Lymfoedeem na borstkanker. Veel leed is te voorkomen
Tips om een dikke arm te voorkomen
- draag handschoenen bij huishoudelijk werk (ook in de tuin)
- vermijd hete baden, sauna"s en langdurig zonnebaden
- gebruik een goede huidcrème op basis van lanoline
- blijf de getroffen arm gebruiken, maar overbelast hem niet
- til geen zware lasten
- vermijd inspuitingen, bloedafname en bloeddrukmeten aan die arm
- ontsmet elke wonde goed, hoe klein ook
- neem steeds antibiotica mee als je verre reizen maakt
- raadpleeg zo snel mogelijk je specialist als de arm begint te zwellen
Verwante informatie
- Zelfhulpgroepen voor vrouwen met borstkanker
- Kinesitherapeuten: bij de Vlaamse Kankertelefoon kan u terecht voor adressen van gespecialiseerde kinesitherapeuten voor de behandeling van lymfoedeem. Telefoon 078/150.151, elke werkdag tijdens de kantooruren of e-mail e-kankerlijn@tegenkanker.be.
Tekst: An Van de Velde, uit Leven 8, oktober 2000
Lymfoedeem zo luidt de wetenschappelijke naam is een vochtophoping door een belemmerde afvoer van lymfvocht. De oorzaak kan een infectie zijn. In de westerse wereld echter is een dikke arm meestal het gevolg van de behandeling van borstkanker. Niet de borstoperatie zelf leidt tot een dikke arm. Tijdens de operatie worden meestal ook de okselklieren weggenomen, de eerste plaats waar uitzaaiingen voorkomen. En dat kan de afvoer van het lymfvocht uit de arm belemmeren.
Professor Jan Lamote (kliniekhoofd oncologische heelkunde, AZ VU Brussel): "Vroeger werden automatisch alle okselklieren verwijderd. Voortaan kan op een eenvoudige manier onderzocht worden of de lymfklieren zijn aangetast, met de 'sentinel node-techniek'. Daarbij nemen we de eerste drainerende klier weg, dit is de klier die het dichtst bij de tumor ligt. Als daarin kwaadaardige cellen zitten, worden alle andere okselklieren ook weggenomen. Als de sentinelklier niet is aangetast, hoeven we de overige klieren wellicht niet te verwijderen. Toch wordt deze techniek nog niet op grote schaal toegepast. Probleem is nog steeds het hoge aantal vals negatieve resultaten, het aantal "missers" zeg maar. Dat kan oplopen tot 25 procent. Zolang we daar niet meer zekerheid over hebben, nemen we nog bijna altijd alle okselklieren weg. Om zeker te zijn dat er geen kankercellen achterblijven."
Snel behandelen
Jan Lamote: "Zo"n dikke arm heeft niet alleen gevolgen op esthetisch vlak. Patiënten klagen over allerlei ongemakken: een zware of vermoeide arm, een strak en gespannen gevoel rond de pols, pijnlijke schouders, verminderde beweeglijkheid, gezwollen vingers, slecht passende kledij, gevoelsstoornissen,. Op termijn kunnen ook infecties optreden."
Lymfoedeem tijdig behandelen is daarom uiterst belangrijk. Zolang je er niets tegen onderneemt, zet het oedeem zijn woekertocht immers verder. Toch wachten nog te veel vrouwen tot het te laat is. Professor Pierre Lievens (voorzitter vakgroep Kine, VU Brussel): "Alsof die dikke arm een onvermijdelijk gevolg is van de behandeling, de prijs die ze ervoor betalen. Dat hoeft niet zo te zijn. Meestal ís er iets aan te doen. En een dikke arm is meer dan alleen wat gezwollen en hard. Als je die dikke arm niet of slecht verzorgt, gaat het van kwaad naar erger. Daarom is het van groot belang om bij de minste zwelling meteen in te grijpen. Hoe sneller de behandeling start, hoe groter de kans om de dikke arm te vermijden. Eigenlijk zouden alle vrouwen na hun operatie regelmatig gecontroleerd moeten worden en om een gezwollen arm te voorkomen meteen na de ingreep doorverwezen moeten worden naar gespecialiseerde kinesitherapie."
"Bij een dikke arm onderscheiden we drie stadia die elkaar relatief snel kunnen opvolgen. Het eerste stadium is omkeerbaar: een waterige vochtophoping in de arm die met de juiste kinesitherapie vrij makkelijk gedraineerd kan worden. In het tweede stadium zuigt het armweefsel het vocht op, zoals een spons. Het oedeem voelt wat harder aan omdat het gevangen zit in de onderhuidse weefsels. Hier moet de kinesitherapeut al wat agressiever tewerk gaan. In de derde fase ten slotte is het oedeem weefsel geworden en voelt het heel hard aan. Enkel een operatie kan hier nog helpen."
Kinesitherapie
Manuele lymfdrainage, uitgevoerd door een kinesitherapeut die daarin gespecialiseerd is, is de basisbehandeling voor de eerste twee stadia van lymfoedeem. Kort na de operatie zijn twee sessies per week nodig, daarna volstaat één sessie om de veertien dagen, nog later één keer in de maand. Pierre Lievens: "Manuele lymfdrainage is een massage die de lymfstroom stimuleert. Bedoeling is de afvoer van vocht te verbeteren, waardoor de zwelling vermindert. Ook proberen we de richting van de lymfstroom te beïnvloeden, door gebruik te maken van "omleidingen". Op die manier proberen we lymfbanen die normaal niet functioneel zijn - in de borstkas of in de rug - te stimuleren om het lymfvocht van de gezwollen zijde af te voeren naar de andere zijde. Belangrijk is ook het gebruik van steunmouwen en bandagetechnieken, die een vochtophoping verhinderen. Pressotherapie, waarbij met een soort opblaasbare mouw het vocht gedraineerd wordt, kan het effect van manuele lymfdrainage verder ondersteunen."
Chirurgie
Zolang er nog lymfkanalen intact zijn, kan gespecialiseerde kinesitherapie de afvoer van het vocht verbeteren. Als dat helemaal onmogelijk wordt, is een chirurgische ingreep nodig. Jan Lamote: "Er zijn twee operaties mogelijk. Bij een lymfoveneuze anastomose of shuntoperatie maken we een overbrugging tussen de verstopte lymfvaten en goed werkende bloed- of lymfvaten, zodat het lymfvocht weer kan worden afgevoerd. De resultaten zijn echter niet altijd wat we ervan hoopten. Bij een lymfosuctie daarentegen is er geen kans meer op drainage en gaan we met ultrasone golven vet losmaken en vocht wegzuigen (zoals dat ook gebeurt bij de bekende liposuctie). Alleen verwijderen we bij een lymfosuctie niet alleen het onderhuidse vet maar ook het lymfvocht, zodat de arm weer zijn normale omvang aanneemt."






