Lieselotte, ambassadrice van de kankerpatiëntjes, op bezoek bij prins Laurent
"Het heelal, dat is mijn grote hobby. Ik zou ooit wel eens met een raket meewillen. Later zou ik graag de materialen onderzoeken die anderen meebrengen uit de ruimte. Het is alleen jammer dat het heelal in de klas nauwelijks aan bod komt. Dat is vreemd. Iedereen zou bijvoorbeeld toch moeten weten hoe de aarde is ontstaan."Tekst: Bart Van Moerkerke, uit Leven 5, januari 2000
Lieselotte Wallecan heeft een mening, dat is duidelijk, en ze kan ze nog verduiveld goed verwoorden ook. Geen wonder dat het 12-jarige meisje in september vorig jaar als vertegenwoordigster van de kankerpatiëntjes op bezoek mocht bij prins Laurent. Samen met Della Bosiers, voorzitster van Kom op tegen Kanker, verkocht ze de prins een azaleaplantje en gaf zo het startschot voor het vijfde Plantjesweekend.
We zochten Lieselotte op bij haar thuis in Ledegem, een dorp in het hart van West-Vlaanderen. Ze praat open en tegelijk zeer nuchter over haar ziekte maar straalt ook een ontwapenend optimisme uit. De ideale ambassadrice, zeg maar.
Op 12 september 1997 werd bij Lieselotte acute leukemie vastgesteld. "Ik had voordien last van pijn in de rug waardoor ik niet meer kon liggen. Ik zat rechtop om te slapen. Een beenmergpunctie maakte duidelijk wat er aan de hand was. De dokter bracht mijn ouders op de hoogte, mij werd enkel gezegd dat ik een maand in het ziekenhuis moest blijven. Na twee weken vroeg mijn moeder of ik wilde weten wat me precies mankeerde. En toen heeft ze het gezegd. Ik moet toegeven dat ik eigenlijk niet echt schrok. Ik had hier en daar op papiertjes al iets over kanker zien staan. Ik wist dat er iets ernstigs aan de hand was. Toch heb ik er nooit aan getwijfeld dat ik er bovenop zou komen. Aan sterven heb ik nooit gedacht."
Alles willen weten
Lieselotte kreeg chemotherapie en verbleef een maand onafgebroken in het Universitair Ziekenhuis van Gent. "Nadien kreeg ik gedurende anderhalf jaar een onderhoudstherapie. Sinds een vijftal weken ben ik ook met die pillen gestopt. De kans dat ik nog herval, is nu 5%. Als alles goed loopt, zal ik over drie jaar kunnen zeggen dat ik volledig genezen ben. Maar ik ben nu al niet meer met die ziekte bezig. Ik denk niet meer aan de tijd die ik in het ziekenhuis heb doorgebracht. Ik vond dat het best meeviel, ik heb niet veel pijn gehad. Alleen aan het eten bewaar ik slechte herinneringen."
"Ik ben iemand die alles zelf wil weten. Als de dokter me heeft onderzocht, moet hij niet tegen mijn ouders zeggen wat hij ervan denkt want zij vertellen dan maar de helft door. Ik heb graag dat hij het rechtstreeks aan mij zegt. Dat weet hij intussen wel. Ik stel ook makkelijk vragen. Ik wil altijd alles weten. Welke geneesmiddelen krijg ik? Hoe werken die? Als me in het ziekenhuis iets te binnen schoot, dan belde ik gewoon en vroeg een dokter. Thuis zocht ik heel wat dingen op in de medische encyclopedie. Maar ik heb het wel moeilijk om te praten over wat ik voel. Ik toon het niet als ik met iets zit. Ik pieker erover en hou het voor mezelf."
Thuisonderwijs
Door haar ziekte bleef Lieselotte ruim een half jaar weg van school. De Vlaamse Liga tegen Kanker zorgde evenwel in samenwerking met de psychologe van de kinderkankerafdeling van het UZ Gent voor thuisonderwijs. "De juf van school kwam elke week vier tot zes uur langs bij ons thuis. Zo bleef ik bij voor wiskunde en Nederlands. Een vriend van mijn grootvader, een oud-leraar, gaf me Frans. Op dagen dat ik in het ziekenhuis was, kreeg ik les van een leerkracht van de ziekenhuisschool van de Stad Gent. Dankzij die begeleiding heb ik geen schooljaar verloren. Ik heb wel mijn examens voor het vijfde leerjaar niet afgelegd maar in het zesde had ik geen problemen om te volgen."
De kinderkankerafdeling van het UZ Gent biedt ook thuisbegeleiding en thuisbehandeling aan maar van die dienstverlening heeft Lieselotte geen gebruik gemaakt. "Voor de behandeling gaan we langs in het ziekenhuis van Izegem, hier niet zo ver vandaan. Iemand van het UZ Gent is de kinderarts in Izegem komen uitleggen hoe hij bijvoorbeeld de medicatie moest inspuiten. Ook nu nog ga ik om de veertien dagen voor controle langs in Izegem, om de maand moet ik naar Gent. Ik had dus geen nood aan thuisbehandeling."
Verrassing
"Ik heb heel veel steun gehad aan mijn klasgenootjes. Die eerste maand belden me elke dag twee vriendinnen op. 's Avonds kwamen ze dikwijls op bezoek. Ze stonden er eigenlijk heel open voor, er was niemand die schrik had om langs te komen. Toen ik dan in mei terug naar school kon, had ik met de juf afgesproken dat ik pas na de speeltijd zou komen, op het ogenblik dat iedereen al in de klas was. Ik klopte op de deur, ging binnen en vroeg of ik er terug bij mocht. Dat was een zeer plezant moment, iedereen was verrast."
"Nu volg ik het eerste jaar secundair onderwijs in Roeselare en daar wisten in het begin maar enkele vriendinnen dat ik leukemiepatiënte was. Tot ik op bezoek moest bij prins Laurent, natuurlijk. In de les Nederlandse expressie heb ik alles uitgelegd. Ik begon met de vraag of iemand wist wat kanker was. Niemand bewoog, er werd niet gelachen. Ik had mijn album mee met foto's uit het ziekenhuis. Dat maakte wel indruk."
Vakantiekamp
Afgelopen zomer nam Lieselotte voor de tweede keer deel aan een vakantiekamp dat de Vlaamse Liga tegen Kanker organiseert voor kinderen met kanker. "Vorig jaar gingen we naar Spa, dit jaar trokken we naar Blankenberge. In Spa was het thema het circus. Op de laatste dag hielden we een circusvoorstelling. In Blankenberge draaide alles rond piraten. Het is echt heel tof. Je kan je er volledig uitleven. Je hoeft bijvoorbeeld niet beschaamd te zijn over het feit dat je kaal bent, iedereen is dat geweest. Er zijn kinderen van alle leeftijden, kinderen die nog chemo krijgen, anderen die alleen nog een onderhoudstherapie volgen. De behandeling loopt tijdens het kamp gewoon door, er zijn dokters en verpleegsters mee."
"Ik heb er heel wat vriendinnen gemaakt. Je krijgt een band. Een meisje met wie ik in Spa op de kamer lag, was er in Blankenberge niet meer bij. Ze is in het voorjaar gestorven. Als ik naar Gent ging voor mijn maandelijkse controle, liep ik altijd even bij haar langs. Ze had voortdurend last van allerlei infecties. Ik zag haar telkens een beetje achteruitgaan, maar het kwam toch nog hard aan toen ze er niet meer was."






