Magda Aelvoet over baarmoederkanker: "Ik had altijd het gevoel: Hier kom ik bovenop!"
Baarmoederkanker
Bij baarmoederkanker nestelt een kwaadaardig gezwel zich in de baarmoeder. In 85 % van de gevallen is het eerste symptoom een bloeding na de menopauze, in 15 % van de gevallen wijzen menstruatiestoornissen al in de overgangsjaren op een probleem. Soms duiken ook problemen op bij het plassen of de stoelgang. Buikklachten komen bij baarmoederkanker zelden voor en zijn een laat symptoom. Preventief kan de gynaecoloog wanneer hij of zij een uitstrijkje neemt ook de baarmoeder en de eileiders onderzoeken met een inwendige echografie.
De diagnose kanker zal wellicht altijd negatieve en angstige gevoelens opwekken. Al kunnen de reacties sterk verschillen van patiënt tot patiënt en weerspiegelen ze vaak hoe iemand in het leven staat. Toen Magda Aelvoet vernam dat ze kanker had, slaagde ze erin haar situatie erg realistisch te blijven bekijken. De genezingskans was groot en dus besloot ze dat ze maar best gewoon verder kon leven. "Hier kom ik bovenop!", was de gedachte die altijd bleef overheersen. Dat gaf haar de kracht om, ook tijdens de behandeling, verder te pendelen tussen Brussel en Straatsburg voor haar werk als Europarlementariër.Tekst: Lie Verschueren, uit Leven 4, oktober 1999
Magda Aelvoet maakt even tijd voor een babbel tussen twee dioxinevergaderingen door. Het gesprek verglijdt geregeld naar de plannen die ze als kersverse minister van Volksgezondheid koestert. Ze is duidelijk meer begaan met wat op haar afkomt dan met wat voorbij is. Op die manier ging ze ook om met de melding dat ze kanker had. "Het begon, nu drie jaar geleden, toen ik terugkeerde van een reis naar Kroatië. Aanvankelijk dacht ik dat het vervelende gevoel in mijn buik kwam door het vette eten ginder." Maar algauw bleek er iets ernstiger aan de hand en viel de diagnose baarmoederkanker. "Aangezien de kanker in een vroeg stadium werd vastgesteld, gaf de dokter me 90 % genezingskansen. Ik kreeg direct het gevoel "Dit is niet fataal, hier kom ik bovenop!". Het leek me daarom het beste om zo goed als het kon met mijn werk door te gaan. Eigenlijk geeft werken me energie. Ik heb nooit het gevoel dat ik me afpeiger. Met andere mensen bezig zijn in plaats van met mezelf, maakte mijn ziekte lichter om dragen."
Het noodlot tarten
Magda Aelvoet besloot haar verblijf in het ziekenhuis voor de chemotherapie zoveel mogelijk te beperken. "Eén week lag ik in het ziekenhuis voor een eerste reeks inspuitingen. Intussen nam ik allerlei parlementaire documenten en rapporten door. De andere chemosessies kreeg ik thuis of op het werk. Twee keer nam ik de spuiten mee naar Straatsburg. Ik reisde met het vliegtuig want de medicamenten moesten zo vlug mogelijk weer de koelkast in. Ze werden me toegediend door één van de artsen die we in het parlement altijd konden raadplegen."
Alles bleek prima te verlopen, mits wat meer slapen. Ook de resultaten van de tussentijdse bloedonderzoeken waren goed. Dat maakte haar, bijna halfweg de behandeling, eventjes overmoedig.
"Ik reisde naar Turkije om er het Europese parlement te vertegenwoordigen op een gerechtszaak tegen een Turkse politie-eenheid die een journalist in de gevangenis had doodgemarteld. De reis was lastig en van rusten kwam - ook "s nachts - weinig terecht. Toen mijn voeten begonnen te zwellen en ik een bloeding kreeg, werd ik vreselijk ongerust. Ik voelde dat ik het noodlot aan het tarten was. Gelukkig is het goed afgelopen én heeft mijn aanwezigheid in Turkije een gunstig effect gehad op de afloop van het proces." Al beseft Magda Aelvoet dat ze toen echt te ver ging.
Kleine aanmoedigingen
Doordat ze een eerder lichte vorm van chemotherapie kreeg, had Magda Aelvoet weinig last van nevenverschijnselen zoals haaruitval of vermageren. Wel herinnert ze zich de misselijkheid en het ellendige gevoel in haar mond de eerste uren na de inspuitingen. "Als we dan in het parlement soms urenlang aan het werk moesten, deden de aanmoedigingen van collega"s me veel deugd. Kleine vraagjes als "Gaat het nog?" of "Wil je een zuurtje om die vieze smaak weg te nemen?" hielpen me echt. Ook enkele andersgezinde politica, die zelf met kanker waren geconfronteerd, spraken me moed in. Hetzelfde meemaken creëert hoe dan ook een band, over politieke meningsverschillen heen. Natuurlijk waren er ook mensen die me een vogel voor de kat waanden. Ze zegden dat niet, maar ik voelde het wel."
Hoewel de ziekte haar amper in haar werkzaamheden belemmerde, zette het haar toch aan het denken. "In eerste instantie voelde ik me door mijn lijf verraden. Hoe kon er in mijn lichaam zo iets ernstigs aan de gang zijn zonder dat ik er iets van voelde?" Hoewel ze al van jongs af en van zeer dichtbij met de dood te maken had gehad, deed dit deze ervaring haar als nooit tevoren de kwetsbare broosheid van het bestaan inzien. "Bovendien groeide mijn respect voor ons maatschappelijk en geneeskundig systeem."
Meer tijd investeren in zieken
Uiteraard ziet ze, zeker nu ze als minister bevoegd is voor Volksgezondheid, ook de mankementen in het systeem. "We moeten naar een gezondheidsbeleid waar het algemeen belang meer voorop staat, weg van de te dominante invloed van belangengroepen", zegt ze overtuigd. "Technische prestaties worden heel zwaar gewaardeerd, tijd investeren in zieken wordt in verhouding te weinig gehonoreerd. De verdere uitbouw van palliatieve diensten is voor mij een prioriteit. De mens moet meer centraal staan. Ook de kwestie euthanasie verdient in dat verband aandacht en heeft een wettelijke regeling nodig. Al spraken we in het regeerakkoord wel af dat ethische vraagstukken in het parlement en niet door de regering worden geregeld."
Volgens Aelvoet moet er ook meer aandacht gaan naar preventie. "De curatieve geneeskunde slokt een te groot deel van de budgetten op", meent ze, goed beseffend dat het preventiebeleid niet haar bevoegdheid is maar die van de gemeenschappen. Toch gelooft ze dat, over de gemeenschapsgrenzen heen, een éénduidig gezondheidsbeleid uitgestippeld kan worden. "Ik heb daarover overleg gepland met mijn collega"s van de gewesten."
"Een ander belangrijk probleem dat de regering wil aanpakken, is het remgeld dat langdurig en chronisch zieken te zwaar belast. We willen dat zij weer beroep durven doen op de medische verzorging die ze nodig hebben. Nu laten ze dat na een tijd achterwege omwille van de hoge kostprijs."






