LinksSitemapContact
U bent hier:

Linde (15): 'De kanker van mijn mama heeft ook mijn leven veranderd.'

Verwante informatie

  • De VLK organiseert infosessies voor ouders met kanker. In de agenda vindt u waar en wanneer ze plaatsvinden
  • Het informatiepakket Ouders met kanker  kan besteld worden via de pagina Publicaties
  • Kankerspoken: website voor kinderen en ouders 
Linde Vloeberghs. Foto Karl Bruninx Linde is bijna vijftien. Twee jaar geleden kreeg haar moeder borstkanker. "Kanker heeft niet alleen het leven van mijn mama veranderd, maar ook het mijne" zegt Linde. Thuis werd er openlijk over kanker gepraat en daar is Linde blij om.

Tekst: Carla Rosseels, uit Leven 19, juli 2003

"Toen ik op een avond tegen mama in de sofa leunde, zei ze dat ik beter rechtop zat, want dat ze pijn had aan haar borst. Wat ze er niet bijvertelde, was dat ze een knobbeltje had gevoeld. Toen een paar dagen later bleek dat de gynaecoloog slecht nieuws had, is ze na schooltijd naar mijn kamer gekomen en heeft ze verteld wat er aan de hand was. Ze praatte ook met mijn zus die negen was en met mijn kleine broer van vier. Ze heeft het aan ieder van ons apart verteld op een manier die we begrepen, zonder veel medische termen. Omdat ik de oudste ben, vertelde ze aan mij alles wat ze op dat moment zelf wist."
"Dat is ze blijven doen, telkens als er nieuws was over de behandeling of over een controle. Daar ben ik blij om. Als je op zo'n moment niet in vertrouwen wordt genomen, dan voel je je helemaal alleen en onbegrepen. Ik zou erg boos geweest zijn als ze geprobeerd had om alles te verzwijgen. Uiteindelijk merk je toch dat er iets aan de hand is. Dat merkte ik zelfs al voordat ik wist dat ze kanker had. In de dagen die voorafgingen aan de diagnose was ze heel snel geïrriteerd en boos. Ik wist niet wat er scheelde. Zelfs mijn kleine broertje merkte dat ze niet in haar normale doen was. Achteraf begreep ik het natuurlijk."

Vragen over kanker

"Ik voelde me eerst een beetje schuldig, want mama had het knobbeltje opgemerkt toen ik tegen haar aan lag. Gelukkig zei ze dat dat niet erg, maar net goed was, want nu was ze er vroeg bij en daardoor had ze meer kansen op genezing. Ik had een heleboel vragen: hoe ze dat gekregen had, of de kans bestond dat ze zou sterven en hoe groot die kans dan was. Ze zei me dat borstkanker goed te genezen was en dat we er verder maar niet te veel over moesten denken."
"Toen mama in het ziekenhuis lag, ging ik na schooltijd meestal even bij haar op bezoek. Mijn broertje zat vaak met zijn autootjes op haar bed te spelen. Ik kon altijd bij mijn moeder terecht. Met mijn vader heb ik er nooit over gepraat en hij ook niet met mij. Misschien wil hij zich liever sterk en cool houden of misschien is het zijn manier om alles te verwerken. Op zich vind ik dat niet erg, maar het is wel vervelend dat ik nu niet weet of ik er met hem over zou kunnen praten, mocht mama eens niet in de buurt zijn."
"Op school wou ik het eerst niet vertellen, omdat ik vond dat niet iedereen het moest weten. Mama vond het beter om het wel te zeggen, dus heeft zij het verteld. De klastitularis toonde veel begrip en zei me dat ik altijd mocht signaleren als ik geen tijd had voor mijn huiswerk bijvoorbeeld. Nu, tijd had ik genoeg, maar het probleem was dat ik me moeilijk kon concentreren. Ik kon slecht doorwerken en mijn gedachten dwaalden altijd af. Maar uiteindelijk lukte het meestal wel."

Grote sprong

"Zeggen dat ik door de ziekte van mijn mama 'opeens volwassen' ben geworden, is misschien overdreven, maar ik voel dat ik een grote sprong heb gemaakt. Met mijn beste vrienden en vriendinnen kan ik wel praten, maar toch is het anders, omdat zij dit niet zelf hebben meegemaakt. Heel wat leeftijdsgenoten begrijpen mij niet en ik vind hen vaak onvolwassen. Daarom zou ik graag een meisje van mijn leeftijd leren kennen die hetzelfde heeft meegemaakt."
"Ik vind ook een hele hoop zaken niet meer zo belangrijk. Ik speel liever een halfuur met mijn broertje dan mij suf te studeren op fysica, waar ik toch niet goed in ben en dat ik later niet nodig heb. Of jongens, die houden mij ook niet echt bezig, want als het uit raakt, moet je dat ook nog eens verwerken. En later tot mijn zestigste werken, dat zal ik ook niet doen."
"Sinds een half jaar voel ik me vaak verward, verdrietig en alleen. Mijn mama heeft het ondertussen een beetje verwerkt, denk ik, en daarom snappen mijn ouders mij meestal niet, maar ik heb nog een heleboel vragen. Hoe kan het, dat je toch kanker krijgt als je niet rookt en weinig drinkt? Ik weet dat ik als meisje ook kans heb op borstkanker. Onlangs hoorde ik iemand toevallig zeggen: 'Ach, je moet toch ergens aan sterven'. Daar had ik het moeilijk mee en ik zag dat mijn mama mij begreep. Als je het leven bijna kwijtgeraakt bent, dan wordt het zoveel meer waard. De kanker van mijn mama heeft ook mijn leven veranderd. Aan de buitenkant ben ik nog dezelfde, maar van binnen niet meer. Ik schrijf mijn gedachten nu op in een boek onder de vorm van gedichten. Dat lucht op. Ik zal het toch vooral zelf moeten verwerken, denk ik, maar dat vraagt tijd, veel tijd."

"Ingelichte kinderen minder angstig"
"Aan je kinderen vertellen dat je kanker hebt, is altijd moeilijk", zegt Lut Van Cauwenbergh, sociaal werkster van het UZ Leuven. "Veel ouders vragen zich af of het niet beter is om je kinderen die ellende te besparen. Uit het weinige onderzoek dat hiernaar verricht is, weten we dat kinderen die over de ziekte van hun ouders werden ingelicht minder angstig zijn dan kinderen aan wie niets werd verteld. Kinderen merken toch dat er iets aan de hand is. Als je niets vertelt, voelen ze zich alleen. Door hen erbij te betrekken, toon je respect voor hen."
"Ouders vragen ons ook hoe ze dat slechte nieuws aan hun kinderen kunnen vertellen. Meestal proberen we na te gaan hoe er in het gezin is omgegaan met andere moeilijke boodschappen. Is men bijvoorbeeld al eens verhuisd en moesten de kinderen toen afscheid nemen van vriendjes? Is opa of oma gestorven? Vaak hebben mensen al heel wat ervaring met de opvang van crisismomenten. We proberen hen dan ook te ondersteunen in de stijl die het beste bij hen past. Dat je kanker hebt, dat vertel je met woorden, maar hoe je er verder mee omgaat, hangt van veel factoren af: er zijn praatgezinnen, knuffelgezinnen of doegezinnen. Sommige ouders houden samen met de kinderen een dagboek bij, in andere families wordt er weinig gepraat maar veel geknuffeld en nog anderen ondernemen vooral actie. Zo was er een tienermeisje dat haar onmacht verwerkte door de recepten van haar moeder in een 'kookboek' te bundelen en dat te verkopen ten voordele van Kom op tegen Kanker. We proberen mensen ook duidelijk te maken dat elk kind anders is. Als je vertelt dat je kanker hebt, zal het ene kind beginnen te huilen, terwijl een tweede wegloopt, een derde kwaad wordt en een vierde alles, maar dan ook alles wil weten. Dat zijn allemaal mogelijke, normale reacties."

Naar het verhalenoverzicht