Aarzel in dat geval niet uitvoerig vragen te stellen over de voor- en nadelen van de verschillende keuzemogelijkheden.

Chirurgie

Patiënten met borstkanker worden meestal geopereerd. De bedoeling is zo veel mogelijk aangetast weefsel weg te nemen. Hoeveel er wordt weggesneden, is afhankelijk van de locatie, de afmeting en het type tumor. Vaak kan een borstsparende operatie uitgevoerd worden (ook brede excisie genoemd), waarbij enkel de tumor en een marge gezond weefsel worden verwijderd. Soms moet de borst helemaal worden weggenomen (een amputatie of mastectomie), al dan niet samen met de lymfeklieren in de oksel. Een mogelijke aantasting van een of meer lymfeklieren is een belangrijke factor bij het bepalen van de rest van de behandeling.
Bij bepaalde patiënten met kleine tumoren zonder verdachte okselklieren kan een sentinelprocedure van de oksel toegepast worden (ook schildwachtklierprocedure genoemd). De sentinelklier of schildwachtklier is de eerste lymfeklier waarnaar tumorcellen rechtstreeks kunnen draineren. Deze klier kan opgespoord worden door voor de operatie een kleine hoeveelheid radioactieve stof en een blauwe kleurstof in te spuiten. Deze stof wordt opgenomen door de schildwachtklier die tijdens de operatie kan worden opgespoord en onmiddellijk kan worden onderzocht. Indien uit microscopisch onderzoek blijkt dat deze klier tumorvrij is, moet er geen bijkomende okselklieruitruiming gebeuren. Indien het microscopisch onderzoek aantoont dat er toch tumorcellen in de klier aanwezig zijn, zal een okselklieruitruiming gebeuren.
Wanneer uit het klinisch onderzoek, de echografie van de oksel en/of het microscopisch onderzoek van de cellen uit de naaldbiopsie aantasting van de okselklieren is vastgesteld, wordt geen sentinelprocedure uitgevoerd maar vindt tijdens de operatie tegelijkertijd ook een okseluitruiming plaats.
Na een borstamputatie kiezen sommige patiënten voor een borstprothese of een borstreconstructie

Bijwerking
Een mogelijke bijwerking van het verwijderen van de okselklieren en vooral in combinatie met bestraling van de oksel is een gezwollen arm, ook lymfoedeem genoemd. 5 tot 10% van de vrouwen die een okseluitruiming gehad hebben, krijgen vroeg of laat last van een dikke arm. Als de arm zwelt, strak of zwaar aanvoelt of pijnlijk is na de okseluitruiming, meldt u dit het best meteen aan uw arts. Sommige patiënten krijgen pas jaren na de behandeling last van hun arm. Een regelmatige controle en gespecialiseerde kinesitherapie kunnen problemen voorkomen. U vindt hier meer informatie over lymfoedeem.

Chemotherapie

Chemotherapie na een operatie is bedoeld om preventief het risico te verkleinen dat de kanker terugkomt (deze toepassing heet adjuvante chemotherapie). Chemotherapie wordt soms ook vóór een operatie gebruikt om het gezwel te verkleinen (ook neoadjuvante therapie genoemd). Het kan ook worden gebruikt bij vrouwen met een uitgezaaide tumor.
De naam ‘chemotherapie’ verwijst naar de kuur met geneesmiddelen die kankercellen vernietigen of de groei ervan remmen. Deze celremmende medicijnen (cytostatica) worden meestal met een injectie of een infuus in de bloedbaan gebracht, zodat ze zich in het hele lichaam verspreiden en uitzaaiingen op afstand kunnen bereiken. Niet alle kankercellen zijn even gevoelig voor dezelfde medicijnen. Daarom wordt vaak een combinatie (een ‘cocktail’) van cytostatica voorgeschreven.
Voor de toediening van chemotherapie wordt soms onder plaatselijke verdoving een poortkatheter ingeplant (voluit een subcutane veneuze poortkatheter, beter bekend onder de merknaam Port-a-cath). Een poortkatheter maakt het mogelijk om op een eenvoudige manier regelmatig gedurende langere tijd cytostatica en andere medicijnen en vloeistoffen toe te dienen. Het systeem is voor de patiënt comfortabeler omdat er niet telkens opnieuw in de aders geprikt hoeft te worden en omdat het minder problemen geeft met de aders in de arm.

Bijwerkingen
Chemotherapie tast behalve de kankercellen ook gezonde cellen aan. Daardoor kunnen er bijwerkingen optreden: vermoeidheid, misselijkheid en braken, verminderde eetlust, een ontstoken mond, een verhoogde kans op infecties door een tekort aan witte bloedcellen, een doof of slapend gevoel en/of tintelingen in de handen en voeten... Ze verschillen van persoon tot persoon en hangen onder andere af van de soort medicijnen, de hoeveelheid medicijnen en de duur van de behandeling. Om klachten zoals misselijkheid en braken tegen te gaan, wordt meestal preventief al de gepaste medicatie opgestart, die zo nodig tijdens de behandeling kan worden aangepast. Na de behandeling verdwijnen de meeste bijwerkingen. Bepaalde bijwerkingen kunnen echter maanden of jaren blijven aanslepen, bijvoorbeeld vermoeidheid, verminderde weerstand, smaakveranderingen, doof gevoel in de vingers...
Bij vrouwen die nog niet in de menopauze zijn, wordt de menstruatie tijdens de behandeling soms onregelmatig of blijft achterwege. Dat betekent echter niet dat er helemaal geen kans is op zwangerschap (u gebruikt het best anticonceptiemiddelen, maar niét de pil). Bij vrouwen boven de 40 jaar blijft de menstruatie vaak definitief achterwege.

Radiotherapie

Bestraling kan kankercellen vernietigen die na een operatie nog in de borststreek of de klierstreken zijn achtergebleven.
Radiotherapie is een behandeling met ioniserende stralen die kankercellen doodt. De stralenbundel wordt precies gericht op de plaatsen waar zich nog tumorcellen bevinden of mogelijk na de operatie nog kunnen bevinden. De bestraling kan vanuit een bestralingstoestel worden toegediend (uitwendige bestraling) of van radioactief materiaal dat in het te bestralen volume wordt ingebracht (inwendige bestraling of brachytherapie). Bij borstkanker wordt meestal uitwendig bestraald. Het gebied dat moet worden bestraald, verschilt per stadium van de tumoruitbreiding en graad van kwaadaardigheid. Ook de bestralingsdosis en het bestralingsschema (het aantal bestralingen) variëren. De bestralingen op zich zijn pijnloos.

Bijwerkingen
De radiotherapeut-oncoloog zorgt ervoor dat de toegediende dosis en de bestralingsvelden zodanig worden gekozen dat er zo weinig mogelijk schade wordt berokkend aan gezonde weefsels en organen. Met moderne technieken probeert de radiotherapeut-oncoloog vooral de bestraalde volumes long en hart te sparen. Toch heeft bestraling, afhankelijk van de dosis, ook invloed op de gezonde cellen in het bestraalde gebied.
Daardoor kan de huid rood en gevoelig worden op de bestraalde plek. Vermoeidheid is een andere vaak voorkomende bijwerking tijdens de weken die volgen op de radiotherapie.

Hormoontherapie

Het vrouwelijk hormoon oestrogeen, dat in het lichaam wordt aangemaakt, kan de groei van borstkankercellen bij bepaalde hormoongevoelige borsttumoren bevorderen. Er bestaan medicijnen die dit effect van oestrogeen tegengaan: ze blokkeren de ontwikkeling en groei van hormoongevoelige tumorcellen. Deze medicijnen moeten meerdere jaren worden ingenomen.

Bijwerkingen
Afhankelijk van het type medicijn kunnen ook hier bijwerkingen optreden zoals warmteopwellingen, stemmingswijzigingen, droge huid, gewrichtsklachten...

Doelgerichte therapie

Doelgerichte of gerichte therapie (in het Engels targeted therapy genoemd) is een behandeling met medicijnen die doelgericht uitgezaaide kankercellen aanpakken, waardoor de uitzaaiing wordt afgeremd of gestopt.
De meest gebruikte doelgerichte medicijnen die bij borstkanker – meestal in combinatie met chemotherapie of hormoontherapie – worden toegediend, zijn momenteel trastuzumab (merknaam Herceptine), pertuzumab (merknaam Perjeta) en bevacizumab (merknaam Avastin). Of u voor behandeling met doelgerichte medicijnen in aanmerking komt, hangt onder andere af van de eigenschappen van de tumor en van het stadium van uw ziekte.

Bijwerkingen
Over het algemeen hebben doelgerichte medicijnen minder (en andere) nevenwerkingen dan chemotherapie omdat ze zich specifieker richten op de kwaadaardige cellen zodat normaal weefsel gespaard kan worden. De bijwerkingen van trastuzumab en pertuzumab zijn doorgaans vrij mild. De meest voorkomende bijwerkingen van trastuzumab zijn vermoeidheid, diarree en een allergische reactie op de geneesmiddelen: rillingen, koorts, misselijkheid, piepende ademhaling, hoofdpijn en zwakte. Na de behandeling verdwijnen de meeste bijwerkingen. De bijwerkingen van pertuzumab blijven meestal beperkt tot huiduitslag en diarree. Mogelijke bijwerkingen van bevacizumab zijn een verhoogde bloeddruk, hoofdpijn, ontstoken slijmvliezen en huidklachten.
Uw arts kan u vertellen hoe u het best omgaat met mogelijke bijwerkingen.

Na de behandeling?

Kans op genezing

De kans op genezing hangt bij borstkanker van veel dingen af: van de uitgebreidheid van de ziekte bij diagnose, van de leeftijd van de patiënt, de grootte van de tumor, of er al dan niet uitzaaiingen zijn, van het effect van de behandeling enz. Uw behandelend arts kan meer uitleg geven over al deze factoren.
Bij kanker wordt vaak gesproken in termen van vijfjaarsoverleving, dit is het gemiddelde percentage patiënten dat vijf jaar na de diagnose nog leeft. Bij borstkanker liggen de cijfers vrij hoog: bij de meeste mensen die erdoor getroffen worden, heeft de behandeling dus een genezend effect gehad.
Algemeen geldt dat hoe kleiner de tumor is en hoe vroeger hij ontdekt wordt, hoe beter de geneeskansen zijn. Hou er rekening mee dat elke situatie uniek is en dat overlevingscijfers alleen een statistisch beeld geven van een groep patiënten met een bepaald tumortype en een bepaald stadium van de ziekte. Niemand kan voorspellen wat er in uw geval precies zal gebeuren. Praat erover met uw arts: hij of zij kent uw situatie het best.

Nazorg

Leven met een ernstige ziekte als kanker is een hele beproeving. Behalve de fysieke ongemakken die de medische behandeling met zich meebrengt, worden de meeste kankerpatiënten geconfronteerd met allerlei zorgen, angsten en onzekerheden.
Als de therapie met succes is afgerond, vragen patiënten zich af wat er nog meer gedaan kan worden. Als het met de therapie niet gelukt is de kanker uit te schakelen, is het de vraag hoe de symptomen zo goed mogelijk bestreden kunnen worden en wie daarbij kan helpen. Hulp bij de praktische én bij de emotionele aspecten van de ziekte zijn vaak welkom.
Nazorg is in beide situaties erg belangrijk. Het begrip ‘nazorg’ houdt dan ook veel in: medische begeleiding, oncorevalidatie (onder begeleiding bewegen en sporten om de fysieke conditie weer op te bouwen), psychische en sociale opvang en zo nodig palliatieve zorg.
Deel van de nazorg is ook een geregelde medische controle, vooral met de bedoeling een lokaal recidief (lokale terugkeer van kanker) in het litteken of in de borst of een nieuwe tumor in de behandelde en overblijvende andere borst zo snel mogelijk op te sporen en te behandelen.

Vragen?

Uw arts

Praat met uw behandelend arts over mogelijke symptomen, bijwerkingen of fysieke, psychologische of emotionele problemen. Hij of zij kent uw ziekte en het verloop immers het best.

Andere hulpverleners in het ziekenhuis/de thuiszorg

Alle kankerafdelingen beschikken over gespecialiseerde zorgverleners die u kunnen helpen met praktische en emotionele problemen: verpleegkundigen, psychologen, sociaal werkers, diëtisten, logopedisten, kinesitherapeuten, enz. Vraag naar hen in het ziekenhuis of bij uw thuiszorgorganisatie.

VLK-ziekenhuisvrijwilligers

In een 40-tal ziekenhuizen en campussen in Vlaanderen en Brussel heeft de Vlaamse Liga tegen Kanker (VLK) goed opgeleide vrijwilligers. Zij verzekeren een permanentie op bepaalde afdelingen van het ziekenhuis. Die vrijwilligers nemen de tijd om naar u te luisteren, met u te praten, u te helpen zoeken naar geschikte informatie, uw problemen te signaleren aan de zorgverleners enz. Vraag ernaar op de afdeling waar u behandeld wordt of raadpleeg de agenda van uw regio.

Lotgenoten

Veel mensen voelen zich enorm gesteund door lotgenoten. Hoe vindt u iemand die hetzelfde heeft meegemaakt?


Kankerlijn

Bel de Kankerlijn, of stel uw vraag op www.kankerlijn.beVoor een anoniem luisterend oor, deskundig advies of een bemoedigend gesprek: bel de Kankerlijn, 0800/35.445, elke werkdag van 9 tot 12 uur en van 13 tot 17 uur. Stel uw vraag op www.kankerlijn.be of stuur een mail naar kankerlijn@tegenkanker.be. O.a. voor informatie over financiële hulp en andere sociale voorzieningen, thuiszorg, palliatieve zorg, pruikenwinkels enz.

 

Kankermeldpunt

KankermeldpuntMeld uw probleem: bent u tevreden over de medische zorg, de begeleiding en ondersteuning? Of kan het beter? Aarzel niet en signaleer het aan het Kankermeldpunt: bel elke werkdag van 9u tot 12u of via de website www.kankermeldpunt.be. Alles gebeurt in volledige anonimiteit. Het Kankermeldpunt kan geen individuele problemen oplossen. De VLK wil wel terugkerende problemen detecteren en voor oplossingen pleiten die de situatie van (ex-)kankerpatiënten structureel verbeteren.

Meer informatie?

Over borstkanker bij vrouwen

Over borstkanker bij mannen

Over kanker


Activiteiten
Infosessies (over uw kanker, over nevenwerkingen, vermoeidheid...), workshops, lezingen, ontmoetingsdagen...: ze staan per regio in de agenda.

Patiënten vertellen

Naar boven

Deze tekst is gerealiseerd in samenwerking met de Belgische Vereniging voor Radiotherapie-Oncologie / Belgische Vereniging voor Medische Oncologie
Met dank aan prof. dr. Veronique Cocquyt en prof. dr. Erik Van Limbergen
Bronnen: www.cancer.gov, www.cancer.org, www.kanker.nl,
www.kankerregister.org

Laatst gewijzigd op: 2 oktober 2014