Lief Van Rooy: 'Ik leerde vragen wat ik nodig had zonder mij te schamen'
Nood aan een gesprek of meer info?
Bel de Kankertelefoon, tel. 078/150.151 (werkdagen van 9-17 uur) voor een gesprek of meer info over financiële opvangmogelijkheden, gezinshulp, thuisverpleging en andere sociale voorzieningen.
Toen Lief Van Rooy (49) drie jaar geleden borstkanker kreeg, was dat erg, heel erg. En toch had ze het gevoel dat ze het allerergste al achter de rug had. 'Op mijn vijfenveertigste besloot mijn man mij te verlaten,' vertelt Lief. 'Dat was het allerergste wat kon gebeuren.'
Tekst: Carla Rosseels, uit Leven24, oktober 2004
'Mijn wereld stortte in. Mijn man was mijn grote liefde, mijn steun en toeverlaat. Ik verhuisde van ons grote huis met prachtige tuin naar een kleinere woonst en zag mijn drie kinderen slechts om de week. Verschrikkelijk vond ik dat. Ik kon nauwelijks eten en slapen en vermagerde zienderogen. Langzamerhand heb ik leren loslaten,' zegt Lief, 'en raakte ik gesetteld in mijn nieuwe woonst. Ik startte een nieuw leven. Mijn passie voor andere culturen bracht me in Nepal, China en Zuid-Afrika. Mijn contacten met mensen werden intenser. Ik raakte geïnteresseerd in de cultuur van de Indianen. In oktober 2000 maakte ik een Indianenceremonie mee die een diepe indruk op mij maakte en me bevrijdde van veel verdriet. Kort daarna merkte ik dat er iets aan de hand was met mijn borst. Onderzoek wees uit dat ik een kwaadaardige tumor had. In november 2000 ben ik geopereerd.'
Geen medelijden maar medeleven
'Omdat ik er alleen voor stond, had ik veel hulp nodig van mensen uit mijn omgeving. Dat aanvaardde ik, behalve als ze teveel medelijden hadden en mij voortdurend bekloegen om mijn lot. Dat kon ik niet hebben.'
Heel wat mensen - bevriende koppels, vriendinnen, vrienden van vroeger - namen contact op en boden hun hulp aan. 'Dat was fijn,' zegt Lief, 'Je bedankt mensen als ze dat doen, maar waar het op aan komt, is hen ook echt te durven vragen wat je nodig hebt. Als er iemand op bezoek is en vraagt of zij iets kan doen, moet je durven antwoorden: 'Ja, zou je de woonkamer even willen stofzuigen? Dat heb ik geleerd: hulp te vragen zonder me te schamen. Ik woonde ondertussen twee jaar alleen en was het gewend geraakt om alles zelf te doen. Nu moest ik opnieuw veel uit handen geven.'
'Tijdens de week die aan een chemobehandeling voorafging, maakt ik een planning op voor de week nadien. Van de chemo werd ik doodziek, zodat ik de week na de behandeling alleen maar op de sofa kon liggen. Dus plande ik wie er voor mij zou koken, wie de was zou doen, wie zou poetsen en ik belde die mensen op. Dat lukte wonderwel. Ook dat betekent loslaten: als er iemand komt koken, zit die ook in je kasten en als er mensen bleven slapen, dan stonden ze zelfs naast mijn bed. Toch had ik op dat moment geen energie om me druk te maken over het verlies aan privacy. Er restte mij niets anders dan dat op dat moment niet erg te vinden. Ook als iemand een afspraak afbelde en zei dat het niet lukte om te komen koken, kon ik daar niet boos om zijn, want zoveel energie had ik niet over. Dus liet ik mijn ergernis onmiddellijk los en begon ik na te denken over een alternatieve oplossing. Gelukkig was mijn zus altijd beschikbaar als redder in nood. Zo leerde ik het kleine beetje energie dat ik had echt goed voor mezelf te houden. Anders hield ik het niet vol.'
Tijdens de week voor een behandeling plande Lief haar huishouden, tijdens de week daarna liet ze zich verzorgen, maar tijdens de derde week voelde ze zich meestal zo goed dat ze opnieuw zelf alles in handen nam. 'Daar stond ik op,' zegt Lief. 'Als het lukte, wilde ik het zelf doen. Ik wilde voorkomen dat ik afhankelijk werd van anderen. Uiteindelijk zou ik het toch weer alleen moeten doen. Ook mijn kinderen heb ik bewust gespaard. Ik wilde absoluut voorkomen dat ik hen tot last zou zijn. Twee van hen studeerden en woonden op een studentenkamer. Mijn jongste dochter was nog thuis. Misschien heb ik er haar wat teveel buiten gelaten. Na mijn genezing bleek dat ze liever wat meer voor mij had gedaan, maar dat kon ik tijdens mijn ziekte niet toelaten.'
Geven en nemen
Financieel en praktisch had Lief tijdens de behandeling, zolang ze niet met vervroegd pensioen was, geen zorgen. 'Ik weet dat dat voor andere alleenstaanden anders kan zijn. Toen ik ziek werd, werkte ik halftijds als kleuterleidster. Ik kreeg ziekteverlof, maar als vastbenoemd ambtenaar in openbare dienst behield ik tijdens dat ziekteverlof mijn loon. Bovendien had ik een hospitalisatieverzekering, waardoor ik bijna alle kosten terugbetaald kreeg. Toch zijn administratieve beslommeringen soms een last. Ik herinner me dat ik eens naar een andere stad moest om een adviserend geneesheer op te zoeken. Terwijl je er slecht aan toe bent, moet je dan alleen op zoek naar het juiste adres, het juiste gebouw, de juiste afdeling, etcetera. Op zo'n moment is dat er vaak teveel aan. Je komt ook terecht in een wereld die je helemaal niet kent en dat is moeilijk.'
Lief vindt zelf dat ze het enorm getroffen heeft met de hulp die ze uit haar omgeving aangeboden kreeg: 'Ik vond het wonderlijk dat zoveel mensen wilden helpen en ze hebben zich dat zeker niet beklaagd. Het was bij mij thuis doorgaans geen trieste boel. Er is uiteraard geweend, maar er is ook gelachen. Ik had een pruik die ik nooit opzette, maar waar ik soms grapjes mee uithaalde. Het was geven en nemen. Nadat de behandeling was stopgezet, heb ik trouwens een groot feest gegeven om iedereen te bedanken.'
Kanker werpt je op jezelf terug
'Opgelet, ' zegt Lief, 'kanker krijgen was niet de meest fantastische ervaring uit mijn leven. Het was geen geweldige tijd. Kanker krijgen is vreselijk en brengt heel wat pijn en verdriet met zich mee. Ondanks al die steun uit mijn omgeving, stond ik er toch ook wel echt alleen voor. Vooral de chemotherapie in het ziekenhuis vond ik moeilijk om alleen te dragen. Vrienden mochten mij tot aan het ziekenhuis brengen, maar ik wilde ze niet bij mij hebben aan mijn ziekenhuisbed. Een partner had ik in die ellendige situatie wel verdragen, vrienden niet. Zo'n behandeling werpt je helemaal op jezelf terug. Al je angsten, al je pijn en verdriet moet je uiteindelijk toch alleen verwerken.'
'Dat is me gelukt, zegt Lief. 'door te leren om van moment tot moment te leven. Wat zijn de zorgen van vandaag en hoe los ik die op? De zorgen van gisteren en de zorgen van morgen zijn vandaag niet belangrijk. Zo los ik nu ook problemen op. Financieel heb ik het nu bijvoorbeeld minder gemakkelijk dan tijdens de behandeling, want ik kon niet terug aan het werk en ging met vervroegd pensioen. Wanneer ik nu zorgen heb, dan vraag ik me altijd af hoe ik het toen deed. Dat brengt me telkens weer bij leven van dag tot dag.'






