LinksSitemapContact
U bent hier:

Kanker kost Zoë Parys opleiding tot politiecommissaris

Schrijf ons!
Stuur uw reactie op artikels uit Leven naar brievenbus@tegenkanker.be, de lezersrubriek van het tijdschrift. We nemen uw brief mogelijk op in het volgende nummer.
Zoë Parys (foto: Filip Claessens) Met vele honderden waren ze om als kandidaat-commissaris bij de federale politie aan de slag te kunnen gaan. Na een lange en zware selectieprocedure werd Zoë Parys bij de vijf besten gerangschikt. Maar aan het einde van de rit mocht ze toch niet beginnen aan de opleiding. Ze werd medisch afgekeurd omdat ze in 2009 borstkanker had.

Tekst: Bart Van Moerkerke, foto: Filip Claessens, uit Leven 53, januari 2012

In september 2009 kreeg Zoë Parys - ze was toen 29 - de diagnose borstkanker. Er werden drie tumoren verwijderd, haar linkerborst werd geamputeerd. Ze kreeg chemo- en radiotherapie. In mei 2010 pakte ze haar baan als opvoedster in een internaat voor schipperskinderen weer op. ‘Ik droomde van een job met een breder maatschappelijk belang. Een baan ook die dichter aansloot bij mijn diploma's van vertaler en van communicatiewetenschapper. Ik wilde graag meewerken om de reputatie van de politie in Antwerpen te verbeteren. In 2008 had ik al getwijfeld om mee te doen aan de selectie voor kandidaat-commissaris, in 2010 was ik er helemaal klaar voor.'
Zoë slaagde in september voor de psychotechnische proeven en de fysieke testen. Voor haar commentaarverhandeling haalde ze 92 procent, ook de psychologische testen legde ze met succes af. In april 2011 volgde de medische keuring. ‘Ik had nooit gedacht dat er medisch een probleem zou zijn. Ik ben superactief, ik sport veel, ik voel me absoluut geen kankerpatiënt meer. Mijn oncologe had bovendien schriftelijk verklaard dat ik gezond was en om het even welk beroep kon uitoefenen. Aanvankelijk verliep de medische keuring perfect, de arts was heel enthousiast. Tot hij in mijn dossier las dat ik tot april 2010 behandeld was voor borstkanker. Hij zei me dat de behandeling twee jaar achter de rug moet zijn om te mogen beginnen aan de opleiding tot commissaris. Ik begreep er niets van: ik was geslaagd voor de fysieke testen en voor de oncologe was er geen enkel probleem. Maar al mijn argumenten werden van de tafel geveegd: de regel was de regel, daar kon niet van worden afgeweken. Dat was verschrikkelijk, zo stigmatiserend, pure discriminatie. Het was een even grote klap in mijn gezicht als toen ik te horen kreeg dat ik borstkanker had.'

Afgesloten hoofdstuk
Zoë was nog aan het onderzoeken of ze tegen de medische beslissing in beroep kon gaan toen de overgebleven kandidaten voor de opleiding de laatste fase ingingen, een gesprek met de selectiecommissie. Uiteindelijk mocht ook Zoë voor de commissie verschijnen. Een officiële brief met het resultaat van dat gesprek heeft ze echter nooit ontvangen. ‘Aan de telefoon is me gezegd dat ik bij de vijf beste kandidaten was. Een schriftelijke bevestiging kwam er niet omdat ik volgens het diensthoofd selectie en rekrutering enkel officieus heb deelgenomen aan de selectiecommissie, ik was immers voordien al medisch afgekeurd. Maar ik had wel een officiële uitnodiging gekregen om voor de commissie te komen, dat klopt toch niet.'
Hoe dan ook, Zoë mocht alle hoop laten varen om in september 2011 aan de tweejarige opleiding te beginnen. Ze was zo verontwaardigd en ontgoocheld dat ze het er niet bij wilde laten. Haar verhaal verscheen paginagroot in De Morgen en werd opgepikt door zowat alle media. Ontslagnemend minister van Binnenlandse Zaken Annemie Turtelboom kreeg parlementaire vragen over het dossier. Zoë nam contact op met het Centrum voor Gelijke Kansen maar dat liet uiteindelijk weten dat het niets voor haar kon doen. De Vlaamse Liga tegen Kanker kaartte daarop het dossier van Zoë aan bij minister Turtelboom. Intussen heeft de VLK aan de minister een advies bezorgd om de regels voor de selectieprocedure bij de politie te wijzigen (zie hieronder, red.). Voor Zoë zelf komt dat initiatief natuurlijk wel te laat. ‘Op de medische keuring zei de arts me dat ik het over twee jaar toch gewoon opnieuw kon proberen. Ik heb hem gevraagd wat ik dan moest doen de komende twee jaar: ophouden met leven? Als iedere werkgever het aanpakt zoals de politie is iedereen die behandeld werd voor kanker gedurende twee jaar maatschappelijk afgeschreven. Dat kan toch niet. Ik heb het hoofdstuk politie intussen afgesloten, de organisatie heeft mij te sterk ontgoocheld.'

Drie keer sterven
Intussen is Zoë opnieuw in een internaat aan de slag. Voorlopig, want ze blijft uitkijken naar een baan die beter aansluit bij haar diploma en haar ambitie. ‘De ervaring met de selectieprocedure bij de politie heeft mijn zelfvertrouwen wel goed gedaan. Dat ik een van de beste kandidaten was, sterkt me in de overtuiging dat ik wel een geschikte baan zal vinden. Tegelijkertijd besef ik ook dat kanker gevolgen heeft voor mijn verdere leven. Ik zal nooit de reactie vergeten van een man die mijn verhaal las in de krant. Hij zei dat iemand die kanker heeft of heeft gehad niet één maar drie keer sterft: bij de diagnose, bij de sociale uitsluiting die erop volgt en ten slotte bij de dood. Hij heeft gelijk.'

Het advies van de VLK-experts
De kankerspecialisten van de raad van bestuur van de Vlaamse Liga tegen Kanker vinden de tweejarenregel niet in overeenstemming met de wetgeving ter bestrijding van de discriminatie en met de medische gegevens over kanker. Ze willen dat er een individuele beoordeling van de medische geschiktheid komt. Die bestaat uit verschillende stappen.

  • De behandelende arts of specialist vult een document in over de medische geschiktheid van de kandidaat.
  • De arbeidsgeneeskundige dienst van de federale politie neemt dit attest mee in haar beoordeling.
  • Wordt een kandidaat afgekeurd om medische redenen, dan moet de arbeidsgeneeskundige dienst zijn beslissing grondig motiveren.
  • Tegen de afkeuring moet beroep mogelijk zijn, waarbij een neutrale instantie bemiddelt tussen de partijen.

Minister Turtelboom wil dat de tweejarenregel verdwijnt
‘Meer maatwerk voor medische dossiers'

Ontslagnemend minister van Binnenlandse Zaken Annemie Turtelboom heeft naar aanleiding van het dossier van Zoë Parys advies gevraagd aan de Vlaamse Liga tegen Kanker en aan de medische dienst van de federale politie. De tweejarenregel zal verdwijnen, in de toekomst moet meer maatwerk mogelijk worden op basis van het individuele medische dossier van de kandidaat.

‘De tweejarenregel is historisch gegroeid, vroeger was het zelfs vijf jaar,' zegt minister Turtelboom. ‘De filosofie was dat kandidaten voor een operationele functie bij de geïntegreerde politie ook tegen zichzelf beschermd moeten worden. De opleiding aan de politieschool is fysiek en psychisch belastend. Daar staat tegenover dat de ene patiënt de andere niet is, dat tumoren en behandelingen heel erg kunnen verschillen. De tweejarenregel is niet aangepast aan de huidige wetenschappelijke kennis. Toen ik door het verhaal van mevrouw Parys weet kreeg van de regel, heb ik gevraagd hem te herbekijken en veel meer maatwerk mogelijk te maken. Enerzijds mag de zware politieopleiding het genezingsproces van een patiënt in geen geval afremmen, maar anderzijds moeten we afstappen van een lineaire maatregel die onrechtvaardig is voor sommige patiënten.'

Kan de medische keuring niet bij het begin van de selectieprocedure gebeuren?
‘Neen, de algemene arbeidswetgeving zegt dat je mensen niet medisch mag keuren voordat er een selectieprocedure plaatsvond. Eerst moet een werkgever - zowel in de private als in de publieke sector - nagaan of een kandidaat geschikt is voor de baan, pas daarna volgt een medische keuring. Die regel moet kandidaten beschermen en ervoor zorgen dat ze niet automatisch en op voorhand uitgesloten worden van een selectieprocedure.'

Mevrouw Parys had een verklaring van haar oncologe dat ze fysiek geschikt was voor de opleiding en ze slaagde voor de fysieke proeven.
‘Ik kan niet oordelen over het individuele dossier van mevrouw Parys, ik ben geen medisch expert. Ik weet alleen dat de fysieke testen om aan de opleiding te starten één ding zijn, tijdens de opleiding zelf liggen de fysieke eisen natuurlijk nog een stuk hoger. Hoe dan ook kan ik als minister niet afwijken van een bestaande regel. Ik kan er wel voor zorgen dat die regel wordt aangepast aan de bestaande medische kennis. Het moment is gekomen om dat nu te doen.'

De adviezen van de experts zijn er. Hoe loopt het verder?
‘Nu komen er onderhandelingen met de vakbonden om de regel aan te passen.'

Op welke termijn is er een oplossing?
‘Dit is voor mij een prioritair dossier. De aanpassing van de regel zal geen maanden duren.'

Dit interview werd afgenomen half oktober 2011.

Naar het verhalenoverzicht