Leo Stoops terug in het leven na longkanker
Schrijf ons!Stuur uw reactie op artikels uit Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.
Longkanker
Er zijn grosso modo twee grote soorten longkanker, afhankelijk van hoe de cellen er onder de microscoop uitzien: kleincellige en niet-kleincellige. Ongeveer 76% van alle longkankers zijn niet-kleincellig (ook bij Leo Stoops). Als de kanker niet is uitgezaaid, wordt bij een niet-kleincellige longtumor meestal voor een operatie gekozen, al dan niet in combinatie met chemotherapie en/of radiotherapie. De kleincellige longtumoren groeien meestal sneller en verspreiden zich ook vlugger naar andere organen. De ziekte wordt vaak in een laat stadium ontdekt. Een kleincellige longkanker wordt zelden geopereerd: chemotherapie (en/of radiotherapie) is hier de meest toegepaste behandeling om de ziekte te remmen. Meer info over longkanker.
Over hoe verder leven met longkanker, ook voor de partner, kinderen en familie: www.longkankerpatient.be.
Zenuwpijn
Sommige soorten chemotherapie kunnen neuropathie of zenuwpijn veroorzaken. Dat ontstaat door een beschadiging van de gevoelszenuwen, o.a. door chemotherapie. De symptomen zijn tintelingen in de handen en voeten, een doof gevoel, negatief reageren op koudeprikkels enz. Lees meer over zenuwpijn door chemotherapie.
Gerechtsverslaggever Leo Stoops van VRT Nieuws kreeg op een toevallige manier een keiharde diagnose te horen: longkanker. ‘Van de ene seconde op de andere beland je in een andere wereld. Een wereld waarin de logica die van de dood is.' Maar na een maandenlange strijd tegen de ziekte, schittert Leo met zijn gewaardeerde juridische analyses weer op het scherm: ‘Ik heb een blind vertrouwen in de dokters. Terecht.'
Tekst: Marc Peirs, foto: An Nelissen, uit Leven 48, oktober 2010
‘Longkanker. Ik, die nooit heb gerookt. Ik ben sportief, ik ga joggen. Kanker zit niet in mijn familie. Totaal onverwacht kwam de ziekte.'
‘De kanker is toevallig ontdekt. Ik had last van een aanhoudende hoest. Op 18 augustus 2009 - een datum die ik nooit meer vergeet - liep ik even bij de arts langs voor een longfoto vooraleer ik naar de redactie zou gaan. Op de foto was een schaduw onder in mijn rechterlong te zien. De dokter dacht meteen aan kanker. Enkele uren later bevestigde de scan de diagnose. Een kwaadaardig gezwel. Vijf centimeter groot. Het kon er al járen zitten; dat weet je nooit.'
‘Van het ene moment op het andere kwam ik in een andere wereld terecht. Alles waar je in gelooft, alles wat bestáát, wordt van een andere orde. Je wereld is niet langer die van het leven maar een wereld met een doodslogica. Alle voorwerpen verliezen hun zingeving. Ik zag alleen nog aftakeling en verval.'
Weer een dag voorbij
‘Een week moest ik wachten voor ik een PET-scan kon ondergaan om na te gaan of er uitzaaiingen waren. Dat bleek niet het geval. Van alle hypotheses had ik dus de meest gunstige. Die week van onwetendheid was de zwaarste uit mijn hele ziekteperiode. In vergelijking daarmee ging ik bij wijze van spreken fluitend naar de operatiezaal (lacht). Dat was nog een week later. En na de operatie volgden acht chemosessies: afwisselend vier zware, die me twee dagen aan het infuus hielden, en vier lichte, die maar enkele minuten duurden.'
‘Zeker na een zware sessie was ik dagen aan een stuk misselijk. Braken, vooral ‘s ochtends. Het gevoel alsof ik metaal had moeten drinken. Je telt de seconden af. Ik had het geluk dat de chemobehandeling tijdens de winter viel, dus ik kon al om half vier de gordijnen dichtdoen en zeggen "Oef, weer een dag voorbij."'
‘Je raakt in een behandelingsritme; je mikt op een horizon die niet verder reikt dan de volgende chemosessie. Tijd heb je te over maar je kan er niet veel mee aanvangen. Ik had me voorgenomen een boek te schrijven waar ik al lang mee zit, maar het is me niet gelukt. Schaken heeft me wel verstrooiing bezorgd. Via de computer kan je schaken tegen mensen uit de hele wereld. Daar kon ik me voluit op concentreren. Maar zodra de partij over is, komt het idee terug van "Potverdikke, zie me hier nu zitten" (glimlacht). Je organiseert je dag zoals een gepensioneerde: heb je twee activiteiten gepland,dan doe je er één in de voormiddag en één in de namiddag. En als je tussendoor ook nog de krant leest, is je dag vol...'
De smaak van bier en wijn
‘Tussen de behandelingen door ben ik zo vaak mogelijk naar zee getrokken. De frisse lucht deed me goed, maar de zee staat ook symbool voor het oerelement waar we als mens uit voortspruiten. Ik was ook verslingerd aan alle mogelijke documentaires over dinosaurussen. Mijn vrouw lachte me soms uit: "Ben je weer naar je beestjes aan het kijken?", maar voor mij was het een remedie om de kanker te relativeren. Wanneer je dieren ziet die hier honderden miljoenen jaren geleden rondliepen, ga je je eigen ziekte een kleinere plaats geven.'
‘Nog na het einde van de chemo heb ik twee maanden lang niets kunnen proeven. Het eerste dat terugkeerde, was de smaak van bier (lacht). Twee weken later kon ik ook weer van wijn genieten. Dat valt mee; er zijn mensen bij wie het járen duurt voor hun smaak terugkomt. Wel heb ik nog last van gevoelloze voeten (een vorm van zenuwpijn, zie kader, red.). Alsof ze permanent slapen; net of ik op een kussen loop. Maar goed, ik kan daar mee leven en het hindert me niet in mijn werk.'
‘Ik besef dat ik zakelijk, bijna journalistiek, over mijn kanker praat. De aard van het beestje, zeker (lacht). Het valt me niet erg makkelijk om over gevoelens te praten. Ik ging ook telkens alleen naar het ziekenhuis voor de chemosessies. Met een plasticzak op de passagierszetel.'
‘Maar ik heb ontzettend veel steun gekregen. Van mijn vrouw, die elke avond vers eten klaarmaakte, erg belangrijk tijdens de chemobehandeling. Van collega's op de redactie ook. Mensen die ook zelf kanker hebben meegemaakt. Dat is een grote steun: zij weten perfect waar ze over praten. Tegelijkertijd besef ik dat elke kanker ánders is. Je mag je niet laten meeslepen in horrorverhalen want jouw ziekteproces is héél individueel.'
Blind vertrouwen
‘Net daarom is het essentieel dat je blind kan vertrouwen op de dokters en verpleegkundigen. Zij spreken de waarheid. Altijd. Als de arts me zegt dat ik goeie kansen heb op genezing, dan geloof ik dat, precies omdat de arts áltijd de waarheid spreekt. Ik heb ook mensen huilend de wachtkamer zien verlaten: zij hadden een onaangename waarheid gehoord. Ook die moet worden gezegd. Van de weeromstuit had ik niet de minste behoefte om zelf allerlei informatie te gaan opzoeken. Je weet evengoed als ik dat je via het internet stapels informatie over kanker kan opsnorren. De kwaliteit ervan, da's vaak een ander paar mouwen. Maar het belangrijkste is dat je voor het volle pond de informatie van je arts kan vertrouwen.'
‘Nieuwjaar en mijn verjaardag vielen tijdens een chemosessie in het ziekenhuis. Nieuwjaar heb ik nog tegoed (lacht), maar mijn verjaardag ben ik met mijn vrouw en zoon in uitgesteld relais gaan vieren in De Karmeliet in Brugge (een sterrenrestaurant, red.). Een bijzonder moment: mijn 60ste verjaardag én het einde van de chemo. Nu ga ik nog om de vier maanden op controle. Dat is met een klein hartje, maar ik denk er pas enkele dagen voor de controle aan. Ik denk dat ik mag zeggen: ik heb kanker gehad.'
‘Veranderd? Neen. Ik heb altijd al oog gehad voor het belang van kleine dingen. Er zijn ook geen wilde plannen die ik nu met alle geweld wil realiseren. Ik heb lang gedroomd om de Grand Canyon te zien. Wel, al enkele jaren geleden ben ik hem inderdaad gaan bekijken (lacht).'






