LinksSitemapContact
U bent hier:

Marie-Jeanne Triau: 'Ik ben altijd een vechter geweest'

Vakantieweek voor volwassenen
Jaarlijks organiseert de VLK per provincie een vakantieweek voor kankerpatiënten en hun partner. Er wordt gewandeld, genoten van het winterzonnetje, gelachen en veel gepraat, onder andere over wat het is om kanker te hebben en hoe je ermee kan leven. De vakantieweek vindt plaats in het revalidatiecentrum ‘Ter Duinen’ in Nieuwpoort.
Prijs: tussen 40 en 160 euro volpension voor de patiënt en 65 en 220 euro voor de begeleider, afhankelijk van het gezinsinkomen.
Vraag een foldertje voor meer informatie via een van de VLK-kantoren. U vindt de telefoonnummers of e-mailadressen hier.

Herceptine? Hormoonremmers?
Bij een kwart van de borstkankerpatiënten vinden we te veel van een bepaald eiwit op de kankercellen. Dit eiwit maakt de kankercel agressiever. Herceptine is een antistof gericht tegen dat specifieke eiwit. Het wordt beschouwd als een nieuwe mijlpaal in de behandeling van borstkanker, omdat het bij deze patiënten de kans op herval verder kan halveren.
Het vrouwelijk hormoon oestrogeen, dat in het lichaam wordt aangemaakt, kan de groei van borstkankercellen bij bepaalde vrouwen bevorderen. Hormoonremmers gaan dit tegen: ze blokkeren de aanmaak of het gebruik van vrouwelijk hormoon in het lichaam en dus ook in de kankercel.

Meer lezen over borstkanker

Schrijf ons!
Stuur uw reactie op artikels uit Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.

Marie-Jeanne Triau. Foto Pol Leemans 'Vrijdag ga ik voor mijn 81ste infuus.' Marie-Jeanne Triau (74) kreeg vijf jaar geleden borstkanker. Ze vecht dapper terug, met de steun van haar gezin en van haar arts. ‘Mijn eerste prognose was zes maanden en ik ben er nog altijd. Dus klaag ik niet.’

Tekst: An Van de Velde, uit Leven 40, oktober 2008

Haar levensmotto hangt op een bordje aan de muur: herinner je gisteren, droom van morgen, maar leef vandaag. Dat probeert Marie-Jeanne in de praktijk te brengen.
'Ik had nooit gedacht dat het mij zou overkomen', steekt ze van wal. 'Je moet gezond leven, hoor je, veel fruit en groenten eten. Ik denk dat weinig mensen mij overtreffen in fruit eten. Toen ik hoorde dat ik kanker had, was ik vooral kwaad. Niet omdat het juist míj overkwam. Niemand kiest er voor. Kanker krijg je en iedereen kan het krijgen. Ik was kwaad op mezelf omdat mijn lichaam mij in de steek liet, ik had het zo goed verzorgd… Natuurlijk vraag je jezelf af: is dit het einde? Ik wist van in het begin dat het kwaadaardig was en erg agressief, maar ik ben altijd een vechter geweest.'
'Snel na de diagnose is mijn rechterborst weggenomen. Van mei tot november 2003 kreeg ik 6 chemokuren en 26 bestralingen. Daarna nog een hormoonbehandeling (zie kader 'Herceptine? Hormoonremmers?'). Het ergste in die tijd vond ik mijn haar verliezen. In de spiegel zag ik eruit als iemand na Buchenwald: graatmager en glad geschoren. Ik was alles kwijt, een zware dobber. Maar ik had mijn voorzorgen genomen en een pruik besteld. Er zijn zoveel ongemakken, je legt je daar bij neer. En dat ging redelijk, beter dan nu. Toen dacht ik: het is een periode in mijn leven. Maar dat bleek achteraf ijdele hoop.'

Geen allergie

'Ik ging "in remissie", zoals dat heet: de kanker leek onder controle. Maar na een bezoek aan mijn zoon – hij is chocolatier in Singapore - kreeg ik overal rode vlekken op mijn rug. Een allergische reactie, dachten de dokters, opgelopen in Singapore of door de prothese. Uiteindelijk bleek het een tweede kanker te zijn, vlak onder de huid, tot in de lymfebanen op mijn rug. Opereren kon niet. Opnieuw chemotherapie dus.'
'In het ziekenhuis ben ik sindsdien vaste klant. Om de drie weken sta ik daar voor mijn dosis Herceptine (zie kader, red). Volgens de professor ben ik met 81 keer zijn recordpatiënte. Natuurlijk word je dat moe. Er was een tijd dat ik al misselijk werd aan de ingang van het ziekenhuis. Bah. Ik kwam daar zoveel, in het begin twee tot drie keer per week. Daarom zijn we ook verhuisd van Neerlinter naar een appartement in Leuven, om dichterbij te wonen. Vanuit onze slaapkamer zien we het ziekenhuis liggen, vijf kilometer verderop. En de huisarts woont daar op de hoek.'

Jubileum

'Een goede verstandhouding met je dokter is belangrijk. Als patiënt heb je niks meer in de hand. Durf te vragen. Hoe sta ik ervoor? Wat staat me te wachten? Mensen durven soms geen vragen te stellen, bang om iets verkeerd te zeggen. Of uit angst voor de uitslag. Maar je leven hangt er wel van af. Voor ik op controle ging, noteerde ik mijn vragen op een spiekbriefje. En mijn man ging altijd mee, twee paar oren horen meer. Ik vraag ook altijd mijn rapporten. Als ik iets niet begrijp, vraag ik de volgende keer om uitleg.'
'Voor mijn 50ste infuus, had ik beloofd, trakteer ik. Dat is een jubileum. Dus had ik de professor voorgesteld: ik de taart en hij de champagne. "Hoezo", zei hij, "je krijgt hier van mij al iedere keer een cocktail". Na al die jaren hebben we een hechte band opgebouwd. Anders lukt het ook niet. Op je arts moet je kunnen vertrouwen. Ik ben ervan overtuigd dat mijn leven bij mijn arts in goede handen is.'
'Al bij al voel ik mij goed met Herceptine. Natuurlijk ben je extreem vermoeid, krijg je plots een klop van de hamer. Maar dat neem je erbij. Zoals al die andere ongemakken. Ik heb geen gevoel meer in mijn vingers, dus fijne werkjes lukken niet meer. Zo heb ik mijn grote hobby – kant maken - moeten opgeven. Ik krijg er ook rode vlekken van en het belast je hart. Maar het ergste is dat geheugenverlies: moeilijke woorden onthouden of uitspreken, struikelen over je eigen woorden. Daar heb ik een hekel aan.'

Goede moed

'Contact met lotgenoten kan wonderen doen. Tegen de buitenwereld kun je niet altijd over je ziekte beginnen. Lotgenoten onder elkaar hebben maar een half woord nodig. De mensen van het Leuvense inloophuis zijn fantastisch. Er worden dingen aangekaart die je zelfs met je partner niet bespreekt. De eerste keer was een beetje een drempel, maar je wordt er altijd goed ontvangen. Vorige winter zijn we ook met de VLK op vakantie geweest (zie kader, red.). Al was ik niet meteen overtuigd. Naar zee, hartje winter, en dan in groep... Maar ik heb het mij absoluut niet beklaagd. Iedereen steunt er iedereen. Kanker blijft een partner in je leven, je geraakt hem niet meer kwijt. Niets is nog zoals het was. Lotgenoten begrijpen dat.'
'Je mag de moed niet verliezen, maar het vergt veel energie en dagelijkse inzet. Veel mensen klagen: ik kan dit niet, dat niet. Ik kan "nog". Ik kan nog eten maken, ik kan nog strijken. Kuisen lukt niet meer. Maar ik zeg niet: och, nu kan ik niet meer kuisen. Ik héb kanker en daar is niks aan te doen. Dus probeer ik er het beste van te maken. Ik had mijn vier kinderen ooit gezegd: ik word 100 jaar. Daar herinneren ze mij nog geregeld aan: mama, je gaat ons niet in de steek laten? Beloofd is beloofd!'
'In september heb ik even gezegd: het hoeft niet meer. Toen was het kantje boordje. Ik ben opgenomen in het ziekenhuis met een longontsteking, volledig uitgeput. Ik dacht dat ik mijn 50ste huwelijksverjaardag niet zou halen. ‘Je geraakt daar door’, zei mijn prof. En het feest heeft plaatsgehad, met mij erbij.'

In etappes

'Intussen zijn we een episode verder. Onlangs ben ik opnieuw grootmoeder geworden, van een tweeling. Ik heb zes kleinkinderen, de twee jongste in Singapore. Ik leef van etappe naar etappe: ons jubileum, de plechtige communie van mijn kleindochter, de geboorte van de tweeling… Nu droom ik van een reis maar Singapore, om mijn kleinzoontjes te zien.'
'De zes maanden die ze mij vijf jaar geleden gaven, zijn lang voorbij. Niemand praat nog over een periode. Mijn kanker is niet te genezen. Ze proberen het zo lang mogelijk stabiel te houden. Er zíjn geen garanties. Kanker is zo’n ziekte. Ik voel mij zoals een bokser die een gewichtsklasse te hoog bokst. Ik weet dat ik de match ga verliezen, maar ik wil het zo veel mogelijk rondes uithouden.'

Naar het verhalenoverzicht