LinksSitemapContact
U bent hier:

Naar school in het ziekenhuis

Info

Vragen over thuisonderwijs of onderwijs in het ziekenhuis kan u stellen op de sociale dienst van het ziekenhuis waar uw kind behandeld wordt. Voor thuisonderwijs kan u ook terecht bij Chris Heremans van de Vlaamse Liga tegen Kanker: 02/227.69.65. Alle Belgische ziekenhuisscholen stellen zich voor op www.ikleerinhetziekenhuis.be.

Langdurig zieke kinderen brengen een groot deel van hun tijd door in het ziekenhuis. Om de leerachterstand te beperken, krijgen ze speciaal onderwijs in een ziekenhuisschool. Voor het kind is school lopen in ziekenhuis meestal geen extra last, wel integendeel. Naar school gaan is immers een herkenbaar stukje uit zijn gewone kinderleven. Het betekent enkele uurtjes per dag geen witte schorten in de buurt, niet weggehaald kunnen worden voor een onderzoek of een prik. Het is aandacht krijgen voor wat hij kan in plaats van voor wat misgaat. Het schoolteam wil het zieke kind het gevoel geven niet vooral "ziek" maar in de eerst plaats "kind" te zijn.

Tekst: Lie Verschueren, uit Leven 16, oktober 2002

Verscholen achter het immense hoofdgebouw van het Leuvense UZ Gasthuisberg ligt de ziekenhuisschool. De sfeer is er misschien rustiger dan in een gewone school, maar niettemin schools: in de gang een berichtenbord, een vitrinekast met werkstukjes, leerkrachten met een stapel boeken onder de arm, kinderen die in een rijtje naar de uitgang lopen. "Het is een bewuste keuze om hier een herkenbare wereld aan te bieden die zo nauw mogelijk aansluit bij het dagelijkse leven van elk kind," zegt Ludo Govaerts, directeur van de school. "Dat haalt zieke kinderen weg uit hun gepieker, doet hen pijn vergeten. Merken dat ze nog veel wél kunnen, is een opkikker voor hun zelfvertrouwen. Ouders merken bovendien dat hun kind zich beter voelt als het niet alle taken uit handen genomen wordt, waardoor zij met een gerust gemoed wat meer tijd voor zichzelf durven nemen."

Het voornaamste verschil met een gewone school is wellicht het haast dagelijks wisselende leerlingenbestand. "Het is hier elke dag een beetje 1 september," lacht Ludo Govaerts. "Per schooljaar komen en gaan hier zowat 800 leerlingen (waarvan een 90-tal kankerpatiëntjes), permanent zijn het er negentig. Elke dag is anders. Wie komt naar de ziekenhuisklas? Wie heeft les op de ziekenkamer nodig omdat hij een minder goede dag heeft of de kamer niet uit mag wegens infectiegevaar? Wie maakt de overstap naar thuisonderwijs of naar de thuisschool (de gewone school waar het kind is ingeschreven, nvdr)? Dit organiseren lukt enkel dankzij een sterk leerkrachtenteam dat bijzonder begaan maar soepel inspeelt op steeds veranderende situaties. Het is een zware opdracht, maar je krijgt er als leerkracht veel vriendschap en dankbaarheid voor terug. Niet zelden kiest een ziek kind zijn schoolbegeleider spontaan als vertrouwenspersoon. Ook als het heel ernstig ziek is, amper nog zijn bed uit kan, staat het er soms op dat de les gewoon doorgaat. Zo gebeurt het dat een kind de dag voor het sterft vraagstukken wil maken of zijn leerkracht een verhaal wil horen vertellen. Het heeft het gevoel: vandaag ben ik er en ik doe iets zinvols met deze dag."

Het schoolgebouw is ruim en aangenaam. In de kleuterklas verdelen halfhoge muurtjes de klas in een plek voor groepsactiviteiten en kleinere speelhoeken. "Het is belangrijk dat de juffen voortdurend de klas kunnen overzien om direct te kunnen ingrijpen als er iets misgaat", vertelt Ludo. In de hoek van de sportzaal staan een paar bedden en een kamerscherm. "We hebben die bedden er gezet omdat we merkten dat de kleintjes graag zelf even verpleegster of dokter spelen." Er staan ook een paar schoolbanken, want momenteel fungeert de sportzaal als examenlokaal. "Hoe was het?", vraagt de directeur aan een meisje dat net buiten komt. "Mmm, nogal", zegt ze. "Ik mocht gisterenavond maar tot 10 uur studeren, en dus." Ze loopt verder, voegt zich bij een paar vriendinnen. Het is een groepje gewone kinderen, ook al heeft eentje een infuus en een ander een kaal hoofd.

In de bibliotheek valt de boekenkar op waarmee vrijwilligers wekelijks langs gaan bij kinderen die hun ziekenkamer niet uit kunnen. Het ruime multimedialokaal is ongetwijfeld een druk bezochte plek. Internet is voor hen het middel bij uitstek om contact te houden met de thuisschool. In elke klas van de lagere en de secundaire school hangt een minischoolbord, staan boekenkasten en een tweetal schoolbanken. Een leerkracht geeft uitleg aan een jongen terwijl een meisje aan een opdracht werkt. De tussendeur naar de klas ernaast staat open. Zo kunnen leerkrachten de zorg voor mekaars leerlingen vlot overnemen als een van hen onverwachts weg moet bijvoorbeeld met een leerling die onwel wordt. "Sterk geïndividualiseerd onderwijs is noodzakelijk", benadrukt Ludo Govaerts. "Daarom kan elke juf maar een zevental leerlingen begeleiden en per twee of soms per drie lesgeven. Het kennisniveau en het leertempo van elk kind zijn immers erg verschillend. Bovendien komen de leerlingen van scholen overal in Vlaanderen, waardoor ook leermethoden en handboeken verschillen. Komt daarbij dat deze leerlingen op 6 à 8 uur per week de leerstof moeten verwerken waar de thuisschool 28 lesuren voor heeft."

 

Onderwijs: universeel kinderrecht, ook voor wie ziek is

In een ziekenhuisschool is voortdurend overleg van cruciaal belang om een ziek kind zinvol te helpen. "Dat is zo omdat we als doorgeefluik fungeren", zegt Ludo Govaerts. "We vangen zieke kinderen op, helpen hen door een moeilijke fase heen en loodsen hen nadien zo vlot mogelijk weer het gewone schoolleven in. Om te starten hebben we dus informatie nodig van de thuisschool over de mogelijkheden van het kind en over de aan te brengen leerstof. Met het behandelingsteam moeten we de medische toestand van de leerling wekelijks opvolgen. Dagelijks is er een korte babbel met de verpleging over kleinigheden zoals hoe de nacht is geweest, hoe een onderzoek is verlopen, welke behandeling er gepland is, of hoe de sfeer bij de familie is. Daarbij komt geregeld overleg met de ouders, die willen horen hoe het hun kind vergaat in de klas."

"De leerkrachten overleggen voortdurend onderling waar, wanneer en aan welke lessen elke leerling nood heeft. Als het einde van het ziekenhuisverblijf in zicht komt, moeten we de vorderingen, de noden en de beperkingen van de leerling grondig doorpraten met de leerkracht van de thuisschool. Je bewijst een kind immers geen dienst door het gewoon weer in zijn vroegere klasje te plaatsen als het daar niet aan toe is. Overleg is hier dus een sleutelwoord, maar tegelijk een zware opdracht. Onze leerkrachten hebben onvoldoende tijd om boven op de onderwijsopdracht ook alle nodige contacten te verzorgen. Zeker bij chronisch of langdurig zieke kinderen, zoals kankerpatiëntjes, die geregeld een periode in het ziekenhuis verblijven, is dat overleg tijdrovend. We vragen per jaar voor elk chronisch en langdurig ziek kind een extra omkadering van vier uur om dat overleg optimaal te kunnen verzorgen. Dat kan voorkomen dat deze kinderen zich na hun terugkeer naar huis onzeker en onbegrepen voelen, ontmoedigd geraken en vroegtijdig hun studie aan de kant zetten. Onderwijs is immers een universeel kinderrecht, ook voor zieke kinderen."

Naar het verhalenoverzicht