LinksSitemapContact
U bent hier:

Nierkanker

Wat is nierkanker?

De nieren zijn twee boonvormige organen die slechte en overtollige stoffen uit ons lichaam filteren. Ze liggen achteraan in de buikholte links en rechts van de ruggengraat. Aan de buitenkant van de nier bevindt zich een stevig omhulsel: het nierkapsel. Daaronder liggen de nierschors en het niermerg. In het niermerg bevinden zich ongeveer een miljoen kleine filtertjes: de nefronen.

Het bloed stroomt permanent door de nefronen en wordt op die manier gereinigd: de afvalstoffen blijven achter in de vorm van urine. De urine komt via het nierbekken en de urineleiders in de blaas terecht. De nieren vormen samen met de urineleiders, de blaas en de plasbuis de urinewegen.

Soorten nierkanker
Er zijn grosso modo twee soorten nierkanker. De meest voorkomende (ongeveer 85% van de gevallen) is het niercelcarcinoom. Bij het niercelcarcinoom worden er kankercellen aangetroffen in de nefronen (zie figuur 1). Andere tumoren van de nieren (o.a. Wilmstumor bij kinderen en tumoren van het slijmvlies van de urinewegen) behandelen we niet in deze brochure.

De Stichting Kankerregister registreerde in 2006 in Vlaanderen 867 nieuwe gevallen van nierkanker, waarvan 533 (61%) bij mannen en 334 (39%) bij vrouwen. Nierkanker kan op alle leeftijden voorkomen, maar vooral tussen de 60 en 85 jaar.

Onderzoeken?

In een vroeg stadium veroorzaakt nierkanker nauwelijks klachten. Naarmate de tumor groeit, neemt de kans op klachten toe. De volgende klachten of symptomen kunnen wijzen op nierkanker: bloed in de urine, een voelbare massa in de zij of buik, aanhoudende pijn in de nierstreek (in de zij), langdurige vermoeidheid zonder aanwijsbare redenen, aanhoudende koorts, nachtzweten, een algemeen gevoel van lusteloosheid, verlies van eetlust en een onverklaarbaar gewichtsverlies. Deze symptomen wijzen echter niet altijd op kanker: er zijn veel andere ziekten met gelijkaardige symptomen.

Bij een of meer van bovenstaande klachten, onderzoekt de huisarts de buik- en de rugstreek. Vervolgens zal hij waarschijnlijk een urine- en bloedonderzoek voorstellen. Met het urineonderzoek controleert hij de concentratie van bepaalde stoffen in de urine. De arts controleert ook of er bloed in de urine aanwezig is. Met het bloedonderzoek kan hij de werking en de conditie van de nieren meten. De werking van de nieren is echter meestal totaal niet verstoord door de aanwezigheid van een niertumor.
Aanvullend onderzoek door de uroloog begint meestal met een echografie (onderzoek met geluidsgolven). Bij een echografie worden de nieren duidelijk in beeld gebracht en kan de arts een eventuele tumor goed zien. Als er een vermoeden van nierkanker is, volgen nog andere onderzoeken om te zien of er mogelijk uitzaaiingen zijn elders in het lichaam: een CT-scan of computertomografie (zeer gedetailleerde röntgenfoto's van het lichaam), een MRI (of magnetic resonance imaging: een scan waarbij met een sterke magneet beelden van het inwendige van het lichaam gemaakt worden), een longfoto (om te zien of er uitzaaiingen zijn in de longen) of een botscan (of isotopenscan: onderzoek na inspuiting met een licht radioactieve stof om te zien of er uitzaaiingen in het bot zijn).

Stadia
Aan de hand van de resultaten van de hierboven beschreven onderzoeken kan de arts het stadium van de ziekte vaststellen, dat is de mate waarin de ziekte zich in het lichaam heeft uitgebreid. De arts houdt hierbij rekening met de grootte van de tumor, de eventuele doorgroei van de tumor buiten de nier en de aanwezigheid van uitzaaiingen in de lymfeklieren en/of organen elders in het lichaam.
Voor nierkanker onderscheiden we vier stadia. Ze worden aangeduid met Romeinse cijfers.

  • Stadium I: de tumor heeft een doorsnede van 7 centimeter of minder en is beperkt gebleven tot de nier. Er zijn geen uitzaaiingen gevonden.
  • Stadium II: de tumor heeft een doorsnede van meer dan 7 centimeter en is beperkt gebleven tot de nier. Er zijn geen uitzaaiingen gevonden.
  • Stadium III: er is aantasting, niet alleen in de nier maar ook in één lymfeklier dicht bij de nier of de tumor is door het nierkapsel gegroeid en er is één lymfeklier dicht bij de nier aangetast. Er zijn geen uitzaaiingen in andere organen gevonden.
  • Stadium IV: de tumor is door het nierkapsel gegroeid en er zijn meerdere lymfeklieren aangetast of er zijn uitzaaiingen in andere organen.

Behandeling?

De belangrijkste behandeling van nierkanker is het wegnemen (geheel of gedeeltelijk) van de nier (chirurgie). Indien hiermee de tumor volledig kon worden verwijderd, is de behandeling beëindigd. Voor meer gevorderde tumoren wordt daarnaast ook een behandeling met medicijnen (doelgerichte therapie; immunotherapie) of bestraling (radiotherapie) toegepast.

De behandelende arts zal een van deze behandelingen of een combinatie ervan adviseren, afhankelijk van het stadium waarin de ziekte zich bevindt en de algemene conditie en leeftijd van de patiënt. Als de ziekte beperkt is gebleven tot de nier en niet is uitgezaaid, zal de specialist wellicht een curatieve behandeling voorstellen. Een curatieve behandeling is gericht op de genezing van de patiënt. Bij een uitgezaaide nierkanker zal een palliatieve behandeling voorgesteld worden - dat is een behandeling die de ziekte niet geneest, maar ze remt en/of klachten vermindert.

Soms zijn er verschillende behandelingen mogelijk. Aarzel niet uw arts vragen te stellen over de mogelijkheden en over de bijwerkingen van de verschillende behandelingen. Bij twijfel kan ook een tweede mening van een andere specialist verhelderend en nuttig zijn.

Chirurgie
Patiënten met nierkanker worden meestal geopereerd. Als de tumor groot is, verwijdert de chirurg de volledige nier en het vetweefsel rond de nier. Soms worden ook de bijnier en de omringende lymfeklieren verwijderd. Als de tumor kleiner is dan 7 centimeter, wordt soms maar een deel van de nier verwijderd en blijft de rest van de nier gespaard.

Bijwerkingen
Als één nier wordt verwijderd (of gedeeltelijk verwijderd), heeft dat meestal geen ernstige gevolgen: leven met één nier is goed mogelijk. De gezonde nier neemt dan de functies van de verwijderde nier over. De belangrijkste klachten na een operatie zijn pijn bij het ademhalen (veroorzaakt door de operatiewonde) en slecht functionerende darmen. Beide klachten verdwijnen meestal na enkele dagen. Daarnaast kan er een gevoel van zwakte en vermoeidheid optreden, dat meerdere weken kan aanhouden. Op lange termijn kan de patiënt geconfronteerd worden met nierfunctieverlies. Daarom wordt indien mogelijk de voorkeur gegeven aan een niersparende operatie.

Als beide nieren worden verwijderd, moet de patiënt nierdialyse volgen of een niertransplantatie ondergaan. Bij een nierdialyse wordt het bloed kunstmatig gezuiverd. Een niertransplantatie is een medische ingreep waarbij een gezonde en goedwerkende nier van een donor wordt getransplanteerd in het lichaam van de patiënt (meestal niet vroeger dan twee jaar na nierwegname voor kanker).

Doelgerichte therapie
Door een betere kennis van het ontstaan van bepaalde kankers, is er de laatste jaren een nieuwe generatie medicijnen die veel doelgerichter de kankercellen beïnvloeden. Een van deze ‘doelgerichte therapieën' (targeted therapies) die soms wordt toegepast bij gevorderde nierkanker zijn zogenaamde angiogeneseremmers. Dat zijn medicijnen die de vorming van bloedvaten in en rond de tumor tegengaan, waardoor de tumor niet meer kan groeien en afsterft. Deze behandelingen zijn dikwijls ook in de vorm van orale medicatie beschikbaar.

Bijwerkingen
De ernst en frequentie van bijwerkingen verschillen van product tot product. Enkele voorbeelden zijn hoge bloeddruk, mondontsteking, smaakstoornissen, diarree, huidproblemen, ontregeling van de schildklier...

Immunotherapie
Immunotherapie is een behandeling met medicijnen (Interferon of Interleukine) die onze natuurlijke afweer of immuniteit stimuleren om de kankeruitzaaiingen terug te dringen. Sinds het gebruik van de doelgerichte therapieën wordt immunotherapie minder toegepast.

Bijwerkingen
De meest voorkomende bijwerkingen bij immunotherapie zijn vermoeidheid; griepachtige verschijnselen zoals koorts, koude rillingen, hoofd- en spierpijn; misselijkheid, braken en verminderde eetlust; verminderde werking van lever en nieren.

Radiotherapie
Radiotherapie wordt bij nierkanker weinig gebruikt. Als het wordt toegepast, is het meestal om symptomen zoals pijn te bestrijden.
Radiotherapie is een behandeling met ioniserende stralen om kankercellen te vernietigen of de groei te vertragen. Bij radiotherapie wordt een stralenbundel (te vergelijken met een lichtbundel) precies gericht op de plaats van de pijnlijke uitzaaiing.

Bijwerkingen
De radiotherapeut zal ervoor zorgen dat de toegediende dosis en het bestralingsveld zodanig worden berekend dat er zo weinig mogelijk schade wordt berokkend aan gezonde weefsels en organen. Toch kan straling ook invloed hebben op de gezonde cellen in het bestraalde gebied. Als bijwerkingen kunnen vermoeidheid, huidirritatie, blaaskrampen, darmkrampen en diarree voorkomen. Deze bijwerkingen verdwijnen normaal een tijd na de therapie.

Na de behandeling?

Geneeskansen
De kans op genezing hangt van veel dingen af: van het stadium waarin de ziekte verkeert bij diagnose, van de leeftijd en de algemene toestand van de patiënt, van de aan- of afwezigheid van uitzaaiingen, van het effect van de behandeling enz. De behandelende arts kan meer uitleg geven over al deze factoren.

Bij kanker wordt vaak gesproken in termen van vijfjaarsoverleving, dit is het gemiddelde percentage patiënten dat vijf jaar na de diagnose nog leeft. In de eerste stadia van nierkanker bedraagt de vijfjaarsoverleving 80 tot 95%. Als er uitzaaiingen zijn gevonden, zijn de overlevingscijfers veel minder gunstig.

Algemeen geldt dat hoe kleiner de tumor is en hoe vroeger hij wordt ontdekt, hoe beter de kansen zijn. Hou er rekening mee dat elke situatie uniek is en dat overlevingscijfers enkel een globaal beeld geven. Niemand kan voorspellen wat er in uw geval precies zal gebeuren. Praat erover met uw arts: hij of zij kent uw situatie het best.

Nazorg
Leven met een ernstige ziekte als kanker is een hele beproeving. Behalve de fysieke ongemakken die de behandeling meebrengt, worden de meeste kankerpatiënten geconfronteerd met allerlei zorgen, angsten en onzekerheden. Als de therapie met succes is afgerond, vragen patiënten zich af wat er nog meer gedaan kan worden.
Deel van de nazorg is een geregelde medische controle (lichamelijk onderzoek, bloedafname, radiografieën) om een mogelijk herval zo snel mogelijk op te sporen of om te zien of de ziekte onder controle is. Als het met de therapie niet gelukt is de kanker uit te schakelen, is het de vraag hoe de symptomen zo goed mogelijk bestreden kunnen worden en wie daarbij kan helpen.
Hulp bij de praktische én bij de emotionele aspecten van de ziekte zijn vaak welkom. Nazorg is in beide situaties erg belangrijk. Het begrip ‘nazorg' houdt dan ook veel in: medische begeleiding, oncorevalidatie (onder begeleiding bewegen om de fysieke conditie én de levenskwaliteit te verbeteren), psychische en sociale opvang, en/of palliatieve zorg.

Vragen?

Uw arts

Praat met de behandelende arts over mogelijke symptomen, bijwerkingen of fysieke, psychologische of emotionele problemen. Hij of zij kent uw ziekte en het verloop immers het best.

Andere hulpverleners in het ziekenhuis/de thuiszorg

Alle kankerafdelingen beschikken over gespecialiseerde zorgverleners die u kunnen helpen met praktische en emotionele problemen: verpleegkundigen, psychologen, sociaal werkers, diëtisten, logopedisten, kinesitherapeuten, enz. Vraag naar hen in het ziekenhuis of bij uw thuiszorgorganisatie.

VLK-ziekenhuisvrijwilligers

In een 35-tal ziekenhuizen in Vlaanderen heeft de Vlaamse Liga tegen Kanker (VLK) goed opgeleide vrijwilligers. Zij verzekeren een permanentie op bepaalde afdelingen van het ziekenhuis. Die vrijwilligers nemen de tijd om naar u te luisteren, met u te praten, u te helpen zoeken naar geschikte informatie, uw problemen te signaleren aan de zorgverleners enz. Vraag ernaar op de afdeling waar u behandeld wordt of raadpleeg de agenda van uw regio.

Lotgenoten

Veel mensen voelen zich enorm gesteund door lotgenoten. Hoe vindt u iemand die hetzelfde heeft meegemaakt?


Kankerlijn

Bel de Kankerlijn, of stel uw vraag op www.kankerlijn.beVoor een anoniem luisterend oor, deskundig advies of een bemoedigend gesprek: bel de Kankerlijn, 0800/35.445, elke werkdag van 9 tot 12 uur en van 13 tot 17 uur. Stel uw vraag op www.kankerlijn.be of per e-mail op kankerlijn@tegenkanker.be. O.a. voor informatie over financiële hulp en andere sociale voorzieningen, thuiszorg, palliatieve zorg, pruikenwinkels enz.

 

Kankermeldpunt

KankermeldpuntMeld uw probleem: bent u tevreden over de medische zorg, de begeleiding en ondersteuning? Of kan het beter? Hebt u ervaren dat er nog ruimte is voor verbetering? Aarzel dan niet, en signaleer het aan het Kankermeldpunt. Bel elke werkdag van 9u tot 12u. of via de website www.kankermeldpunt.be. Alles gebeurt in volledige anonimiteit. Het Kankermeldpunt kan geen individuele problemen oplossen. De VLK wil terugkerende problemen detecteren en voor structurele oplossingen pleiten.



Meer informatie?

Brochures, magazine, boeken

enz.

Een uitgebreide boekenlijst vindt u hier.

Websites

Activiteiten

Infosessies (over uw kanker, over nevenwerkingen, vermoeidheid...), workshops, lezingen, ontmoetingsdagen...: ze staan per regio in de agenda.

Patiënten vertellen


Laatst gewijzigd: 4 februari 2013

Met dank aan prof. dr. Sylvie Rottey en prof. dr. Hendrik Van Poppel