Lut Celis voert ongelijke strijd tegen longkanker. ‘Ik kan in alle rust sterven’
Meer lezen
Palliatieve begeleiding thuis
Zoekt u ondersteuning voor uzelf, voor een familielid of iemand uit uw omgeving die niet meer kan genezen? Bel het palliatief netwerk van uw regio (contactgevens bij de Federatie Palliatieve Zorg Vlaanderen: 02/456.82.00). Zij vertellen u graag wat er allemaal nog mogelijk is. Wacht niet te lang, palliatieve zorg kan beginnen op het moment dat de diagnose van een ongeneeslijke en levensbedreigende ziekte wordt gesteld.
Schrijf ons!
Stuur uw reactie op artikels uit Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.
Acht jaar lang vocht Lut Celis (62) met succes tegen longkanker. Maar de vijand kwam terug, agressiever dan ooit. Ik heb nog maximaal enkele maanden tegoed. Maar ik ben sereen, dankbaar voor het mooie leven dat ik had.’ Tekst: Bart Van Moerkerke, foto: Eric de Mildt, uit Leven 44, oktober 2009
Lut Celis is een vrouw van de wereld. In de jaren zeventig trok ze als ontwikkelingsmedewerkster naar Peru, in het kader van een hulpprogramma voor plaatselijke KMO’s. Sindsdien stond haar koffer altijd klaar. Ze werkte voor verschillende internationale ondernemingen in de Verenigde Staten, Australië en Brazilië, of dichter bij de deur in Nederland en Spanje. Tussendoor was ze telkens enkele maanden of jaren in België aan de slag. Ze woonde op een boot, ze reed met een truck, ze maakte een laserapparaat dat gebruikt werd in schoonheidssalons, ze richtte in Hasselt de Zilveren Passer 27 op, een culturele vrouwenclub. ‘Ik heb geen saai, vlak leven gehad. Het was meer een opeenvolging van pieken en dalen. Diende zich een boeiende opdracht aan, het maakte niet uit waar, dan vertrok ik. Door mijn ziekte ben ik nu sinds tweeëneenhalf jaar thuis. Le repos du guerrier (‘de rust van de krijger’, nvdr), zo omschrijf ik het altijd. Ik kreeg vorige week te horen dat ik nog maar enkele maanden te leven heb. Maar ik ben sereen, in het reine met mezelf en met mijn omgeving. Ik ben dankbaar, ik had een mooi leven. Mijn moeder overleed aan borstkanker op haar tweeënvijftigste, ik heb al tien jaar meer gekregen. Ik zal in alle rust als een goede, rechtvaardige vrouw kunnen sterven.’
Gezond geleefd
In april 2001 zocht Lut haar vriend-arts Wim op naar aanleiding van een hardnekkige verkoudheid. Bij een hersenscan ontdekte men een goedaardige tumor op de hersenstam, een meningioom van twee bij vier bij vijf centimeter. ‘Wellicht had ik dat gezwel al twintig jaar, van toen ik in 1979 behandeld werd voor twee kankerbolletjes in mijn gehemelte. Omdat het meningioom op de hersenstam zat, kon het niet operatief verwijderd worden, maar ik kreeg wel een speciale operatie om de druk van mijn hersenen te verminderen. Radiotherapie moest ervoor zorgen dat de tumor niet meer groeide.’ Bij de onderzoeken voorafgaand aan de radiotherapie werd echter nog iets ernstigs ontdekt: longkanker. Tijdens een zware ingreep werd een derde van Luts rechterlong verwijderd. Daarna volgden zes weken bestraling van de hersentumor. ‘De longoperatie was heel zwaar, de revalidatie zeer pijnlijk. Ik moest weer leren stappen, weer leren praten.’
Ik ben dankbaar, ik had een mooi leven. Mijn moeder overleed aan borstkanker op haar tweeënvijftigste, ik heb al tien jaar meer gekregen.
‘Ik heb altijd gezond geleefd, veel gesport, nooit gerookt. Als ik mensen zie roken, zeg ik hun altijd dat ze goed moeten beseffen hoe pijnlijk de gevolgen kunnen zijn.’
In februari 2002 hervatte Lut haar werk in Brussel. Regelmatig ging ze op controle, voor haar longen en hersenen. Lange tijd was alles in orde maar in mei 2008 begon het hoesten opnieuw. Een nieuwe, zeer agressieve haard van longkanker bleek de oorzaak. ‘Ik ben ervan overtuigd dat, in mijn geval, liefdesverdriet en stress aan de basis lagen van de nieuwe opstoot van kanker. Hoe dan ook, opereren bleek niet meer mogelijk. In het kader van een klinische studie werd ik behandeld met een experimentele chemotherapie. De nevenwerkingen waren erg, ik had ontstekingen van hoofd tot voeten, zonder dat de behandeling enig resultaat had. In het najaar van 2008 bleek dat de kanker verder was uitgezaaid naar mijn borstbeen, wervelkolom en staartbeen. Ik kreeg radiotherapie. Sinds begin dit jaar word ik behandeld met Alimta, een chemotherapie die vroeger vooral werd gebruikt tegen longvlieskanker - vaak veroorzaakt door asbest - maar vandaag ook aan longkankerpatiënten wordt toegediend. En dat blijkt te werken. De kankercellen zijn tijdelijk knock-out, maar zoals bij elke chemo gaan ook mijn gezonde cellen eraan. Ik heb nu acht chemosessies achter de rug. Maar wat nu? Mijn leven is al met drie, vier maanden verlengd door deze chemo, nu heb ik nog maximaal enkele maanden tegoed.’
Kankerclubje
Na haar longoperatie in 2001 volgde Lut een programma ‘revalidatie na kanker’ in Hasselt. Twee keer per week kreeg ze er samen met lotgenoten fysieke en psychologische begeleiding. Het betekende veel voor haar. ‘We hebben samen veel geweend en gelachen, dat gaf me kracht om terug te vechten. Na afloop van de sessies hebben we met twaalf een clubje opgericht. Eén vriend is intussen overleden, ik zal de volgende zijn. Onze leuze is “We houden het gezwellig en we blijven tumoristisch’. We telefoneren vaak met elkaar, we gaan samen op uitstap, we bezoeken tentoonstellingen. Vrienden uit het clubje hebben begin januari 2009 mijn leven gered. Ik was heel ziek, ze hebben alles laten vallen om me naar het ziekenhuis te brengen. Ik had een dubbele longontsteking. Was ik thuis gebleven, dan had ik de ochtend niet gehaald.’
Lut krijgt sinds enkele maanden gezinshulp en twee keer per week komt een verpleegkundige langs. Maar ze beseft dat er een ogenblik komt waarop ze niet meer in staat zal zijn om alleen te leven. ‘Ik heb aanvaard dat ik binnenkort zal sterven. Ik praat er veel over met de palliatief verpleegkundige die me bijstaat, een heel sterke vrouw die me enorm helpt. Ook in het ziekenhuis krijg ik de allerbeste zorgen. Als de pijn ondraaglijk wordt, wil ik euthanasie. Alles is geregeld. Nu ben ik afscheid aan het nemen van al mijn vrienden over de hele wereld, en ik wil het ziekenhuis, familie, vrienden, kennissen, en het Centrum Bianca van de Stichting Mimi, een welzijnsruimte voor kankerpatiënten, bedanken. Ik moet me haasten want veel tijd rest me niet meer. Ik wil niet dat mijn vrienden en familie bedroefd zijn om mij, ik wil niet dat ze in een diepe put vallen als ik er niet meer ben.’






