LinksSitemapContact
U bent hier:

Longkanker

Wat is longkanker?

Longkanker is een kwaadaardig gezwel in de longen, dat zich snel kan verspreiden naar andere lichaamsdelen.

Er zijn grosso modo twee grote soorten longkanker, afhankelijk van hoe de cellen er onder de microscoop uitzien: kleincellige en niet-­kleincellige. De twee soorten groeien en zaaien zich op een andere manier uit, en worden vaak ook anders behandeld.

Kleincellige longkanker wordt soms ook oat cell cancer genoemd. Deze kanker groeit over het algemeen sneller dan niet-kleincellige longkanker en kan ook sneller uitzaaien naar de lymfeklieren en andere organen zoals de hersenen, de lever en de botten.

Niet-kleincellige longkanker komt vaker voor dan kleincellige: ongeveer 85% van de longkankers zijn niet-kleincellig.

De Stichting Kankerregister registreerde in 2006 in Vlaanderen 4.099 nieuwe gevallen van longkanker (3.221 mannen en 878 vrouwen). Longkanker is daarmee in Vlaanderen de op een na meest voorkomende kanker bij mannen (na prostaatkanker), en de derde kanker bij vrouwen (na borstkanker en dikkedarmkanker). Het aantal mannen dat aan de ziekte sterft, daalt de laatste jaren; het aantal vrouwen stijgt echter.

Onderzoeken?

De meeste longkankers veroorzaken geen symptomen in een vroeg stadium, waardoor de ziekte pas laat ontdekt wordt, vaak als er al uitzaaiingen zijn. De volgende symptomen kunnen wijzen op longkanker: een aanhoudende hoest, constante pijn in de borst, kortademigheid, heesheid, bloedfluimen, gewichtsverlies of een vaak terugkerende longontsteking of bronchitis. Deze symptomen zijn niet specifiek voor kanker: er zijn ook andere ziekten met gelijkende symptomen.

De huisarts zal u bij een of meer van bovenstaande klachten onderzoeken en indien nodig verwijzen naar een specialist. De arts kan röntgenfoto's van de longen laten nemen (ook thoraxfoto genoemd) of scans. Er zijn verschillende soorten scans. Bij een CT-scan of computertomografie worden er met röntgenstralen gedetailleerde doorsneden van het lichaam genomen. Een MRI of magnetic resonance imaging is een scan waarbij met een sterke magneet beelden van het inwendige van het lichaam gemaakt worden. Bij een PET-scan of positron emission tomography wordt een kleine hoeveelheid radioactieve vloeistof ingespoten die voornamelijk opgenomen wordt door kwaadaardig weefsel. Zo worden de tumor en eventuele uitzaaiingen beter zichtbaar.

Ter bevestiging van de diagnose is altijd een biopsie nodig. Bij een biopsie wordt met een kleine ingreep een stukje weefsel (biopt) uit de long verwijderd. In het laboratorium wordt onderzocht of het weefsel kwaadaardige cellen bevat. Weefsel wegnemen kan met een flexibel kijkbuisje door de luchtpijp (bronchoscopie) of met een naald (naaldbiopsie of longpunctie).

Als de diagnose van longkanker is gesteld, willen de artsen weten in welk stadium de ziekte zich bevindt, of de kanker is uitgezaaid en zo ja, naar welke lichaamsdelen. Dat helpt de artsen mee de behandeling te bepalen. De onderzoeken die hiervoor kunnen gebeuren, zijn:

  • bloedtesten,
  • een CT-scan en/of echografie van de lever
  • een CT-scan en/of MRI van de hersenen
  • PET-scan of PET-CT-scan
  • EBUS (endobronchial ultrasound) of EUS (endoscopic ultrasound): met een flexibel kijkbuisje wordt via de luchtpijp (EBUS) of via de slokdarm (EUS) een echografie gedaan van de lymfeklieren uit het midden van de borstkas (het mediastinum), en worden deze eventueel aangeprikt om te onderzoeken of ze ook aangetast zijn
  • een mediastinoscopie: onderzoek onder volledige verdoving waarbij via een buisje wat lymfeklierweefsel weggenomen wordt weggenomen en onderzocht onder de microscoop
  • soms een botscan (om te zien of er uitzaaiingen zijn in de botten).

Stadia
Aan de hand van de hierboven beschreven onderzoeken kan de arts het stadium van de ziekte vaststellen, dat is de mate waarin de ziekte zich in het lichaam heeft uitgebreid. De arts houdt hierbij rekening met de grootte van de tumor, de eventuele doorgroei van de tumor in het omringende weefsel (T = tumor) en de aanwezigheid van uitzaaiingen in de lymfeklieren (N = nodus) en/of organen elders in het lichaam (M = metastasen op afstand). Voor niet-kleincellige longkanker onderscheiden we vier stadia. Ze worden aangeduid met Romeinse cijfers van I (beginstadium) tot IV (vergevorderd stadium).

Kleincellige longkanker wordt globaler ingedeeld in 'beperkt' of 'uitgebreid'. 'Beperkt' betekent dat de tumor en eventuele aangetaste klieren in een beperkt gebied liggen dat bestraald kan worden. 'Uitgebreid' zijn alle andere stadia.

Behandeling?

De meest toegepaste behandelingen bij longkanker zijn een operatie (chirurgie), een behandeling met medicijnen (chemotherapie) en bestraling (radiotherapie). De behandelende arts zal meestal een combinatie van deze verschillende methoden adviseren, afhankelijk van de aard, de locatie en de uitgebreidheid van de tumor, de algemene conditie en de leeftijd van de patiënt.

Als de ziekte vroegtijdig ontdekt wordt, zal de specialist, afhankelijk van het type longkanker, de locatie en de uitgebreidheid van de tumor, wellicht een curatieve behandeling voorstellen. Dat is een behandeling die gericht is op de genezing van de patiënt.

Bij andere longkankerpatiënten is de ziekte echter niet meer te genezen, maar is een therapie toch nog mogelijk. Het doel van deze behandeling is dan de ziekte zolang mogelijk onder controle te houden. Men noemt dit een palliatieve behandeling. Een palliatieve behandeling is gericht op het remmen van de ziekte, het verminderen van de klachten en het zo veel mogelijk voorkomen van complicaties, zoals infecties, bloeding en pijn.

Soms zijn er verschillende behandelingen mogelijk. Aarzel niet uw arts vragen te stellen over de mogelijkheden en de bijwerkingen van de verschillende behandelingen. Bij twijfel kan ook een tweede mening van een andere specialist verhelderend en nuttig zijn.

De behandelende arts kan een patiënt vragen om deel te nemen aan wetenschappelijk onderzoek (ook een klinische studie of trial genoemd). Voor patiënten betekent de deelname aan een studie vaak een extra behandelingsmogelijkheid. In klinische studies testen artsen of een nieuw geneesmiddel of een nieuwe behandeling veilig is en betere resultaten oplevert dan de bestaande behandelingen. Een patiënt doet echter alleen maar mee als hij of zij daar uitdrukkelijk toestemming voor geeft.

Chirurgie
Als de tumor klein is en niet is uitgezaaid, wordt bij een niet-kleincellige longtumor meestal voor een operatie gekozen, al dan niet in combinatie met chemotherapie en/of radiotherapie. Kleincellige longkanker wordt zelden geopereerd. Of een patiënt al dan niet geopereerd kan worden, hangt ook af van zijn algemene toestand en van zijn longfunctie.

Bij de operatie kan een klein stuk van de long weggenomen worden, één longkwab (deel van een long) of een hele long. Sommige longtumoren kunnen door hun ligging of door de grootte niet operatief verwijderd worden.

Bijwerkingen
Een longoperatie is een ingrijpende operatie. Als een hele long of een deel weggenomen is, vult de vrijgekomen ruimte in de borstkas zich met vocht. Vaak is de hulp van een kinesitherapeut nodig om weer te leren diep te ademen en slijm op te hoesten. Het kan weken tot maanden duren voor een patiënt zijn kracht en energie terugheeft. Patiënten bij wie de longen (los van de kanker) niet in optimale conditie verkeren (bijvoorbeeld door chronische bronchitis, wat veel voorkomt bij rokers), kunnen na de operatie kortademig worden.

Chemotherapie
Chemotherapie wordt zowel bij kleincellige als bij niet-kleincellige longkanker toegepast.

De naam 'chemotherapie' verwijst naar de behandeling met geneesmiddelen die kankercellen vernietigen of hun groei remmen. De medicijnen worden via de mond ingenomen en/of rechtstreeks in de bloedbaan gebracht met een injectie of met een infuus, waarna ze zich door het hele lichaam verspreiden en ook kankercellen in uitzaaiingen op afstand kunnen bereiken.

Vaak wordt voor de toediening van chemotherapie onder plaatselijke verdoving een poortkatheter ingeplant (voluit een subcutane veneuze poortkatheter, beter bekend onder de merknaam Port-a-cath). Een poortkatheter maakt het mogelijk om op een eenvoudige manier gedurende langere tijd celremmende geneesmiddelen (cytostatica) en andere medicijnen en vloeistoffen toe te dienen. Het systeem is voor de patiënt comfortabeler omdat er niet telkens opnieuw in de aders geprikt hoeft te worden en omdat het minder problemen geeft met de aders in de arm.

Niet alle kankercellen zijn even gevoelig voor dezelfde medicijnen. Daarom wordt vaak een combinatie (een 'cocktail') van cytostatica voorgeschreven.

Bijwerkingen
Chemotherapie tast behalve de kankercellen ook gezonde cellen aan. Daardoor kunnen er tijdelijk bijwerkingen optreden: vermoeidheid, misselijkheid en braken, verminderde eetlust, haaruitval, een ontstoken mond, een verhoogde kans op infecties door een tekort aan witte bloedcellen, een doof of slapend gevoel en/of tintelingen in de handen en voeten... Ze verschillen van persoon tot persoon, en hangen onder andere af van de medicijnen, de hoeveelheid geneesmiddelen en de duur van de behandeling. Om klachten zoals ontstoken mond, misselijkheid en braken tegen te gaan, wordt meestal preventief al de gepaste medicatie opgestart, die zo nodig tijdens de behandeling kan worden aangepast. Na de behandeling verdwijnen de meeste bijwerkingen. Bepaalde bijwerkingen kunnen echter maanden of jaren blijven aanslepen, bijvoorbeeld vermoeidheid, verminderde weerstand, smaakveranderingen, doof gevoel in de vingers...

Radiotherapie
Zowel kleincellige als niet-kleincellige longtumoren komen in aanmerking voor radiotherapie. Radiotherapie is soms de enige behandeling. Andere patiënten krijgen bestraling in combinatie met chemotherapie en/of chirurgie. Bij patiënten met kleincellige longkanker worden ook de hersenen soms bestraald, ook al zijn daar geen kankercellen te vinden. Deze bestraling dient om te voorkomen dat er zich uitzaaiingen vormen in de hersenen. Radiotherapie kan ook worden gebruikt om bijvoorbeeld klachten als bloed opgeven, hoesten en benauwdheid te verminderen of om pijn te verzachten.

Radiotherapie is een behandeling met ioniserende stralen om kankercellen te vernietigen of de groei te vertragen. Bij radiotherapie wordt een stralenbundel (te vergelijken met een lichtbundel) precies gericht op de plaats van het gezwel of de plaats waar het gezwel zich bevond.

Het gebied dat moet worden bestraald, verschilt per patiënt, en ook de duur van de bestralingskuur, de intensiteit en het bestralingsschema (het aantal bestralingen) kunnen variëren. De bestraling op zich is pijnloos.

De bestraling kan van een machine buiten het lichaam komen (uitwendige bestraling) of van radioactief materiaal dat in de tumor wordt ingebracht (inwendige bestraling of brachytherapie). Longkanker wordt meestal uitwendig bestraald.

Bijwerkingen
Bestraling van de long heeft ook invloed op de gezonde cellen in het bestraalde gebied. De huid kan bijvoorbeeld roder en gevoelig worden. Als de slokdarm in het bestraalde gebied ligt, kunnen ook slikproblemen voorkomen. Ook vermoeidheid en een verminderde eetlust zijn vaak voorkomende bijwerkingen. Soms kan er ook misselijkheid optreden. Deze bijwerkingen verdwijnen normaal een tijd na het beëindigen van de therapie. Wie op het hoofd bestraald wordt (voor uitzaaiingen in de hersenen), kan last hebben van hoofdpijn, vermoeidheid, misselijkheid en tijdelijk haarverlies op de bestraalde plaats.

Doelgerichte therapie
Door een beter inzicht in het ontstaan van bepaalde kankers, is er de laatste jaren een nieuwe generatie medicijnen ontwikkeld die veel doelgerichter de kankercellen beïnvloeden (targeted therapies).

Eén voorbeeld van doelgerichte therapie zijn de remmers van de zogenaamde epidermale groeifactorreceptor (EGFR), een eiwit dat een rol speelt bij het ontstaan van bepaalde kankers. Door EGFR te blokkeren met medicijnen kan men deze tumorcellen doden. Geneesmiddelen die inwerken op de EGFR en bij de behandeling van longkanker gebruikt worden, zijn bijvoorbeeld cetuximab (Erbitux®) of erlotinib (Tarceva®). Deze medicatie wordt op dit moment vooral gebruikt bij de behandeling van niet-kleincellige longkanker.

Bijwerkingen
De ernst en frequentie van bijwerkingen verschillen van product tot product. Enkele voorbeelden zijn diarree, verminderde eetlust, acneachtige huiduitslag en vermoeidheid.

Andere behandelingsmogelijkheden
Andere behandelingen zijn bijvoorbeeld lasertherapie (plaatselijk vernietigen van tumorweefsel met laserlicht) of het stenten van een luchtweg of een bloedvat dat vernauwd is door de aanwezigheid van de tumor of aangetaste klieren.

Na de behandeling?

Kans op genezing
De kans op genezing hangt bij kanker van veel dingen af: van de uitgebreidheid van de ziekte bij diagnose, van de leeftijd en algemene toestand van de patiënt, van de aan- of afwezigheid van uitzaaiingen, van het effect van de behandeling enz. De behandelende arts kan meer uitleg geven over al deze factoren.

Als de ziekte in een vroegtijdig stadium ontdekt wordt, kan een behandeling een goede kans op genezing bieden. Vaak wordt longkanker echter pas vastgesteld als de ziekte al uitgezaaid is. De behandeling is dan hoofdzakelijk gericht op het remmen van de ziekte en het verlichten van symptomen.

Nazorg
Leven met een ernstige ziekte als kanker is een hele beproeving. Behalve de fysieke ongemakken die de medische behandeling meebrengt, worden de meeste kankerpatiënten geconfronteerd met allerlei zorgen, angsten en onzekerheden. Als de therapie met succes is afgerond, vragen patiënten zich af wat er nog meer gedaan kan worden. Als het met de therapie niet gelukt is de kanker uit te schakelen, is het de vraag hoe de symptomen zo goed mogelijk bestreden kunnen worden en wie daarbij kan helpen. Nazorg is in beide situaties erg belangrijk.

Hulp bij de praktische én bij de emotionele aspecten van de ziekte is vaak welkom. Het begrip ‘nazorg' houdt dan ook veel in: medische begeleiding, oncorevalidatie (onder begeleiding bewegen om de fysieke conditie én de levenskwaliteit te verbeteren), psychische en sociale opvang, en/of palliatieve zorg.

Deel van de nazorg is een geregelde medische controle (lichamelijk onderzoek, bloedafname, radiografieën) om een mogelijk herval zo snel mogelijk op te sporen en te behandelen.

Vragen?

Uw arts

Praat met de behandelende arts over mogelijke symptomen, bijwerkingen of fysieke, psychologische of emotionele problemen. Hij of zij kent uw ziekte en het verloop immers het best.

Andere hulpverleners in het ziekenhuis/de thuiszorg

Alle kankerafdelingen beschikken over gespecialiseerde zorgverleners die u kunnen helpen met praktische en emotionele problemen: verpleegkundigen, psychologen, sociaal werkers, diëtisten, logopedisten, kinesitherapeuten, enz. Vraag naar hen in het ziekenhuis of bij uw thuiszorgorganisatie.

VLK-ziekenhuisvrijwilligers

In een 35-tal ziekenhuizen in Vlaanderen heeft de Vlaamse Liga tegen Kanker (VLK) goed opgeleide vrijwilligers. Zij verzekeren een permanentie op bepaalde afdelingen van het ziekenhuis. Die vrijwilligers nemen de tijd om naar u te luisteren, met u te praten, u te helpen zoeken naar geschikte informatie, uw problemen te signaleren aan de zorgverleners enz. Vraag ernaar op de afdeling waar u behandeld wordt of raadpleeg de agenda van uw regio.

Lotgenoten

Veel mensen voelen zich enorm gesteund door lotgenoten. Hoe vindt u iemand die hetzelfde heeft meegemaakt?


Kankerlijn

Bel de Kankerlijn, of stel uw vraag op www.kankerlijn.beVoor een anoniem luisterend oor, deskundig advies of een bemoedigend gesprek: bel de Kankerlijn, 0800/35.445, elke werkdag van 9 tot 12 uur en van 13 tot 17 uur. Stel uw vraag op www.kankerlijn.be of per e-mail op kankerlijn@tegenkanker.be. O.a. voor informatie over financiële hulp en andere sociale voorzieningen, thuiszorg, palliatieve zorg, pruikenwinkels enz.

 

Kankermeldpunt

KankermeldpuntMeld uw probleem: bent u tevreden over de medische zorg, de begeleiding en ondersteuning? Of kan het beter? Hebt u ervaren dat er nog ruimte is voor verbetering? Aarzel dan niet, en signaleer het aan het Kankermeldpunt. Bel elke werkdag van 9u tot 12u. of via de website www.kankermeldpunt.be. Alles gebeurt in volledige anonimiteit. Het Kankermeldpunt kan geen individuele problemen oplossen. De VLK wil terugkerende problemen detecteren en voor structurele oplossingen pleiten.



Meer informatie?

Brochures, magazine, boeken

enz.

Een uitgebreide boekenlijst vindt u hier.

Websites

Activiteiten

Infosessies (over uw kanker, over nevenwerkingen, vermoeidheid...), workshops, lezingen, ontmoetingsdagen...: ze staan per regio in de agenda.

Patiënten vertellen

Laatst gewijzigd: 4 februari 2013