Longkankerpatiënt Walter Willio: 'Volharden, volhouden en optimistisch zijn'
Meer lezen
Tot voor kort was kanker taboe voor Walter Willio. Tot hij vorig jaar te horen kreeg dat hij longkanker had. Hij overwon zijn angst en nu vecht hij vol moed en optimisme tegen zijn ziekte.Tekst: Carla Rosseels, uit Leven 21, januari 2004
'Kanker, daar wou ik tot voor kort niets over weten,' zegt Walter Willio. 'Als ik een tijdschrift las en het ging over kanker, sloeg ik het meteen weer dicht en op televisie zapte ik weg van programma's die met kanker te maken hadden. Zoals voor vele mensen was kanker voor mij taboe.'
Tot Walter Willio vorige winter sukkelde met een aanslepende verkoudheid en bijhorende hoest. Omdat die verkoudheid maar niet over ging, liet de huisarts longfoto's maken. 'Toen de huisarts de foto's bekeek, sprak hij van een 'kwaadaardig gezwelletje,' vertelt Walter Willio. 'Het woord kanker sprak hij niet uit, maar ik zag meteen aan zijn reactie hoe ernstig het was. Het voelde als een slag in mijn gezicht, als een enorme baksteen die boven op mijn hoofd viel.'
'Het heeft even geduurd vooraleer ik zelf over "kanker" durfde spreken. Dat lukte niet meteen, maar in het ziekenhuis winden ze er uiteraard geen doekjes meer om. Uiteindelijk ben ik zelf over mijn 'kankercomplex' heen geraakt en nu kan ik er heel open en makkelijk met iedereen over praten.'
Walter Willio werd in april 2003 opgenomen in het ziekenhuis. Na uitgebreide onderzoeken gingen de artsen over tot een kijkoperatie om de tumor in kaart te brengen.
Die bleek uiteindelijk te dicht bij de slokdarm en de luchtpijp te zitten om hem operatief te verwijderen. 'Ik ben in die periode enorm goed opgevangen door de dokters,' zegt Walter Willio. 'Ik was uiteraard in paniek maar mijn behandelende arts was in staat mij te kalmeren. Hij vroeg naar mijn hobby's en was in mij geïnteresseerd als mens. Daardoor kregen we een heel goed contact met elkaar. Hij legde mij ook alles van naaldje tot draadje uit en het meeste heb ik begrepen, ook al blijft het dokterstaal. De dokter heeft mij van in het begin drie raadgevingen meegegeven: volharden, volhouden en ongelofelijk optimistisch zijn. Per toeval zijn dat kenmerken die ik al mijn hele leven in huis heb. Toen ik het slechte nieuws pas hoorde, dacht ik even 'nu is het gedaan'. Ik heb een uur in een hoekje zitten wenen, maar dan ben ik er tegenaan gegaan. Ik ben altijd al een vechter geweest.'
Walter Willio werd behandeld met een combinatie van chemo- en radiotherapie. 'Ik ben wel dertig keer bestraald en heb een hele reeks chemotherapie gehad. Van de bestralingen voel je niet veel. Alleen na de behandeling voelt de bestraalde plek alsof je te lang in de zon hebt gelegen. De chemotherapie is vermoeiend. Vooral de laatste zes kuren, die van 's morgens tot 's middags duurden, hebben me echt uitgeput. Maar na een dagje rusten ging het al weer beter. Ik heb ook verrassend weinig nevenwerkingen gehad. Men had mij nochtans verwittigd: mijn haar zou uitvallen, ik moest eens over een pruik denken, ik zou weinig eetlust hebben, & Eerlijk, ik heb nog nooit zoveel gegeten als tijdens mijn behandeling. Alles smaakte mij, ik bestelde altijd een dubbele portie. Alleen koffie zei me niets meer, alhoewel ik een fervente koffiedrinker ben. Elke morgen speurde ik op mijn borstel naar een uitgevallen haar, maar ik heb er geen gevonden. Komt het door mijn conditie of door mijn optimisme, ik weet het niet. Ik had tijdens de behandeling geen moeite om opgewekt te blijven. Ik wandelde vaak door de gangen en sprak dan lotgenoten aan. Dat deed deugd. Elkaar een beetje moed inspreken, meer kan je niet doen. Ook kennissen die ik tegenkwam, vertelde ik openlijk over mijn ziekte. Vaak bleek dan dat zij zelf of iemand uit hun familie ook kanker hadden gehad. Dat vertelden ze maar omdat ik er zelf over begon. Sommigen waren twintig jaar geleden ziek geweest en leefden nog. 'Dat wil ik ook,' dacht ik dan. Dat stimuleerde mij en gaf mij het gevoel dat ik niet veroordeeld was.'
'Dat ik longkanker heb gekregen, is waarschijnlijk een samenloop van omstandigheden,' zegt Walter Willio. 'Ik heb vroeger gerookt, wel een pakje per dag. Vier jaar geleden ben ik gestopt. Ik kreeg een hoestbui in de auto en heb mijn sigaretten met aansteker en al uit het raam gegooid. Sindsdien voelde ik mij beter, maar ik werkte in de horeca en daar sta je ook altijd in de rook of adem je uitlaatgassen in op het terras. Bovendien heb ik een tijdje heel wat stress gehad. Er was iets dat ik opkropte, terwijl ik het beter had uitgeschreeuwd. Waarschijnlijk zijn het die factoren samen, die maken dat ik kanker heb ontwikkeld.'
'Ik heb het even moeilijk gehad toen een goeie vriend van mij plotseling is overleden. Hij had ook kanker maar was aan de beterhand. Toch is hij hervallen en op twee weken tijd heeft hij van iedereen afscheid genomen en is hij overleden. Toen ik op zijn begrafenis zat, is er heel veel door mijn hoofd gegaan. In de loop van dit jaar ben ik zelf veel veranderd, op korte tijd eigenlijk. Vroeger wou ik graag 'hebben'. Als ik in een museum een mooi schilderij zag hangen, wou ik het graag 'hebben' om in mijn woonkamer te hangen. Dat is voorbij, ik geniet nu ter plekke van zo'n schilderij en het mag rustig blijven hangen. Ook de villa met de gouden kranen en de Rolls Royce prikkelen mij niet meer. Ik geniet nu van een wandeling aan zee, van een koffietje met mijn vrouw op een terras, van een boom die ik uit mijn raam zie.'
'Zelfs winkelen, doet hij nu graag,' lacht zijn vrouw. 'Vroeger kon je hem daar niet toe verleiden. Nu kent hij alle boetieks.' 'Ja', beaamt Walter Willio. 'Het jachtige is weg. Ik ben rustiger en gemoedelijker geworden.' Maar plannen heeft hij nog genoeg. 'Ik overweeg om weer halftijds te gaan werken,' zegt hij, 'en ik droom van een reis naar Egypte. Egypte is mijn grote passie. Ik verzamel alle artikels, documentaires en boeken die vertellen over de oude Egyptische cultuur. Die reis, dat gaat er zeker nog van komen.'
Oncologe Christel De Pooter over de behandeling van longkanker
'Longkanker is geen synoniem voor doodgaan,' zegt radiotherapeut-oncologe Christel De Pooter van het Oncologisch Centrum GVA en als arts verbonden aan het Antwerpse Sint-Augustinus- en Sint-Vincentius-ziekenhuis. 'Sommige patiënten genezen wel degelijk van longkanker. En zelfs patiënten die we niet meer kunnen genezen, hebben vaak baat bij een behandeling.' Dat kan heelkunde, radiotherapie of chemotherapie zijn of een combinatie van die drie.
De behandeling van longkanker heeft vaak als doel de ziekte onder controle te houden en/of de levenskwaliteit van de patiënt te verbeteren door de ziektesymptomen te bestrijden. Men noemt dit een palliatieve behandeling. Dokter De Pooter: 'In die gevallen kan bestraling helpen om kortademigheid te verbeteren, of om pijn weg te nemen die veroorzaakt wordt door een tumor die in het bot groeit. Ook chemotherapie kan zinvol zijn. Een palliatieve behandeling kan longkankerpatiënten veel ellende besparen en houdt hun levenskwaliteit op peil. Bij een beperkter aantal patiënten is de behandeling wel gericht op genezing. We spreken dan van een curatieve of genezende behandeling'.
'Longkanker kan ofwel kleincellig zijn of niet-kleincellig, afhankelijk van hoe de cellen er onder de microscoop uitzien. Kleincellige kankers komen voor bij tien tot vijftien procent van de patiënten. Kleincellige kankers verspreiden zich makkelijk in het lichaam. Daarom starten we de behandeling met chemotherapie, die de kanker algemeen aanpakt. Meestal volgt dan lokale radiotherapie. Ook hersenen worden soms bestraald, om te voorkomen dat de tumorcellen daar uitbreiden.'
'De meeste longkankers zijn niet-kleincellige kankers. Ze verspreiden zich minder gemakkelijk dan kleincellige en ze worden dan ook anders behandeld. Als de tumor nog klein is, halen we die operatief weg. Eventueel kan die ingreep aangevuld of vooraf gegaan worden door chemotherapie en/of radiotherapie. Soms kunnen we een patiënt niet opereren, omdat hij bijvoorbeeld hartproblemen heeft of omdat de tumor moeilijk bereikbaar is. Dan biedt radiotherapie een alternatief, al dan niet gecombineerd met chemotherapie, zoals bij Walter Willio. Wanneer de tumor uitgebreider is, opteren we in elk geval voor een combinatie van chemo- en radiotherapie.'
'De laatste jaren worden chemo- en radiotherapie wel vaker gecombineerd,' zegt dr. De Pooter. 'Chemotherapie kan de tumor verkleinen en kan soms uitzaaiingen voorkomen of behandelen. Radiotherapie stond vroeger in een slecht daglicht omdat men niet alleen de tumor bestraalde, maar ook veel gezond weefsel errond. De dosis waarmee men bestraalde was klein. Vandaag gaan we omgekeerd tewerk. We bestralen met een hoge dosis op een klein veld, zodat we de tumor raken, maar het gezonde weefsel rondom niet teveel beschadigen. Die evolutie is mogelijk gemaakt dankzij nieuwe beeldvormings- en computertechnieken die ons helpen om de tumor nauwkeurig te lokaliseren en dankzij nieuwe bestralingstoestellen die ons in staat stellen een tumor zeer gericht te behandelen. Daardoor kunnen we een veel hogere dosis toedienen en hoe hoger de dosis, hoe meer tumorcellen we doden. Chemotherapie tenslotte maakt de radiostralen nog krachtiger.'
'Er zijn trouwens nog meer innovaties op komst, zodat er nieuwe hoop is voor longkankerpatiënten. Al blijft preventie natuurlijk het belangrijkste middel in de strijd tegen deze ziekte. Longkanker wordt meestal uitgelokt door roken en wie rookt is ook veel vatbaarder voor andere kankers. Het is nooit te laat om te stoppen met roken,' besluit dr. De Pooter.
Naar het verhalenoverzicht





