LinksSitemapContact
U bent hier:

Klinische studies. Wetenschappelijk onderzoek bij kankerpatiënten

Deelnemen of niet?

Heeft uw oncoloog u gevraagd deel te nemen aan een studie, maar twijfelt u? Aarzel niet er met hem over te praten. U kan ook contact opnemen met de Vlaamse Kankertelefoon, elke werkdag tijdens de kantooruren op 078/150.151. De Kankertelefoon kan voor specifieke vragen over een klinische studie doorverbinden met een kankerspecialist.

Elke vooruitgang in de strijd tegen kanker is het resultaat van jarenlang zoeken naar nieuwe of betere behandelingen: behandelingen worden eerst uitvoerig getest in het laboratorium, daarna op dieren, en ten slotte bij mensen. Pas als een behandeling veilig is gebleken en effect heeft bij een grote groep patiënten, kan ze algemeen aanvaard en toegepast worden. Dat is wat wetenschappelijk onderzoek bij patiënten (ook klinische studies genoemd) doet: onderzoeken of een nieuw middel veilig is en betere resultaten oplevert dan de bestaande behandelingen. Voor patiënten betekent zo'n studie vaak een extra behandelingsmogelijkheid en dus een extra kans.

Tekst: Lie Verschueren, uit Leven 12, oktober 2001

Professor Jacques De Grève, kankerspecialist in het Academisch Ziekenhuis van de Vrije Universiteit in Brussel, legt uit dat er verschillende soorten klinische studies bestaan. "Ontwikkelingsstudies, de term zegt het zelf, zoeken uit of een nieuw ontwikkeld en veelbelovend product behalve in het lab en bij dieren, ook bij ménsen effect heeft. Dat onderzoek verloopt in verschillende fasen. In Fase I onderzoeken we bij enkele patiënten met een gevorderde kanker welke dosis van een nieuw product toegediend kan worden zonder zware of onomkeerbare bijwerkingen te veroorzaken. In Fase II bepalen we voor welk soort kanker de nieuwe behandeling bruikbaar is en hoe goed ze werkt. Hier neemt ook een beperkte groep patiënten aan deel voor wie er geen standaardbehandeling is of bij wie een standaardbehandeling geen effect meer heeft. In Fase III gaan we na of de nieuwe behandeling effectief beter is dan de bestaande therapieën. Dit gebeurt aan de hand van twee grote groepen kankerpatiënten, van wie de ene de standaardbehandeling krijgt en de andere de nieuwe behandeling. Mevrouw Lauwkens (zie hieronder) bijvoorbeeld werkt mee aan zo'n Fase III-onderzoek."

Niet alle klinische studies gaan over niéuwe behandelingen. Soms wordt bijvoorbeeld onderzocht of een bestaande therapie voordelen heeft ten opzichte van een andere: ze kunnen namelijk verschillen in bijwerkingen, in prijs, in levenskwaliteit van de patiënt enz.

Vrije keuze
Niet elke patiënt komt in aanmerking om deel te nemen aan een studie. Gewoonlijk vraagt een arts bepaalde patiënten, afhankelijk van hun algemene conditie, het type kanker en het stadium, om deel te nemen. Een patiënt doet echter alleen maar mee als hij daar uitdrukkelijk toestemming voor geeft. Voor klinische studies geldt altijd de zogenaamde 'informed consent'. Wie deelneemt aan een studie, welke fase dan ook, moet daartoe een formulier ondertekenen, waarin hij verklaart alle nodige informatie over de studie gekregen te hebben en zich bewust te zijn van de neveneffecten.
Professor De Grève: "Zowat drie kwart van de patiënten reageert positief op de vraag om deel te nemen. Maar die vrije keuze is heel belangrijk. Een patiënt moet heel goed de voor- en nadelen van de klinische studie afwegen. Hij moet beseffen dat, ondanks veel voorafgaand studiewerk, de arts niet alle effecten van de behandeling kent. Patiënt en arts kunnen de pro's en contra's wel samen bespreken, maar de patiënt moet ten slotte zelf beslissen."

Geen proefkonijn
Een patiënt durft zélf wel eens het initiatief nemen. Professor De Grève: "Meestal nodigt de arts een kankerpatiënt uit, maar sommige patiënten gaan inderdaad zelf op zoek naar een studie. Zij moeten wel beseffen dat niet iedereen in aanmerking komt, en ze moeten ook opletten voor misbruiken. Zo mag de medicatie voor de studie de patiënt niets kosten. De patiënt mag zich ook niet onder druk gezet voelen door de arts om aan de studie mee te doen. De patiënt moet een verstaanbare uitleg krijgen op elke vraag. En hij moet zich vrij genoeg voelen om een tweede en eventueel een derde advies te vragen aan een andere specialist alvorens te beslissen."

Het verhaal dat patiënten zomaar als proefkonijn worden gebruikt, is een mythe. Professor De Grève: "Dankzij een strikte regeling, een zorgvuldige opbouw van het onderzoek, een heel strenge follow-up en een maximum aan voorzorgen blijven de risico's beperkt en verantwoord. De diensten die klinische studies uitvoeren, krijgen ook hoge eisen opgelegd wat betreft de kwaliteit van de diagnose en van de uitvoering van de behandeling. En ten slotte: een patiënt kan altijd zijn toestemming intrekken. Ook als hij niet deelneemt of zich terugtrekt, krijgt hij de behandeling die zijn ziekte vereist."

 

Ghislaine Lauwkens: actief de ziekte aanpakken

Drie jaar na haar behandeling voor darmkanker werd bij Ghislaine Lauwkens een nieuw gezwel in de darm en een kleine uitzaaiing in de lever vastgesteld. Toen haar arts voorstelde deel te nemen aan een klinische studie kostte het haar maar weinig moeite om die vraag positief te beantwoorden. "Ik ben optimistisch van aard en bovendien nieuwsgierig. Zo'n studie boeide me wel. Tijdens een van de gesprekken erover zei dokter De Grève 'We zoeken iemand die we jarenlang kunnen volgen.' Daaruit concludeerde ik dat hij dus zeker niet verwachtte dat ik gauw dood zou gaan. Dat gaf me hoop en moed om me niet te laten gaan. Meedoen aan de klinische studie was een stap die ik zelf kon zetten om mijn ziekte actief aan te pakken. Even twijfelde ik nog toen ik hoorde dat een computer (op het centraal bureau dat de studie organiseert, nvdr) zou beslissen welke reeks behandelingen ik zou krijgen. Dat gaf een raar gevoel. Maar ik begrijp natuurlijk dat voor een vergelijkende studie de patiënten objectief ingedeeld moeten worden in groepen, die elk een ander type behandeling krijgen. Ik heb alle informatie over de studie heel goed gelezen, over de bedoeling, het verloop, de voordelen, de risico's en de mogelijke nevenwerkingen. Ik heb ook een document ondertekend (dit is het zogenaamde informed consent-formulier - zie hierboven, nvdr), waarmee ik mijn vrijwillige deelname aan de studie bevestigde. Ik behoud natuurlijk al mijn rechten: als ik wil, kan ik er om het even wanneer weer uitstappen. Maar ik ben nu van plan ermee door te gaan tot het einde. Al moet ik toegeven dat de chemosessies me zwaar vallen. Ik zit toevallig in de groep die het grootste aantal behandelingen krijgt: zes keer chemo, een operatie en weer zes chemosessies. Ik krijg bovendien alle nevenverschijnselen die op het lijstje staan. Als ik me na een behandeling weer eens door en door slecht voel, zijn er gelukkig mijn man en mijn zoon die me stimuleren om door te gaan. Weten dat al die moeite niet alleen mezelf maar ook de strijd tegen kanker kan helpen, geeft me een goed gevoel. Het maakt het afzien zinvoller. Toch blijft heel mijn streven op één ding gericht: weer een 'gewoon mens' zijn. En voor mij is een 'gewoon mens' een mens zonder kanker."

Naar het verhalenoverzicht