Michel Hoenkamp: van leven in de maalstroom naar leven in het moment
Schrijf ons!
Stuur uw reactie op artikels uit het tijdschrift Leven naar de brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer van Leven.
Zelfhulpgroepen
Na vier zware kankerbehandelingen het werk hervatten, het is niet evident. Zeker niet als je in dat werk dagelijks een lading stress over je heen krijgt. Michel Hoenkamp (53) ruilde zijn carrière bij een Amerikaans bedrijf voor studeren en vrijwilligersactiviteiten. "Nooit gedacht dat dit me zoveel voldoening zou geven".
Tekst: Frederika Hostens, uit Leven 27, juli 2005
"Voor ik ziek werd, was mijn leven vooral gericht op werken. Twintig jaar lang ging ik tot het uiterste, eerst als procesingenieur, daarna als financieel manager. Ik hopte van de vestiging in Nederland naar die in België en terug. Mijn vrouw vroeg me meermaals om wat af te remmen, maar ik ging koppig door. Tot een gezwel in de buurt van mijn kaakbeen in april 1995 mijn leven stillegde. Ik was toen 43 jaar. Wat er eerst onschuldig uitzag, bleek na onderzoek in het lab een non-Hodgkinlymfoon. Ik had dus lymfeklierkanker."
"Na zes cycli chemo en 25 sessies radiotherapie was ik in remissie, wat betekent dat er geen teken meer te ontdekken viel van de kanker. In november ging ik terug aan de slag. De dokters hadden me aangeraden om een periode halftijds te werken. Ik hield dat hooguit twee weken vol. Het werk kreeg me weer volledig in de greep. Begin 1998 moest ik voor de tweede maal afhaken. Ik was hervallen, in kliergebieden aan beide kanten van het middenrif, met onder andere een gezwel zo groot als een tennisbal vlak onder mijn middenrif. Chemo- en radiotherapie werden voorafgegaan door een autologe beenmergtransplantatie: een deel stamcellen werd uit mijn lichaam gehaald en na zware chemo weer ingebracht. Ik verbleef enkele weken in een steriele kamer. Zodra ik voldoende witte bloedlichaampjes had, mocht ik weer de vrije wereld in."
"Of ik er geen last had van claustrofobie? Bij mij viel dat gelukkig nogal mee. Als ik het moeilijk kreeg, zette ik een cd op. Ik had een hele stapel bij me. Zorgvuldig hadden de verpleegsters de cd"s één voor één steriel gemaakt. Die Zauberflöte en Die Entführung aus dem Serail van Mozart. La Cenerentola van Rossini. Pareltjes die me trouw en geduldig gezelschap hielden."
Dichter op het leven
"In november 1998 werd ik voor de derde keer ziek. Een nieuwe medicijnenkuur volgde, maar die was niet volledig succesvol. Bleef over: een allogene beenmergtransplantatie, niet met mijn eigen stamcellen, maar met die van een externe donor. Ik kom gelukkig uit een groot gezin. Mijn broers en zus lieten onderzoeken of ze "compatibel" met mij waren. Eén broer was dat gedeeltelijk. In maart 1999 kreeg ik zijn stamcellen toegediend. Met een nog grotere stapel cd"s trok ik opnieuw naar de steriele kamer, bang afwachtend of mijn lichaam de stamcellen zou aanvaarden. Na vijf weken mocht ik huiswaarts, naar mijn vrouw en twee dochters, die toen 12 en 15 waren."
"Het herstel na de tweede beenmergtransplantatie ging heel langzaam. Ongeveer één jaar erna was mijn fysieke toestand weer redelijk te noemen. Maar ik zag me niet meteen weer meerennen in de rat race. Drie, vier dingen tegelijk doen? Van hot naar haar draven om contracten te onderhandelen? Tegen de klok stapels e-mails verwerken? Ik kan het niet meer. Stress verlamt me. Dat weten mijn dochters maar al te goed. Als ze me vragen om tegen "s anderendaags hun werkstukken na te lezen, krijgen ze nog wel eens als antwoord of ze dat niet wat vroeger konden vragen. Ik laat me niet meer opjagen door anderen. Mijn lichaam protesteert daartegen."
"Voor ik kanker kreeg, beleefde ik het leven meer van op afstand. De opvoeding van onze kinderen was vroeger veeleer de taak van mijn vrouw. Nu is die afstand weg. Ik voel me veel meer betrokken. Voel ook meer emoties. Dat is soms wennen, ook voor mijn omgeving. Probeer het je maar eens in te beelden: de meestal afwezige vader die plotsklaps dagen, maanden thuis is. En die toont wat er in hem omgaat. Dat geeft soms vuurwerk natuurlijk."
Tevreden student
"Tijdens mijn eerste verblijf in de steriele kamer kwam er een psychiater langs. Ik kon alleen zijn ogen zien, de rest van zijn lichaam was helemaal ingepakt. Ik vond zijn manier van praten best aangenaam, en ik ben hem geregeld blijven opzoeken. Toen hij me liet weten dat hij in Rotterdam een meditatiecursus organiseerde, heb ik geen moment getwijfeld om me in te schrijven. "Leven in de maalstroom" was de titel. Ik heb er geleerd om er "leven in het moment" van te maken. En dat lukt aardig, ook al mediteer ik niet elke dag. Het gaat meer over een ingesteldheid. Als er een tractor voor me rijdt, probeer ik hem niet in te halen, maar hang ik desnoods vijf kilometer achter hem aan. Ondertussen kijk ik naar het glooiende landschap en prijs ik me gelukkig dat ik dat kan aanschouwen."
"Na mijn tweede beenmergtransplantatie peilde diezelfde psychiater hoe ik het verder zou aanpakken. Financieel hoefde ik me geen zorgen te maken, want ik kwam in aanmerking voor een invaliditeitsvergoeding via de verzekering van het werk. Maar waarmee zou ik de leegte opvullen? "Lees je graag?" vroeg hij me terloops. "Ja", antwoordde ik vrij onverschillig. "Wat zoal?" "Bijvoorbeeld artikels in National Geographic over opgravingen." Hij luisterde geboeid en suggereerde me wat later om me in te schrijven aan de VUB. En zo studeer ik sinds 2001 als vrij student archeologie en kunstgeschiedenis. Ik pik er de interessantste vakken uit en neem ze gretig in mij op."
"Ik ben ook actief in allerlei actiegroepen. Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar ik kan me nog behoorlijk opwinden als er dingen foutlopen. Als politici er een potje van maken, dan mag dat gezegd. De derde pijler in mijn nieuwe leven is mijn vrijwilligerswerk voor een school in Brussel. Ik controleer er de boekhouding en doe de financiële planning. Toen er een nieuw gebouw gepland werd, ging ik onderhandelen met de banken voor een lening. Dat leunt dicht aan bij mijn vroegere job. Met dat verschil dat ik er niet voor betaald word en dat ik zelf mijn tempo bepaal. De directeur van de school weet dat hij op me kan rekenen, en laat zijn waardering blijken. Dat geeft ongelooflijk veel voldoening."
Diep doorleefde emoties
"Mocht je me vragen om dit gesprek om te zetten in muziek, dan zou ik voor het 24ste pianoconcert van Mozart kiezen. Het weerspiegelt diep doorleefde emoties, zonder dat de melancholie de boventoon voert. Zo voel ik me ook. Wat de toekomst brengt, is onzeker. Vorige week kon ik plots niet goed meer spreken en haperde mijn motoriek. Is het de voorbode van nieuwe problemen? De oncoloog zoekt het uit. Wat ik wel zeker weet, is dat mijn leven van de laatste vijf jaar de moeite waard was om geleefd te worden."






