Klassieke en alternatieve behandelingen
Wees op je hoede voor kwakzalvers!
Wie naast een klassieke behandeling een alternatieve wil proberen, praat er best over met zijn behandelend oncoloog of radiotherapeut. Zich goed informeren is de boodschap, en een gezonde portie argwaan kan daarbij zeker geen kwaad.
Hoe een verantwoorde keuze maken? Vraag de therapeut of hij aangesloten is bij een beroepsvereniging en welke opleiding hij achter de rug heeft. Wat houdt de therapie precies in? Hoelang gaat de behandeling duren? En wat mag je ervan verwachten? Wees op je hoede als een therapeut beweert kanker te kunnen genezen. Vraag ook precies wat de kosten zijn en wat mogelijk door een ziekteverzekering wordt vergoed. En ga niet in zee met een therapeut die vraagt de klassieke behandeling te staken.
Nogal wat kankerpatiënten gaan - naast hun klassieke behandeling - op zoek naar alternatieve therapieën. Maar kunnen klassieke therapieën en natuurgeneeswijzen samengaan? Waarom staan traditionele en alternatieve artsen soms lijnrecht tegenover elkaar? En hoe kan een patiënt - die enkel geïnteresseerd is in het resultáát van een behandeling het kaf van het koren scheiden? We laten drie betrokkenen aan het woord: een huisarts die ervaring heeft met natuurgeneeskunde, een klassiek oncoloog en een patiënt. Over één ding zijn ze het alledrie eens: hoed je voor kwakzalvers en wantrouw de therapeut die ervoor pleit de klassieke behandeling te laten vallen.Tekst: An Van de Velde en Bart Van Moerkerke, uit Leven 14, april 2005
Liever complementair
Huisarts Ton Linssen combineert in zijn kabinet al 20 jaar klassieke geneeskunde met natuurgeneeskunde. Als natuurarts heeft hij inmiddels ook heel wat ervaring met het begeleiden van kankerpatiënten. Hij pleit alvast voor een aanvulling van de klassieke geneeskunde, in overleg met patiënt én specialist. Hij claimt een nuttige bijdrage te kunnen leveren aan het genezingsproces. Daarvoor maakt hij gebruik van de niet-toxische tumortherapie (NTT): een verzamelnaam voor alternatieve therapieën - zoals orthomoleculaire geneeskunde (geneeskunde die uitgaat van de invloed van voedingsstoffen op ziekte en gezondheid), kruidentherapie, psychotherapie . - waarbij kankerpatiënten baat kunnen hebben. Niet als therapie op zich, wel ter ondersteuning van de reguliere geneeskunde. Daarom verkiest hij ook de term 'complementair' (aanvullend) boven 'alternatief'.
Dr. Linssen: "We willen de twee niet tegen elkaar opzetten, maar zijn uit op samenwerking en overleg met de reguliere artsen. Bijna wekelijks bel ik specialisten om raad, en bij de minste twijfel stuur ik mensen naar het ziekenhuis. Ik pleit er zeker niet voor om de klassieke behandeling te laten vallen. Zit er een tumor in je borst? Laten weghalen! Zo snel mogelijk heelkunde. Geen enkel ernstig arts zal iemand de nodige onderzoeken en behandelingen onthouden die duidelijk hun nut hebben bewezen."
De totale mens
Mensen met kanker of een andere ernstige ziekte denken soms dat ze de reguliere behandeling achterwege kunnen laten wanneer ze voor een alternatieve geneeswijze kiezen. Een misvatting. De alternatieve vult de klassieke geneeswijze aan. Bij chemotherapie bijvoorbeeld kan de patiënt binnen het alternatieve circuit zoeken naar een manier om de bijverschijnselen van chemotherapie te verminderen.
Dr. Linssen: "De klassieke geneeskunde ziet kanker als een wildgroei van cellen die kunnen uitzaaien. Die tumorcellen moeten ten koste van alles weg. En dat gaat bijna altijd gepaard met lijden of met beschadiging, met lichte of ernstige bijwerkingen. Wij proberen de schade van de bijwerkingen tijdens de behandeling te beperken. De NTT richt zich op de totale mens, op het hele menselijke lichaam en de geest, niet alleen op de behandeling van de ziekte. Kanker ontstaat volgens de NTT omdat het lichaam uit balans is. Cellen gaan maar een afwijkend gedrag vertonen als er een voedingsbodem voor is. Als je dit terrein, de hele mens dus, opnieuw gezond maakt heeft de patiënt meer kans om te genezen. Daar ligt onze meerwaarde ten opzichte van de klassieke geneeskunde."
Veel kaf tussen het koren
Hoe denkt de klassieke geneeskunde erover? Kunnen klassiek en alternatief samengaan?
Dr. Alain Bols werkt als oncoloog in het AZ Sint-Jan te Brugge. Hij staat alvast open voor sommige alternatieve therapieën: "Beide geneeswijzen kunnen samengaan, maar uiteraard zijn wij van oordeel dat de klassieke geneeskunde nog altijd de basis blijft van de behandeling. In dat opzicht zien we de alternatieve geneeskunde een beetje als ons kleine broertje, dat wel kan helpen, maar niet op eigen benen staat. De meesten van ons - ik spreek niet voor iedereen - staan er wel voor open, zonder er echt in te geloven. Soms vragen patiënten zelf of wij geen goed adres kennen en dan spelen we dat wel door. Maar de meeste patiënten vertellen het ons niet en gaan zelf op zoek. En jammer genoeg zit er nog veel kaf tussen het koren. Trouwens, wat heet alternatief? Dat is een beetje het probleem. De klassieke geneeskunde zit toch min of meer op één lijn, in de alternatieve sector ligt dat moeilijker. Daar heb je een bont allegaartje van therapieën. Ik vind het altijd verdacht als je een therapie maar bij één therapeut kan volgen. De kast wordt opengetrokken en je krijgt één of ander pakje overhandigd. Een maand later moet je terugkomen voor eenzelfde pakje. Dat heb je bijvoorbeeld niet in de homeopathie. Daar krijg je een preparaat voorgeschreven dat je om het even waar kan kopen."
100% hoop
Heel wat klassieke artsen nemen eigenlijk niet aan dat het werkt. Louter placebo, zeggen ze?
Dr. Bols: "Zo zien wij het. Misschien is dat wat oneerbiedig, maar de meesten van ons redeneren: 'als je je er maar goed bij voelt'. Ik vraag het vaak spontaan, of mensen nog met andere dingen bezig zijn. Want soms vraag je je af hoe komt het dat het zo goed gaat. Je ziet ook de rages een beetje komen en gaan. Hun benadering is anders dan de onze, daarom niet verkeerd."
Baat het niet, het schaadt ook niet?
Dr. Bols: "Soms schaadt het wel. Ik weet het dan ook liever op voorhand - en zou iedereen aanraden er met zijn arts over te praten. We vragen bijvoorbeeld altijd om de producten even mee te brengen. De meeste homeopathische producten bijvoorbeeld zijn zo laag gedoseerd dat het geen kwaad kan. Maar er zijn andere voorbeelden, zoals hooggedoseerde vitaminepreparaten, die bepaalde chemotherapieschemata wel degelijk kunnen tegenwerken. Patiënten proberen ons soms warm te maken voor de alternatieve therapieën die ze volgen. En vaak zijn ze wat ontgoocheld als je niet even enthousiast reageert. Wat niet altijd makkelijk is."
Dr. Linssen: "Natuurgeneeskunde: louter placebo? Daar ben ik het niet mee eens. Ik respecteer het wel als mensen zeggen dat ze er niets van moeten weten. Uiteindelijk moet ieder het voor zichzelf uitmaken. Kijk, sommige zogenaamde "therapeuten" beweren kanker te genezen. Daar heb ik geen hoge pet van op. En als het heel gek of heel duur is, stel je dan maar grote vragen."
"Ik heb wel de indruk dat de mensen die ik volg hun behandeling veel beter verdragen, met minder nevenwerkingen, en dat ze psychisch sterker staan. En ook die psychische component is uitermate belangrijk. Zodra de prognose gesteld is, ten goede of ten kwade, gaan we 100 procent voor de hoop. Ik hoop alvast dat wij - vanuit het complementaire circuit - daaraan een bijdrage kunnen leveren. Dat wij een van die prikkelpolen zijn waaruit andere therapieën kunnen groeien."
Bob Bilsen: bruggen bouwen tussen regulier en alternatief
Bob Bilsen, professor marketing op rust, onderging in januari 2000 een zware operatie aan de buik. Een kwaadaardig gezwel, vergroeid met darmen en organen, werd verwijderd. Hij recupereerde verbazend snel. De ontgoocheling volgde in de zomer van 2000 toen bleek dat de kanker opnieuw opgedoken was.
"Ik had nog maar enkele weken te leven tenzij ik chemotherapie onderging. De dokter schetste me de nevenverschijnselen van de behandeling. Ik had eerlijk gezegd niet veel zin om eraan te beginnen. En die eerste behandeling wás verschrikkelijk: vermoeidheid, niet meer kunnen eten, vermageren. Omdat ik niet van plan was me daarbij neer te leggen, was ik al meteen na het gesprek met de dokter op zoek gegaan naar alternatieve behandelingen om de gevolgen van de chemotherapie te temperen en de kwaliteit van mijn leven te verbeteren."
"Ik zette die stap omdat ik vijf jaar voordien een zeer positieve ervaring had met een alternatieve therapie - ik spreek liever van een complementaire therapie, want ze bieden geen alternatief voor de gewone geneeskunde, maar zijn er wel een aanvulling op. Op vakantie in Spanje had ik last van onvoorstelbare nek- en hoofdpijnen, in die mate dat ik mijn lippen amper kon bewegen. In het ziekenhuis vond men niets, klassieke massage bracht geen verbetering. Tot iemand me naar een kinesist stuurde die kleurentherapie toepaste. In mijn wanhoop trok ik er heen. Een half uur later wandelde ik er buiten zonder pijn. Ik kan natuurlijk de oorzaak-gevolgrelatie tussen de behandeling en mijn genezing niet bewijzen maar het resultaat was toch opmerkelijk. Ook enkele vrienden boekten nadien met dezelfde therapie goede vooruitgang, terwijl bij sommige anderen het effect niet duidelijk of onbestaande was."
Geen blind geloof
"Wie de wanhoop nabij is, grijpt naar alle middelen. Wie bedreigd wordt met de dood, is alleen geïnteresseerd in het resultaat van welke behandeling dan ook. Ik opteerde dus naar aanleiding van mijn chemotherapie voor een aanvullende behandeling. Met resultaat, want vanaf de tweede chemo had ik geen problemen meer. Bij de eerste chemo werd ik al ziek in het ziekenhuis, bij de tweede stapte ik met mijn vrouw rechtstreeks vanuit het ziekenhuis een restaurant binnen. Dat bewijst natuurlijk niet dat het één het gevolg is van het ander maar het verplegend personeel in het ziekenhuis zegt toch dat ik de enige ben die een dergelijke agressieve chemotherapie op deze manier verteert. Ikzelf ben ervan overtuigd dat die complementaire behandeling een zeer belangrijke rol speelt in de kwaliteit van mijn leven."
"Dat betekent niet dat ik er blind in geloof. Ik kijk er met het nodig scepticisme tegenaan - ik ben me ervan bewust dat men zich voor charlatans moet hoeden. Mijn eerste punt van kritiek is dat complementaire therapeuten de neiging hebben zichzelf te overschatten. Ze hadden me beloofd dat ze de kwaliteit van mijn leven zouden verbeteren en dat is ook gebeurd. Maar ze raadden mij ook af om chemotherapie te volgen. Dat advies heb ik naast me neergelegd: chemotherapie heeft bewezen dat ze resultaat oplevert. Zonder chemo was ik nu waarschijnlijk dood geweest. De complementaire behandeling is er overigens ook niet in geslaagd te verhinderen dat mijn tumor opnieuw groeide nadat de chemotherapie achter de rug was."
"Een tweede kritiek is dat mensen die zich met aanvullende behandelingen bezighouden proberen hun inkomen op te schroeven door het verkopen van verschrikkelijk dure middelen. Zo zou een welbepaalde behandeling me 1.850 euro per maand kosten en dan nog moest ik elke dag langskomen voor een spuitje van telkens 12,5 euro. Van belangenvermenging gesproken... Dat kan natuurlijk niet. Maar een gelijkaardig fenomeen komt ook voor in de klassieke geneeskunde waar sommige specialisten of huisartsen hun inkomen verhogen via allerlei technische prestaties."
Hoop
Bob Bilsen gelooft sterk in de kracht van de geest als element in het genezingsproces. "Dat heeft op zich niets te maken met alternatieve of aanvullende therapieën. Het gaat om het geloof in genezing, het vechten tegen de ziekte, het optimisme. Daarom was ik ook zo boos op de oncoloog om de manier waarop hij zijn diagnose meedeelde. Ik had hem gevraagd de waarheid te spreken maar hij liet me geen enkele hoop. En dat is onaanvaardbaar. Ik heb toch het recht te hopen dat technologische ontwikkelingen me zullen helpen. Bovendien zou ik niet de eerste patiënt zijn met een fatale prognose die nog jaren leeft. Hoop is essentieel."
"De klassieke geneeskunde houdt daar te weinig rekening mee en bekijkt het lichaam louter als een verzameling van organen en een systeem van moleculen. De kerngedachte van de complementaire behandelingen waarmee ik ervaring heb daarentegen is wat ze het energetisch systeem noemen. Via allerlei methodes zoals kleurentherapie, visualisatietechnieken, relaxatie, healingtechnieken met de handen, bepaalde massagetechnieken of acupunctuur wordt daarop ingewerkt. Wat dat energetisch systeem precies is, ik weet het niet. Ik kan ook niet verklaren hoe het werkt, ik kan enkel de positieve resultaten observeren. Ook van elektriciteit begrijp ik niets, maar ik geniet wel van het gebruik ervan."
Bruggen bouwen
De conclusie die Bob Bilsen afleidt uit zijn ervaringen is eenvoudig: er is dringend nood aan een toenadering tussen de klassieke geneeskunde en de aanvullende behandelingen. Maar de kloof is nog diep, zeer diep. "Vanuit de klassieke geneeskunde wordt altijd geschermd met het argument dat de resultaten van de complementaire behandelingen niet bewezen zijn. Ik heb een zeer goede oncoloog, ik heb niet de minste twijfel over zijn bekwaamheid, maar hij wil amper praten over de complementaire behandeling die ik volg. Terwijl dat toch in alle openheid besproken moet kunnen worden. De realiteit dwingt ons toch te erkennen dat de wachtzalen van alternatieve genezers vol zitten. Eenzelfde vorm van starheid vind je ook in het andere kamp. Zodra van het vertrouwde denkkader wordt afgeweken, wil men er niets over horen. Dat gebrek aan breeddenkendheid choqueert me. De patiënt is er de dupe van. Ik beschouw mezelf op dit vlak als bevoorrecht: ik ben zelfstandig in mijn denken en, niet onbelangrijk, ik heb familie en relaties die ik om raad en hulp kan vragen. Andere patiënten zijn echter volledig afhankelijk van de mensen die hen behandelen. Ik heb gezien in wat voor dramatische situaties iemand kan verzeilen die zich beperkt tot complementaire behandelingen en de klassieke geneeskunde links laat liggen. Dat is een enorm probleem. Daarom moet er dringend een brug geslagen worden tussen beide benaderingen. Er is nood aan wetenschappelijk onderzoek op het vlak van de complementaire therapieën. Het kaf moet van het koren gescheiden worden, er moet objectieve informatie verstrekt worden over wat goed is en wat slecht."






