Leven met eierstokkanker. Bie Schaumont: Eva, mijn sterkste en mijn zwakste plek
Boekjes die je jonge kind kanker helpen te begrijpen
Kinderen uitleggen wat kanker is en wat de behandeling inhoudt, is niet makkelijk. Bie en John vonden het boekje Chemo-Kasper en zijn jacht op de kankercellen een welkome hulp. Het vertelt concreet en met grappige tekeningen wat kankercellen zijn en hoe Chemo-Kasper, Chemo-Klaas en Chemo-Koen die kankercellen aanvallen. Ook de bijwerkingen van de behandeling worden uitgelegd: Chemo-Kasper draagt een brilletje, maar soms valt dat af en dan ziet het chemokereltje minder scherp, waardoor hij ook goede cellen, zoals haarcellen, vertrappelt. Auteur is Helle Motzfeldt; het boekje is uitgegeven door de Nederlandse Vereniging Ouders, kinderen en kanker en kan worden besteld bij Myriam Van Oosterwijck van de oudervereniging Wegwijs. Telefoon & fax: 03-480.32.58, e-mail: wegwijs.myriamvanoosterwyck@ping.be. Ook voor andere publicaties rond kinderen en kanker kan u bij Wegwijs terecht.
Verwante informatie
- www.kankerspoken.nl: website voor kinderen en ouders
Tekst: Lie Verschueren, uit Leven 8, oktober 2000
"Ik ril nog steeds bij de gedachte aan het slechte nieuws van toen, maar ik reageer er minder emotioneel op. Ik herinner me vooral de enorme onzekerheid. Wat stond me te wachten? Hoe zou ik reageren op de behandelingen? Op de dienst oncologie ontmoette ik een vroegere studiegenoot. Ze had ook eierstokkanker en was al zes jaar ziek. Het was verwarrend te zien hoe erg ze eraan toe was."
"Ik besloot niet te zoeken naar lotgenoten of naar zoveel mogelijk informatie. Wat had ik eraan te weten hoe ik aan die ziekte kwam, wat mijn overlevingskansen waren, hoe anderen het verwerken? Het is voor iedereen anders. Ik dacht: "Ik heb die ziekte en kan dat niet veranderen. Ik wil genezen en in tussentijd genieten van wat we samen doen." We haalden een afwasmachine en een poetsvrouw in huis. Ook aan koken wou ik mijn beperkte energie en tijd niet besteden, dus gingen we vaker uit eten. Toch probeerde ik zoveel mogelijk zelf te doen. Als ik me goed voelde reed ik zelf naar het UZ Gasthuisberg voor de chemo en ik zorgde zelf voor Eva zoveel als het kon."
Eva, de adoptiedochter van Bie en John, was toen zes. Ze had hun reis naar Frankrijk een week voor vertrek in duigen zien vallen, omdat Bie plots naar het ziekenhuis moest. Toen haar mama 37 werd, hing ze ballonnen op in de ziekenhuiskamer. En toen Bie naar huis mocht, schikte Eva feestkaarsjes aan het bed in de living. Ze voelde de spanning in huis en zag de tranen in de ogen van Bie en John. Op haar vraag wat er scheelde, kreeg ze een eerlijk antwoord: "We zijn verdrietig omdat mama ziek is en dat is niet leuk."
"Dat Eva vlijmscherp aanvoelde wat er gaande was, bleek uit de pertinente vragen die ze John stelde haar mama spaarde ze daar spontaan van. "Toen Eva en John een keer met de auto voor het rood licht stonden vroeg ze zonder aanleiding: "Kan ik ook zo"n slecht bolletje in mijn buik krijgen?" In de achteruitkijkspiegel zag John haar ernstige gezichtje. Hij kon alleen slikken en een geruststellend antwoord bedenken: "Als je zo klein bent kan dat niet!" Een andere keer vroeg ze plots: "Jullie gaan me toch niet alleen laten hé...?'"
Bie en John wilden hun dochter zoveel mogelijk betrekken bij wat gebeurde. "Alleen dat het ook slecht kon aflopen, hebben we haar nooit gezegd. Het boekje Chemo-Kasper en zijn jacht op de kankercellen hielp ons uitleggen wat kanker is en wat chemotherapie doet. Toen ik mijn haar ging verliezen, mocht Eva kapstertje spelen en mijn haren knippen. Dat vond ze fantastisch. Als ze zag dat ook mijn schaamhaar weg was, merkte ze grappig op: "Nu zijn we gelijk!" Ze sprak altijd over mijn "kaalhaartjes" en noemde me Punkie. Ik overwoog een pruik te kopen maar vermoedde dat die gauw in de verkleedkoffer zou belanden. Ik gunde me in de plaats daarvan een walkman en behielp me met petten en een sjaal."
Wat de effecten van de chemotherapie betrof, had Bie geluk. "De behandeling sloeg goed aan en maakte me niet eens misselijk. Ik had een kleurig kommetje gekocht voor als ik zou braken maar ik heb het nooit gebruikt. Ik verloor ook mijn eetlust niet. Wel was ik moe, moe tot diep in mijn lijf en alsof het nooit zou overgaan."
Inmiddels is de vermoeidheid weg en neemt Bie het gewone leven weer op. "Ik ben opnieuw aan het werk en laat stilaan het hoofdstuk kanker achter mij. Ik ga redelijk gerust naar de driemaandelijkse controle en vertik het om te informeren naar de uitslag van de bloedanalyse. Ik heb me verzoend met de menopauze, die ik vervroegd meemaak. Nu we definitief een punt gezet hebben achter onze pogingen om een eigen kind te krijgen, hoeven we ons ook niet om de erfelijkheid van mijn ziekte te bekommeren. Onlangs heb ik mijn "kankerschuif" opgeruimd: de rekeningen geklasseerd, de boeken toe. Mijn dagboek over en voor Eva heb ik weer boven gehaald een jaar lang schreef ik er niet in omdat ik het niet aankon. Ik ben alweer bij de kapper geweest. En we hebben een grote reis gepland: binnenkort vliegen we naar Cuba! Eigenlijk geloof ik meestal niet dat ik zou kunnen hervallen. Maar soms dwing ik me met beide voeten op de grond - waarbij mijn port-a-cath helpt, een catheter die nog een jaar of twee ingeplant blijft voor het geval nieuwe chemotherapie nodig is. Maar voorlopig is alles oké en hopelijk blijft dat zo!"
Naar het verhalenoverzicht





