Muzikant Walter Boeykens na longkanker
Schrijf ons!
Stuur uw reactie op artikels uit het tijdschrift Leven naar de brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer van Leven.
Longkanker kort
Er zijn twee grote soorten longkanker, afhankelijk van hoe de cellen er onder de microscoop uitzien: kleincellige en niet-kleincellige longkanker. De twee soorten groeien anders en worden anders behandeld. Niet-kleincellige longkanker wordt indien mogelijk geopereerd, in tegenstelling tot kleincellige longkanker, waarbij zelden geopereerd wordt. Aangezien longkanker vaak pas wordt vastgesteld als de ziekte zich al uitgezaaid heeft, zijn veel behandelingen gericht op het remmen van de ziekte en het verlichten van symptomen.
Topklarinettist Walter Boeykens (67) is geboren en getogen in Bornem, het dorp dat wijd en zijd bekendstaat voor zijn veeleisende wandelmarathon de Dodentocht. Ook Boeykens moest een loodzware tocht ondernemen toen hij halverwege 2003 met longkanker werd geconfronteerd. Maar gelukkig werd het een mars terug naar het volle leven. Walter Boeykens over de helende kracht van de klarinet en het positieve denken: 'Ik ben er altijd blijven in geloven.' Tekst: Marc Peirs, uit Leven 27, juli 2005
'De kanker is eigenlijk bij toeval ontdekt. Ik had een probleem aan mijn ogen. Wanneer ik een tijdje aan het lezen was, schoof de ene tekstregel over de andere heen. De oogarts stond voor een raadsel en stuurde me naar het UZ, waar ik een paar onderzoeken onderging. Eigenlijk werd er puur toevallig na een foto van mijn borstkas een grijzige waas op mijn rechterlong gevonden. Er werd een biopsie genomen en we wisten meteen dat het kwaadaardig was: longkanker.'
'Er waren geen uitzaaiingen, wel moest ik snel op de operatietafel. Ik stemde meteen toe, want ik was van meet af aan onder de indruk van het professionalisme en de vriendelijkheid van de dokters en het verplegend personeel. Die mensen wéten wat ze doen, hoor.'
'Tussen diagnose en operatie lag precies één week. Dat was juni 2003. In die week heb ik een cd opgenomen met een concerto van Mozart. De collega-muzikanten wisten van niks. Ik hield het nieuws stil. Anders bestond het risico dat de collega's en de producer medelijden zouden krijgen en schrik zouden hebben om me te verplichten een muziekfragment te spelen tot het helemaal perfect klonk. Kanker of niet, qua muzikale kwaliteit weigerde ik in te boeten. Pas nadat de laatste noot was opgenomen, zei ik: 'Heren, u zal de komende maanden berichten vernemen over mijn gezondheidstoestand. Ik heb kanker en ik ben er zeker van dat alles goed zal aflopen.' Een moeilijk maar mooi moment.'
'De ingreep verliep vlekkeloos. Ik lag wel enkele dagen op de intensive care-afdeling. Voor mijn vrouw en kinderen was het een schok: ik, die nooit ziek was geweest, lag daar aan slangetjes en infuzen gekluisterd. Twee maanden later, bij een controle, stelde de arts voor om toch chemotherapie te volgen om niet het risico te lopen dat de kanker terug zou komen. Ik ging akkoord: de artsen kennen hun vak, dus wie ben ik om hun oordeel tegen te spreken?'
'Zes sessies chemo kreeg ik, gedurende drie maanden. Die therapie was lastiger om dragen dan de operatie. Ik voelde me misselijk, was zwak, kon me moeilijk concentreren. Maar zodra de chemo achter de rug is, voel je hoe je dag na dag beter wordt. Je krachten keren terug, je voelt je opfleuren... En snél: als een pijl uit een boog herstelde ik (lacht).'
'Ik was een verstokte roker. Zeker 30 sigaretten per dag. Bij tournees in het buitenland rookte ik alles wat dampt (lacht). Toch had ik nooit problemen aan mijn longen. Die waren ijzersterk en supergroot: ik heb een longinhoud van 5 à 6 liter, dubbel zoveel als een "gewone" mens. Wie professioneel een blaasinstrument bespeelt, oefent zijn longen zoals een topatleet zijn lichaam traint. Als je dan rookt, voel je daar niet zo snel de effecten van. Ach, dat roken, weet je, het was een dwaze gewoonte van mijn tienertijd in de fifties. Je kon geen film zien of de held stak een sigaret op. Als jonge kerel wil je de coole roker Humphrey Bogart zijn: die had de knapste meisjes (lacht).'
'Nu rook ik niet meer en doe ik drie keer per week aan fitness. Maar mijn belangrijkste therapie was klarinet spelen. Ik had tijdens mijn ziekteproces soms last van hyperventilatie. Dankzij gestaag oefenen op de klarinet is dat bedwongen. Elke dag speelde ik; een ideale therapie om mijn longen weer aan het werk te zetten. In augustus, twee maanden na de operatie, speelde ik een klein concertje tijdens mijn eigen festival in Bornem. En in september werd de Mozart-cd voorgesteld in De Singel in Antwerpen, de cd die ik had opgenomen net voor mijn operatie. Ik had het hele medische korps van het ziekenhuis uitgenodigd. Ze zagen en hoorden me bezig op de klarinet. Een opsteker voor hun werk: een patiëntengeschiedenis met een happy end.'
'Klarinet spelen heeft me mentaal en fysiek enorm geholpen. Maar muziek heeft ook de kracht om je emotioneel te raken. Zo ben ik een grote fan van Frank Sinatra: telkens als ik naar zijn songs luisterde, met zijn orkest met de blazers, voelde ik de joie de vivre door mijn lichaam stromen. Eén moment was bizar: een maand nadat ik uit het ziekenhuis was ontslagen, luisterde ik thuis naar een van mijn eigen cd's met muziek van Mozart. Dan ben ik in huilen uitgebarsten. De langzame delen in de concerto's van Mozart. je weet niet wat je hoort, zo ontroerend is die muziek.'
'Goeie vrienden ken je in nood, zegt het spreekwoord. In de moeilijke dagen waren er enkele vrienden die elke dag belden om mij of mijn vrouw een riem onder het hart te steken. Ook van mijn huisdokter, enkele collega-muzikanten zoals mijn goede vriend Toots Thielemans en enkele oud-studenten van het Conservatorium in Antwerpen, waar ik 30 jaar lang les heb gegeven, kwamen er steunbetuigingen. Veel steun put ik uit brieven of e-mails van fans die niet eens weten dat ik ziek was, maar die me complimenten geven over een cd of me vragen stellen over mijn muziek..Zo"n brief maakt mijn week goed. Dan weet je: ik beteken iets voor deze muziekliefhebber. Ik bén er nog.'
'Vooral in de warme schoot van mijn naaste familie vond ik steun. We waren altijd al een hecht gezin. Geheimen bestonden er niet. Meteen nadat de diagnose was gesteld, hebben we de kinderen ingelicht. Voor de zieke is een mooie thuishaven dé ideale plek. Mijn vrouw en kinderen waren prachtig. Zelfs al waren ze bang of triest, ze lieten het niet merken en ze bleven me steun bieden. Pas later gaven ze toe dat ze soms banger waren dan ik zelf (glimlacht).'
'Ik relativeer nu makkelijker en ik geniet meer van kleine dingen - dat hebben wel meer mensen die kanker hebben overwonnen. Wat niet veranderd is, en wat nooit wankelde, is mijn optimisme. Als muzikant ben ik gewend aan een opeenvolging van ups en downs; nu eens ben je bekend en veelgevraagd, een ander ogenblik moet je knokken om weer op de voorgrond te treden. Ik ben er altijd in blijven geloven.'
Naar het verhalenoverzicht





