Martine De Henau: aanvullende behandelingen bij kanker
Hoe worden aanvullende behandelingen gebruikt bij kanker?
Veel mensen geloven dat de klassieke geneeskunde niet de enige mogelijkheid is als het gaat over symptomen en neveneffecten van kanker behandelen, pijn verzachten en hun leven verbeteren. En zeker in hoge nood, als chemo of radiotherapie niet meer helpen, zoeken mensen zelf naar wat wel nog kan helpen. Daar kunnen we niet anders dan begrip voor opbrengen. Maar kanker genezen doen deze therapieën niet. Daarom spreken we beter van ‘aanvullende’ behandelingen dan van ‘alternatieve’ – ze vervangen de klassieke behandeling niet.
Homeopathie, acupunctuur, holistische geneeskunde, Moermandieet, kruidenthees,… Het aanbod van niet-medische behandelingen is immens en ondoorzichtig. Een goeie start voor informatie is de website van de American Cancer Society (ACS, in het Engels). Minder uitgebreid, en soms ook interessant is www.kanker-aktueel.nl. De ACS maakt een indeling in het kluwen complementaire therapieën, en zegt van elke therapie iets over het gebruik, de werking en mogelijke problemen of complicaties in de kankerzorg.
- Lichaam en geest – over kunsttherapie, holistische geneeskunde, yoga, ayurveda, enz.
- Manuele therapieën – over acupunctuur, warmtetherapie, enz.
- Kruiden, vitaminen, mineralen – over aloë vera, sintjanskruid, ginseng enz.
- Voeding en dieet – over macrobiotiek, omega-3-vetzuren, lycopeen enz.
- Farmacologische en biologische behandelingen – over homeopathie, zuurstoftherapie, haaienleverolie enz.
En zoals gezegd: vertel uw arts waar u mee bezig bent.
Meer info
- bij Wistik, zelfhulpgroep voor aanvullende hulp bij kanker: 03/314.10.11
- bij de Vlaamse Kankertelefoon, 078/150.151
Schrijf ons!
Stuur uw reactie op artikels uit Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.
Martine De Henau (56) kreeg 13 jaar geleden endeldarmkanker. Om het genezingsproces een handje te helpen, maakte ze onder meer gebruik van macrobiotiek. Als aanvulling op de klassieke behandelingen. Tekst: An Van de Velde, uit Leven 41, januari 2009
‘Ik had al een tijdje last van aambeien en bloed in de stoelgang’, begint Martine haar verhaal. ‘Niks ernstig, volgens de dokters. Tot verder onderzoek het tegendeel bewees: endeldarmkanker. Slecht nieuws, ja, maar ik heb het niet zo bewust beleefd. Ik leefde in een waas. Alsof je automatisch jezelf beschermt. Ik kende het ook niet. Mijn vader had multiple sclerose, maar ik had in mijn omgeving nooit kanker gezien. Het overkomt je en je gaat daar in mee. De overlevingsdrang kwam pas later.’
‘Hoe is het mogelijk, vroeg iedereen. Jij die altijd gezond eet? Ik was kwaad, ja. Als meisje wilde ik geneeskunde studeren, dat mocht niet. Ik wilde naar de derde wereld en dat ben ik blijven koesteren. In 1995 kreeg ik de kans om naar Brazilië te gaan. Weldra zou ik daar aan de slag kunnen, met landloze boeren. En dan krijg je die diagnose. Alsof een slagboom naar beneden dondert: tot hier en niet verder. Mijn droom was voorbij.’
Alles op alles
Na de diagnose volgde een operatie, waarbij een stuk darm werd weggenomen. Martine kreeg vijf weken radiotherapie, de eerste en de laatste in combinatie met chemotherapie. Tijdens haar behandeling at ze volgens de principes van de macrobiotiek, een voedingsleer die vertrekt van volle granen. Verder op het menu veel groenten, peulen en zeewieren bijvoorbeeld, weinig of geen vlees, zuivel en exotisch fruit.
Martine: ‘Ik héb een sterke wil. Ik wilde zélf iets doen, mee helpen aan mijn herstel. Macrobiotiek had in Amerika geweldig furore gemaakt als hét dieet voor kankerpatiënten. En toevallig kwam dat op mijn weg, via vrienden. In het ziekenhuis brachten ze mij misosoep (miso is een dikke, zoute pasta uit de Japanse keuken, nvdr). Wat ik niet lekker vond, maar als het kon helpen om sneller te genezen … Ik kende een therapeute en zij twijfelde aan het nut van een operatie. “Zou je dat wel doen?”, vroeg ze. Uiteraard wel, vond ik. Je kunt niemand voor de keuze zetten tussen A en B. Als ze mij zeggen: “Dát is alleen zaligmakend”, dan zeg ik “neen, bedankt”! Je wilt op alle paarden wedden. Onze geneeskunde heeft zijn merites. Waarom niet alle kansen benutten? Ik heb de dokters in het ziekenhuis verteld waar ik mee bezig was. Mijn vrienden mochten die soep brengen. Dat was goed. Geen probleem.’
Weerbots
‘Heeft het geholpen? Ik denk het wel. Ik voelde mij goed tijdens mijn therapie. Ik bleef actief in onze zaak. Ik wilde mij tónen. Ik leefde nog! Pas nadien ben ik echt ziek geworden. Veertien dagen heb ik in de zetel gelegen, ik kón niet meer. De weerslag van de chemotherapie? Toen kwam het besef: ik kan wel sterven. Voordien was dat nooit bij mij opgekomen. Uiteindelijk ben ik gestopt met macrobiotiek. Ik woog nog 42 kilo. Dan heb ik besloten: ik ga mijn eigen dieet uitzoeken. Zeewieren gebruik ik bijvoorbeeld nog altijd, voor een betere vertering. Uiteindelijk ben ik terecht gekomen bij de voedselcombinaties van Jan Dries. Veel rauwkost bijvoorbeeld. En geen koolhydraten mengen met eiwitten: groenten met aardappelen, maar zonder vlees. En dat werkt voor mij, maar ik doe het op mijn manier. Jan Dries blijft bijvoorbeeld strikt vegetariër. Ik eet af en toe vlees of vis. En in het weekend drink ik soms een cappuccino of een glas wijn. Dan maak ik het gezellig. Maar ik moet voortdurend uitkijken. Wat verteer ik best? Dat blijft zoeken.’
Terug thuis
Naast haar ziekte kreeg Martine af te rekenen met relatieproblemen. Haar man kon het allemaal niet aan, uiteindelijk zijn ze uit elkaar gegaan. Om alles een plaats te geven, trok Martine naar Spanje. Om te werken, te bezinnen en tot rust te komen.
Martine: ‘In contact met de natuur kom je uiteindelijk jezelf tegen. Vooral mijn sterke wil heeft mij er door gehaald. Terug in België had ik meteen werk. Ik ging cursussen volgen, bewustzijnsverruiming bijvoorbeeld. Dat heeft mij op een andere manier naar alles leren kijken. Dán pas begon ik aan het verwerkingsproces. Geleidelijk aan. Mijn echtscheiding, het feit dat ik nooit naar Brazilië zou gaan. Het aanvaarden ook.’
Tweede roeping
Vandaag is Martine er weer bovenop. Wel heeft ze geregeld last van darmverklevingen en daardoor darmobstructie, een gevolg van de operatie.
Martine: ‘Vooral in stressperiodes krijg ik problemen. Alsof er een klem op zit. Dan kan er boven niets meer in, onder niets uit. Erg pijnlijk. Een nieuwe operatie kan helpen. Maar de dokters kunnen niet garanderen dat zo alle problemen van de baan zijn. Dus wacht ik voorlopig af. Met kinesitherapie en craniosacraaltherapie – een zachte vorm van osteopathie - probeer ik de pijn onder controle te houden. Dat werkt.’
Martine voelt zich goed met haar behandelingen, ze verdiept zich in gezonde voeding en aanvullende therapieën. Momenteel studeert ze voor gezondheidsconsulent én ze heeft een eigen praktijk in Lier. Haar eindwerk maakt ze over complementaire therapieën als ondersteuning bij kanker.
Martine: ‘Alsof ik dat móet doen. De ziekte heeft mijn leven grondig veranderd, en ze blijft present in mijn lichaam. Ze is als een soort signaal en gelijktijdig een leidraad. Bewust omgaan met voeding. Stress afbouwen. Bewust zijn van het leven en al zijn facetten. Mijn studies en vooral nu de voorbereiding voor mijn scriptie maken mij diep enthousiast. Er is veel meer dat je kan helpen! Dat wil ik delen met zieken en ex-patiënten. Een nieuwe weg ligt voor mij. De complementaire geneeskunde. Een tweede roeping en een beetje de vervulling van mijn jeugddroom.’
Goed om te weten
Volgens een recent onderzoek van het Britse vaktijdschrift Annals of Oncology maakt 35,9 procent van de patiënten gebruik van complementaire therapieën bij kanker. Goed nieuws is dat de meeste mensen dat enkel als aanvulling doen op hun medische behandeling. Minder goed nieuws is dat ze het vaak niet aan hun oncoloog of radiotherapeut vertellen, en dat kan gevaarlijk zijn.
Al kunnen aanvullende behandelingen de ziekte niet genezen, vaak werpen ze toch vruchten af.
Professor Simon Van Belle, medisch oncoloog UZ Gent: ‘Voor of tegen? Dat laat ik in het midden. Belangrijk is dat we het wéten. Dat mensen ons vertellen welke behandeling ze nog volgen en welke voedingssupplementen ze nemen. Wetenschappelijk zijn er geen bewijzen dat aanvullende behandelingen een invloed hebben op het verloop van de ziekte. Maar patiënten krijgen zo wel het gevoel dat ze zelf iets kunnen doen. Ze nemen het heft mee in handen. Is wát ze doen dan belangrijk of veeleer het feit dát ze het doen? Alleszins helpen ze hun behandeling mee te dragen. Dat is positief.’
Complementaire therapie – de naam zegt het al - vult vaak de klassieke, medische behandeling aan. Jammer genoeg is dat niet altijd zonder gevaar.
Simon Van Belle: ‘Enerzijds zijn extreme voedingsdiëten soms schadelijk, zeker voor patiënten die verzwakt zijn door chemotherapie, zij moeten zeker voldoende voedingsstoffen en calorieën opnemen. Anderzijds is er het risico op interferentie met de klassieke behandeling: met de chemotherapie en ook met nieuwe vormen van behandeling, zoals de angiogeneseremmers, die de bloedtoevoer naar de tumor blokkeren. Sommige stoffen kunnen de klassieke behandeling wel degelijk tegenwerken. Een bekend voorbeeld is Sint-Janskruid, maar ook grote hoeveelheden pompelmoessap en tal van andere stoffen. Ze maken chemotherapie minder werkzaam of lokken meer bijwerkingen uit.’
Patiënten hebben er dus alle belang bij hun oncoloog te vertellen welke aanvullende behandeling ze volgen of welke voedingssupplementen ze nemen.
Simon Van Belle: ‘Het is altijd opletten geblazen. Zelfs met stoffen die op het eerste gezicht onschuldig lijken. Hoge dosissen vitamine C bijvoorbeeld kunnen de werking van chemotherapie met 30 procent verminderen. Zo blijkt uit een recente studie. Dat betekent dat je bijvoorbeeld wel de bijwerkingen van de chemo hebt, maar niet de werking. Dus zo ongevaarlijk is het allemaal niet. Daarom weten we het graag.’
Er zijn ook kwakzalvers die enkel uit zijn op geldgewin. Hoe scheid je het kaf van het koren?
Simon Van Belle: ‘Met gezond scepticisme. Het prijskaartje kan al een indicatie zijn. Als iets heel duur is of controversieel, trek dan maar aan de alarmbel. Waar ik problemen mee heb, is dat men soms misbruik maakt van de wanhoop van patiënten of familieleden om een therapie te ‘verkopen’. Of therapeuten die zichzelf overschatten, die beweren dat ze kanker kunnen genezen en bijvoorbeeld afraden om chemotherapie te volgen. Dan wordt het gevaarlijk. De eerste én gouden regel in de geneeskunde is dat de baten de schade overtreffen – dat is zo bij chemotherapie bijvoorbeeld. Dat gaat voor complementaire behandelingen niet altijd op.’






